Hoe redden we de biodiversiteit?

Nieuws

Hoe redden we de biodiversiteit?

Hoe redden we de biodiversiteit?
Hoe redden we de biodiversiteit?

De biodiversiteit op onze planeet kwijnt weg aan een alarmerend tempo. De oplossing? ‘Kleef een prijskaartje op bossen, beekjes en rivierdelta’s. Bereken de financiële waarde van de natuur.’ Toch is niet iedereen overtuigd dat de markt alleen het probleem kan oplossen.

Op 22 april vindt de twintigste Internationale Dag van de Aarde plaats. Om dat jubileum in de verf te zetten, organiseren milieubewegingen in Vlaanderen van 19 tot 26 april een heuse Week van de Aarde. Het centrale thema is biodiversiteit. Uit het tussentijdse Europese rapport van Countdown 2010 –de VN-campagne om het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen– blijkt dat de lijst met verdwijnende fauna en flora maar blijft aangroeien.
Niet enkel soorten worden vandaag aangetast, ook de lucht, het water en de bodem. Het functioneren van hele ecosystemen, het regelen van het klimaat, de natuurlijke condities om te kunnen overleven op aarde, worden hierdoor bedreigd.
Hoe ver die degradatie is doorgedrongen en wat de impact voor de mens kan zijn, is  voor het eerst uitgebreid in kaart gebracht in de Millennium Ecosystem Assessment, een rapport uit 2005 waaraan meer dan 1300 deskundigen hebben meegewerkt. Ze verwachten dat tegen 2025 twintig procent van de soorten verdwenen zal zijn en tegen 2050 wellicht de helft.
De prijs van ontwikkeling
Het verlies aan biodiversiteit tegengaan, is geen eenvoudige opdracht. De factoren die de biodiversiteit onder druk zetten, zijn meervoudig en niet van vandaag op morgen uit te schakelen. Ontwikkeling kost natuur. Economische groei, industrie, toenemende consumptie per persoon en een groeiende groep mensen die zich een milieubelastend consumptiepatroon eigen maken… het zijn processen die grondstoffen en ruimte eisen, lucht, water en bodem vervuilen en groeiende afvalbergen met zich meebrengen. De aanleg van wegen, industrieparken en luchthavens, sojavelden voor veevoer, eucalyptusplantages voor cellulose, plantages voor energiegewassen en grootschalige dammen voor hydro-elektriciteit vreet immense stukken natuur weg.
En dan is er nog de demografische groei. De wereldbevolking neemt volgens Lester Brown van het Earth Policy Institute toe met zeventig miljoen mensen per jaar. De afgelopen halve eeuw is het beschikbare akkerland per persoon meer dan gehalveerd –van 0,23 hectare in 1950 tot 0,10 hectare in 2007. Het reservoir van levensnoodzakelijke voorzieningen die de natuur per persoon aanlevert, krimpt en dreigt de levensstandaard van miljoenen mensen tot aan de rand van het kritieke overlevingsniveau te brengen. De allerarmsten, die niets anders hebben dan de natuur om op terug te vallen, zijn het meest kwetsbaar voor die aftakeling.
De globalisering, met toegenomen handels- en reizigersstromen, leidt tot nooit gekende invasies van vreemde soorten. In de EU kost de strijd tegen die zogenaamde exoten jaarlijks tien miljard euro –en dan zijn de middelen voor grote campagnes zoals tegen influenza nog niet meegeteld.
Ook de globale opwarming eist zijn tol. Uitzonderlijke droogtes en bosbranden, of ongemeen hevige overstromingen en orkanen vernietigen in een mum van tijd hele regio’s. In de oceanen veroorzaakt het warmer wordende zeewater een verbleking van de koraalriffen. Waardevolle riffen dreigen af te sterven, en met hen een schat aan exotische visjes die er hun habitat hebben.

Gratis bestaat niet

**De laatste meter tropisch bos
**
Biodiversiteit en ecosystemen vormen de beste buffer tegen milieustress en remmen de globale opwarming af door CO2 op te nemen. Van alle continentale ecosystemen herbergen bossen de grootste biodiversiteit; wereldwijd slaan ze zo’n honderd miljard ton CO2 op. Maar elk jaar verdwijnt er meer dan vijftien miljoen hectare. Volgens het VN-Klimaatpanel (IPCC) is ontbossing jaarlijks verantwoordelijk voor twintig procent van de broeikasgassen, dat is meer dan de uitstoot van het transport. Voor sommige landen, zoals Brazilië of Indonesië, is het de grootste oorzaak van CO2-emissies. Toch gaan de meeste ontwikkelingslanden gewoon door met kappen, omdat dat nog altijd meer economisch voordeel oplevert dan bosbehoud.
‘Zolang die logica niet gekeerd wordt en dode bomen meer opbrengen dan levende, zal het kappen doorgaan tot de laatste vierkante meter tropisch bos is geveld’, zo stelde de Braziliaanse delegatie op de klimaatconferentie in Nairobi in 2006. Die bezorgdheid was ook een aandachtspunt op de klimaatconferenties in Bali (2007) en Poznán (2008).
In het jargon spreekt men tegenwoordig van ‘REDD’ (Reduction of Emissions from Deforestation and Degradation): CO2-uitstoot inperken door ontbossing en degradatie van bossen tegen te gaan. Het post-Kyotoakkoord stelt voor bossen een monetaire waarde toe te kennen voor hun vermogen om CO2 op te bergen. Rijke landen zouden dan via een CO2-markt en speciale fondsen ontwikkelingslanden financieel kunnen vergoeden voor het niet-kappen en duurzaam beheren van bossen. Die financiële middelen zouden dan wel op zo een manier aangewend moeten worden dat ze het woud en zijn bewoners, en tegelijk de planeet, ten goede komen.

**Het Amazonefonds
**
Opdat het kan nagaan of de financiële benadering werkt, moedigt het Klimaatpanel landen aan om pilootprojecten op te starten. Op de Klimaatconferentie van Poznán is zo een eerste project voorgesteld: de Braziliaanse delegatie, met milieuminister Carlos Minc op kop en geflankeerd door de gezaghebbende Britse econoom Lord Nicholas Stern, pakte met enige trots uit met het Amazonefonds. Dat is in januari gelanceerd als onderdeel van Braziliës klimaatplan. In dat klimaatplan belooft het land om tegen 2017 de ontbossing met zeventig procent terug te dringen in vergelijking met de piekjaren 1996-2005. Het Amazonefonds moet dat streefdoel stimuleren.
Via het Amazonefonds kunnen indiaanse gemeenschappen en andere bewoners van het Amazonewoud een financiële compensatie krijgen voor het niet-kappen en het duurzaam beheren van de bossen. Het gaat om een privaat fonds beheerd door de Braziliaanse Ontwikkelingsbank, met in de beheerraad afgevaardigden van de deelstaten, de federale regering, ngo’s, sociale bewegingen, inheemse volkeren, de wetenschap en de industrie.

Wetenschappers ramen de totale economische waarde van de biodiversiteit op aarde op 33 000 miljard dollar per jaar, het dubbele van de wereldeconomie

De financiële waarde van het Amazonewoud is berekend in opdracht van het Wereldnatuurfonds Nederland. Het WNF-rapport Keeping the Amazon forests standing: a matter of values geeft een overzicht van specifieke ecosysteemdiensten en de bijhorende prijzen. Het woud zou aan duurzame houtproductie per jaar per hectare 419 tot 615 dollar kunnen opbrengen. Het bergen van CO2 en vermeden schade door niet te ontbossen zou jaarlijks 70 tot 100 dollar per hectare kunnen opbrengen; de waarde van koolstof, opgeslagen in intact bewaard woud, tussen de 750 en de 10.000 dollar per hectare per jaar.
Door zo’n verrekening, waarbij de som van al die ecosysteemdiensten hoger uitvalt dan de prijs die men kan krijgen door het woud te kappen, is de kans reëel dat het woud overleeft. Alles hangt dan natuurlijk wel af van de prijs van een ton CO2 op de internationale markt.
Woudbewoners en houtkappers
Het Amazonefonds kan volgens belangengroepen alleen maar werken in het voordeel van inheemsen en woudbewoners wanneer hun rechten ten volle worden erkend en territoria duidelijk zijn afgebakend. In Poznán woedde daarover een hevige discussie: moet de clausule over het erkennen van de Rechten van de Inheemsen opgenomen worden in de bepalingen omtrent REDD? Uiteindelijk gebeurde dat niet, wat kwaad bloed zette bij de indiaanse delegaties.
Ook in Brazilië zelf worden kritische kanttekeningen geplaatst bij het Amazonefonds: het blijft afwachten of het wel naar behoren werkt. Op het Wereld Sociaal Forum eind januari in Belém lanceerde een aantal organisaties de campagne Inheemse volkeren van het Amazonewoud: heden en toekomst van de mensheid. Doel is aandacht eisen voor effectieve participatie van de volkeren in het beheer van het Amazonefonds. De grootste bedreiging voor het woud zijn immers niet de inheemse gemeenschappen maar externe houtkappers, sojaboeren en grote infrastructuurprojecten. En ten aanzien van die processen blijft de Amazone ook in Brazilië een politieke speelbal, waarbij economische belangen vooropgesteld worden.
Bescherm de buffer

De aandacht voor biodiversiteit heeft intussen een plaats op de internationale agenda verworven. Op de conferentie het VN-Milieuprogramma die half februari in Nairobi plaatsvond, werd voorgesteld om naar analogie met het klimaatpanel een internationaal panel voor biodiversiteit en ecosystemen op te richten.
Een ander idee was om een markt te creëren van waardepapieren voor wie wil investeren in het behoud van ecosysteemdiensten. En Europees Milieucommissaris Stavros Dimas stelde onlangs voor een onderzoek te doen naar de impact van de Europese consumptie (van voedings- en niet-voedingsartikelen zoals sojabonen, palmolie of metalen) op de biodiversiteit in de wereld.
Iván Gyulai directeur van het Ecological Institute for Sustainable Development in Hongarije vat het belang van de biodiversiteit als volgt samen: ‘De huidige financiële crisis heeft ons een duidelijke les geleerd. Als we te veel schuld opbouwen en met onze consumptie van vandaag de toekomst te veel belasten, zal vroeg of laat het systeem crashen. Vandaag is het ons financiële systeem dat in elkaar stort. Morgen zal het ons ecosysteem zijn. Maar we zullen niet in staat zijn dat terug op te starten enkel door er geld in te stoppen.’
Biodiversiteit is een buffer voor een gezond leven, een soort levensverzekering die voorziet in onze basisnoden: water, lucht, voedsel, medicijnen, temperatuurregeling en afvalverwerking. In de gangbare economie worden al die grondstoffen en diensten als gratis beschouwd. De waarde en de voorzieningen die de ecosystemen leveren, worden zwaar onderschat. Vandaar dat steeds meer stemmen opgaan om een prijs te zetten op die natuur.
 ‘Zolang de economie de grondstoffen en de voorzieningen van de natuur als gratis beschouwt, gaat men de natuur blijven leegplunderen’, vinden vele ecologen en natuurwetenschappers. Om regeringen en bedrijven te overtuigen van het belang van biodiversiteit, en omdat de markt alleen de taal van het geld verstaat, wordt druk gecijferd om een prijskaartje te plakken op biodiversiteit en natuurvoorzieningen.
Op die manier kunnen landen of gemeenschappen betaald worden voor het behoud en duurzaam beheer van de natuur, zo luidt de redenering. Wetenschappers ramen de totale economische waarde van de biodiversiteit op aarde op 33 000 miljard dollar per jaar, het dubbele van de wereldeconomie.
De totale kostprijs van ecosysteemverliezen, onder de vorm van vervuiling, erosie, overstromingen enzovoort zou meer dan 250 miljard dollar per jaar bedragen (Science, 2002). Dat is twee tot vijf procent van het mondiale bnp. Als je daar dan nog eens de bedragen bijrekent die door overheden als subsidie gegeven worden aan onduurzame praktijken, zoals onduurzame landbouw, visserij of bosbouw, kom je aan een bedrag tussen de 1000 en de 2000 miljard dollar.
Geld en natuur die verloren gaan door onduurzaam beheer. De Nederlandse onderzoeker Rudolf de Groot, onlangs te gast op een Argus Milieu-lezing over het Millennium Ecosystem Assessment,  noemt de huidige economische crisis dan ook ‘een peulenschil’ in vergelijking met de schulden die we opbouwen ten aanzien van het milieu.