Een terugkeer van de oude demonen? Blik op de Congolese crisis vanuit de marges

Analyse

Een terugkeer van de oude demonen? Blik op de Congolese crisis vanuit de marges

Een terugkeer van de oude demonen? Blik op de Congolese crisis vanuit de marges
Een terugkeer van de oude demonen? Blik op de Congolese crisis vanuit de marges

Koen Vlassenroot en Gillian Mathys

02 januari 2017

Op 19 december, het officiële einde van de ambtstermijn van president Kabila, was Congo grootschalig geweld voorspeld. Ondanks de tientallen doden bleef een onoverzienbare explosie uit. Maar wat gebeurt er dan wel? ’De huidige gebeurtenissen suggereren een graduele verslechtering, vooral in het oosten van het land’, stellen Koen Vlassenroot en Gillian Mathys van UGent. Hun analyse.

Op 19 december bereikte de Congolese president Kabila het einde van zijn tweede en grondwettelijk laatste termijn. Hoewel alles initieel kalm bleef zagen we uiteindelijk toch spanningen en geweld in de grote steden zoals Kinshasa en Lubumbashi, maar ook in talloze andere plaatsen, met tientallen doden tot gevolg. Ondertussen is een akkoord tussen regime en oppositie over het einde van Kabila’s presidentschap ondertekend.

De vraag blijft echter of dit tot een echte oplossing van Congo’s crisis zal leiden, want die gaat veel verder dan over het einde van Kabila’s ambtstermijn. Meer zelfs, de recente gebeurtenissen waren de aanleiding voor de uiting van talloze grieven en frustraties in de marge van het politieke centrum, en tonen nogmaals aan dat de echte uitdaging eruit bestaat hierop een duurzaam antwoord te bieden. Tijdens het kerstweekend vielen bij verschillende aanvallen van gewapende groepen opnieuw tientallen doden in het oosten van het land. Een politiek akkoord in Kinshasa zal hier allicht amper een antwoord op bieden.

Rurale incidenten

De recente stedelijke protesten vertellen inderdaad maar een klein deeltje van het verhaal over de crisis die Congo vandaag ervaart. Een blik op de situatie in het binnenland, en dan vooral doch niet exclusief in het oosten van het land, toont de ernst en de enorme humanitaire tol van deze crisis. Ook in deze rurale zones groeien de gerapporteerde incidenten. Hoewel deze incidenten ogenschijnlijk direct gelinkt zijn aan het grondwettelijke einde van Kabila’s mandaat, zijn ze vaak ook het gevolg van diepgewortelde en onopgeloste grieven. Helaas blijven deze spanningen blijven deels onopgemerkt voor de meeste internationale waarnemers en analisten. En dit terwijl ze misschien meer zeggen over de fundamentele breuklijnen in de Congolese maatschappij dan het recente protest in de stedelijke centra.

De laatste weken zagen we in verschillende zones dat gewapende groepen hun posities versterkten en aanpassingen aanbrachten in hun modus operandi. Dit leidde tot verschillende confrontaties met het Congolese leger. Zelfs al is het vaak niet meteen duidelijk wat er achter deze veranderingen zit, toch lijkt het erop dat de instabiliteit in het centrum van de macht bijdroeg tot een re-activatie van de gewapende groepen. Gedurende de laatste maanden leken verschillende van deze groepen meer en meer de nood te voelen om zichzelf voor te bereiden op de ‘rendez-vous du 19 Decembre’. Hun objectief is niet alleen Kabila’s macht te doen wankelen, maar ook hun grieven kracht bij te zetten. Het toont nogmaals aan dat ze vaak worden geleid door een gedeeld gevoel van marginalisering en door aspiraties om meer controle verkrijgen over territorium, bevolking en middelen.

Geweld, fragmentatie en verwarring

Het feit dat deze aspiraties vaak in een identitair discours worden vertaald, zoals bij recente aanvallen op burgers werd bevestigd, is geen echte verrassing. De huidige fragmentering van autoriteit buiten de steden in Oost-Congo is het gevolg van een constante hertekening van het politieke landschap, en deze fragmentering wordt vaak aangestuurd door een etnisch geïnspireerde boodschap en een poging tot het uitsluiten van bepaalde bevolkingsgroepen in toegang tot de macht.

Het graduele capaciteitsverlies sinds het begin van de jaren negentig van de Congolese staat om zijn autoriteit door te drukken, om te besturen, om veiligheid te verzekeren, en om lokale ontwikkeling te promoten, vormt een ideale voedingsbodem voor gewapende groepen om uit te groeien tot belangrijke spelers en tussenschakels in lokale competitie om macht.

Dit leidt vaak tot vormen van samenwerking tussen gewapende groepen en lokale politieke en sociale elites die deze wederzijdse samenwerking gebruiken om hun eigen belangen te verdedigen. Momenteel is het niet duidelijk waar de hernieuwde activiteit van deze gewapende groepen ons zal leiden, maar uit de eerste indicaties lijkt het erop dat het zal uitmonden in meer geweld, en verdere politieke en militaire fragmentatie en verwarring.

Kitchanga

Een van de regio’s waar zich een nieuwe ronde van geweld ontwikkelt, is deze rond Rutshuru-Lubero-Masisi (Noord Kivu). De buurt rond Kitchanga bijvoorbeeld, zag de laatste tijd geïsoleerde gevallen van geweld tegen een aantal dorpen. Kat-en-muis spelletjes tussen verschillende gewapende formaties van Hutu en Hunde afkomst hebben geleid tot een gegeneraliseerde angstpsychose. Geruchten over een naderende aanval op Kitchanga – ook als die er nooit komt - doen daar geen goed aan. Meer zelfs, in dergelijke context kan een klein incident snel leiden tot meer grootschalig geweld.

Kat-en-muis spelletjes tussen verschillende gewapende formaties van Hutu en Hunde afkomst hebben geleid tot een gegeneraliseerde angstpsychose.

Deze situaties is niet echt nieuw, kent een heel complexe dynamiek en is ook gelinkt met recente campagnes van het Congolese leger tegen enkele van de grotere gewapende groepen. Toch worden de spanningen op lokaal niveau ook gevoed door de politieke instabiliteit op het niveau van Kinshasa. Deze crisis heeft alleen meer bijgedragen tot het reeds bestaande beeld van een staat die capaciteit en legitimiteit mist.

Het schept ook de ruimte voor gewapende groepen om zichzelf te herpositioneren en om hun strategieën ter lokale machtsverovering te herzien. Dit verklaart mede waarom naast een grote aanval op een IDP-kamp op 26 November, we in deze regio in de laatste dagen ook twee aanvallen in Bwalanda en Nyanzale (Noord-Kivu) kenden van gewapende groepen, een van Nande origine en een andere van Hunde origine, met tientallen slachtoffers tot gevolg.

Het dient gevreesd dat dit soort aanvallen zich in de nabije toekomst verder zullen ontwikkelen en grotere destabilisatie zullen veroorzaken.

Lokale claims voor autonomie

In Kalehe, in Zuid Kivu hebben dan weer verschillende gewapende fracties groepen met een Tembo achtergrond geprobeerd om een nieuwe gewapende coalitie te vormen. Dit niet alleen om Kabila onder druk te zetten, maar ook om lokale claims voor meer autonomie kracht bij te zetten. Voor deze coalitie, en voor andere coalities die meer naar het zuiden in Fizi en Uvira worden gevormd zou de Congolese staat uit het gebied moet worden geweerd omdat ze niet langer als legitiem wordt gezien.

Sinds 19 December zijn de hoofdwegen in Tembo gebieden voor het grootste deel onder controle van deze milities. Maar hun ambitie betreft niet alleen de Congolese staat. Ze willen ook bijvoorbeeld de potentiële terugkeer van zowat 40 000 Congolese Tutsi verhinderen. Deze Congolese Tutsi verlieten dit gebied in het begin van de jaren negentig op zoek naar meer veiligheid, maar worden nu beschouwd als vreemdelingen die onterecht land en politieke rechten opeisen.

Dezelfde gewapende groepen vechten ook voor territoriale erkenning voor de Tembo, voor toegang tot land, en willen permanente ‘veiligheidsmechanismes’ opzetten om hun land tegen Hutu milities te beschermen. Of hoe lokale grieven als gevolg van marginalisatie weerom uitmonden in een etnische discours en strijd.

Grootschalig geweld

Wat we zien in Kalehe, en in Rushuru-Masisi-Lubero weerspiegelt grotere dynamieken van inter en intra-ethnische competitie over middelen en politieke representatie. Deze competitie blijft tot op vandaag onopgelost, grotendeels omdat er geen bereidwilligheid is vanuit de Congolese staat. Deze dynamieken leidden in het begin van de jaren negentig reeds tot grootschalig geweld met duizenden doden tot gevolg. Sinds dan hebben ze steeds een impact gehad op rebellieën en geweld in beide Kivu provincies. Het is precies het gebrek aan een coherente en efficiënte manier om hiermee om te gaan, het gebrek aan beschermingsmechanismes en een context die vaak bepaald wordt door (etnische) patronage netwerken, die ervoor hebben gezorgd dat gewapende groepen blijven bestaan, en blijven geconnecteerd zijn met sociale en politieke netwerken die het lokale niveau overstijgen.

Eerder dan een verwachte explosie van geweld op 19 december, suggereren de huidige gebeurtenissen een scenario van graduele verslechtering van de situatie, vooral in het oosten van het land.

Alhoewel duidelijke voorspellingen moeilijk blijven, is het mogelijk dat de nieuwe politieke crisis waarin Congo terecht is gekomen in deze rurale gebieden, maar misschien ook buiten de Kivu-provincies (zie bv. Gebeurtenissen in Manono, Tshikapa en Kananga), zal leiden tot nieuwe rondes van grootschaliger geweld.

Eerder dan een verwachte explosie van geweld op 19 december, suggereren de huidige gebeurtenissen een scenario van graduele verslechtering van de situatie, vooral in het oosten van het land. De hudige crisis vormt er namelijk voor dat gewapende groepen het perfecte excuus hebben om opnieuw hun eisen voor controle over lokaal bestuur te doen heropleven.

Bovendien kan ze ook leiden tot een versterking van banden tussen gewapende groepen met ontevreden of geradicaliseerde anti-Kabila bewegingen, terwijl andere gewapende groepen eventueel bondgenoten kunnen worden in strategieën van het regime om aan de macht te blijven.

Koen Vlassenroot en Gillian Mathys zijn verbonden aan de Universiteit Gent.