Drug-expert Jelsma pleit voor legalisering

Interview

'Legalisering is een onvermijdelijke trend.'

Drug-expert Jelsma pleit voor legalisering

Drug-expert Jelsma pleit voor legalisering
Drug-expert Jelsma pleit voor legalisering

Martin Jelsma, onderzoeker bij het Transnational Institute (TNI), is drug-expert en onder meer adviseur van de Global Commission on Drugs Policy.  Na enkele decennia van repressieve aanpak is het duidelijk dat dit drugsbeleid gefaald heeft, vindt Martin Jelsma. Het is dringend tijd om het thema open op de discussietafel te gooien. Vooral in Latijns-Amerika klinkt die roep. De legalisering van cannabis, zoals nu in Uruguay, is volgens Jelsma een eerste positieve stap.  ‘Het verzwakt de impact van criminele netwerken maar helpt ook om de bestaande grijze zones transparanter te maken.'

Het VN-drugscontroleorgaan (International Narcotics Control Board) heeft de legalisering door Uruguay niet bepaald toegejuicht.

Martin Jelsma: De relatie tussen de INCB-president, de Belg Raymond Yans, en de Uruguayaanse regering is erg gespannen. Yans heeft de Uruguayaanse regering van “piraterij” beschuldigd en weigert om hiervoor zijn excuses aan te bieden.

De Uruguayaanse regering heeft daarop om Yans’ aftreden gevraagd en een aantal Latijns-Amerikaanse landen zijn bereid die vraag te steunen. Colombia, Mexico en Guatemala bijvoorbeeld, zij zijn momenteel heel actief in het zoeken naar een alternatief drugsbeleid. Brazilië op dit moment niet, maar het heeft wel gezegd bereid te zijn zo’n verzoek van Uruguay te steunen en Brazilië is een land dat wel gewicht in de schaal legt.

Toch hoeft deze doorbraak niet te verbazen. Latijns-Amerika praat al langer over legalisering, gezien het geweld van de illegale netwerken.

Martin Jelsma: Vooral Guatemala vindt dat het tijd is voor een andere aanpak. Ook Rafael Correa van Ecuador heeft zich uitgesproken.  Bolivia lijkt dan weer vooral met zichzelf bezig en concentreert zich op het cocathema, dat voor hen een inheemse kwestie is. Ze willen die discussie liever niet vermengen met het cannabisdebat.

Voor Colombia en Mexico is het ook duidelijk dat het huidige beleid gefaald heeft. In de praktijk gaan deze landen nog niet echt een andere richting op maar de discussie is volop aan de gang. President Santos heeft een adviescommissie opgericht voor drugsbeleid in Colombia. Het thema is ook een van de vijf hoofdpunten van de onderhandelingsagenda met de Farc-guerrilla. Het conflict is ook zo verweven geraakt met de drugs. De voorbije maanden is daar intens over gesproken.

Ook in andere landen liggen voorstellen ter discussie.

Martin Jelsma: In Argentinië en Mexico heb je decriminaliseringsvoorstellen. Ecuador heeft in februari 2009 een grote amnestie doorgevoerd voor koeriers in de gevangenis. Tweeduizend drugskoeriers zijn toen van het ene moment op het andere vrijgelaten.

Iedereen die voor minder dan 2 kilogram veroordeeld was en al meer dan een jaar in de cel zat, werd vrijgelaten. Daar waren mensen bij die anders nog tien jaar vastgezeten hadden. In de vrouwengevangenis ging het over meer dan de helft van de gedetineerden. Kan je voorstellen wat een feest dit was! Maar ook pijnlijk natuurlijk voor wie achterbleef voor bijvoorbeeld 2,5 kilogram.

Er wordt nu gesproken over een tweede amnestie en over een aanpassing van de strafmaat in de wet. Want er is wel die ene amnestie geweest, maar nadien zijn nog steeds mensen opgepakt en veroordeeld volgens de oude gangbare criteria. In 2009 lagen er wetsvoorstellen klaar voor herziening, maar daar is niet mee verder gewerkt. Nu staat het opnieuw op de agenda.

U bent adviseur van de Global Commission on Drug Policy, die opgericht is op initiatief van drie ex-presidenten, van Colombia, Mexico en Brazilië, drie zwaar door drugsnetwerken getekende landen.  Wat is het opzet van die Commissie?

Martin Jelsma: Het initiatief is begonnen als een Latijns-Amerikaanse commissie, intussen is die uitgegroeid tot een globale commissie, waar ook Kofi Annan deel van uitmaakt. Momenteel zoekt men een aantal Europese en Afrikaanse partners. Vanuit Europa hebben Andreas Papandreou (Griekenland), Javier Solana (Spanje) en Jens Stoltenberg (Noorwegen) zich aangesloten. Er is ook een West-Afrikaanse subcommissie opgericht.

In Latijns-Amerika was er dan de vraag van Mexico, Guatemala en Colombia om het thema op de agenda te zetten van de OAS-top in Cartagena, Colombia, in 2012. Daar is voorgesteld om alternatieven uit te werken en dat heeft twee rapporten opgeleverd: een analytisch rapport waar secretaris-generaal van de OAS (Organisatie voor Amerikaanse Staten), Miguel Insulza, zelf bij betrokken is geraakt. Hij is ook naar Montevideo gereisd toen het debat daar volop woedde, om te kennen te geven dat kiezen voor legalisering een verstandige optie zou zijn, wat een moedige stap was.

Het tweede initiatief was de oprichting van een scenarioteam, waar ik ook bij betrokken was.  Een veertigtal mensen zaten twee weken lang opgesloten in een golfresort in Panama, samen met beleidsmakers, mensen van de OAS en experten.

Wat heeft dat opgeleverd?

Martin Jelsma: In juni vorig jaar is het rapport gepresenteerd. De vraag die voorlag: wat zou er de komende vijftien jaar op het continent kunnen gebeuren op het vlak van drugsbeleid? Niet enkel cannabis, ook cocaïne en opium; ook de geweldskwestie, de verslavingsproblematiek, de crisis in de gevangenissen.

De legalisering is een onvermijdelijke trend. Je kunt blijven ontkennen dat er iets mis is aan het systeem en de verdragen, maar dan creëer je een hogedrukketel.

De vraag was niet: wat zouden we willen? Wel: in welke verschillende richtingen kan het probleem zich ontwikkelen, met of zonder specifiek beleid. Daar zijn vier scenario’s uitgekomen. Eén van die vier scenario’s onderzoekt wat het effect zou kunnen zijn indien een paar landen, ook de VS, beginnen met regulering van cannabis. Wat zou dit in gang kunnen zetten in de regio?

Welke zijn de andere scenario’s?

Martin Jelsma: Het scenario waar ik het meest positief over was, is het stappenplan-scenario (Pathways). Daarin wordt stap voor stap gewerkt, met cannabisregulering als eerste stap, om daar vervolgens de nodige lessen uit te trekken voor het reguleren van andere markten.

Dat kan een domino-effect teweeg brengen: zodra de beleidsmakers zien dat de hemel niet naar beneden valt bij zo’n maatregel en dat het probleem beter beheersbaar wordt, is de verwachting dat er meer landen zullen volgen. Er is veel twijfel bij andere beleidsmakers over welke kant het moet opgaan maar bijna iedereen is het erover eens dat het nu niet werkt.

Is er ook een scenario om gewoon niets te ondernemen?

Martin Jelsma: Een scenario met nog tien jaar doorgaan zoals we nu bezig zijn, vond niemand realistisch. Twee jaar geleden begon evenwel de Guatemalteekse president Otto Pérez Molina opmerkingen te maken als: “de drugsbestrijding heeft allemaal geen zin. We gaan voor de cocaïne een doorvoer organiseren zodat de smokkelaars snel doorkunnen en de rest van de bevolking met rust laten.” Gewoon laten gaan dus.

Het was enigszins een tactisch spel. ‘Als de VS dat niet willen,’ zei Pérez Molina, ‘dan moeten ze meer bijdragen aan onze inspanningen, in eerste instantie met geld. Bijvoorbeeld voor elke kilo die wij onderscheppen, moeten de VS de helft van de marktprijs aan ons betalen. Daarmee kunnen we de onderscheppingsoperaties financieren, want die kosten ons hopen geld terwijl we dat eigenlijk doen voor de VS.’

Het scenario van “gewoon opgeven” - wat gebeurt er als een of twee landen gewoon de deur zou openzetten- levert vooral negatieve gevolgen op: de politieke spanningen nemen toe, je krijgt een herschikking van de georganiseerde misdaad en een concentratie van ondermijnende machtsstructuren. Dat kan heel veel negatieve effecten hebben, Guatemala heeft daar nu al last van. Dan wordt het nog makkelijker voor die clubs om sterker te worden en nog meer macht te krijgen in het land.

Voorziet het Stappenplan-scenario ook in een opening voor cocaïne?

Martin Jelsma: Er is veel over gepraat maar wat uiteindelijk in het rapport is terecht gekomen is dat er een aantal initiatieven zullen genomen worden om mildere opwekkende middelen vrijer op de internationale markt te laten circuleren. Om op langere termijn de coca op de markt meer beheersbaar te maken, zou men coca kunnen toelaten op de internationale markt, zoals dat binnen Bolivia nu al bestaat.

Maar het is wel duidelijk dat een cocaïnebeleid nooit dezelfde vorm kan krijgen als de cannabismarkt. Als er ooit een legalisering komt, moet dat nog veel restrictiever maar daar zijn nog te veel vragen rond.

Vaak hoor je dat met het legaliseren van cannabis het hek van de dam is, ook voor cocaïne. Klopt dat dan niet?

Martin Jelsma: Zo iemand als INCB directeur Yans stelt dat het hele internationale systeem van controle, waar een eeuw aan gebouwd is, als een kaartenhuis in elkaar zal storten als we cannabis legaliseren. Die angst is onzin. Er zijn nu al zoveel verschillen in de praktijk.

‘De criminele netwerken zoeken steeds de zwakste schakel, het aanzuigeffect is daar dan ook het grootst’, wordt dan geopperd. Het effect zal eerder omgekeerd zijn omdat je voor hen de ruimte om te opereren reduceert. Een kleine zwarte markt in de marge is onvermijdelijk, dat zie je ook met sigaretten.

Er kan best diversiteit zijn in de nationale keuzes die gemaakt worden maar een van de basisprincipes als juridische verschillen groter worden, is dat er bereidheid moet blijven van landen om de wetgeving van de buurlanden te respecteren. Dus dat er geen export komt van Uruguay (waar het legaal verbouwd wordt) naar Argentinië, zolang Argentinië dat niet wil. Die bereidheid is er zeker wel.

De legalisering is een onvermijdelijke trend. Je kunt blijven ontkennen dat er iets mis is aan het systeem en de verdragen, maar dan creëer je een hogedrukketel. Spanningen bouwen zich op en niemand durft nog spreken. Wij zijn meer voor een openlijke discussie over het systeem en de verdragen want die zijn verouderd.

Zullen andere Amerikaanse staten zullen snel het voorbeeld van Washington en Colorado volgen?

Martin Jelsma: In een aantal worden al actieve voorbereidingen genomen rond een zelfde soort wetgeving. Sommigen nu al in oktober bij de tussentijdse verkiezingen. Wellicht zal ook Californië dit jaar nog de stap zetten.

Californië is de zesde economie in de wereld en vertegenwoordigt een enorme markt in cannabis, omdat het de directe afzetmarkt is voor alle cannabis die in Mexico wordt geproduceerd. Als Californië reguleert, betekent dat bijna onmiddellijk dat Mexico ook gaat reguleren want waarom zou Mexico doorgaan met de drugsoorlog als de hele exportmarkt waar het naartoe gaat, legaal is?

De kartels draaien wel vooral op cocaïne. Zal de cannabislegalisering hen treffen?

Martin Jelsma: Dat is nooit helemaal goed uit te tekenen. Per kilogram gaat er natuurlijk meer geld om wanneer het over cocaïne gaat, maar de hoeveelheden van cannabis zijn veel groter.

De bijdrage van de cannabiskartels aan het geweld wordt ook vaak gebagatelliseerd. Ook de cannabismarkt is in handen van de criminele netwerken. Het blijft een significante inkomensbron voor hen en de legalisering zal die doen dalen, dus is er ook minder geld om wapens te kopen. De maatregel zal zeker het geweld verminderen. Als je een heel marktaandeel uit het criminele circuit wegneemt, wordt het voor iedereen weggehaald.

Het reprimerende geweld van overheidsoptreden dat het geweld doet escaleren, valt ook weg. Nooit volledig, want er blijven drivers voor geweld. En de gevangenispopulatie zal dalen want daar zitten vooral  mensen die veroordeeld zijn voor bezit en handel van cannabis, dat is opvallend.

Uw land is pionier geweest met zijn gedoogbeleid. Hoe evalueert Nederland zelf zijn drugsbeleid?

Martin Jelsma: Nederland heeft een hypocriete aanpak gehanteerd en dat heeft ook te maken met de beperkingen van de internationale verdragen. Het probleem dat de voordeur gedoogd wordt (het gebruik in de coffeeshops) maar de achterdeur – de aanvoer in de coffeeshops- nog steeds illegaal is, is onverdedigbaar.

Een aantal burgemeesters wakkeren momenteel de discussie aan. Zesenveertig burgemeesters hebben een manifest ondertekend, waarin ze aan minister Opstelten vragen om de weigering van de experimenten te herzien. Ze willen dat steden de kans krijgen om pragmatische alternatieven uit te proberen maar minister Opstelten stelt zich onverzettelijk op omdat het “tegen de verdragen ingaat”. Een ander argument is dat de Nederlandse productie voor 80 procent naar het buitenland gaat. Regulering voor de aanvoer naar de coffeeshops zou het probleem dus slechts gedeeltelijk oplossen.

Toch is een doorbraak van volledige legalisering in Nederland een kwestie van tijd. In de Kamer wordt er gewerkt aan een wetsvoorstel voor legalisering op initiatief van D66. Voorlopig komt dit er wellicht niet door, maar onder een andere Kamersamenstelling, na de volgende verkiezingen, kan dit er heel anders uitzien. Het kan er zelfs anders uitzien wanneer het zou gaan rommelen in VVD want de minister heeft een zwaar stempel gedrukt en ook binnen VVD is er veel onenigheid over. Iemand als Frits Bolkenstein, een van de prominenten van de partij, heeft zich een paar keer heel duidelijk uitgesproken voor legale regulering. Hij heeft ook Opstelten meteen opgeroepen om de experimenten te laten doorgaan. Binnen de VVD is er dus ook onenigheid over.

Welk advies geeft u Vlaanderen? Welke lessen kunnen we leren van onze noorderburen?

Martin Jelsma: Een eerste les zou zijn om van begin af aan een sluitende regulering te hebben voor de hele keten. Dat is de grote fout geweest in Nederland.

Misschien was het in eerste instantie geen fout. Het was geen vooraf bedacht systeem, het heeft vorm gekregen in de praktijk. Maar door de onduidelijkheid zijn de problemen alleen maar groter geworden.  De teelt werd in eerste instantie gerust gelaten maar naderhand is de sector gegroeid en heeft die ook een exportluik gekregen. Dat leidde ertoe dat men besloot om actiever te gaan opsporen.

De vriendelijke telers voor de coffeeshops waren het slechtst georganiseerd en waren bijgevolg de eersten die opgerold werden. Gaandeweg zijn criminele netwerken de teelten gaan overheersen, ook voor de coffeeshops. Dat dit niet van in het begin gecorrigeerd is, was een enorme fout.