“Zwarte Piet is racisme”-activist Quinsy Gario strijkt neer in Brussel

Interview

“Zwarte Piet is racisme”-activist Quinsy Gario strijkt neer in Brussel

“Zwarte Piet is racisme”-activist Quinsy Gario strijkt neer in Brussel
“Zwarte Piet is racisme”-activist Quinsy Gario strijkt neer in Brussel

Met zijn artistiek project “Zwarte Piet is racisme” ontketende kunstenaar Quinsy Gario (33) het racismedebat in Nederland. Op 1 en 2 juni zal hij tijdens SLOW#2 in de KVS het vuur aan de lont van het Belgisch activisme steken. ‘Let’s face it: hoewel ze zich graag tolerant en progressief noemen, is ook de kunstsector nog steeds te wit.’

De Koninklijke Vlaamse Stadschouwburg nodigde Quinsy Gario uit om de tweede editie van Slam Our World (SLOW) te verzorgen. SLOW is een residentieprogramma waarbij kunstenaars een poos in de hoofdstad verblijven en op basis van de impressies die ze oplopen een artistiek stuk maken. De kunstenaar, die zijn jeugd doorbracht in zowel Curaçao, Sint-Maarten als Nederland, is onder de indruk.

“Brussel is een fascinerende stad en niet alleen omdat het negentien burgemeesters telt. (lacht) Het is ook de Europese hoofdstad, al merk je daar niet veel van als je hier rondloopt. Wel zie ik veel Europese invloeden, maar dat heeft dan meer te maken met migratiestromen en niet zozeer met de politiek. Wat ook opvalt, is dat Belgen meer laid back zijn dan Nederlanders…”

Excuseer? Wij, laid back?

Quinsy Gario (schatert): Oh jawel hoor! Wij, Nederlanders, zijn nog véél erger!

Deze week breng je een performance in de KVS. Wat staat er ons te wachten?

Quinsy Gario: Voor mijn stuk haalde ik inspiratie uit een nummer van D_e Stomme van Portici_ van Daniel Auber. Die opera werd opgevoerd in de Brusselse Muntschouwburg in 1830. Volgens de mythe bestormden de mensen nadien de straten en was dat de aanzet voor de Belgische onafhankelijkheidstrijd.

‘Gekscherend kan je stellen dat België een kolonie was van Nederland en pas na veel bloedvergieten de onafhankelijkheid kon uitroepen.’

Het koloniale verleden van een land als België vind ik uiterst interessant. Voor 1830 werd België bezet door haar noorderburen. Gekscherend kan je dan stellen dat België een kolonie was van Nederland en pas na veel bloedvergieten de onafhankelijkheid kon uitroepen. Nadien gingen ze dan zelf Congo op een gewelddadige manier kolonialiseren. Die historische echo fascineert me.

Voor SLOW #2 deed je een oproep naar mensen met uitgesproken roots in Afrika of in de vele Afro-diaspora’s van het Caraïbisch gebied, Zuid-Amerika of Europa om te figureren.

Quinsy Gario: Ze vormen het middelpunt van mijn voorstelling. Dat is niet enkel esthetisch interessant, maar ook ethisch belangrijk. Als ik als kunstenaar toegang krijg tot dit soort podia, wil ik er geen one-man-show van maken.

Als ik deze mensen letterlijk mee de bühne optrek, kan ik via die weg misschien ook voor hen het pad effenen naar zulke podia. Het is een manier om een platform te bieden aan mensen met profielen en verhalen die daar normaal gezien niet de ruimte voor krijgen. Want let’s face it: hoewel ze zich graag tolerant en progressief noemen, is ook de kunstsector nog steeds te wit.

Wat hoop je te bereiken met je stuk in de KVS? Revolutie in het theater zoals in 1830?

Quinsy Gario: Ik hoop in de eerste plaats bij te dragen aan een gesprek waar groepen als Decolonize Belgium, Black Speaks Back, La Nouvelle Voie Anticoloniale, BAMKO en Belgium Renaissance al langer mee bezig zijn. Deelnemen aan debatten over het koloniaal verleden en het politieke heden van mensen van Afrikaanse afkomst in Europa houdt ook in dat je het werk van anderen niet uitwist door te pretenderen dat jouw mogelijke succes op zichzelf staat. Dat is nooit zo. Het gaat altijd om een goed voorbereid netwerk dat razendsnel kan reageren op ongeplande situaties. Dus een revolutie? Wie weet. (lacht)

Als je het hebt over de Belgische onafhankelijkheidsstrijd in 1830 en die van Congo in 1960, kunnen we het in zekere zin dan ook hebben over een politieke onafhankelijkheidsstrijd van de Afrikaanse diaspora in het Westen anno 2017?

Quinsy Gario: Alleszins wel van een emancipatiestrijd die nog lang niet is gestreden. We leven in een postkoloniaal tijdperk dat gedekoloniseerd moet worden. Kijk bijvoorbeeld naar hoe mijn kunst door anderen wordt gedefinieerd. Je zou dat urban kunnen noemen, maar ik noem het liever stedelijk, want er is een subtiel verschil. Urban heeft een negatievere connotatie dan stedelijk omdat het geassocieerd wordt met gekleurde mensen. Stedelijk daarentegen is een “wit woord” en klinkt positief.

‘Men zet urban te graag weg als amateuristisch en infantiel.’

Veel volwassen kunstenaars zijn bezig met grootstedelijke vraagstukken, maar dan vanuit een migrantenperspectief. Daardoor wordt het vaak niet gezien als kwalitatief hoogstaand. Men zet urban te graag weg als amateuristisch en infantiel.

Nochtans kan je met “urban” werk wat losweken. Met je project “Zwarte Piet is racisme” barstte het racismedebat in Nederland los.

Quinsy Gario: Ook dat werd door velen niet gezien als kunst. Mensen legden de associatie niet met kunst omdat het niet expliciet in een galerij of museum te zien was. Terwijl kunst ook gewoon op de hoek van de straat te vinden is. Dus ja, mijn “Zwarte Piet is racisme” is wel degelijk kunst. Ik gebruik de esthetiek van verzet in mijn werk om bepaalde vraagstukken op agenda’s te krijgen. Kunst stelt maatschappelijke vraagstukken en dat deed ik.

‘Natuurlijk gaat het niet alleen om Zwarte Piet op zich, maar om wat hij representeert: een koloniaal verleden waar we nog steeds niet over praten.’

Natuurlijk gaat het niet alleen om Zwarte Piet op zich, maar om wat hij representeert: een koloniaal verleden waar we nog steeds niet over praten en dat alleen vanuit een wit perspectief wordt verteld in geschiedenisboeken. Het gaat over de sociale ongelijkheid waarbij “ras” nog steeds een belangrijke rol speelt.

Maar kan je het standpunt begrijpen dat sommigen zich aangevallen voelen en het gevoel hebben dat er aan hun tradities wordt geraakt?

Quinsy Gario: Nee, ik begrijp dat niet en ik wil dat niet begrijpen. Ik heb niet zoveel met zulke mensen. Ik heb meer met de mensen die zoiets hebben van: ‘Eindelijk kan ik nu eens wat zeggen. Eindelijk heb ik de ruimte om mijn aanwezigheid en mijn gevoelens te laten gelden in dit land’. Daar draait het voor mij om.

Ik heb het gevoel dat activisme vooral focust op de eigen achterban. Is het niet te veel preken voor eigen kerk in plaats van in dialoog treden met de tegenpartij?

Quinsy Gario: Maar ik hoef niemand te overtuigen van datgene waar ze niet in geloven. Daarom praat ik niet met racisten. Dat is onbegonnen werk. Er moet openheid zijn langs beide kanten. Enkel als je aangeeft dat je gelooft in antiracisme en diversiteit, dat je gelooft in een betere wereld die toegankelijk is voor iedereen, pas dan kunnen we een gesprek voeren.

En dat geloof komt normaal gezien logischerwijs als je hen de feiten onder de neus duwt. Anders heeft het totaal geen zin. Mijn doel is niet om hardnekkige racisten die mij uitschelden te overtuigen. Dat is toch enkel maar tijdverspilling.

Anouk Torbeyns / StampMedia