Drie personen gelinkt aan Parijse aanslagen stonden op lijst van Belgisch antiterreurorgaan

Nieuws

Drie personen gelinkt aan Parijse aanslagen stonden op lijst van Belgisch antiterreurorgaan

Drie personen gelinkt aan Parijse aanslagen stonden op lijst van Belgisch antiterreurorgaan
Drie personen gelinkt aan Parijse aanslagen stonden op lijst van Belgisch antiterreurorgaan

Bilal Hadfi –die zichzelf opblies bij het Stade de France– en twee van de Abdeslam-broers stonden op de zogenaamde geconsolideerde lijst van het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging (OCAD). Dat bevestigen twee goedgeïnformeerde bronnen aan MO*.

Mohamed Abdeslam werd zaterdag gearresteerd in Molenbeek, naar aanleiding van de aanslagen in Parijs. Zijn broer Salah Abdeslam wordt momenteel nog opgespoord. Een andere broer, Brahim, blies zichzelf vrijdagavond op in restaurant ‘Comptoir Voltaire’ in Parijs.

Twee van de drie namen stonden op de geconsolideerde lijst van het OCAD –een lijst met ruim 800 namen die de aandacht wegdragen van de Belgische inlichtingendiensten in het kader van de problematiek van Syriëstrijders.

Dat vernam MO* uit twee goedgeplaatste bronnen uit de Belgische veiligheidswereld. Ook Bilal Hadfi –die zichzelf opblies bij het Stade de France– stond naar verluidt op de lijst.

‘Hadfi Bilal stond op de lijst onder categorie twee– de personen met een vermoedelijk vertrek’, aldus een van de goedgeïnformeerde bronnen waar MO* mee sprak. ‘Abdeslam Brahim stond op de lijst onder categorie vier: de categorie van de verijdelde pogingen. Hij is naar Turkije vertrokken op 27 januari maar keerde reeds begin februari terug. Abdeslam Salah ten slotte stond op de lijst met potentiële kandidaten: hij had de intentie te gaan, maar werd in augustus gecontroleerd in Griekenland.’

Onderzoek door controlecomité

Eerder vandaag maakte het Comité I, dat in opdracht van het parlement en de regering de Belgische inlichtingendiensten controleert, bekend dat het een onderzoek start naar de informatiepositie en werking van de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst ADIV naar aanleiding van de terreuraanslagen in Parijs.

Al snel na de bloedige terreuraanslagen in Parijs op 13 november werd duidelijk dat er een belangrijke operationele link is met België. Het gerechtelijk onderzoek spitst zich onder meer toe op individuen uit Sint-Jans-Molenbeek en Brussel.

De logische vraag is dan ook: hadden de Belgische veiligheidsdiensten de aanslagen moeten zien aankomen? Over welke informatie beschikten de federale en lokale politie, de Staatsveiligheid, de militaire inlichtingendienst ADIV en het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging (OCAD)?

‘We gaan snel een nieuw onderzoek starten naar de informatiepositie van de twee Belgische inlichtingendiensten’, bevestigt het Comité I aan MO*. ‘Over de belangrijkste vragen die we daarin willen onderzoeken, kunnen we ons nu nog niet uitspreken. We zullen erop letten de terrorisme-onderzoeken door de Staatsveiligheid en de ADIV niet te hinderen door capaciteit van de diensten weg te trekken. Wel is het onze bedoeling na te gaan: hoe heeft het systeem gewerkt?’

Het Comité I neemt zelf het initiatief voor het nieuwe onderzoek. In principe kunnen ook de ministers van Justitie en Defensie, of de voorzitter van de begeleidingscommissie van het Comité I, een onderzoek laten opstarten. ‘Moesten er vanuit die hoek nog bijkomende vragen komen, kunnen we het onderzoeksonderwerp nog aanpassen.’

‘We gaan ook na of het Comité P (dat in opdracht van het parlement de politiediensten controleert, nvdr) een gelijkaardig onderzoek start naar de werking van de politie. Mogelijk kunnen we samen met het Comité P nog een bijkomend onderzoek doen rond de positie en de acties van het OCAD.’

Thalys-zaak

Het Comité I had eerder al een onderzoek gelanceerd naar de problematiek van Syriëstrijders en de vraag hoe de Belgische inlichtingendiensten het thema opvolgen.

‘Dat lopende onderzoek, over de informatiepositie van onze twee inlichtingendiensten met betrekking tot Foreign Terrorist Fighters (FTF), is momenteel in zijn eindfase gekomen. We hadden voor de vakantie al een soort kwantitatief luik afgeleverd aan de Kamer. Vervolgens hebben we een kwalitatief onderzoek gedaan. Het rapport daarover zal een dezer dagen gefinaliseerd worden, afgecheckt bij de diensten zelf en vervolgens aan de Kamer afgeleverd worden. Daarin zal ook een kleine case study van de Thalys-zaak woren opgenomen.’

‘Dat lopende onderzoek is in feite een kwalitatieve studie naar de werking van onze diensten: hoe verwerken zij informatie? Er zijn natuurlijk nog andere onderzoeken mogelijk en nuttig, met name over de informatieuitwisseling tussen diensten, zowel binnen België als internationaal, maar die vraag maakt niet het voorwerp uit van ons huidige onderzoek.’

Of het Comité I verbaasd is over de aanslagen in Parijs? ‘Zoals elke burger zijn we verrast over de barbaarsheid, de willekeur van de slachtoffers en de omvang, maar helaas kunnen we niet meer verbaasd zijn over het feit dat er terroristische acties worden gepleegd.’

Ernstige zorgen

Op een studiedag, drie dagen voor de aanslagen in Parijs, gaven twee analisten van de Staatsveiligheid nog toelichting bij de terreurdreiging.

De Staatsveiligheid –die recent haar interne werking prioritair heeft gefocust op de opvolging van Syriëstrijders– maakt zich ernstig zorgen over de terugkeerders, klonk het toen: ‘Het verblijf in Syrië en Irak –en de extreme situatie ter plekke– doet wel iets met een mens. Sommige strijders zijn misschien met welwillende bedoelingen naar daar getrokken –om een dictator te bestrijden– maar radicaliseren uiteindelijk eens ze daar zijn. Luchtbombardementen kunnen daarin een rol spelen. Nog anderen keren uiteindelijk getraumatiseerd naar België terug, maar ook zij kunnen uiteindelijk toch betrokken raken in een terroristische aanslag.’