In de armen van een ander

Werkend in Buenos Aires aan een tangoproject, ontdekt choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui de waarde van een relatie, en de noodzaak van een samenleving. 'Waar elders heb je het recht om uren in de armen van een ander –(bekende of onbekende, oud of jong) te vertoeven, met de hele omgeving als getuige?'

Europa is duidelijk weer verbaasd om een winter mee te maken: terwijl ik in Parijs Charles De Gaule aankom en merk hoezeer iedereen in rep en roer is vanwege alle vlucht- en treinvertragingen, kan ik enkel glimlachen vanwege het contrast waar ik net vandaan kom. De realiteit van de wereld is meer dan deze sneeuwval, geloof me, ook al lijkt het hier alomtegenwoordig. Er zijn zomers elders, in het hier en nu.

Ik kom namelijk uit Buenos Aires. Een professionele uitnodiging maakte het voor me mogelijk daar te werken als choreograaf met tangodansers. Daar wil ik het even over hebben, om de kou en chaos even van me af te schudden, terwijl ik op een vertraagde overboekte trein wacht, gaat m’n hoofd terug naar toen.

Tango

Ze luisteren naar een gemeenschappelijke stilte, dat is wat ik denk te zien. De ogen dicht of teneergeslagen. Kijken hoeft hier niet. Misschien zien ze al genoeg de hele dag door. Wat de reden ook zij, iedereen die zich hier op de dansruimte waagt, neemt het moment op, in een zelfgecreëerde duisternis. Waarom zou je ook je ogen openen, je weet dat je niet alleen bent, de ander is zo dichtbij, en houdt je vast. Meer heb je vaak niet nodig, het samenzijn stelt je gerust, brengt je vertrouwen. In de armen van de andere ben je veilig. En de muziek leidt je passen. Steeds weer in cirkels, vooruit en achteruit. De ruimte en tijd in.

Vanop de zijlijn, zittend op een stoel, hou ik m’n ogen wel open. Ik zie hoe ze elkaar aanvoelen, alsof ze ieder moment een nieuwe beslissing kunnen nemen en alles weer kunnen veranderen in een handomdraai. In die zin is het spannend, je weet nooit werkelijk waar een koppel heen zal gaan. Een lichaam blijft even zweven in een besluit dat zich aan het vormen is. Een rechterhand op de rug, de linkerzijde van de andere, en zacht worden er lichaamsgolven doorgestuurd die de benen begeleiden van de attente partner. Voor je het weet, zijn ze aan de andere kant van de zaal, hun ogen nog steeds dicht. Ik blijf kijken, op het puntje van m’n stoel.

De leidende danspartners hebben een zekere autoriteit, maar vooral ook, verantwoordelijkheid. Ze moeten weten waarheen, waarom, wanneer en hoe. De luisterende partners zijn weliswaar niet minder actief, eerder meer attent. Ze volgen, maar geven commentaar, accepteren, begrijpen, voelen of niet het ingeslagen pad. Het is mooi te zien hoe de ene vertrouwt in de keuzes van de andere, zonder er het slachtoffer van te worden. De partners menen het goed met elkaar, er is geen reden tot wantrouwen. Ze inspireren elkaar ook, door een vernuftig spel van actie en reactie wordt een zelfregulerende beweging in gang gezet die in de mooiste gevallen beide partners kan verrassen. Er is voor hen plots geen kiezen meer, enkel de stroom en het gevolg van deze relatie-dynamiek. De dans overkomt hen, neemt het over.

Ze delen elkaars gewicht, de ene steunend op de andere. Zo wordt het lichaam en het leven voor beiden draaglijker. Op andere momenten spelen ze met tegengewicht, als in een wals ligt de ene in de ondersteunende arm van de andere. Naar elkaar toe -als twee spelkaarten die elkaar ondersteunen in een driehoekvorm- werkt het met de zwaartekracht mee. Van elkaar weg leunen werkt er dan weer tegenin, en brengt hen in een hogere versnelling, via de centrifugale kracht van hun bewegingen.

De passen zijn eenvoudig, of zo lijkt het toch. Rechter, linker, daarna, rechter, linker, rechter, dan weer linker, rechtervoet… en ze beginnen opnieuw. De basispas in zes tellen over acht met kleine versnellingen en vertragingen. Maar het is allemaal nuance en grijze zones, het is noch vierkant, noch zwart-wit. Het is eerder vol stilte en verrassing, en de basispas is slechts een referentie om steeds van af te wijken… de regel die ze haast nooit volgen.

Als een cirkelvormige koppel-processie, als hemellichamen worden ze in de baan van een fictief sterrenstelsel gehouden. Het heeft inderdaad wel iets kosmisch, als je het vanop een afstand bekijkt, iedereen is in het spoor van de anderen, alles draait rond het centrum van de ruimte. Zelfs als het speelvlak overbevolkt geraakt, draait iedereen mee met de onzichtbare stroom. Het is een draaikolk, een schijnbaar slowmotion mensen-orkaan. En toch… ieders ogen blijven nog steeds dicht. Er is vertrouwen in de menigte, in de massa, in de mensheid hier. De veroordeling der blikken is overbodig op de dansvloer, het gaat om hoe je elkaar aanvoelt, niet om hoe je eruitziet. Nochtans is iedereen erg elegant, sexy of degelijk aangekleed, dat is dan weer erg entertainend voor mensen als ik, mensen aan de zijlijn.

Aan de zijlijn

Vanop de oevers van dit dansmeer word ik gehypnotizeerd, maar ook soms wel vervreemd. Het is moeilijk jezelf daarin voor te stellen, je krijgt het gevoel dat je misschien wel in ieders vaarwater zou liggen, als een onvoorbereide boot die een storm trotseert. Dus blijf ik rustig zitten en kijk verder. Uiteindelijk is er ook zo veel te beleven als toeschouwer. Ik kijk hier weliswaar niet naar een wedstrijd, maar eerder naar een ingetogen, minimalistische voorstelling.

Bij de meer gevorderde koppels gebeuren er spannende passen, het gebeurt allemaal “onder de gordel”… Met welgerichte begeleiding en overtuigend allure, zie ik iemands been verdwijnen tussen dat van hun danspartner. Of plots slaat er een been als een tijgerstaart de lucht in, om zich weer te vouwen rond het lichaam van de andere. Met gewaagde gancho’s komt er een speels element in de dans, met saccada’s dan weer een pinball-effect. En zo zijn er ook boleo’s, enz… specifieke technische benamingen voor uiteenlopende danspassen, die op een oneindig aantal combinaties aan elkaar kunnen verbonden worden. Het is als een alfabet, een ware taal, met grammaticale regels en al. De benen van de ene danser zijn in duidelijke dialoog met de benen van de andere. Het is een waar gesprek.

Tango is een metafoor voor onze dagelijkse omgang met anderen. Door de ervaring leer je steeds weer bij, stelselmatig maak je minder vergissingen, en na een tijdje voel je de stroom, vind je je plek, neem je je keuzes en volgen de anderen zonder je suggesties in twijfel te trekken.

Zoals in een andere populaire favoriete spelvorm in deze legendarische stad -het overberoemde voetbal in Argentinië- pakken sommigen graag uit met hun knap benenspel. Het resultaat is verrassend, soms zelfs wild. Voor sommigen komt er hier en daar dus werkelijk wel wat virtuositeit aan te pas.

Maar dan gaan m’n ogen weer naar het bovenlijf van de koppels, en ik zie die opgerichte handdruk, bij het ene koppel als een klauw, bij een ander een troostend handdruk, bij de andere een voorzichtig aftasten. Ieders interpretatie is toch weer zo anders, zo veel van de persoonlijkheid van de dansers komt tot uiting in die haast vastgeroeste handen. Het is als een blauwdruk, een landkaart van het menselijk onderbewuste. De lichaamstaal vertaalt nu eenmaal alle gevoelens, en als ik hen allen zie glijden door de balzaal, zijn er twee primaire emoties die in me opkomen_: eenzaamheid_ en samenhorigheid.

Abrazo

Ik kijk en ik zie… zoveel mensen alleen -ook al zijn ze samen. Ikzelf voel me ook verschrikkelijk alleen kijkend naar een koppel. Het hele gebeuren maakt je eenzaam en stil. Tergelijkertijd zie ik ook die zoektocht naar de andere in de omarming, de abrazo, zoals ze dat hier noemen.

Waarschijnlijk raakt dat me nog het meest. Waar elders heb je het recht om uren in de armen van een ander –(bekende of onbekende, oud of jong) te vertoeven, dit met de hele omgeving als getuige in deze dansparochie? Het lijkt op bepaalde momenten een omarming van troost, als op een begrafenis waar je de overblijvende familieleden minutenlang vasthoudt om het leed te delen, om hoop te geven na het verlies.

Dan weer als de muziek wat speelser wordt, als het haast als een circusdeuntje klinkt, zie je een kinderlijk plezier in de omarming, alsof je terug in de armen van je moeder of vader zit toen je klein was, het worden speelse en onschuldige uitwisselingen. Maar onschuldig betekent niet zinloos of oppervlakkig; je voelt een essentiële noodzaak bij de mensen, ze zoeken elkaar op voor deze ervaring, voor het verbreken der eenzaamheid. Hoe kan het ook anders, het dagdagelijkse leven biedt veel minder troost hier, er loopt ook zoveel mis in dit land, in deze stad, in deze wereld. Deze dans, dit ritueel brengt soelaas, het brengt letterlijk een ondersteuning, het brengt de mensen samen op de meest primitieve, en dus ook essentiële, manier.

Als ik het allemaal vanuit die hoek bekijk, wordt ik overrompeld door de waarde ervan, het lijkt plots zo belangrijk, zo’n primaire menselijke nood.

Die omarming is hetgeen ik zo uitzonderlijk vind in deze cultuur. Ja, ik heb soefi-dansers in Turkije zien draaien, of Shaolin-monniken in China een eigen vorm van tai chi zien beoefenen in groep, maar hier zie ik koppels elkaar dragen en ondersteunen, het raakt me zo veel dieper hierdoor, het maakt het zelfs haast spiritueler voor me.

Het gebeurt per twee… samen… het is werkelijk een relatie. Het is geen relatie tot een al-dan-niet ingebeelde kracht of godheid van buitenaf, men danst vol vertrouwen in de concrete medemens, het is een vorm van naastenliefde. Natuurlijk is de algemene regel verstijfd in het man-vrouw rollenpatroon, maar bij het leren alsook in bepaalde avonden, kunnen zowel twee dames met elkaar dansen als twee heren. De tango geschiedenis zelf toont ook hoe het ontstaan ervan eerder lag in relaties van mensen met hetzelfde geslacht. Maar het maakt niet uit, het gaat over twee mensen samen, dat is wat ontroert en het zo mooi maakt. Het maakt het menselijk… zo heilig en broos ook.

Verslaving

Nog steeds aan de zijlijn, nog steeds op m’n stoel, begin ik de tangoverslaving bij sommige mensen dan toch, te begrijpen. Het werkt als een drug, het is een ritueel, een paringsdans, een troost, een bevrijding, een geruststelling, een thuiskomst,… en zo veel meer. De nabijheid van je danspartner, je kan hem ruiken en voelt zijn of haar warmte en handdruk; zo zeldzaam is het om het privilege te hebben zo dichtbij een ander te komen. Enkel onder zeer bepaalde regels mag zoiets. Hier krijg je de kans drie keer met dezelfde persoon de dansvloer te delen, en elkaar er werkelijk te ontmoeten en aan te voelen.

Leuk detail, tussenin die zeer gevoelige, geconcentreerde en heilige dansmomenten, slaan de partners een surrealistisch praatje op de dansvloer, plots staat iedereen te kletsen voor 30 seconden tot het volgende liedje haar intrede doet.

Tango staat het allemaal toe, het hoort bij het ritueel.

Pas op, je moet je er wel op voorbereiden, wanneer iemand zich in je armen begeeft, heb je een grote verantwoordelijkheid. Je moet weten waarheen, waarom, hoe en wanneer. Het is een levensles in leiderschap. Zoals in andere disciplines, voel je hoe je kennis in deze kunstvorm, zich kan vertalen in het dagelijks leven. Het woord improvisatie is daarin absoluut niet mis te verstaan. Men kan enkel improviseren met de juiste ervaring, het gaat gepaard met veel vallen en opstaan.

Zoals in het leven trap je op elkaars tenen, of mis je elkaars ritme, je twijfelt over welke richting te nemen of voor te stellen, met wie je werkelijk de stap waagt, hoe je keuzes communiceert aan het lichaam van de andere, en de keuzes voor je eigen stappen erdoor niet vergeet te maken ook. Tango is een metafoor voor onze dagelijkse omgang met anderen. Door de ervaring leer je steeds weer bij,  stelselmatig maak je minder vergissingen, en na een tijdje voel je de stroom, vind je je plek, neem je je keuzes en volgen de anderen zonder je suggesties in  twijfel te trekken.

Epiloog

…er valt nog zoveel te vertellen over tango, maar ik laat het hierbij, ik moet immers weer verder het echte leven in doorheen de winter en haar opdringerige sneeuw. De milonga in het zomerse Buenos Aires wordt slechts een droom, een verre kerk waar ik effe op adem kon komen, m’n batterijen kon opladen om me voor te bereiden op de veel complexere stroom van de dagdagelijkse realiteit hier in het winterse Europa. Maar het valt me op dat ik er nu weer beter tegen kan. Ook dat is dus tango, het geeft vertrouwen in de ritmes van de seizoenen, en dat van je medemensen. In haar melancholie ligt een kiem van hoop.