De klimaatgeschiedenis ondersteunt dappere directe acties om fossiele brandstoffen in de grond te houden

Opinie

De klimaatgeschiedenis ondersteunt dappere directe acties om fossiele brandstoffen in de grond te houden

De klimaatgeschiedenis ondersteunt dappere directe acties om fossiele brandstoffen in de grond te houden
De klimaatgeschiedenis ondersteunt dappere directe acties om fossiele brandstoffen in de grond te houden

Duizenden actievoerders hebben een steenkoolmijn in de buurt van Keulen bezet – de grootste alleenstaande CO2-uitstoter in Europa. De geschiedenis staat aan hun kant, zeker nu politici er niet in slagen om de klimaatwetenschap in acht te nemen.

Tim Wagner/Ende Gelände (CC BY-SA 2.0)

Ende Gelände in de buurt van Keulen afgelopen maand.

Tim Wagner/Ende Gelände (CC BY-SA 2.0)​

Link

Lees ook de reportage van Tine Hens Klimaatactie Ende Gelände: ‘Tot hier en niet verder!’

In een ondertussen jaarlijkse zomertraditie pakten mensen uit heel Europa eind augustus hun koffers voor een aangenaam verblijf in een… steenkoolmijn. In de buurt van Keulen, tijdens de Ende Gëlande actie, hebben duizenden mensen Europa’s grootste alleenstaande bron van CO2 uitstoot voor het derde jaar op rij bestormd en bezet. Met zo’n 6000 deelnemers was de 2017 editie de grootste tot nu toe.

Om te begrijpen waarom wetenschappers zoals de eminente professor Joan Martinez Alier dergelijke acties steunen, moeten we de feiten op een rijtje zetten. Terwijl wereldleiders sinds 1995 tweeëntwintig VN-meetings hebben gehouden om de klimaatcrisis aan te pakken, is de jaarlijkse globale uitstoot van fossiele brandstoffen gestegen van 6000 tot 10.000 miljoen ton koolstof.

Het gevolg is dat het huidige beleid aanstuurt op een opwarming van 3.6°C of 4.1°C in 2100 als het meest waarschijnlijke scenario. De New York Times (NYT) heeft de worst case scenario’s samengebracht in The Uninhabitable Earth, gebaseerd op interviews met ’s werelds meest befaamde klimaatwetenschappers.

Deze scenario’s zijn niet te bevatten voor de meeste mensen vandaag. In de geschiedenis van de aarde heeft er waarschijnlijk een stijging van 5°C in slechts 13 jaar plaatsgevonden. Als dat opnieuw zou gebeuren, zou de titel van het NYT artikel niet zo ver gezocht zijn. Dan zal er ook geen Houston meer zijn om te bellen als we een probleem hebben.

De politiek

Het klimaatakkoord van Parijs stelt correct dat we moeten proberen om de opwarming van de aarde tot minder dan 2 graden Celsius te beperken. Maar het is een waanidee om te denken dat we hiervoor op koers zitten. De kloof tussen de hoge verwachtingen in het klimaatakkoord van Parijs en de realiteit (we hebben juist driemaal op het warmste jaar ooit gehad) zal niet gedicht raken met vrijwillig nationaal vastgelegde bijdragen.

De realiteit is simpel: wanneer fossiele brandstoffen ontgonnen worden, zullen ze verbrand worden.

Het akkoord van Parijs is hooguit een papieren tijger: landen kunnen doen wat ze willen en zich terugtrekken wanneer ze willen. De realiteit is simpel: wanneer fossiele brandstoffen ontgonnen worden, zullen ze verbrand worden. De realiteit is dat we ze zoveel mogelijk ondergronds moeten houden.

Duitsland is een goede plaats om steenkoolontginning bij de bron te stoppen – wat het doel is van de Ende Gëlande actie. Historisch gezien hebben slechts 5 landen meer broeikasgassen per capita uitgestoten dan Duitsland, allemaal westerse landen. Dat brengt ons bij het historische perspectief op antropogene klimaatverandering.

Het Antropoceen: wie heeft het gedaan?

Tussen 1850 en 2007 heeft de VS 29% van ‘s werelds totale broeikasgasemissies uitgestoten. Op de tweede plaats, maar met een veel grotere bevolking, staat China – met slechts 9%.

Rikard Warlenius van de LUND Universiteit schrijft in zijn doctoraatsthesis: 'Huidige klimaatakkoorden weerspiegelen geen overwegingen van rechtvaardigheid of historische verantwoordelijkheid. Ontwikkelde landen hebben disproportionele hoeveelheden koolstofdioxide uitgestoten en de daaruit voortvloeiende klimaatverandering heeft een onevenredige invloed op arme landen.'

Deze historische emissiebalans wordt niet langer vertaald in verschillende verantwoordelijkheden. De verwaarlozing en onverschilligheid tegenover de geschiedenis heeft plaatsgevonden ondanks vele stemmen die oproepen tot een eerlijke overeenkomst die de “klimaatschuld” van ontwikkelde landen serieus neemt.

De beweging voor klimaatrechtvaardigheid, de ontwikkelingslanden, veel filosofen en politieke theoretici en zelfs de paus hebben benadrukt dat er een “ware ecologische schuld bestaat”.

De beweging voor klimaatrechtvaardigheid, de ontwikkelingslanden, veel filosofen en politieke theoretici en zelfs de paus hebben benadrukt dat er een 'ware ecologische schuld bestaat'.

In zijn tekst Laudato Si, claimt Paus Fransiscus dat ‘de ontwikkelde landen deze schuld moeten helpen afbetalen door hun consumptie van niet-hernieuwbare energie drastisch te verminderen en door armere landen te helpen in het ondersteunen van een beleid en programma’s voor duurzame ontwikkeling.’ Hij schreef ook dat ‘er een dringende nood is aan het berekenen van het gebruik van milieuruimten wereldwijd voor het afzetten van gasresiduen.’

Warlenius’ doctoraatsthesis beantwoordt deze nood door het berekenen van de klimaatschuld van de meeste naties. Hij berekent de “sinks appropriations”, d.w.z. het disproportionele gebruik van de atmosfeer, de oceanen en nieuwe vegetatie door de rijken om hun buitensporige uitstoot van koolstofdioxide te dumpen.

De resultaten becijferen de oneven verdeling tussen landen wat betreft de historische verantwoordelijkheid voor de klimaatverandering. Deze oneven verdeling volgt grotendeels de kloof tussen Noord en Zuid. Warlenius ijvert sterk voor het toekennen van betalingen voor maatregelen die helpen om de klimaatontwrichting te verzachten en ons aan te passen aan deze veranderingen in verhouding tot de historische verantwoordelijkheid.

Een klimaatschuld

Het concept klimaatschuld is sterk geworteld in de beweging rond klimaatrechtvaardigheid. De oorsprong van het bredere concept ecologische schuld kan herleid worden tot milieubewegingen, voornamelijk in Latijns Amerika, in het begin van de jaren negentig.

Door te verwijzen naar het bestaan van een ecologische schuld die groter is dan de financiële schuld, veranderde de richting van de achterstallige schulden. Dat idee is zo krachtig dat het niet meer weg te denken is.

Het is een samenloop van drie belangrijke stromingen: de milieubeweging die mobiliseert voor de 1992 Rio Earth Summit, de herinnering aan 500 jaar antikoloniaal verzet en de toen toenemende strijd voor externe schuldverlichting. Door te verwijzen naar het bestaan van een ecologische schuld die groter is dan de financiële schuld, veranderde de richting van de achterstallige schulden. Dat idee is zo krachtig dat het niet meer weg te denken is.

Ecologische schuld (en klimaatschuld) is ook analytisch gekoppeld aan het gelijkaardige concept ecologisch ongelijke uitwisseling dat zijn wortels heeft in de academische wereld eerder dan in het middenveld.

Het concept kan teruggevoerd worden tot Karl Marx, de Duitse filosoof en socialist, maar meer recent tot politieke ecologisten van de jaren 90 en 2000. Warlenius besluit dat de relatie tussen de concepten geformaliseerd kan worden op deze manier: 'De netto stromen van natuurlijke hulpbronnen, andere producten, afvalstoffen en sink appropriations noemen we ecologisch ongelijke uitwisseling. De cumulatieve voorraad die voortvloeit uit deze historische netto stromen, noemen we ecologische schuld.'

Van verleden naar toekomst

Is het verleden vandaag van belang?

Wanneer mensen ontginningssites van fossiele brandstoffen bezetten, zullen zij de geschiedenis aan hun kant vinden.

Terwijl het klimaatakkoord van Parijs verklaarde dat er “geen aansprakelijkheid” was voor de uitstoot van broeikasgassen en het concept “verlies en schade” liet vallen in de uiteindelijke onderhandelingen, beweert Warlenius dat ‘van zodra een serieuzere poging ondernomen wordt om de uitstoot van broeikasgassen voldoende te verminderen, ook de problemen van globale rechtvaardigheid, bindende doelen, historische verantwoordelijkheid en herstelbetalingen weer de kop op zullen steken.’

Acties zoals Ende Gëlande beantwoorden zowel aan de acute nood om fossiele brandstoffen in de grond te houden als aan de historische verantwoordelijkheid van Duitsland. Hetzelfde geldt voor acties in de meeste Westerse naties. Wanneer mensen in het Westen ontginningssites van fossiele brandstoffen bezetten, zullen zij wellicht de politie het hoofd moeten bieden, maar ze zullen wetenschappers en de geschiedenis aan hun kant vinden.

Dit artikel verscheen eerder in The Ecologist. Vertaling: Hanne Van Regemortel.