De krachtmeting in Frankrijk gaat verder

Stephen Bouquin

16 juni 2016
Opinie

De krachtmeting in Frankrijk gaat verder

De krachtmeting in Frankrijk gaat verder
De krachtmeting in Frankrijk gaat verder

Het komt nagenoeg niet in de Vlaamse media maar toch staat Frankrijk sinds meer dan drie maanden op stelten door aanhoudend sociaal protest. Begin deze week vond een nieuwe protestdag plaats met een monsterbetoging in Parijs. De aanleiding van het protest is een diepgaande hervorming van de arbeidswetgeving, beter bekend als de wet-El Khomri. Arbeidssocioloog Stephen Bouquin kijkt naar de inzet van dit sociaal conflict. 'Een overwinning ligt binnen handbereik en dat zou veel veranderen, niet het minst voor de sociale acties tegen de wet-Peeters in België.'

De centrale inzet van het wetsontwerp-El Komri wordt gevormd door de omkering van de ‘hiërarchie der normen’. Concreet: de wet begraaft een arbeidscodex (code du travail) die alle loontrekkenden voorziet van beschermende rechten inzake verloning, anciënniteit, loopbaan, ontslag, arbeidsduur, rustpauzes en de werking van arbeidsrechtbanken.

In een land met een syndicalisatiegraad van amper 8% is het normaal dat veel bij wet wordt geregeld. Landen met een syndicalisatiegraad van 50% of meer, zoals bij ons en in Scandinavische landen, kunnen cao’s ook voor sociale bescherming en regulering zorgen.

Sociaal overleg ondersteboven

Concreet maakt de wet-El Khomri een 60-uren week mogelijk, kan de arbeidstijd verhoogd worden zonder loonaanpassing, kunnen de rustpauzes of overuren niet meer betaald worden.

In Frankrijk is de sociale wetgeving dubbel zoveel waard. Het is de sokkel waarop de interprofessionele akkoorden, de sectorale akkoorden en de bedrijfsakkoorden kunnen steunen. Bedrijfs-cao’s mogen nooit onder het niveau gaan van het sectorale niveau dat op haar beurt nooit afbreuk mag doen aan het interprofessionele niveau. De hiërarchie der normen zorgt ervoor dat ook in KMO’s zonder syndicale vertegenwoordiging de algemene sectorale normen van toepassing zijn. Idem wat een interprofessioneel akoord (IPA) of de sociale wetgeving tout court betreft.

De wet-El Khomri wenst deze hiërarchie te doorbreken en maakt het mogelijk dat een bedrijfsakkoord of een akkoord binnen een bedrijfseenheid onder het niveau gaat van de sector, van het IPA en zelfs van de wet. Om deze toe te staan volstaat het dat er zich ‘speciale omstandigheden’ voordoen zoals een onderneming in economische moeilijkheden (maar dan los van de situatie van het concern op nationaal of multinationaal vlak) of dat er een meerderheid van de werknemers zich uitspreekt voor afwijkende bepalingen.

Concreet maakt de wet El Khomri een 60-uren week mogelijk, kan de arbeidstijd verhoogd worden zonder loonaanpassing, kunnen de rustpauzes of overuren niet meer betaald worden.

Sociale dumping

Elke syndicalist beseft dat dit de deur wagenwijd openzet voor sociale dumping. Van zodra een onderneming door ‘de vloer’ gaat zal het niet lang duren vooraleer de concurrenten hetzelfde doen. Natuurlijk hanteert de wet het begrip van ‘economische moeilijkheden’ maar de definitie ervan blijft zeer vaag. Een daling van het zakencijfer gedurende drie maanden is voldoende om overleg over afwijkende bepalingen te starten.

Het referendum om een bedrijfsakkoord af te sluiten is evenmin een grendel maar eerder een middel om de syndicale tegenmacht te omzeilen. Hoeveel werkers gaan er neen zeggen wanneer ze dreigen hun job te verliezen?

De wet wil eveneens de arbeidstijd in grote mate dereguleren. De minimale rust van 11 uur tussen twee shiften moet er aan geloven. Het volume uren waarbij men beschikbaar blijft zonder daarom arbeidstaken te presteren zal opgetrokken worden. De gemiddelde arbeidstijd wordt op driejaarlijkse basis berekend en de maximale wekelijkse arbeidsduur kan 46 uur en uitzonderlijk 60u bedragen.

De wet wil eveneens de arbeidstijd in grote mate dereguleren.

Overuren worden pas vanaf het 25ste uur geteld in plaats van de 10 uren die vandaag gelden. Een vorig IPA voorzag dat deeltijds werknemers minstens 24 uur per week zouden werken opdat werkende armoede zou bestreden worden. Deze nooit toegepaste bepaling wordt nu onderuit gehaald.

Bij onrechtmatig ontslag kan een werknemer maximaal 15 maanden loon krijgen na erkenning ervan door de arbeidsrechtbank, ook al heeft hij/zij een anciënniteit van 20 jaar of meer. Indien een werknemer een aanpassing van zijn arbeidscontract weigert, bijvoorbeeld inzake arbeidsduur, kan hij ontslagen worden. Dit betekent dat het aantal arbeidsuren de facto wordt losgekoppeld van het arbeidscontract daar waar voordien de contractuele relatie expliciet melding diende te maken van het aantal werkuren.

Force Ouvrière (CC BY-NC 2.0)

Ook de linkse Franse vakbonden verzetten zich tegen de arbeidshervorming van Hollande en Valls.

Force Ouvrière (CC BY-NC 2.0)​

Een wet van sociale vooruitgang?

De wet wordt voorgesteld als een moderniseringshefboom van het economisch weefsel. Decentralisatie van sociaal overleg zou automatisch tot voordelen leiden. Elke flexibilisering zal een tegemoetkoming krijgen, stelt minister Myriam El Khomri naar wie de wet genoemd is.

In Frankrijk is de tewerkstelling bijzonder belabberd. Nagenoeg 20 procent van de werkende populatie bevindt zich in precaire situaties van inkomensonzekerheid. Op de Job Quality Index die het Europees vakverbond heeft uitgewerkt scoort Frankrijk bijzonder slecht. Erger, studies wijzen aan dat de situatie er op achteruit gaat in vergelijking met 2005.

Sommige artikels in de wet worden voorgesteld als een sociale vooruitgang. Met de ‘Compte Personnel Activité’ (persoonlijk activiteitsrekening) krijgt elke werknemer een portfolio die ook sociale rechten overdraagbaar maken van de ene werkgever naar de andere. Enerzijds zal dit de positie van individuele werkers versterken vermits men voortaan ‘trekkingsrechten’ bezit die niet onmiddellijk afhankelijk zijn van de goodwill van de werkgever. Anderzijds versterkt dit ook de ‘vermarkting’ waarbij elkeen zich als individuele ondernemer van zijn/haar human capital moet opstellen.

De portfolio alsook de vertegenwoordiging van vakbonden in KMO’s vormen voor de christelijke CFTC en de CFDT (die als sociaal-liberaal kan getypeerd worden) voldoende redenen om de wet te steunen. Volgens hen is het opblazen van de hiërarchie der normen ook geen probleem. Wat ook correct is vermits beide vakbonden nu al cao’s afsluiten die de arbeidsduur verlengen en lonen bevriezen…

Volgens deze vakbonden is er een nieuwe en vooral andere wetgeving nodig waarbij werkers opnieuw zekerheid krijgen, sociale dumping wordt verhinderd en precariteit actief bestreden.

Maar volgens de CGT, Force Ouvrière (een socialistische én zeer vrijzinnige vakbond) en Solidaires-Sud (een radicaal-linkse vakbond) ondermijnen het overgrote deel van de wetsartikels de collectieve onderhandelingspositie van vakbonden alsook de individuele posities inzake gezondheid en rechtszekerheid. De aanwezigheid in KMO’s is volgens hen een farce want het betreft zowat elke personeelsvertegenwoordiging en dus ook een ‘huisvakbond’…

Volgens deze vakbonden is er een nieuwe en vooral andere wetgeving nodig waarbij werkers opnieuw zekerheid krijgen, sociale dumping wordt verhinderd en precariteit actief bestreden. Zij worden in hun protest ten dele ook gesteund door UNSA (een grote centrale van het overheidspersoneel) en sinds kort ook door de kadervakbond CGC.

Maatschappelijk protest

Op 9 maart is het sociaal verzet losgebroken tijdens een eerste nationale actiedag. De scholieren en studenten mobiliseerden massaal. Tienduizenden jongeren riepen uit volle borst ‘Nous ne sommes pas de chair à patron’ (‘We zijn geen patronaal kanonnenvlees’). De hashtag #OnVautMieuxQueÇa (we zijn meer waard dan dat) heeft nagenoeg één miljoen volgers.

Elke week volgen de stakingsdagen en betogingen elkaar op. De parlementaire besprekingen moeten nog beginnen en de linkervleugel van de PS steunt het sociaal verzet tegen de wet.

Op 31 maart vond een nieuwe grootscheepse actiedag plaats met betogingen in zowat 160 steden en gemeenten. Meer dan 600.000 betogers stapten op in Parijs. François Ruffin, de regisseur van de populaire film Merci Patron en redacteur van het satirisch maandblad Fakir lanceerde samen met econoom Frédéric Lordon een oproep om diezelfde avond niet naar huis te gaan en pleinen te bezetten.

‘Nuit Debout’ was geboren. In Parijs verzamelden 2000 mensen zich op Place de la République en sindsdien gebeurde zowat elke avond hetzelfde. De pleinvergaderingen verspreidden zich over heel Frankrijk.

Patrick Batard (CC BY-NC-ND 2.0)

Nuit Debout: jongeren nemen ‘s nachts Franse pleinen in en discussiëren over een andere wereld.

Patrick Batard (CC BY-NC-ND 2.0)​

Nuit Debout om wat te doen?

In de loop van april vond er een debat plaats tussen Amerikaans antropoloog David Graeber en de Franse econoom Frédéric Lordon. Graeber verdedigde, naar goede gewoonte, de stelling dat er geen eisen moesten gesteld worden maar dat er integendeel vooral acties moesten ondernomen worden waarbij de superrijken, multinationals en het patronaat symbolische doelwitten vormen. Op die manier zou de protestbeweging tegen de wet-El Khomri de bestaande ordening in vraag stellen.

Frédéric Lordon was het daar ten dele mee eens. De protestbeweging moet niet alleen de wet-El Khomri bekampen maar het ook het politiek-institutioneel kader in vraag te stellen. Anders gezegd, het Europees semester en de algemene onderdanigheid ten aanzien van de Europese Unie.

Beide waren akkoord dat een beweging van ‘insubordinatie’, van ongehoorzaamheid en rebellie heel Frankrijk kon door elkaar schudden. Anderen verdedigden een convergentie van sociale strijd waarbij de studerende jeugd en de strijdsectoren erin zouden slagen de  sociale strijd op te tillen tot een échte algemene staking. Nuit Debout en pleinvergaderingen werden gezien als een middel of beter, een ruimte, om dit perspectief te bespreken en dichterbij te brengen.

Op 10 mei besloot de regering de wet door te duwen met een minderheid van parlementairen achter zich.

Eind april begonnen de parlementaire besprekingen van de omstreden wet en op korte tijd waren er 4500 amendementen ingediend, voornamelijk door volksvertegenwoordigers van de PCF en de PS-linkerzijde. Op 10 mei besloot de regering de wet door te duwen met een minderheid van parlementairen achter zich. Premier Manuel Valls gebruikte hierbij artikel 49.3, dat de uitvoerende macht toelaat volmachten in te zetten.

Rechts vond de tekst te afgezwakt, links van de regering vonden bijna 50 PS-parlementsleden de wet onverteerbaar terwijl de ecologisten en communisten zich ook verzetten. De autoritaire houding van de regering vertaalde zich ook in een steeds hardere ordehandhaving of zeg maar, het gebruik van repressie en intimidatie om scholieren en studenten thuis te houden. Nadat ze bestookt werden met pepperspray en granaten volgden talrijke arrestaties. Vanaf midden april werden betogingen dikwijls zonder aanleiding aangevallen door bataljons van de oproerpolitie terwijl in de betogingen zelf agenten in burgers aanwezig waren.

Toenemende repressie en geweld

Het moet gezegd worden dat sinds einde maart vanuit en door de betogers ook steeds meer geweld werd gebruikt tegen bankagentschappen of commerciële vitrines. Autonomen of ‘casseurs’ werden ook beschermd door gewone betogers en elke betoging liet een spoor van vernieling achter. De kwestie van geweld werd meermaals besproken op #NuitDebout maar het merendeel keurde nog steeds fysiek geweld af, al bestond er een zekere tolerantie op vlak van materiële schade.

Anderzijds heeft het hardhandig optreden van de oproerpolitie aan de schoolpoort of ten aanzien van doordeweekse betogers ook heel wat kwaad bloed gezet en bijgedragen tot een radicalisering van heel wat jongeren.

De traditionele 1 mei-betogingen werden bijzonder hardhandig aangepakt door de oproerpolitie. Premier Manuel Valls was duidelijk van plan de protestbeweging te criminaliseren en te marginaliseren. Tevergeefs want halverwege mei schiet de vlam in de pan en breidt het protest uit/

Frankrijk op randje van een algemene staking

Halverwege mei trad de strijd in een stroomversnelling. Verschillende strijdbare sectoren namen het voortouw en lanceerden zich in een ‘grève reconductible’ wat zoveel betekent als een staking die doorgaat.

President François Hollande rekent erop dat het EK Voetbal de protestbeweging zal demoraliseren.

De staking bij de raffinaderijen maakte dat eind mei de helft van de 10.500 pompstations gewoon geen brandstof meer kon verkopen. Daarna namen de spoormannen de fakkel over, ten dele ook met betrekking tot een hervorming binnen de spoorwegen zelf. Deze staking duurde tot 13 juni en verlamde ten dele het gehele spoorwegnet. Gemiddeld reden één op drie TGV’s en amper 1 op 4 wat de regionale verbindingen of nationale intercités betreft. Begin juni werd er ook gestaakt bij de vuilnisophaaldiensten terwijl de stakingen in de energiesector al meermaals stroompannes hebben veroorzaakt.

President François Hollande rekent erop dat het EK Voetbal de protestbeweging zal demoraliseren omdat alle aandacht naar het voetbal gaat. Nagenoeg 60 procent van de Franse bevolking steunt ofwel de acties of is van mening dat de wet beter ingetrokken wordt opdat Frankrijk ‘opnieuw zou functioneren’. Voor vele mensen is de kool het sop niet waard.

De strijd rond de wet-El Khomri is een echte uitputtingsslag geworden die nog een lange maand kan voortduren. Vakbonden hebben in Frankrijk geen stakerskas en stakers verliezen dus hun loon zonder enige compensatie. Daarom wisselen stakers en niet-stakers elkaar af. Het ordewoord van de vakbonden CGT, SUD en Force Ouvrière blijft ‘terugtrekking van de wet-El Khomri’.

Het wetsontwerp wordt sinds half juni in de Senaat besproken, waar rechts een meerderheid heeft. Daarna moet het in tweede lezing terug naar de Assemblée Nationale (Kamer). Dit plaatst de regering in een delicate positie. Ze kan de door rechts geamendeerde versie niet behouden want dan verliest ze de steun van twee vakbonden. Ze moet in tweede lezing de wet herstellen volgens haar eigen visie maar dat betekent dat ze na het gebruik van volmachten begin mei voor een tweede maal het sociale protest negeert.

doubichlou (CC BY-NC-ND 2.0)

Scholieren en studenten mobiliseren massaal tegen de omstreden arbeidswet.

doubichlou (CC BY-NC-ND 2.0)​

Artikel 2

Veel draait rond artikel 2, dat de mogelijkheid schept via een bedrijfsakkoorden zowat de gehele wetgeving en regulering van de arbeidstijd op te blazen. De vakbonden CGT en Force Ouvrière mikken erop dit artikel 2 uit de wet te krijgen. Hieraan toegeven zou een belangrijke overwinning zijn.

De Europese Commissie geeft in samenwerking met de Europese Raad elke zes maanden aanbevelingen in het kader van de Europese semester. Meermaals werd Frankrijk opgeroepen werk te maken van een verregaande flexibilisering van de arbeidsmarkt. Ook de veel te rigide arbeidsverhoudingen, de ontslagregeling of de arbeidsduur moeten versoepeld worden.

Volgens Commissievoorzitter Juncker is de wet-El Khomri het minimum van wat er moet gebeuren in Frankrijk.

Volgens Commissievoorzitter Juncker is de wet-El Khomri het minimum van wat er moet gebeuren in Frankrijk en mag er aan artikel 2 niet geraakt worden.

Ook België ligt in het vizier van de Europa. De agenda is overal dezelfde en drukt perfect uit wat het ‘ordoliberalisme’ is. Al te dikwijls verwart men neoliberalisme met deregulering terwijl men integendeel  alle energie concentreert op de uitbouw van een nieuwe marktconforme wettelijke ordening.

Alle sociale rechten, procedures en collectieve bescherming die obstakels zijn in de winstvorming moeten vervangen worden door een nieuwe wettelijk of contractueel kader dat het omgekeerde doet namelijk overuitbuiting faciliteren en kapitaalaccumulatie ondersteunen.

De arbeidsmarkt moet een vloeibaar gegeven worden waarbij arbeid totaal geatomiseerd achter blijft en elkeen zich ‘vrijwillig’ onderwerpt aan de opdrachtgever, de werkgever en de onderneming. Kennis en vaardigheden moeten volwaardig ter beschikking staan van het kapitaal en welzijn, gezondheid op het werk en een sociaal leven naast arbeid moeten hiervoor wijken.

François Hollande en Manuel Valls zijn geneigd hun beleid door te zetten en brengen nog liever de PS tot zinken dan bakzeil te halen. Zij wensen zich te houden aan de afspraken met Wolfgang Schauble en Sigmar Gabriel. Voor hen en het overgrote deel van de sociaaldemocratie betekent crisismanagement het toepassen van de Duitse Hartz-hervormingen op Frankrijk.

Dit zal precarisering verder aanwakkeren en kwaad bloed zetten onder de bevolking. Marine Le Pen zal de eerste zijn om ervan te profiteren al roept zij op tot het verbod van alle betogingen.

Het ongenoegen zit echter diep en het sociaal protest heeft het bewustzijn aangescherpt. Het sociaal verzet heeft ook de baan geruimd voor een nieuwe politieke kracht ter linkerzijde. Belangrijke toegevingen aan de eisen van de protestbeweging zouden alleszins een overwinning zijn, in Europa de eerste overwinning sinds het begin van de financiële crisis.

Het betekent dat de ‘ordoliberale’ pletwals tot stilstand kan gebracht worden en dat zal ook het sociaal protest in België een hart onder riem moeten steken.

Stephen Bouquin is hoogleraar aan de Universiteit Evry-ParisSud en woordvoerder van de linkse beweging Rood!