Een steen door de kapitalistische etalage of eigen ruiten ingooien?

Peter Terryn, Robrecht Vanderbeeken, Francine Mestrum en Gie Goris

14 juli 2017
Opinie

Een steen door de kapitalistische etalage of eigen ruiten ingooien?

Een steen door de kapitalistische etalage of eigen ruiten ingooien?
Een steen door de kapitalistische etalage of eigen ruiten ingooien?

Discussies op sociale media zinken vaak weg in scheldpartijen waarin de mening van de andere onzin wordt en de argumenten van de overzijde pathetisch. Maar het kan ook anders. Deze week resulteerde een kleine socialemediastorm in rustige en weloverwogen opinies over protest, verzet en de vraag of en wanneer geweld nodig dan wel schadelijk is.

Begin deze week publiceerde Gie Goris Tolereer geweld niet, het schaadt verzet, een commentaar waarin hij stelde dat het straatgeweld in Hamburg het hele verzet tegen de G20-top in een kwaad daglicht stelde. Daarop kwam op Facebook een stroom reacties, vaak van actievoerders die wezen op het geweld van het systeem dat vertegenwoordigd wordt door de leiders van de grootste landen en economieën, of op de beperkte impact van vreedzaam demonstreren op de fundamentele machtsverhoudingen in de wereld.

Een van de meest uitgebreide en beter geargumenteerde reacties kwam van Peter Terryn, ook wel gekend als minister van Agitatie. Zijn See the violence inherent in the system lokte opnieuw discussie uit. Robrecht Vanderbeeken, secretaris van ACOD Cultuur, voerde dat debat terug naar de oorspronkelijke vraagstelling over de impact en effectiviteit van straatgeweld op grote manifestaties. Hij deed dat in drie heldere vragen. Peter Terryn antwoordde daarop met een nieuwe tekst -Mandela zou het zo gewild hebben. We publiceren hieronder Vanderbeekens drie vragen, Terryns uitgebreide antwoord, en de reacties die zowel Vanderbeeken als Gie Goris op Terryns Mandela gaven. Als afsluiter voegen we de mening toe van Francine Mestrum, lid van de internationale raad van het Wereld Sociaal Forum. Zij schreef voor Uitpers De G-20, media en geweld, een stuk dat vooral het gebrek aan inhoudelijke berichtgeving over de G20-top en de protesten aanklaagt, maar op het einde gaat ze ook in op de discussie over straatgeweld die gelanceerd werd door de opinie op MO*.

Robert Oosterbroek / Bas van Setten

Robert Oosterbroek / Bas van Setten​

1. Drie vragen over straatgeweld (Robrecht Vanderbeeken)

Parasitair betogen

Er zijn veel voorbeelden te geven van protest waarvoor organisaties veel mobilisatie-inspanningen pleegden die dan door autonomen doorkruist worden omdat ze in weerwil van de hele opzet snel even een andere actievorm komen toevoegen: stenen, brandbommen, beschadigingen. Dat is laf: organiseer dan je eigen acties en kom niet pas uit je luie stoel zodra er ergens iets te rebelleren valt. Je kan je zo ook wegsteken in de anonimiteit en de verantwoordelijkheid doorschuiven naar de organisatoren. Uiteraard is het zo dat dit soort geweld veel mensen wegjaagt. Een betoging heeft pas impact als je massa genereert, geweld werkt dan contraproductief. Ik vind het doorgaans ook egoïstisch: enkelen die zichzelf willen bevestigend zien als de ware revolutionair (en dikwijls gewoon een excuus willen om eens de beer uit te laten). Gevolg: de overheid heeft een pretext om bijvoorbeeld het stakingsrecht af te bouwen, de vakbonden of andere beweging als terroristen weg te zetten. Zeker als er doden vallen.

Foute symbolen

Ook al is een brandende auto in de straat een veelzeggend symbool, je treft er wel particulieren mee

Je roept eigenlijk kritiekloos op voor geweld ‘tegen het systeem’. Zelf ben je slim genoeg om op tijd de kat uit de boom te kijken, maar het zijn anderen die zich dan voluit laten gaan, opgepakt worden, veroordeeld… is dat dan de manier om mensen te politiseren? Als je geweld als actievorm wilt, durf het dan ook zelf organiseren en gericht aan te pakken: banken, Panama-rijkaards, industriële sites. Dan is het voor een breed publiek ook duidelijk wat je object van woede is.

Ook al is een brandende auto in de straat een veelzeggend symbool, je treft er wel particulieren mee. Winkelruiten inslaan of macdo’s in brand steken, daarmee kom je ook niet verder dan een uiting van geweld tegen consumentisme. Is dat de elite aanpakken? Bovendien doe je aan symptoombestrijding. Als je consumentisme weg wil, dan ga je dat niet oplossen door winkels aan te vallen). Nog een probleem is dat chaotisch geweld ook binnen de kortste keren door de elites gebruikt kan worden om een linkse mobilisatie te neutraliseren. Kijk naar wat er in Venezuela gebeurt, false flag, angst zaaien…

Burgertrut

Wat ik wel behoorlijk arrogant vind is dat je zelf even gaat bepalen wat verzet is, al de rest is dan protest. Is passief verzet dan geen verzet? Rosa Parks? Was de Women’s March geen daad van verzet? Waarom zou verzet pas beginnen als er stenen gegooid worden? Ik blijf het een psychologische aangelegenheid vinden: eerder dan om verzet gaat het om willen provoceren. Een fascinatie voor geweld als acting-out voor de frustratie dat jaren activisme niet meteen de grote omwenteling veroorzaakt.

Je leest dit ook in al de reacties: ‘We zijn het beu om op betogingen van Brussel Noord naar Brussel Zuid te lopen’, acties zijn pas “radicaal” als je geweld gebruikt, dat zou ontbreken. Hart Boven Hard zijn softies, ook al brengen ze een scherpe boodschap en proberen ze op een andere manier te mobiliseren en mensen samen te brengen die voordien nooit kwamen betogen. Het zijn kortom “de anderen” die nu plots de revolutie verraden en “wij” zijn de echte revolutionairen. Dat is “onze” identiteit die “wij” bevestigd willen zien door eens aan te geven op Facebook hoe wij over geweld denken en wat wij durven. Dikwijls heel creatief allemaal. Maar wat schiet je daarmee op, buiten het eigen ego strelen? Ik zie het echt niet, enlighten me. Ik zal wel een burgertrut zijn.

Robert Oosterbroek / Bas van Setten

Robert Oosterbroek / Bas van Setten​

2. Mandela zou het zo gewild hebben (Peter Terryn)

Ik ken in ons land niet zo veel voorbeelden van protest waarvoor organisaties veel mobilisatie-inspanningen pleegden die dan door autonomen doorkruist worden omdat ze in weerwil van de hele opzet snel even een andere actievorm komen toevoegen. Je hebt natuurlijk de recente vakbondsbetogingen in ons land. Maar daar ging het veeleer om delen van de vakbond zelf die op het einde van de betoging - bijna traditiegetrouw en sommigen met een stevig stuk in hun voeten - de confrontatie met de politie aangingen.

Een Belgisch Black Bloc?

Ik noem het “traditiegetrouw” omdat we allemaal weten dat bij dergelijke massabetogingen de politie zich in gevechtstenue en met waterkanonnen opstelt aan de Hallepoort aan het Zuidstation en dat “heethoofden” in die open val trappen en de politie te lijf gaan of daar pogingen toe ondernemen. De cameraploegen staan er ook braafjes te wachten tot het zo ver is. Als je de beelden bekijkt, zie je dat het gros van die ‘amokmakers’ geen mensen van een black bloc zijn en dat ze vaak niet eens hun gezicht bedekken. Denken we maar aan de onfortuinlijke Tanguy die commissaris Vandersmissen een stevige klap toebracht. Veel van de betrokkenen lopen daar met hun rode (en in mindere mate groene) vakbondsjasjes en improviseren ter plekke. Voor zo ver ik dat soort relletjes kan inschatten, staat dat tamelijk ver af van wat je suggereert. Het gaat daarbij zelden om meer dan 50 à 100 man, bij gelegenheid aangevuld met dronken Antwerpse havenarbeiders als ze er zin in hebben.

We kennen in ons land het fenomeen van een black bloc niet echt. Tenzij je een groepje van dertig in het zwart geklede anarchisten en jongeren als black bloc zou omschrijven. Het is hen te veel eer aandoen.

Soms mengen zich daar ook wel eens autonomen of anarchisten tussen die eveneens de politie aanvallen. Maar we kennen in ons land het fenomeen van een black bloc niet echt. We zijn daarvoor als land te klein, denk ik. Tenzij je een groepje van dertig in het zwart geklede anarchisten en jongeren - die wellicht stuk voor stuk bij de politie bekend zijn - als black bloc zou omschrijven. Het is hen te veel eer aandoen, lijkt mij. Overigens zijn die ook zelden echt voorbereid in die zin dat ze katapulten, stenen, laat staan molotovs bij zouden hebben.

Ik herinner me een grote vakbondsbetoging waarbij de politie halverwege tussenkwam om een groepje van een dertigtal anarchisten (met vlaggen en spandoeken in plaats van stenen en molotovs) uit de betoging te halen, zoals vermeld in mijn tekst. Dat gebeurde dan met goedkeuring en in samenwerking met de ordedienst van de vakbond zelf. Mij leek dat een beetje schandelijk omdat die anarchisten niets onwettelijk deden, behalve dan hun sjaal wat te hoog boven hun neus trekken.

Kort samengevat: fenomenen waarbij honderden, laat staan duizenden autonomen een actie kapen, zijn me in België onbekend. De betoging tegen de EU-top in 2001 in Gent verliep erg rustig, de blokkades rond het Europees Parlement door D1920 eveneens. De meeste vakbondsbetogingen ook, op wat tumult aan het einde na. Je corrigeert me als ik dergelijke taferelen over het hoofd zie. Ik ken ze eigenlijk alleen vanuit het buitenland en dan vooral Genua, Seattle, Hamburg en nog wat grote steden.

Het is de combinatie van actievormen die succes genereert

Wat betreft ‘organiseer dan je eigen acties’, is het natuurlijk zo dat bij de acties in Genua, Seattle, Hamburg en andere grote topontmoetingen waar hevige schermutselingen waren, de autonomen of de radicalere fracties van de antiglobalisten ook effectief hun eigen acties organiseerden. Dat was ook in Hamburg het geval. Je had niet één actie die uit de hand is gelopen, je had tientallen acties die door verschillende affinity groups werden georganiseerd.

Zo was er de massabetoging, een kleinere, radicalere betoging aan de vooravond, er was een actie met zombies, er was de blokkade van de haven, er waren kampen en tientallen andere grote en kleinere acties. Dat is een beetje mijn punt: bij dergelijke ontmoetingen die dagen duren, worden allerlei acties georganiseerd, waarbij bij wijze van spreken iedereen zijn gading vindt. Wil je met je kind op je schouders en djembé spelend komen, dan kies je een massabetoging of een festivalachtige activiteit. Ben je van plan door te dringen tot het gebied waar de top doorgaat, dan laat je je kind en djembé thuis. Probeer je de toegangswegen te blokkeren, dan bereid je je voor op waterkanonnen en traangas, blauwe plekken en een arrestatie. En vind je dat je een kat-en-muisspel moet spelen met de politie, dan bereid je je daar op voor.

Een succesvolle beweging bestaat niet louter uit een petitie-actie of het creëren van eigen media of een massabetoging of een ludieke actie of een radicale blokkade

Een succesvolle beweging bestaat niet louter uit een petitie-actie of het creëren van eigen media of een massabetoging of een ludieke actie of een radicale blokkade. Die bestaat doorgaans - en dat merk je doorheen de geschiedenis - uit zeer vele tactieken en gevarieerde vormen van acties. Het is de combinatie van dat geheel dat een beweging tot een succes maakt. Het gebruik van fysieke kracht of de macht van een massa, het organiseren van provocatieve acties en het occasioneel gebruik van geweld staan niet buiten die brede beweging, ze zijn er een facet van.

En doorgaans - zo is mijn inschatting - worden dat soort hardere acties ook georganiseerd door affiniteitsgroepen die weten wat ze willen. Zo was het ook in Hamburg (los van het feit dat de politie - waarvan er al 300 op de vooravond dienden teruggestuurd omdat ze dronken feestjes organiseerden - van bij aanvang bijzonder repressief is opgetreden en toegestane kampen met geweld heeft ontruimd en een toegestane betoging heeft gestopt en uit elkaar gejaagd).

Samengevat: doorgaans gaat het dus om apart georganiseerde acties die vaak plaatsvinden op een andere plek of een ander tijdstip en een ander tactisch doel hebben dan met vrolijke kleuren en ontwapenend drie uur door een binnenstad marcheren met je kinderen en oudjes bij de hand. Dat soort scherpere acties staan doorgaans los van massabetogingen, zoals ook in Hamburg het geval was.

Geef de regering geen argument

Wat betreft de pretext die de overheid zoekt om het stakingsrecht af te bouwen of vakbonden of andere organisaties als terroristen weg te zetten: heb jij waarlijk de indruk dat de regeringen dezer dagen feiten nodig hebben om onze rechten en vrijheden te beknotten? Of zoeken ze excuses waar ze die kunnen vinden? Het is mijn indruk dat zowat alle landen de laatste jaren een bijzonder repressief beleid voeren wat betogingen betreft (waar Vandersmissen in ons land het boegbeeld van is) en waarbij dermate agressief en offensief wordt tussengekomen, dat een betoging ook ontaardt in geweld als daar geen enkele aanleiding toe is.

Hebben regeringen dezer dagen feiten nodig  om onze rechten en vrijheden te beknotten?

In Frankrijk is de noodtoestand bijna twee jaar van kracht en die wordt wellicht verankerd in de grondwet. In een nieuw rapport van Amnesty International staat duidelijk te lezen dat Frankrijk de noodtoestand gebruikt om politiek activisme te bemoeilijken. Volgens cijfers van het Franse Ministerie van Binnenlandse Zaken werden tussen 14 november 2015 en 5 mei 2017 155 betogingen verboden. Het meest frappante voorbeeld daarvan is het betogingsverbod dat werd opgelegd in de marge van de klimaattop in december 2015. Naar aanleiding van die top waren massaprotesten gepland in Parijs, maar die moesten dus afgelast worden.

In Spanje werd in 2015 de ‘Ley Mordaza’ ingevoerd, de zogenaamde Wet voor Publieke Veiligheid die bijzonder stringent is voor de vrijheid van meningsuiting, organisatie en betoging. Hij werd ingevoerd ‘ter beveiliging van de burgers’ maar is zichtbaar gericht tegen volstrekt vreedzame acties zoals die van de Indignados die sinds de crisis van 2008 Spanje in de greep hadden. We zien gelijkaardige wetten, projecten en repressie in meer of mindere vorm in andere landen opduiken.

De staat heeft geen pretext nodig om dergelijke wetten door te drukken. Ze doen het ook wel zonder en vooral onder het mom van onze eigen veiligheid. Of we door hardere acties nu wel of geen aanleiding geven om de wetten te verstrengen, lijkt me dus geen argument, aangezien die wetten ook zo wel worden aangescherpt. Het is overigens een fenomeen dat zo oud is als de straat(protesten): om scherpere repressie te vermijden roept men op om minder radicaal te zijn, zoals Trotsky in Hun moraal en de onze illustreert.

Het fascisme komt er niet omdat we dat provoceren. Het komt er omdat het inherent is aan dit politiek en economisch systeem. We moeten ons derhalve niets gelegen laten aan wat de staat zou kunnen doen omdat we actie voeren. Wie zo denkt, blijft op het einde van het verhaal gewoon thuis om de staat of de pers maar niet te provoceren.

Geweld niet veroordelen is niet hetzelfde als oproepen tot geweld

Ik roep niet kritiekloos op tot geweld; ik weiger mee te doen aan de kritiekloze en moralistische veroordeling van geweld. Dat is iets anders.

Ik ben geen voorstander van geweld in het algemeen en al helemaal niet van wat “zinloos geweld” wordt genoemd. Ik ben geen voorstander van het in brand steken van auto’s van buurtbewoners, het inslaan van winkelruiten van kleine zelfstandigen, het plunderen van kleine winkels. Mij lijkt dat allemaal zinloos en contraproductief. Als het gaat over het vernielen van bankautomaten, bankkantoren, het plunderen van warenhuizen, het beschadigen van politievoertuigen, denk ik daar iets genuanceerder over.

Je gebruikt geweld alleen met een haalbaar en afgebakend doel, via een overwogen strategie, op een tactische manier en alleen als je weet dat je je doel kan bereiken

Maar wat geweld betreft, denk ik een beetje als von Clausewitz: je gebruikt geweld alleen met een haalbaar en afgebakend doel, via een overwogen strategie, op een tactische manier en alleen als je weet dat je je doel kan bereiken. Als je weet dat je kan winnen dus. Anders moet je er niet aan beginnen, lijkt mij. Von Clausewitz had het natuurlijk over oorlogen, maar ik denk dat het voor elk gebruik van geweld geldt: geweld moet proportioneel zijn, het moet noodzakelijk zijn, beperkt en op voorhand overdacht zijn. Je moet het einde ervan kunnen zien voordat je eraan begint.

In die zin lijkt geweld me soms oorbaar: in gevallen van zelfverdediging, om een specifiek doel te treffen, om een bepaalde actie succesvol tot uitvoering te brengen. Als je bijvoorbeeld een politieblokkade wil doorbreken, als je wil dat de politie vertrekt, een wijk wil vrijmaken van politie of ervoor zorgen dat je ondanks een verbod toch kan manifesteren, kan geweld een noodzakelijk kwaad zijn. Maar het mag geen doel op zich zijn. Dat is niet alleen zinloos, het is nodeloos gevaarlijk. Ook voor jezelf.

Ik denk over geweld zoals over de media of regenweer: men kan er tegen zijn, maar het bestaat wel. Vraag is hoe je ermee omgaat. Onderga je geweld van de politie, mediageweld, de regen? Of bescherm je je ertegen door eigen media te lanceren en uit te bouwen, door een paraplu mee te nemen, door aan zelfverdediging te doen? En kan je preventief aan zelfverdediging doen?

Democratie is de dochter van straatgeweld

Geweld is alomtegenwoordig. We hebben - deels tegen onze wil - het monopolie daarvan bij de staat gelegd. Maar de recente ontwikkelingen in Frankrijk, in Turkije, in Spanje doen toch de vraag rijzen of dat monopolie daar op zijn plaats is. Zolang de staat een democratie is met checks and balances, is dat misschien de betere optie. Maar wat als die wegvallen? Soms is geweld een noodzaak. Ik denk niet dat men de vernietigingskampen van Auschwitz, Treblinka of Majdanek zonder geweld had kunnen bevrijden. In die zin is geweld jenseits von Gut und Böse. Het is een middel waarmee je zowel het goede als het kwade kan doen.

Algemeen stemrecht is het resultaat van jarenlange directe actie, petities, parlementaire tussenkomsten, gewelddadige betogingen, bezettingen, stakingen, sabotageacties, straatgeweld, en kostte zelfs dodelijke slachtoffers

Men mag overigens niet vergeten: onze democratie is de dochter van straatgeweld. Onze democratie is er niet gekomen via verkiezingen. Die bestonden toen namelijk niet, er was geen enkelvoudig algemeen stemrecht. Dat laatste is het resultaat van jarenlange directe actie, petities, parlementaire tussenkomsten, gewelddadige betogingen, bezettingen, stakingen, sabotageacties, straatgeweld, en kostte zelfs dodelijke slachtoffers.

Los daarvan: als ik meen dat het gebruik van geweld aan de orde is, zal ik niet de kat uit de boom kijken zoals je suggereert. Je beschuldigt me daar bijna van lafheid en dat is onterecht. Zonder mezelf publiek van strafbare feiten te willen beschuldigen, kan ik zeggen dat ik de kastanjes ook op dat vlak niet door anderen uit het vuur laat halen. Ik werd bijvoorbeeld beschuldigd van gewapende rebellie naar aanleiding van een actie aan het concentratiekamp te Vottem.

Wegens het verwonden van 29 rijkswachters, het vernielen van twee waterkanonnen, het beschadigen van gesloten centrum zelf en de diefstal van 250 bakstenen en 50 plavuizen stonden we met negen terecht. Dat is geen geheim, de vonnissen zijn openbaar en daar kan ik dus iets over zeggen. Die bakstenen en plavuizen hebben we bijvoorbeeld niet gestolen, hooguit verlegd. Het incident illustreert dat ik doe wat ik predik. Het was niet de eerste keer en het was niet de laatste, al zal je me vergeven als ik over de andere keren weinig details geef.

Protest en verzet

Wat betreft de differentiatie tussen protest en verzet wil ik niet arrogant zijn, maar duidelijk. Ik wil met andere woorden geen waardeoordeel vellen, wel een onderscheid maken. Want protest en verzet zijn twee verschillende zaken, al worden de termen te vaak onterecht door elkaar gebruikt.

Mij lijkt protest vooral het uiten van een mening, binnen specifieke krijtlijnen. Dat kan via petities, of een betoging of een pamflet of een website, affiche, of een actie of op talloze andere manieren. Soms is protest efficiënt en dus een goede zaak en ik vind het in zeer veel gevallen ook noodzakelijk. Ik doe het zelf ook met enige regelmaat. Ik ben er dus geenszins tegenstander van. Protest werkt mobiliserend en kan ook bijzonder machtig en efficiënt zijn. En het mag ook al eens vrolijk zijn. Ik hou wel van een grapje of straattheater. Maar men moet met dat ludieke ook niet overdrijven.

Verzet betekent dat je buiten die krijtlijnen gaat. Het is meer dan een mening die wordt uitgedrukt.

Verzet is gewoon iets anders: verzet betekent dat je buiten die krijtlijnen gaat. Het is meer dan een mening die wordt uitgedrukt. Dat kan door een onaangekondigde betoging of een bezetting van een kruispunt of een kantoor van de RVA. Of door het kraken van een leegstaand gebouw, het gratis gebruik van het openbaar vervoer. Door het uitroepen van staking ook. Of zoals Rosa Parks: door je niet te houden aan de voorschriften op een bus hoewel je de verkeerde huidskleur hebt. Haar daad is duidelijk verzet. Zoals Gandhi dat pleegde in India met zijn verboden betogingen. Verzet kan dus ook best geweldloos zijn. Het kan zelfs pacifistisch zijn op het masochistische af. En het heeft niets te maken met het gooien van stenen, wel met transgressie van wat de staat of de politie of een andere machthebber je toestaat. En ook verzet kan ludiek en vrolijk en ontwapenend zijn en hoeft niet noodzakelijk gewelddadig te zijn.

Overgaan van protest naar verzet heeft echter niets te maken met een psychologische aangelegenheid, zoals jij veronderstelt. Dat psychologiseren van mensen die we niet begrijpen of waar we het niet mee eens zijn, vind ik overigens erg schadelijk. Alsof iemand met een andere mening of praktijk automatisch en de facto een psychologisch probleem moet hebben. Ik zou ervoor pleiten dat achterwege te laten. Want het overgaan naar verzet kan ook een rationele analyse als grondslag kennen.

Ik denk aan het ANC van Nelson Mandela dat initieel een vreedzame organisatie was die in hoofdzaak trachtte te organiseren en te protesteren. Pas toen duidelijk werd dat dat geen zoden aan de dijk zette, ging men over tot het gewapend verzet. Uit frustratie, inderdaad. Maar ik mag hopen dat men Nelson Mandela daarom geen psychologische aandoening toeschrijft. De vaststelling dat legitiem en legaal protest niet volstaat, is een rationele vaststelling. Daaruit concluderen dat men een andere strategie moet hanteren, is het tegendeel van wat Einstein waanzin noemde. Daarom vermeld ik hem ook in mijn stukje. Zijn definitie van waanzin is telkens hetzelfde proberen - zoals van Brussel-Noord naar Brussel-Zuid wandelen - en een andere uitkomst verhopen. Als dat wandelen niet volstaat, moeten we misschien iets anders overwegen. Een dergelijke gedachtegang lijkt me rationeel en niet getuigen van een psychische aandoening. Al ben ik op dat laatste gebied geen specialist.

De ware revolutionairen

Wat betreft je conclusie ‘Het zijn kortom ‘de anderen’ die nu plots de revolutie verraden en ‘wij’ zijn de echte revolutionairen’ ben niet ik degene die dat soort kunstmatig onderscheid wil maken. Ik denk dat juist Gie Goris wenst te bepalen welke soort acties legitiem en aanvaardbaar zijn en hij roept ook onverholen op om bepaalde activisten uit betogingen te zetten en te isoleren. Dat is wat me stoort aan zijn opinie, niet zijn visie op geweld. Met mijn pleidooi wil ik het tegendeel, namelijk - zoals ook woordvoerster Emily Laquer van G20 Not Welcome aangeeft - dat we begrijpen dat sociale bewegingen succesvol zijn als ze een breed gamma van tactieken en strategieën durven toelaten, testen, onderzoeken en ze aanvaarden als die functioneel blijken.

Zoals ik niet verwacht dat iedereen gehelmd en met een katapult naar een betoging trekt, moet men van autonomen niet eisen dat ze opvallend en vrolijk gekleed, herkenbaar en met grote gekleurde ballonnen staan te huppelen.

Mijn pleidooi is er een voor inclusie waarbij we begrijpen dat mensen met een andere aanpak, een andere strategie en een andere tactiek wel tot dezelfde beweging behoren.

ijn pleidooi is dus geenszins tegen Hart boven Hard (waaraan ik trouwens heb meegewerkt en dat ik systematisch heb gepromoot) of tegen de Women’s March (waaraan ik eveneens heb deelgenomen en dat ik evengoed heb gepromoot) of tegen massale vakbondsbetogingen waarin ik gedwee meeloop. Mijn pleidooi is er een voor inclusie waarbij we begrijpen dat mensen met een andere aanpak, een andere strategie en een andere tactiek wel tot dezelfde beweging behoren.

Als het doel is een andere samenleving te realiseren en komaf te maken met het beleid dat door de G20 wordt verpersoonlijkt, dan hebben we nood aan een erg complexe, langdurige, brede, gevarieerde beweging, met veel facetten en invalshoeken. We hebben nood aan een inclusieve beweging waarbij onze verschillen minder belangrijk zijn dan onze gemeenschappelijke doelstellingen en waarbij we een principiële eenheid vormen.

Als beweging zeggen ‘wij zijn niet voor geweld, maar we gaan het ook niet veroordelen’ lijkt me voor de machthebbers veel angstwekkender dan ons ervan te distantiëren. En misschien is het daarom de betere strategie.

Robert Oosterbroek / Bas van Setten

Robert Oosterbroek / Bas van Setten​

3. Onze eigen ruiten ingooien of onze kleine overwinningen vieren? (Robrecht Vanderbeeken)

Dag Peter,

Dank voor de leerrijke toelichting. Uit je eerste punt maak ik op dat ik volgens jou de verantwoordelijkheid voor rellen op vakbondsbetogingen ten onrechte bij autonomen leg. Het zou vooral om betogers zelf gaan. Zijn we het dan eens dat die rellen contraproductief werken en de poging tot massamobilisatie tegenwerken? En dat we dit ook duidelijk als een probleem moeten erkennen? Waarom is de stap dan te groot om dit consequent door te trekken en dus te erkennen dit soort geweld bij gevolg echt niet te verdedigen valt? Waarom zou je dat niet kunnen veroordelen?

Radicaal is wat anders dan gewelddadig

Jouw betoog gaat uit van de voorbeelden van het black bloc (die semantisch onduidelijke groep…) uit het buitenland die eigen acties organiseren. Ons land is daar te klein voor, lees ik. Daarmee zitten we bij een andere discussie: de effectiviteit van dit soort acties, die van de autonomen. Gie Goris en anderen wijzen er op dat ze de politie een pretext geven manu militari uit te pakken bij elke betoging (met alle gevolgen van dien) en pers veel lekkers biedt voor de integrale framing. Dat moeten we dan afwegen tegen het recht van een groep die ook op een eigen manier wil actievoeren op zo’n top.

In de veronderstelling dat deze acties inzake tijd en ruimte op afstand blijven van de andere acties (een fictieve veronderstelling, alleszins compleet onduidelijk voor een breed publiek) zijn dat dan de echte vormen van verzet die het neoliberalisme wél op de knieën zullen krijgen? En als dit al ooit eens zou lukken, gaan we dit dan als verdienste toeschrijven aan deze enige echte radicale acties? De discussie gaat over effectiviteit en het claimen ervan. Dan zitten we in een discussie die alle kanten uit kan omdat je naar voorbeelden uit de geschiedenis of naar bijvoorbeeld Zuid-Amerika of Afrika kan gaan verwijzen. Het eerste slachtoffer is dan doorgaans de nuance die nodig is om de specifieke context in rekenschap te nemen.

Wat wél lukt, is mobilisatie rond progressieve thema’s met een brede aanpak zoals de vredesbeweging of Hart boven Hard.

Je verwijst zelf naar het buitenland. Het is een terugkerend patroon dat er nagedacht wordt vanuit de voorbeelden in het buitenland als handleiding voor wat er bij ons moet gebeuren. Corbyn moet er bij ons ook komen, bijvoorbeeld, alsof het politieke landschap in ons land hetzelfde is als in de UK. Sorry, maar de heropstanding van de s.pa, als oplossing, is een illusie (ik zeg niet dat jij dit vindt, het is een voorbeeld). Het zal van andere linkse partijen moeten komen.

Idem voor het idee dat we in ons land radicaal linkse massabewegingen kunnen bijeenroepen via sociale media. In Vlaanderen zijn die radicale massabewegingen historisch gezien (tenzij ik mij vergis) doorgaans vooral van rechtse signatuur, ganzepas helaas. Wat wél lukt, is mobilisatie rond progressieve thema’s met een brede aanpak (vredesbeweging, Hart boven Hard). Je kan dan terecht een discussie beginnen over het gebrek aan radicaliteit van de inhoud van het programma (niet anti-kapitalistisch bijvoorbeeld) maar dat is een andere discussie dan over de vorm.

Inzake je bedenkingen bij stakingsrecht: ja, onze regering wil volop werk maken van de beperking daarvan (dat wordt helaas allicht een mediageniek thema in het najaar) en dat doet ze heel concreet naar aanleiding van rellen, onveiligheid. Die verantwoordelijkheid kan je niet wegredeneren (geweld = meer repressiebeleid). Die pretext hebben ze wél nodig, de aanslagen in Parijs en Brussel zijn daar het duidelijkste voorbeeld van. Natuurlijk is het fascisme niet het gevolg van provocaties, ik had het over contraproductiviteit van geweld voor een massamobilisatie. Want zo’n mobilisatie, dat is wat in ons land volgens mij wel de strategie moet vormen: grote massa + radicale eisen + geloofwaardig alternatief.

Infantiel tribalisme

Individuen die grote betogingen komen doorkruisen en dan schimmig wegvluchten als het uit de hand loopt: iIk vind dat niet ridderlijk, wel infantiel tribalisme

Ik kan me vinden in je reactie op mijn opmerking over lafheid. Die had betrekking op individuen die grote betogingen komen doorkruisen en dan schimmig wegvluchten als het uit de hand loopt. Ik vind daar niets ridderlijks aan, wel infantiel tribalisme dat zwaar krom staat van een pathetische identiteitspolitiek die zo uit een Hollywoodfilm komt, genre Hunger Games.

Die psychologisering vind ik ook een belangrijke piste – in een ‘rationeel’ debat is de reflex bij zo’n bedenkingen al snel dat je op de man speelt, modder gooit, enzovoort. Maar we zijn als mens nu eenmaal lustwezens en het merendeel van ons gedrag is zwaar onderhevig aan onze eigen psychodramatiek (om het niet over narcisme te hebben).

Dit mag natuurlijk ook geen pretext zijn om via moralisme en psychologisering een discussie of betoog plat te leggen, daar geef ik je gelijk in. Maar laten we onze psychologie niet uit het oog verliezen, zie de reflecties over gauchisme en de schadelijkheid ervan. Of de problemen met sektarisme.

Het ingooien van je eigen ruiten

De manier waarom je verzet nu definieert, brengt veel verduidelijking. Daarmee zijn we al een eind weg van de heen-en-weer tussen uzelf en Gie, met de nodige emotionele verwijten (beide partijen zouden een vijfde colonne van de elite zijn…). Dat we een andere aanpak nodig hebben, klopt natuurlijk maar dat betekent nog niet dat black blocs de oplossing zijn.

Ik weiger mee te gaan in de veronderstelling dat de hele tegenbeweging die door velen stap per stap is uitgebouwd niet veel zou uitgehaald hebben

Ik weiger wel mee te gaan in de veronderstelling dat de hele tegenbeweging die door velen stap per stap is uitgebouwd (en daar heeft MO* zeker een sterke bijdrage toe geleverd) niet veel zou uitgehaald hebben. De frustratie dat het niet snel genoeg gaat ken ik ook, maar er is wel al heel veel in beweging gezet.

Door de herhaling van acties en het volgehouden engagement van velen, die dikwijls in alle bescheidenheid en vrijwel anoniem hun steentje bijdragen, is de manier waarop ikzelf en de mensen in mijn omgeving vandaag denken en handelen wel degelijk in een snel tempo veranderd. Misschien is het allemaal niet genoeg, te laat, te weinig.

Maar we hebben de luxe niet om daarover neurotisch te doen. Geweld als acting-out bij manifestaties komt volgens mij neer op het ingooien van je eigen ruiten, afbreken wat anderen opbouwen.

De wet is niet heilig

Maar je focust op een ander punt: de erkenning van het nut van de eigen acties van autonomen. Er moet in termen van inclusie gedacht worden, het black bloc als deel van de beweging. Hoeft dat dan? Is dit geen hysterische vraag? Is de erkenning niet irrelevant aangezien het toch om mensen gaat met een ander temperament en andere verwachtingen en een andere identiteitspolitiek (wat op zich geen scheldwoord is natuurlijk)?

De discussie moet mijns inziens gaan over effectiviteit en het inschatten ervan

De discussie moet mijns inziens gaan over effectiviteit en het inschatten ervan. Als er zoiets bestaat als een beweging die we kunnen omschrijven als autonomen en black bloc, dan geldt voor deze beweging hetzelfde als voor andere: bewijs in de praktijk wat je betekent en wat je doet en hoe je dat doet. Kom vooral niet zwaaien met dure revolutionaire citaten die dienst doen als superioriteitsclaim. Dat is verdeling zaaien.

Naomi Klein haar laatste boek, No is not enough, brengt een denkoefening die helemaal op de lijn zit van deze discussie, vergelijkbare vragen, de grote vraag: wat te doen? Haar analyse van Standing Rock was voor mij alvast een voltreffer.

Wat je als kunstenaar ook zal interesseren: in de kunsten zie je tegenwoordig veel experiment inzake de grens opzoeken van illegaliteit – concrete wetgeving doorkruisen als symbolische actie voor een zaak van algemeen belang. Pascal Gielen organiseert daar studiedagen rond in Antwerpen. Deze creatievelingen zijn wegbereiders - zoals jij - om een breed publiek te doen inzien dat het doorkruisen van wat legaal is, ook activisme kan zijn, en zelfs noodzakelijk is.

Robert Oosterbroek / Bas van Setten

Robert Oosterbroek / Bas van Setten​

4. Voorzichtig met verwijzingen naar Mandela (Gie Goris)

Peter,

Laat me beginnen met een detail: Ik heb op 19 of 20 december 2001 in Brussel een andere betoging meegemaakt, blijkbaar. Want ik zag voor mijn ogen een weliswaar kleine groep Black Bloc’ers die verkeerslichten vandaliseerden (qua symbolisch doelwit kan dat tellen) en de vitrine van een klein bankfiliaal aan diggelen sloegen (ook op dat vlak ben ik minder geneigd om er meteen een revolutionaire daad in te zien dan jij, maar ik neem aan dat je dit soort politiek hooliganisme ook niet genegen bent). Punt is: in mijn, zonder twijfel, kleinburgerlijke omgeving leverde dat spektakel heel wat weerzin op tegen een beweging die eerder –en uiteindelijk, na behoorlijk wat gesprek, ook later- op veel sympathie en engagement mocht rekenen.

De steun van de bevolking

Ik heb het gevoel dat de mening en houding van de brede bevolking in haar vele lagen al te gemakkelijk buiten beeld gehouden wordt, alsof protest en verzet zonder kunnen. Ook als de actievoerders zichzelf beschouwen als de echte revolutionairen, de voorhoede, of als plebeiers (wat ze voor 99 procent niet zijn, zeker weten), dan nog is het welslagen van een verzetsbeweging in de 21ste eeuw afhankelijk van de perceptie die ze van zichzelf kan creëren, want daar hangt de actieve of passieve steun van de bevolking vanaf.

Het blijft de moeite om de publieke opinie te wijzen op het misbruik, de contraproductieve aard van de repressie, en op de contradictie met de eigen legitimatie van de staat. Dat is taai werk, maar dat opgeven is een kapitulatie waartoe ik niet bereid ben.

Het is een cruciale overweging in mijn standpunt, en de reacties komen vaak niet veel verder dan de vaststelling dat die strijd toch verloren is –de schuld van de media- en dat daar dan blijkbaar geen rekening mee gehouden moet worden. Dat lijkt mij een fatale inschattingsfout.

Het klopt trouwens niet dat de staat allerlei repressie invoert zonder de moeite te doen dat te verantwoorden. De voorbije jaren hebben de aanslagen van Al Qaeda en IS (of daarop geïnspireerde groepen of individuen) daar ruimschoots voor gezorgd.

Het blijft dan ook de moeite om de publieke opinie te wijzen op het misbruik, de contraproductieve aard van de repressie, en op de contradictie met de eigen legitimatie van de staat. Dat is taai werk, maar dat opgeven is een kapitulatie waartoe ik niet bereid ben.

Geweld is een keuze

Ik heb ooit –om het statuut van gewetensbezwaarde te krijgen- moeten antwoorden op de vraag wat ik zou doen als mijn vriendin aangerand werd. Zou ik Imagine van John Lennon gaan zingen of de dader een klap geven? Het laatste, uiteraard, heb ik geantwoord. Want geweldloosheid is geen vorm van schadelijke dagdromerij, maar een actieve keuze voor recht en rechtvaardigheid voor iedereen. Daarom zijn je Auschwitz-voorbeelden in deze discussie niet relevant, wegens te evident. Niemand heeft ooit iets anders beweerd, voor zo ver ik kan zien of lezen.

Free Nelson Mandela!

Je verduidelijking over het verschil tussen protest en verzet vind ik heel verhelderend. Dat bewaar ik.

De keuze in het ANC werd gemaakt in ruim overleg en na het uitproberen van zowat alle voorhanden zijnde vormen van geweldloos protest of verzet. Mag ik hardop twijfelen of dat ook geldt voor het straatgeweld bij demonstraties als in Hamburg?

De verwijzing naar Mandela en de Umkontho we Siszwe is te interessant om te laten passeren. Want inderdaad, het is een breed aanvaard voorbeeld van de keuze van een principieel geweldloze organisatie om ten lange leste toch ook geweld als onvermijdelijk deel van de algehele strategie te gebruiken. Maar je mag dan niet vergeten vermelden in welke omstandigheden die keuze tot stand kwam: ongeveer een halve eeuw na de oprichting van het ANC, na jaren van toenemende repressie, en als concrete reactie op de slachting van Sharpeville waarna het apartheidsregime elke legale activiteit voor organisaties als ANC verbood.

Ik doe de geschiedenis ook onrecht aan door haar in slechts een zin op te schrijven, maar wat ik bedoel: er zijn in de geschiedenis van de voorbije eeuw verschillende voorbeelden van de keuze voor geweld als verzetsstrategie. Soms draaide dat goed uit, soms kostte dat onnoemelijk veel mensenlevens zonder echte verbetering voor de mensen op te leveren; soms werd die keuze gedreven door een kleine voorhoede, soms werd die gemaakt in ruim overleg en na het uitproberen van zowat alle voorhanden zijnde vormen van geweldloos protest of verzet. Het Mandela-voorbeeld past in die laatste categorie, en is daarom een goed voorbeeld. Mag ik hardop twijfelen of het straatgeweld bij demonstraties als in Hamburg daaronder valt?

Laat honderd bloemen bloeien

Nog een snelle bedenking: de veelheid aan actievormen die samen zorgen voor een beter verzet tegen het onmiskenbare geweld van het systeem, wordt wel heel harmonieus voorgesteld. Mijn hele punt is dat de brandende auto’s en de plunderingen van winkels door de grote meerderheid van de mensen gezien worden als acties van “de demonstranten” - ook al zouden autonomen hun geweld alleen plegen tijdens zelf-georganiseerde acties, wat bovendien zelden het geval is, want voorbereide acties worden uitgevoerd door heel bewuste en getrainde activisten die zich niet door de eerste de beste robocop laten provoceren.

Om die negatieve reacties bij het publiek te krijgen zijn er zelfs geen perfide media nodig, mensen zijn wat dat betreft iets minder manipuleerbaar dan veel activisten lijken te denken. En dus moet dit debat gevoerd worden, in plaats van in een bubbel te blijven zitten waarin iedereen elkaar voortdurend geruststelt dat alle acties goed zijn (behalve dan wandelen van Noord naar Zuid, en Kumbaya zingen, en andere clichés over al wie niet bereid is met stenen te gooien) en dat een steen door de etalage duidelijk maakt aan de afgepeigerde arbeider en de afgewezen migrant dat “we” zijn belang verdedigen. En als we per ongeluk zijn auto in de fik steken, organiseren we een crowdfunding om een nieuwe Peugeot te kopen –wat ik die ene keer overigens een hele goede campagne vond.

Robert Oosterbroek / Bas van Setten

Robert Oosterbroek / Bas van Setten​

5. Geweld als zwaktebod, alternatieven als kracht (Francine Mestrum)

Natuurlijk heeft de politie geprovoceerd, natuurlijk is er terechte woede bij veel groepen van vooral jongeren. Ik ben het echter volledig eens met al diegenen die stellen dat het geweld in Hamburg contraproductief was. Ik heb de berichten op facebook gelezen, ja, maar denkt er nu echt iemand dat dit geweld ons één stap vooruit helpt? En is er iemand die echt denkt dat dit gewoon “boze jongeren” zijn? Of, meer nog, dat dit “revolutionair” geweld is? Of dat er steun voor dit geweld te vinden is bij de bevolking?

Denkt er nu echt iemand dat dit geweld ons één stap vooruit helpt? En is er iemand die echt denkt dat dit gewoon “boze jongeren” zijn? Of, meer nog, dat dit “revolutionair” geweld is?

En ja, het klopt dat de woede tegen dit onrechtvaardige neoliberale beleid steeds groter wordt. Alleen, dit is niet in Europa begonnen maar in Latijns-Amerika, in Azië en in Afrika. De Europese solidariteit voor de verzetsbewegingen ginder bleef vaak beperkt. Nu is de woede ook hier merkbaar. Wat we vooral niet mogen denken, is dat het begin van een nieuwe beweging is.

Het Europese “black bloc” heeft wel degelijk een agenda, vechten en vernielen, en de manier waarop de politie zich opstelt maakt het hen makkelijk. Maar ik zie geen enkele verantwoording voor het vernielen van winkels en auto’s. Het geweld dat uitgaat van het neoliberalisme is géén excuus om met kleiner geweld te antwoorden. Dergelijk protest zal altijd de duimen moeten leggen voor het grotere geweld van de politie, en zo nodig van het leger. Een paar duizend mensen zijn niet voldoende om de machthebbers echt bang te maken. Dit geweld is een zwaktebod van mensen met weinig of geen argumenten.

Dat het ook anders kan, werd getoond door de prachtige betoging van de zombies, en op 8 juli door de grote en vreedzame mars van 75.000 mensen door de stad Hamburg.

Bij de Europese Unie, bij de Wereldbank en het IMF weet men zeer goed dat het neoliberalisme niet houdbaar is en op zijn laatste benen aan het lopen is. Er worden meer en meer ‘alternatieven’ voorgesteld die alleen wat correcties willen aanbrengen. Meer en meer worden de deuren open gezet voor burgerorganisaties met betere ideeën, en in sommige gevallen is men blij met de druk die wordt uitgeoefend. En nee, nogmaals, een socialistisch programma moet men van die internationale instellingen niet verwachten. Maar het omverwerpen van het kapitalisme zal ook niet van de gewelddadige groepen komen.

De beelden uit Hamburg zijn van Robert Oosterbroek en Bas van Setten