Koloniale standbeelden verwijderen of duiden noodzakelijk maar onvoldoende. Dekoloniseren gaat over het racisme in de 21ste eeuw

Marius Dekeyser

23 augustus 2017
Opinie

Koloniale standbeelden verwijderen of duiden noodzakelijk maar onvoldoende. Dekoloniseren gaat over het racisme in de 21ste eeuw

Koloniale standbeelden verwijderen of duiden noodzakelijk maar onvoldoende. Dekoloniseren gaat over het racisme in de 21ste eeuw
Koloniale standbeelden verwijderen of duiden noodzakelijk maar onvoldoende. Dekoloniseren gaat over het racisme in de 21ste eeuw

Het debat over de "foute" en inzonderheid de koloniale standbeelden lijkt zich vooral te beperken tot een debat over hoe we de waarheid over het verleden het best recht doen, door de standbeelden te verwijderen of door ze te behouden en te duiden (of voor anderen die geen kritiek dulden, door ze gewoon te laten staan). Voor Marius Dekeyser van Hand in Hand tegen racisme vzw is de juiste omgang met deze standbeelden en straatnamen belangrijk maar niet de kern van de zaak. Ze zijn een zichtbare uiting van een veel breder koloniaal gedachtegoed en machtsverhoudingen die tot vandaag de dag nog steeds leiden tot structureel racisme.

Mensen met een migratieachtergrond zijn terecht verontwaardigd over de heldenverering van Leopold II en andere kolonialen met bloed aan hun handen of over het neerbuigende paternalisme dat van al deze beelden afstraalt. Ze zijn het echter nog meer over het feit dat de goegemeente in de 21ste eeuw dit nog steeds met de mantel der liefde bedekt of compleet onverschillig is.  En vooral dat laatste brengt ons aan de kern van de zaak. Het koloniale gedachtegoed lijkt iets van het verleden maar het racisme is er nog steeds, elke dag opnieuw. En in dit geval, wie bepaalt welke standbeelden er mogen staan en vereerd mogen worden? Wie bepaalt wat kwetsend is en wat niet? Wie heeft de macht om te beslissen?

Racisme wordt vaak psychologisch gedefinieerd als iets van alle tijden en van alle mensen, vanuit een angst voor wie anders is en de eigenheid zou bedreigen. Racisme dat effectief leidt tot discriminatie en vervolging van minderheden heeft echter alles te maken met machtsverhoudingen, met wie bovenaan en wie onderaan de ladder staat. Tijdens de eeuwen van kolonisatie veroverde een minderheid van Europeanen zowat de hele wereld. Dit ging gepaard met enorm veel bloedvergieten, met als enkele trieste dieptepunten de genocide op de oorspronkelijke bevolking van Noord- en Zuid-Amerika, de lucratieve slavenhandel, de opdeling van Afrika en de daaropvolgende genocide in Kongo en elders.

Witte mensen bezetten nog steeds de belangrijkste machtsposities, ook al is de Europese samenleving veel diverser geworden.

Om dit voor zichzelf moreel te kunnen verantwoorden, kwam een ander psychologisch mechanisme goed van pas, namelijk het ontmenselijken van de slachtoffers. Het ging om mensen van een lager ras, om onbeschaafden, heidenen, …  waarvan het leven minder belangrijk was of die op zijn best gered moesten worden uit hun ellendig bestaan (“manifest destiny”). Deze racistische ideologie, dit westerse superioriteitsgevoel,  ondersteunde de koloniale machtsverhoudingen en werd via allerlei propagandakanalen verspreid, zowel in Europa als in de kolonies.

De dekolonisatie en het onafhankelijk worden van de landen in het Globale Zuiden in de tweede helft van de vorige eeuw heeft weinig veranderd aan de internationale machtsverhoudingen. Ook het daarmee gepaarde racistische gedachtegoed is niet verdwenen. Bij mensen uit de vroegere kolonies is een emancipatieproces bezig, een dekolonisatie van de geest, om zich te bevrijden van het westerse superioriteitsgevoel. Bij witte mensen in Europa is dit dekolonisatieproces nauwelijks begonnen. Nog steeds worden mensen met een andere origine gewantrouwd, als de mindere gezien, en effectief structureel gediscrimineerd, alleen maar omdat ze een andere tint huidskleur hebben of een vreemde naam. Witte mensen bezetten nog steeds de belangrijkste machtsposities, ook al is de Europese samenleving veel diverser geworden. We zijn nog ver van evenredige participatie. En dat brengt ons terug op de standbeelden-discussie.

Gaat het debat echt enkel over hoe we de historische waarheid het best respecteren? Is het daarom zo gevoelig? Nee, het is gevoelig omdat het raakt aan hoe (het witte deel van) Europa, België, Vlaanderen haar verleden ziet en dat graag zelf wil blijven bepalen. Het is immers “onze” (witte) geschiedenis.  En waarom is dat zo belangrijk? Omdat het inderdaad niet enkel over het verleden gaat maar even goed over het heden…. Zoals het besef dat wat Europa verwezenlijkt heeft niet mogelijk was dan ten koste van vele doden in de rest van de wereld en dat dit nog steeds het geval is. De bril waarmee we nu naar mensen met een migratieachtergrond kijken moeten we dan afzetten en dat is lastig, gezien de huidige machtsverhoudingen in onderwijs, arbeidsmarkt, huisvesting, politiek,… Zelfs over standbeelden mogen meebeslissen, die symbool staan voor de eeuwenlange onderdrukking, is al te veel gevraagd.

Er is nood aan een waarheidscommissie over ons koloniaal verleden en de gevolgen ervan voor het heden.

In die zin is het debat over de koloniale standbeelden en straatnamen wel belangrijk. Het geeft ons een kans om aan te tonen waar het scheef gelopen is. Het geeft ons een inkijk in een verleden waarin het racisme zeer duidelijk was en het helpt ons daardoor het huidige structurele racisme bloot te leggen. Alleen al door de emotionele reacties van diegenen die alles bij het oude willen houden.

Wegnemen of duiden? Kwetsende beelden of straatnamen van de genocidaire Leopold II mogen zeker weg, als het maar geen witwasoperatie wordt, een andere manier om het verleden te “vergeten” en er niet meer over te praten. Een alternatief beeld of straatnaam is dan op zijn plaats, van diegenen die in opstand kwamen tegen de kolonisatie met gevaar voor eigen leven, zoals Lumumba bijvoorbeeld.

Duiden kan maar dan niet door de verantwoordelijkheid af te schuiven naar een ver verleden toen dit “normaal” was. Na Leopold II waren er nog wantoestanden, zelfs als ze “goed bedoeld” waren. Echte duiding moet in samenspraak met de nakomelingen van de gekoloniseerden en wijst op de link met het heden. Niet alleen op straat maar ook in het onderwijs, in bibliotheken, musea, artistieke en sociaal-culturele organisaties. Er is tevens nood aan een waarheidscommissie over ons koloniaal verleden en de gevolgen ervan voor het heden.

Het allerbelangrijkste blijft echter dat we door deze dekolonisering onze bril afzetten en beseffen welke machtsverhoudingen er vandaag nog spelen, en hoe dit structureel racisme nog steeds leidt tot discriminatie van mensen met een migratieachtergrond.

De komende maanden zal Hand in Hand tegen racisme daarom actie voeren voor het dekoloniseren van ons straatbeeld. Meer info daarover staat op de website www.dekoloniseer.be.

Marius Dekeyser, coördinator van Hand in Hand tegen racisme vzw