Leger blijft gevaarlijke stokebrand

Nieuws

Leger blijft gevaarlijke stokebrand

Prangtip Daorueng

17 juni 2002

Bij de talrijke maatschappelijke conflicten waarmee Indonesië worstelt, lijkt het Indonesisch leger ook de komende tijd eerder een deel van het probleem te blijven dan een bijdrage tot de oplossing te bieden. Daarop wijzen de benoeming van een omstreden stafchef, nieuwe berichten over militairen die over de schreef gaan in Atjeh en West-Papoea en het onopgeloste probleem van de financiering van het leger.

Tijdens het 32-jarige bewind van president Suharto genoot het Indonesisch leger onaantastbaarheid en een bijna onbeperkte macht in ruil voor de steun die het de sterke man verleende. Sinds de val van Suharto in mei 1998 is er al veel gepraat over de broodnodige hervorming van de Tentara Nasional Indonesia (TNI), maar de opeenvolgende bewindvoerders bleven de kat uit de boom kijken.

De beslissing die de Indonesische president Megawati Sukarnoputri eerder deze maand nam om luitenant-generaal Ryamizard Ryacudu als nieuwe stafchef van het landleger te benoemen, draagt in elk geval niet veel bij om het mensenrechtenblazoen van de TNI wat op te poetsen. Na zijn benoeming riep Ryamizard de Indonesiërs in een interview met de ‘Jakarta Post’ op “niet onmiddellijk aan mensenrechtenschendingen te denken als er iemand door het leger wordt neergeschoten,” en ook oog te hebben voor de bedreigingen en de scheldpartijen waarvan de Indonesische militairen het slachtoffer worden.

Ryamizard, die zijn strepen verdiend heeft bij de traditioneel keiharde aanpak van de autonomiebewegingen in Atjeh en op West-Papoea, stelt dat het verzet op die plaatsen bestaat uit mensen die geen nationale gevoelens meer koesteren. Volgens hem is dat gebrek aan patriottisme de belangrijkste oorzaak van het geweld in de twee gebieden en ook op de door religieuze conflicten verscheurde Molukken.

Maar mensenrechtenactivisten stellen dat de politie en de legereenheden op de Molukken de conflicten nog verergeren door partij te kiezen en soms zelfs deel te nemen aan de gewelddadigheden. Ze argumenteren ook dat de keiharde aanpak van de separatistische rebellen in Atjeh en op West-Papoea sommige guerrillero’s van de onderhandelingstafel weghoudt. In Atjeh voert Jakarta vredesgesprekken met de Beweging voor een Vrij Atjeh (GAM), maar de voortdurende gevechten hebben dit jaar al 400 mensenlevens gekost. Doordat veel rechters de streek ontvluchten, moesten er ook al 8 van de 15 districtsrechtbanken hun deuren sluiten. Vanuit West-Papoea kreeg de regering in Jakarta deze maand de religieuze leider Agustin Iwangin Tanamal op bezoek met de vraag het leger weg te trekken van het halfeiland. Een officieel onderzoek wees intussen uit dat leden van de elite-eenheid Kopasus verantwoordelijk waren voor de moord op de West-Papoeaanse leider They Hiyo Eluay in november 2001.

Volgens Indonesische mensenrechtenactivisten komt de aanhoudende onrust de legerleiding goed uit: op die manier kan hun belang niet in vraag gesteld worden. Bovendien is er in tijden van chaos meer geld te verdienen. Op Atjeh misbruiken militairen controleposten om passanten geld afhandig te maken. In hun vrije tijd werken sommige soldaten ook als bewakers voor grote bedrijven als ExxonMobil in Atjeh en de mijnbouwmaatschappij Freeport in West-Papoea. In die provincie zou het leger ook betrokken zijn bij illegale houtkap.

Een probleem is dat het Indonesisch leger maar 30 procent van zijn budget van Jakarta krijgt. De rest moeten de militairen aanvullen via de opbrengsten van eigen ondernemingen. Het leger heeft dan ook grote belangen op de vastgoedmarkt en in de bosbouw.

Deze maand eiste het TNI dat de overheidsbijdrage voor ‘interne veiligheid’ en meer bepaald voor ‘anti-terrorisme’ met 10 procent zou worden verhoogd. Van haar kant zal de Indonesische politie binnenkort misschien kunnen profiteren van een Amerikaanse fonds van 16 miljoen dollar waarmee een nieuwe eenheid zou kunnen worden opgezet voor de ordehandhaving in conflictgebieden. Een ander deel van het geld zou kunnen worden gebruikt voor opleidingen in terrorismebestrijding.

Critici vrezen dat al dat geld de nodige hervorming van de ordediensten in de weg staat, en de legertop niet aanzet de aandacht te verschuiven van interne veiligheid naar nationale defensie.

Alleen in het Indonesische parlement wordt de macht van de militairen langzaam aan banden gelegd. In 1999 zetelden er nog 75 TNI-vertegenwoordigers in het 500-koppige parlement, nu zijn dat er nog maar 38. Op 12 juni heeft het parlement tot de verrassing van velen voor een wetsontwerp gestemd dat alle resterende militairen in 2004 uit het halfrond moet doen verdwijnen. Het leger heeft al negatief gereageerd – de militairen klagen dat ze niet naar behoren geraadpleegd zijn en dat het voorstel hun inspanningen kan ondermijnen om hervormingen door te voeren.