Een vuile, vergeten oorlog in Zuid-Kivu

Blog

Wie heeft er baat bij dat deze geweldpleging onder de radar blijft?

Een vuile, vergeten oorlog in Zuid-Kivu

Een vuile, vergeten oorlog in Zuid-Kivu
Een vuile, vergeten oorlog in Zuid-Kivu

Haast niemand beseft dat zich in Zuid-Kivu een oorlog afspeelt waar 200.000 mensen slachtoffer van zijn. Roept dat geen vermoeden op dat sommigen er baat bij hebben dat dit conflict onder de radar blijft, vraagt wereldblogger Ivan Godfroid zich af.

Hij moet ongeveer dertig jaar oud zijn. Hij is afkomstig van het feeërieke gebied in Zuid-Kivu, Oost-Congo, dat omschreven wordt als de hoogplateaus van Minembwe. Hij stak gisteren vanuit Uvira de grens over met Burundi om dan via Rwanda naar Bukavu te reizen, om mij te ontmoeten. Dat is een stuk sneller en veiliger dan de Congolese wegen te gebruiken.

Hij ziet er moe uit. Hij wou me spreken over wat er gaande is in zijn geboortestreek. ‘Wij voelen ons totaal verweesd. Niemand bekommert zich om ons lot. Niemand die weet hoe dit gaat aflopen’. Het schudden van zijn hoofd zou doorheen zijn relaas zijn voornaamste gebaar blijven.

De regio is al lange tijd berucht om spanningen tussen een groep Rwandofone koehoeders en Congolese landbouwers. Datzelfde conflictpatroon heeft al tot vele botsingen in het verleden geleid. Maar nooit nam het allures aan als vandaag. Er is deze keer beslist meer aan de hand.

Congolese identiteit

Aan het einde van de negentiende eeuw heeft een grote groep Tutsi zich afgesplitst uit de toenmalige koninkrijken Rwanda en Burundi om zich in de hooglanden ten westen van de Ruzizirivier te vestigen met hun langhoornrunderen. De volkeren van Congo zijn hen altijd blijven beschouwen als indringers, als Rwandezen. Ze hebben geen voorouderlijke gronden in Congo, dus horen ze daar niet thuis, is hun redenering. Volgens de wet van 29 juni 1981 kan je immers enkel als Zairees (nu Congolees) worden beschouwd indien een van je voorouders lid is of was van een van de stammen die op het grondgebied van de Republiek Zaïre binnen de grenzen van 1 augustus 1885 waren gevestigd.

Bij de geringste spanningen in het gebied krijgen ze dus te horen dat ze maar beter naar Rwanda terugkeren. Hun pogingen om zich een Congolese identiteit aan te meten door het dorp Mulenge, waar hun voorouders eerst halt hadden gehouden tijdens hun migratie als referentie te gebruiken, en zichzelf zo, in het vooruitzicht van de eerder genoemde wet, uit te roepen tot de stam van de Banyamulenge, wordt lang niet door iedereen gepikt. Vele Congolezen blijven hen Banyarwanda noemen, niet in het minst omdat ze in 1996 in het zog van de Rwandese troepen waren gesprongen die Mobutu van de macht zouden verdrijven, met vader Kabila als Congolees boegbeeld.

Geen stammentwist

Meer dan 200.000 mensen sloegen op de vlucht voor het geweld, dat is meer dan 60 procent van de bevolking.

De nieuwe golf van geweld begon, zoals zovele oorlogen, met een moord. Een traditionele leider van de Banyindu, Kawaza Nyakwana, kwam in de maand mei van dit jaar om het leven door een moordaanslag gepleegd door Banyamulenge krijgers. Vergeldingsacties konden niet uitblijven, maar al heel snel nam het geweld proporties aan die nooit eerder in het gebied werden gezien.

Meer dan 100 dorpen werden in brand gestoken, tientallen burgers vermoord en naar schatting meer dan 200.000 mensen sloegen op de vlucht voor het geweld, dat is meer dan 60 procent van de bevolking. Ze zijn gevlucht naar Uvira, naar Burundi, Rwanda, Oeganda en zelfs Kenya. Omdat er geen vluchtelingenkampen zijn, blijven ze haast onopgemerkt. Hun vele duizenden runderen werden geroofd en verkocht op de markten van Kindu in de buurprovincie Maniema. De economische kracht van de Banyamulenge werd zodoende heel grondig onderuit gehaald met de duidelijke bedoeling hen het leven onmogelijk te maken.

Het hoofd van mijn bezoeker gaat plots harder schudden: ‘Iedereen doet dit af als een etnisch conflict, maar dat is een grote leugen. Wij kwamen goed overeen met de Bafulero. We kenden uiteraard al eens fricties met de Babembe en de Banyindu, maar nu worden we slachtoffer van wat steeds meer op een genocide begint te lijken. En dat komt omdat regionale politici zich er mee zijn gaan moeien.’

Paul Kagame, spin in het regionale web

‘De spilfiguur daarachter is president Kagame van Rwanda. Dat heerschap heeft eerder al bewezen dat hij graag oorlogen voert per proxy door eerst de ADFL te steunen om Mobutu van de macht te verdrijven, nadien de CNDP en dan de M23 om de rijkdommen van Congo te kunnen plunderen. Welnu, hij is dit jaar weer superactief geworden op ons grondgebied.

Hij wil kost wat kost buurman Nkurunziza een pad in de korf zetten. Die twee staatshoofden kunnen elkaar al een tijdje niet meer rieken of zien. Om zijn internationale reputatie van vredestichter in Rwanda niet te besmeuren gaat Kagame ook nu weer met een proxy aan de slag: Burundese rebellen als de FNL en de RED-Tabara (Résistance pour un État de Droit au Burundi – Weerstand voor een rechtstaat in Burundi). Die rebellen werden verjaagd uit Burundi en hebben zich enige tijd in Congo koest gehouden, maar toen ze begonnen runderen te plunderen werden ze dieper het binnenland ingejaagd.’

Meedogenloos

‘Intussen was ook de Rwandese rebellengroep Rwanda Nationaal Congres van de dissidente generaal Nyamwasa actief geworden in het grensgebied. Zij hadden toenadering gezocht tot ons, de Banyamulenge, omdat ze weten dat we geen vertrouwen hebben in Kagame. Wij kunnen nooit vergeten hoe Kagame onze vrienden, rwandofonen uit Masisi, naar Rwanda lokte, om hen daar een kopje kleiner te maken. Wij willen met hem niets te maken hebben omdat we weten wat een verschrikkelijke moordenaar hij is. En moesten we zijn vijanden onderdak geven, dan zou zijn wraak meedogenloos zijn. Dus wij willen ons daar ver weg van houden. We willen niets liever dan in vrede leven. Maar het is het tegenovergestelde dat gebeurt.

Blijkbaar heeft hij ons niet geloofd: hij heeft de RED-Tabara bewapend en heeft hen beloofd dat als ze erin slagen om ons, Banyamulenge, te verjagen, ze ons grondgebied mogen gebruiken als uitvalsbasis voor aanvallen tegen president Nkurunziza van Burundi. Zo slaat hij twee vliegen in één klap, want nu is hij ook zeker dat de NRC geen voet aan de grond krijgt om Rwanda aan te vallen. De coalitie die de Red-Tabara met de maï maï hebben gesloten heeft hen veranderd in een pletwals die onze hele gemeenschap nu heeft uiteen geslagen en in zijn voortbestaan bedreigt. Binnenkort zullen de aanvallen op Burundi in aantal en hevigheid toenemen. Je zal je mijn woorden herinneren als het zover is.’

Mensen zonder rechten?

Ik vraag hem welke oplossing hijzelf ziet voor dit conflict. Weer gaat zijn hoofd harder schudden: ‘Ze willen een dialoog tussen de Banyamulenge en de andere gemeenschappen organiseren. Hoe zouden wij met hen kunnen praten als we ondertussen steeds maar worden aangevallen? Eerst moet aan het geweld een einde komen. De legereenheden die in onze regio gebaseerd zijn spelen onder één hoedje met de maï maï en laten ons volledig in hun handen. We hebben een zwaar vermoeden van compliciteit. De blauwhelmen van Monusco sluiten zich op in hun kazernes. Ze vragen aan de vluchtelingen die bij hen bescherming denken te vinden om hun geïmproviseerde kampen wat verderop op te slaan zodat ze niet zouden betrokken worden als de maï maï hen zouden aanvallen…’

Een probleem van die aard en omvang negeren is een daad van opperste onverantwoordelijkheid

‘President Tshisekedi moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Ken jij een ander land waar 200.000 burgers met geweld worden verjaagd, beroofd worden van hun enige bron van inkomen, zonder dat de overheid daarop reageert? Die wandaden duren nu al zes maanden. Zijn wij geen mensen dan, met rechten?  De gouverneur heeft nooit een standpunt ingenomen, tot vrede opgeroepen of humanitaire hulp ingeroepen. Een probleem van die aard en omvang negeren is een daad van opperste onverantwoordelijkheid voor een gouverneur. Nooit heeft president Tshisekedi laten blijken dat hij bezorgd is over de crisis in Zuid-Kivu. Het lijkt of het hem allemaal totaal niets kan schelen. Hij is voortdurend op reis terwijl wij, Congolezen, zwaar lijden onder de afwezigheid van het centrale staatsgezag. Het bezoek van zijn kabinetschef Vital Kamerhe in juli heeft aan de situatie totaal niets veranderd, ondanks zijn beloftes.

Soms denken we dat het nog erger is: dat Tshisekedi het op een akkoord heeft gegooid met Kagame en hem vrij spel geeft. Zo wordt Kinshasa verlost van de Banyamulenge die ze toch als Rwandezen blijven zien in plaats van Congolese staatsburgers, zonder dat ze zelf hun nek moeten uitsteken en bovendien komt Kagame zo bij hen in het krijt te staan. Dit is geen stammentwist man, dit is vuile machtspolitiek en daar zijn wij het slachtoffer van!’