Bescherming voor (schijn)zelfstandigen

Blog

Onderhandelen in niemandsland

Bescherming voor (schijn)zelfstandigen

Bescherming voor (schijn)zelfstandigen
Bescherming voor (schijn)zelfstandigen

Op de arbeidsmarkt krijgen steeds meer werknemers een zelfstandigenstatuut. Of ze zweven ergens tussen en zitten met ondefinieerbare arbeidsrelaties. Zo werken ze vaak aan dumpingtarieven. Kan er onderhandeld worden over hun loon? Mag dat? Dat was de inzet van het geval-Ierland hier op de Internationale Arbeidsconferentie, in de Commissie voor de Normen. Chris Serroyen brengt er verslag over uit. Kom niet zeggen dat de IAO niet mee is met zijn tijd.

Het is niet voor de eerste keer dat we deze blog ingaan op de disruptieve evoluties zoals robotisering, digitalisering, uberisering en platformisering. Waarbij de uberisering dan staat voor de gecommercialiseerde perversie van de deeleconomie: taxiën met de eigen wagen, koken vanuit de eigen keuken, hotellieren met eigen kamers. De platformisering staat dan voor het digitaal veilen van opdrachten van korte duur via zogenaamde digitale platformen. Het geeft het ontstaan van nieuwe businessmodellen met steevast minder arbeidscontracten en veel meer andere types van arbeidsrelaties. In het beste geval met een zelfstandig statuut, in het slechtste geval zonder een duidelijk statuut. Als het al niet gaat om gedigitaliseerd gesjoemel met zwartwerk.

Geen bescherming

Veel van die nieuwe arbeidsrelaties hebben geen fatsoenlijke arbeidsbescherming en sociale zekerheid

Veel van die nieuwe arbeidsrelaties hebben geen fatsoenlijke arbeidsbescherming en sociale zekerheid. In het beste geval worden ze opgenomen in de sociale bescherming van de zelfstandigen. Zoals de Belgische regering dat nu van plan is voor de commerciële deeleconomie, à la Uber en voor een stuk ook Airbnb. Dit leidt er ook toe dat ze helemaal niet beschermd zijn tegen dumpingtarieven. Werknemers kennen minimumlonen via cao’s én het recht regelmatig verbeteringen te onderhandelen. Zelfstandigen kennen dat niet. Laat staan de werkenden in het niemandsland tussen werknemer en zelfstandige.

Cao’s voor zelfstandigen

Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan. En dus zie je wereldwijd dat die sukkelaars zich organiseren voor het recht op een billijke vergoeding voor de arbeid. Al blijkt dat niet simpel. Want mag dat wel? Werknemers mogen in principe collectief onderhandelen; tenminste als we even de talrijke schendingen door de regeringen van het recht op vrije loononderhandelingen door de vingers zien. Maar naar Europees recht lijkt dat voor andere beroepsgroepen taboe. Want: kartelvorming, samenspanning, prijsafspraken, verhindering van de vrije concurrentie…Kortom, ondergang van de vrije markteconomie die Europa zijn grootsheid heeft gegeven.

Nederlandse case: muzikanten

De Nederlands vakbond FNV sloot in 2006 een cao af voor minimumvergoedingen voor die zelfstandige muzikanten

Is dat echter langer houdbaar? Dat laatste is al een tijd de inzet van een bijzonder interessant dispuut in Nederland. FNV, de belangrijkste vakbondsconfederatie in Nederland, had zich daar het lot aangetrokken van muzikanten die met een zelfstandigenstatuut werden ingehuurd als die moesten inspringen voor afwezige orkestleden met een werknemersstatuut. Ze wisten warempel in 2006 een cao af te sluiten voor minimumvergoedingen voor die zelfstandige vervangers.

Maar volgens de Nederlandse Mededingingsautoriteit kan het niet dat verenigingen van zelfstandigen prijsafspraken onderhandelen. Het leidde tot een proceduretoeslag, die via een prejudiciële vraag terecht kwam bij het Europese Hof van Justitie. Dat gaf op 4 december 2014 een zeer voorzichtig antwoord. Een nationale rechter mag toch zo’n collectieve overeenkomst toestaan, als kan worden aangetoond dat het eigenlijk schijnzelfstandigen zijn. Het Nederlandse hof kwam vorig jaar inderdaad tot het oordeel dat het ging om schijnzelfstandigen, omdat die muzikanten-vervangers exact hetzelfde werk deden en ze niet meer of minder autonomie hadden dan de werknemers-muzikanten. De Nederlandse Staat had nochtans ingeroepen dat die zelfstandige vervangers altijd opdrachten konden weigeren. Het Gerechtshof antwoordde daarop dat het enkel op papier kan, want “aangenomen moet worden dat een dergelijke remplaçant niet snel nogmaals door dat orkest zal worden ingeschakeld” en dat dus “van een reële vrijheid geen sprake is”.

Ierse case: cao zelfstandigen

In Ierland is nu iets gelijkaardigs aan de gang, naar aanleiding van een cao voor zelfstandigen in de sector van radio, televisie, cinema en visuele kunsten. Die cao dateert al van 2002, maar de Ierse Mededingingsautoriteit stak er in 2008 een stokje voor. Dit gebeurde toen onder druk van het IMF, dat – in ruil voor steun aan het door de financiële crisis zwaar getroffen Ierland – onder meer oplegde dat het land geen uitzonderingen meer mocht toestaan op het verbod op prijsafspraken.

Dit haalde de cao van 2002 onderuit en leidde tot een klacht van ICTU, de Ierse vakbondsfederatie, bij de IAO. Want stelt die – geheel terecht overigens – het recht op collectieve onderhandelingen, verankerd in Conventie nr. 98, een van de fundamentele arbeidsnormen van de IAO, is niet beperkt tot werknemers. De Conventie spreekt immers niet van werknemers, maar van werkenden. En werkenden, dat zijn ook zelfstandigen. Op basis waarvan de Experten van de Commissie voor de Toepassing van de Normen tot het oordeel komen dat de Ierse Mededingingsautoriteit het recht op onderhandelen voor zelfstandigen moet garanderen.

Disruptief onderhandelen

Dat is in het huis van de IAO niet zo nieuw. Nieuw is dat we er met het ACV in zijn geslaagd die kwestie dit jaar op de agenda van de Commissie voor de Normen te krijgen, als een van de 24 te berechten gevallen. Zo krijgt het een bijzondere betekenis tegen de achtergrond van de disruptieve evoluties, het oprukken van de verzelfstandiging en de opkomst van allerlei andere contractuele arbeidsvormen. Dat was de experts ook niet ontgaan: “De Commissie is er zich van bewust dat de mechanismen voor collectieve onderhandeling in traditionele arbeidsrelaties niet aangepast kunnen zijn aan de bijzondere omstandigheden en voorwaarden waarin de zelfstandige werknemer werkt”..

Die bijzonder betekenis wordt nog versterkt door het feit dat de experten van de IAO hiermee ook Europa, met zijn strenge concurrentiewetgeving, terugfluiten. En in één beweging ook het IMF. En dat is niet de eerste keer sinds de financiële crisis en het ontstaan van de Europese economic governance. Het was dan ook opvallend dat de Europese Unie hier via het Nederlandse voorzitterschap niet tussenkwam in de Commissie voor de Toepassing van de Normen. Niet in het minst omdat Nederland in dit debat geen betrokken partij was. Al kwam er wel zwak verweer van Frankrijk, Italië, Portugal.

Tot een berisping voor Ierland is het hier niet gekomen. Wel tot de vraag aan Ierland om, zoals de experts voorstellen, nationaal overleg te starten over wat collectieve onderhandelingsmechanismen zouden kunnen betekenen voor andere contractuele relaties. Op zich niet onbelangrijk, want dat betekent dat er consensus is om het bespreekbaar te stellen. Dat is al meer dan we van Europa en de nationale Mededingingsautoriteiten te horen krijgen. En een opsteker naarmate de onzelfstandige zelfstandigen oprukken. En niet in het minst ook een uitnodiging aan de vakbonden, wereldwijd, om hun actieterrein te verbreden. Want van de UNIZO’s van deze wereld zal het niet komen.

Chris Serroyen