Voor vrede en veerkracht, na catastrofes

Blog

Voor vrede en veerkracht, na catastrofes

Voor vrede en veerkracht, na catastrofes
Voor vrede en veerkracht, na catastrofes

De Internationale Arbeidsconferentie in Genève ging op 30 mei ll. van start. Te volgen met een nieuwe reeks blogberichten van de delegaties van ACV en Wereldsolidariteit hier. In een van de commissies wordt de IAO-aanbeveling van 1944 over de overgang van oorlog naar vrede tegen het licht gehouden. Stijn Sintubin, hoofd van de dienst Internationale Arbeidsbetrekkingen van het ACV, schetst de inzet.

Crisisbeheer

De tsunami in Zuidoost-Azië, de aardbevingen in Haïti en Nepal, het aanslepende conflict in de Democratische Republiek Congo, de oorlog in Syrië, de vluchtelingenstromen naar Europa en in andere continenten,….

De drie partijen - overheden, werkgevers en vakbonden - binnen de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) besloten om zich hierover te buigen. Ik hoor het u al denken…. Wat heeft dat alles met de IAO en met waardig werk te maken?

Wel, al in 1944, op de vooravond van de heropbouw van Europa, na de 2de wereldoorlog, keurde de IAO in Philadelphia een bijzondere aanbeveling goed (Aanbeveling nr. 71): “Tewerkstelling in overgangsperiodes van oorlog naar vrede”. Dit instrument verleende raad aan de overheden hoe de tewerkstelling te organiseren tijdens de periode van de heropbouw. De aanbeveling gaf ook verder advies over het re-integreren van de gemobiliseerde bevolking in het sociale en economische leven; over het opnemen van gewonde strijders in de industrie; over hoe de reconversie van een oorlogsindustrie naar een industrie die produceert voor het dagdagelijkse leven in vredestijd te organiseren; over de beroepsopleidingen die moeten worden voorzien; over de heropbouw van de arbeidsmarktinstellingen heropbouwen; over het te voeren arbeidsmarktbeleid ook.

Deze Aanbeveling 71 is nog steeds het enige wetgevende instrument binnen het VN en het internationaal systeem dat een wegbeschrijving geeft om te reageren op allerhande crisissen zodat de tewerkstelling, de jobcreatie en de economie zo snel mogelijk weer op gang komt.

In maart 2014 besloot de Raad van Bestuur van de IAO om deze aanbeveling nieuw leven in te blazen. Ze besloot om twee jaar na elkaar een speciale commissie tijdens de Internationale Arbeidsconferentie aan deze vernieuwing te laten werken. Dit proces moet in juni 2017 eindigen met een herziene aanbeveling op het thema.

Meer dan oorlog

Het feit dat de drie partijen van de IAO consensueel besloten dat een herziening nodig was, geeft op zich reeds het belang van deze aanbeveling aan.

Als er al een instrument bestaat, waarom het dan aanpassen?

Omdat de aanbeveling intussen wat anachronistisch lijkt. Ontstaan uit de ellende van de tweede wereldoorlog en de acute nood aan heropbouw nadien. Terwijl de nood aan verenigde inspanningen na zware crisissen blijft; maar met een veel breder gamma aan crisissen.

Het lange lijstje van conflicten en natuurrampen in de eerste paragraaf spreekt voor zich.
Even enkele cijfers voor een eerste indruk van de omvang van het fenomeen:

  • Het wordt geschat dat 1,5 miljard mensen, op een totale wereldbevolking van 7 miljard, in door conflicten getroffen gebieden of in fragiele staten wonen en dit cijfer groeit jaarlijks aan.

  • Circa 33 miljoen mensen zijn het slachtoffer van een interne migratie, waaronder tussen de 11,2 tot 13, 7 miljoen kinderen.

  • Het aantal personen dat op een moment afhankelijk was van humanitaire hulp verdubbelde tussen 1990 en 2015.

  • Het globaal economisch verlies te wijden aan rampen van allerlei aard over de periode 2004 tot 2014 bedroeg 1,2 biljoen euro.

  • Alleen in 2011 werd over de hele wereld meer dan 11,6 miljard euro aan humanitaire hulp uitgegeven.

  • En uiteraard zijn vrouwen en kinderen de grootste slachtoffer van die catastrofes.

We leven in een wereld waar we steeds meer rekening moeten houden met rampen die een gevolg zijn van conflicten in een land, of op regionaal en zelfs internationaal niveau. De klimaatverandering brengt een groeiend aantal natuurrampen met zich mee. De vluchtelingencrisissen zoals we momenteel in Europa kennen, zullen toenemen omdat meer en meer bevolkingsgroepen door oorlogsconflicten of natuurrampen gedwongen worden zich naar andere oorden te begeven.

De Aanbeveling uit 1944 was enkel toegespitst op een internationale oorlogssituatie, en de meeste van deze nieuwe rampen werden er niet door gedekt. Vandaar nood aan een degelijke opfrissing. Een opfrissing, want zowel overheden, werkgevers als werknemers zijn het er over eens dat zo een instrument wel degelijk nut heeft en moet blijven bestaan.

Rechten in tijden van angst

De IAO maakte een eerste voorstel op basis van de antwoorden op een vragenlijst van 85 overheden, 27 werkgeversorganisaties en 32 vakbonden. Te vinden in het rapport voor de Commissie.

Enkele eerste belangrijke aandachtspunten van de kant van de vakbonden:

  • Het terrein van de interventie moet verschuiven van een zeer nauwe op oorlog gerichte focus naar een ruimere focus met acties die gebaseerd worden op een rechtenbenadering en de waardig werk agenda. Met respect voor alle basisconventies van de IAO (inclusief vrijheid van organisatie en onderhandelen).

  • Sociale bescherming blijft een belangrijk element om mensen uit de armoede te houden, ook tijdens de heropbouw na rampen. Indien er geen sociale bescherming was, is een heropbouw het moment om een basissokkel voor sociale bescherming te voorzien.

  • Een heropbouw van een maatschappij moet de transitie van de werknemers in de informele economie naar een formele economie garanderen.

  • Het concept “vluchteling” moet breed genoeg ingevuld worden zodat dit een zo groot mogelijk deel van de migranten dekt.

  • De sociale partners moeten van bij het begin van de heropbouw actief betrokken worden; de sociale dialoog is een ideaal instrument hiervoor.

  • Garantie op degelijke en gratis openbare diensten, zoals onder andere onderwijs.

  • Bijzondere maatregelen om kinderarbeid uit te roeien en te vermijden tijdens heropbouw periodes

  • En tot slot ook bijzondere maatregelen om de vrouwelijke werknemers te beschermen en tewerkstelling evenals beroepsopleidingsmogelijkheden te bieden.

Naar eerste aanvoelen, blijkt er nogal wat consensus te zijn over het voorstel, maar dat weten we pas echt eens de werkzaamheden effectief op gang komen.

Stijn Sintubin