Nederlands, mon amour

Blog

‘Anderstaligheid zal altijd een beetje op je plakken, maar niets staat tussen jou en je medemens’

Nederlands, mon amour

Nederlands, mon amour
Nederlands, mon amour

De Week van het Nederlands is ieder jaar een ode aan onze taal. Ook voor anderstalige nieuwkomers kan en mag het dat zijn. Al is het vaak geen liefde op het eerste gezicht, zoals blijkt uit deze bijdrage van actrice, zangeres en MO*blogster Nela Deleu.

akshay moon (CC BY 2.0 Deed)

‘Jij maakt geen deel uit van het verhaal. Tot je plots de krant leest en niet meer merkt in welke taal.’

akshay moon (CC BY 2.0 Deed)

Ik herinner me die verwarrende, isolerende periode. Het is alsof je voortdurend onder water staat. Alsof je in nylon gewikkeld bent en je hoort alles van geluid als wat gesis.

Ik heb het over de periode vóór dat ik Nederlands verstond. Je staat in de rij bij de post, je passeert de markt of je hoort de radio in de keuken, maar dat geluid zegt je niets. Je begrijpt het niet. Jij maakt geen deel uit van het verhaal.

Mijn sociale en communicatieve behoeften zijn nochtans zeer groot. Mijn hele leven stond ik op het podium, zat ik in een overvolle zaal, was ik omringd door een overbevolkte buurt of zat aan een grote tafel vol luidruchtige familieleden en vrienden.

Als anderstalige in een vreemd land aankomen leidde voor mij een mute-periode in, een communicatiepauze. Het werd de ultieme trigger voor depressie. Wat een eenzame plek is het om die ene ouder te zijn in de kamer, die het gefluister van de vertaler in het oor nodig heeft om een ​​ouderavond te kunnen volgen.

Ik kon er niet tegen. Taal, verbaliteit en mondelinge expressie zijn, zolang ik mij kan herinneren, mijn werktuigen en werkmiddelen. Dat gereedschap moest ik zo snel mogelijk weer in handen krijgen. Maar pas als je begint, besef je dat het een proces van lange adem is. En dat het je veel meer tijd zal kosten dan de aangeduide duur van de cursus waarvoor je je inschrijft.

Het is alsof je met die duizenden uren een heel leven probeert in te halen.

Ik heb de afgelopen zes jaar alle tien niveaus van het Nederlands bestudeerd, twee interuniversitaire tests gedaan en talloze uren vrijwilligerswerk gedaan om mijn Nederlands te verbeteren. Het is alsof je met die duizenden uren een heel leven probeert in te halen.

Mijn eerste woorden leerde ik van de kinderen met wie ik op school werkte, alsof het de mijne waren. ‘Jasje aan, veters, koekjes, in de rij staan, rugzak tegen de muur zetten!’ Ik herhaalde ze luid en duidelijk.

‘Waarom praat de juf zo raar?’ ‘Omdat zij is nog aan het leren, net als jij.’

Ik leerde nieuwe, vreemde dialectwoorden van klanten die ik aan de kassa bediende. ‘Gilletje’, ‘ceintuurtje’, ‘congé’ …

En dan, op een dag, word je wakker en besef je bij je eerste koffie dat je de krant aan het lezen bent zonder te registreren of die in het Nederlands, Engels of Bosnisch geschreven is… Je bent gewoon aan het lezen.

Je begint teksten te schrijven die, met vriendelijke correctie, door mensen worden gepubliceerd of beluisterd. Je durft op het podium te staan ​​en met een vreemde stem, die niet op de jouwe lijkt, want voor mij klinkt mijn stem in elke andere taal anders. Je begint te spelen en beseft dat het publiek jouw fouten helemaal niet erg vindt. Integendeel, ze ondersteunen jouw inspanningen.

En je kwam boven water. Je doet mee. Je begrijpt het. Ze begrijpen je. Je lacht om grappen. Je maakt je zorgen als je naar het nieuws luistert.

Jij doet mee. Jij maakt deel uit van het verhaal. Eindelijk.

Anderstaligheid zal altijd een beetje op je plakken. Je klank binnen het geheel zal altijd een beetje dissonant zijn. Maar niets staat nog tussen jou en het publiek, de lezers, de omgeving of de medemens.

Open jouw mond. Praat. Zeg eens.