1060 Brussel als centrum van een armada Congolees-Indiase offshores

Analyse

1060 Brussel als centrum van een armada Congolees-Indiase offshores

1060 Brussel als centrum van een armada Congolees-Indiase offshores
1060 Brussel als centrum van een armada Congolees-Indiase offshores

Alain Lallemand

19 mei 2016

De familie Rawji heeft Indische roots, maar is al decennia lang actief in Congo. Van daaruit richtten ze, met de hulp van advocatenkantoor Mossack Fonseca, offshores op in zowat alle belastingparadijzen. Maar voor de zekerheid is hun verblijfsadres de Zwitserlandstraat in de Brusselse gemeente Sint Gillis.

Met hun vieren vertegenwoordigen ze één van de grootste banken, zo niet dé grootste bank, van de Democratische Republiek Congo: de Rawbank. Tot voor kort waren ze met vijf broers: Mazhar, Mushtaque, Aslam, Murtaza en Zahir (overleden in 2013) en hun geschiedenis loopt parallel met die van Congo.

Hun Indische voorouder, Merali Rawji, zette in 1908 voet aan wal in Oost-Afrika en vestigde zich in 1910 in Kindu. Vervolgens trok de familie Rawji in 1960, onmiddellijk na de onafhankelijkheid, naar Kinshasa. In 1966 nam ze de oude Belgische textiel-en handelsvennootschap Beltexco over en maakten er een distributiebedrijf van dat tot op de dag van vandaag een van de pronkstukken van de Rawji-groep vormt.

Maar de Rawji’s importeren ook voertuigen (Prodimpex), houden zich bezig met havenactiviteiten (Rafi) en leiden de Rawbank BVBA, een bank waarvan de activa in 2014 officieel 947 miljoen dollar bedroegen, met kantoren van Kinshasa tot Bunia, van Watsa tot Kolwezi, van Boma tot Lubumbashi.

De Panamapapers onthullen dat de broers Rawji, als goede bankiers, een hele vloot offshores hebben opgericht.

De bank, die soms beschuldigd wordt van verdacht nauwe banden met de Congolese president, is een ongelooflijk succesverhaal want het presidentieel besluit dat haar toelaat gaat immers maar terug tot 8 augustus 2001. Het is dus een recente bank, maar ze wordt in de watten gelegd, en zeker door de Benelux, want het aandeelhouderschap van de Rawbank BVBA gaat terug op een Luxemburgse holding, Rawbank NV, en voor haar oprichting kon de bank genieten van een kredietlijn van ING België. Deze constructie is vandaag de dag voor 95 procent in handen van een holdingmaatschappij naar Mauritiaans recht, die op haar beurt in gelijke delen is verdeeld tussen de nog levende broers Rawji en de erfgenamen van de overleden Zahir.

Maar waar bevindt zich eigenlijk het geld van de broers Rawji? De Panamapapers onthullen dat ze, als goede bankiers, een hele vloot offshores hebben opgericht rond de vier polen van de wereld der belastingparadijzen: Panama, de Britse Maagdeneilanden, de Kaaimaneilanden en voor de stromannen het eiland Jersey.

Radio Okapi (CC by 2.0)

Via het bedrijf Rafi houdt de familie Rawji zich bezig met havenactiviteiten in RDC

Radio Okapi (CC by 2.0)​

De bank kreeg in de zomer van 2001 groen licht van Laurent-Désiré Kabila, maar de constructies zijn op zijn minst sinds 1999 opgezet. Eind 2012 vertegenwoordigde het advocatenbureau Mossack Fonseca niet minder dan zes Panamese offshores die toebehoorden aan de broers, evenals vier andere offshores gevestigd op de Maagdeneilanden. In Panama gaat het om de vennootschappen Linjana NV, Pix Business & Trading NV, Mamu Investments NV, Monganga NV, Impala NV en Ginko International NV, en op de Britse Maagdeneilanden om de vennootschappen M R Investments Ltd, Hurricane Investments Limited, Pentagon Investments Holdings LTD en Khazana Holdings Limited.

Wat verbergt deze eerste muur van offshore-vennootschappen?

Kenmerkend voor de offshores van Panama is dat ze sinds 2005 geleid worden door de broers Rawji in eigen persoon, voornamelijk door Mazhar Rawji (de huidige voorzitter van de raad van bestuur) en zijn broer, Mushtaque Rawji, die alhoewel hij minder opvalt in het officiële organigram van de Rawbank (in 2007 was hij echter vicevoorzitter van de bank), een belangrijk radertje is van het offshore-mechanisme.

Deze Panamese vennootschappen zijn ruim na de oprichting van de Congolese bank in handen van de Rawji’s gekomen en ze zouden dan slechts financiële constructies ten dienste van de klanten van de bank hebben kunnen geweest zijn. De advocaat van de broers Rawji verzekert ons dat dat nochtans niet het geval is en verklaart dat de ‘vennootschappen opgericht op de Britse Maagdeneilanden en in Panama gebruikt worden als constructies van aandelenbezit in andere vennootschappen van de Rawji-groep, maar uitsluitend buiten de perimeter van bank.’ Het is dus ongetwijfeld het vermogen van de Rawji’s dat aan het oog van Kinshasa ontsnapt.

De offshores van de Britse Maagdeneilanden hebben een andere geschiedenis en worden op een andere manier bestuurd. Khazana Holdings Ltd bijvoorbeeld, ziet de vijf broers aan het hoofd van de offshore komen in 1999, terwijl Mazhar en Mushtaque in februari 2001 de leiding nemen over Hurricane Investments. Het samenvallen van deze data laat vermoeden dat het om voorbereidende handelingen ging om de Rawbank BVBA op te richten. Wie bevindt zich achter deze offshores op de Britse Maagdeneilanden? Verschillende vennootschappen gevestigd op het eiland Jersey nemen een participatie in het kapitaal, maar de meerderheid van de aandelen is in handen van een andere offshore: Rawsons Investments Limited, gevestigd op de Kaaimaneilanden.

De verrassing kwam er in februari 2001, tijdens een overdracht van aandelen tussen de offshore van de Kaaimaneilanden en die van de Maagdeneilanden. Mushtaque Rawji, die een Brits paspoort heeft, wordt net zoals zijn vier andere broers, door de Britse autoriteiten verzocht om zijn “hoofdverblijfplaats” aan te geven. En ze geven met een opvallende unanimiteit Zwitserlandstraat 12, 1060 Brussel aan. Ze beweren dus Belgische inwoners te zijn, wat, voor België, waarschijnlijk een fiscaal buitenkansje is.

De Rawji’s waarderen de ziekteverzekering en de fysieke veiligheid van België maar niet in die mate dat ze zich bij de belastingadministratie aangeven om er hun bijdrage aan te leveren.

De Zwitserlandstraat is de maatschappelijke zetel van de bescheiden Belgische import-exportvennootschap Matimpex NV die bestuurd wordt door Aslam, Mushtaque en Mazhar Rawji. Ze besturen ze vanuit Sint-Gillis, de telefoon wordt wel degelijk opgenomen met de naam Rawji, de verblijfplaats wordt vermeld, maar tegelijkertijd worden aan de Belgische autoriteiten Congolese privéadressen gegeven.

Waarom zeggen ze als de Maagdeneilanden hen ondervragen, dat ze Belgische inwoners zijn? Hun advocaat bevestigt ons dat het bureau in Brussel inderdaad de rol vervult van een verbindingsbureau voor de familie Rawji. ‘Het neemt ook de opvolging van de ziekteverzekeringen voor zich, de afspraken met de artsen en de ziekenhuizen (…). Het speelt verder ook een belangrijke rol in het geval van politieke onrust of oorlog. Vanaf Brussel worden de modaliteiten voor een eventuele dringende repatriëring van Rawji-familieleden in orde gebracht.’ Kortom, de Rawji’s waarderen de ziekteverzekering en de fysieke veiligheid van België maar niet in die mate dat ze zich bij de belastingadministratie aangeven om er hun bijdrage aan te leveren.

Alain Lallemand is lid van ICIJ en journalist bij Le Soir. Dit artikel werd uit het Frans vertaald door Jennifer De Belie.