Grootste partijcongres in Europa kiest voor radicale lijn en meer macht voor de basis

Analyse

Grootste partijcongres in Europa kiest voor radicale lijn en meer macht voor de basis

Grootste partijcongres in Europa kiest voor radicale lijn en meer macht voor de basis
Grootste partijcongres in Europa kiest voor radicale lijn en meer macht voor de basis

Podemos, de linkse partij die ontstond uit de Indignado-beweging en die als een meteoor het politieke bestel in Spanje dooreen schudde, hield afgelopen weekend in Madrid haar tweede politiek congres. 15.000 aanwezigen en 155.000 online kiezers gaven Pablo Iglesias een duidelijk mandaat voor zijn radicale politieke opstelling, maar ook een lesje in politieke bescheidenheid.

De aanloop naar het tweede congres van Podemos werd overschaduwd door een gepersonaliseerde tweespalt. Dat heeft het noodzakelijke oriëntatiedebat geen goed gedaan. Maar de massale deelname, het enthousiasme van de basis en deels ook de uitslag maken dat de linkse formatie alle kansen gaaf houdt om te doen waar het zegt voor geboren te zijn: de politieke macht te veroveren en een radicale breuk te bewerkstelligen met de neoliberale politieke correctheid.

Het gebrek aan intern democratisch leven werd ‘gecompenseerd’ door een alomtegenwoordigheid van de kopstukken in de massamedia.

In het weekend van 11 en 12 februari verzamelde Podemos zijn aanhang in het Madrileense complex Vistalegre, een vroegere stierenarena, voor zijn tweede Asamblea Ciudadana. Deze burgervergadering is in feite het congres van de in 2014 opgerichte politieke partij. De eerste bijeenkomst twee jaar eerder, eveneens in Vistalegre gehouden, stroomlijnde de partij met het oog op een reeks belangrijke verkiezingen. Toen werd een homogene leiding van 62 mensen verkozen waar geen enkele dissonante stem in geduld werd.

Kern van die leiding was de zogenaamde ‘grupo promotor’, de vriendenkring van stichters rond Pablo Iglesias die er tot secretaris-generaal gekroond werd. Onder hun impuls professionaliseerde de partij tot een ‘electorale oorlogsmachine’. Intern ging het om een verticalistische operatie waarbij de plaatselijke werkingen, de ‘círculos’, weinig om handen hadden. Dat gebrek aan intern democratisch leven werd ‘gecompenseerd’ door een alomtegenwoordigheid van de kopstukken in de massamedia.

Groei, frustratie en hanengevecht

Het leverde de partij geen electorale windeieren op. Vandaag is ze de derde grootste en in de peilingen de tweede, wat alles te maken heeft met de open oorlog in de sociaaldemocratische PSOE na de afzetting van hun nummer 1 en hun gedoogsteun aan de investituur van het tweede conservatief-rechtse kabinet-Rajoy.

Maar hoe spectaculair ook, de winst was niet genoeg om zelf aan zet te komen en een progressieve regering, een gobierno del cambio, op de been te brengen. Niettegenstaande het nettoresultaat vele linkse formaties in Europa euforisch zou stemmen, veroorzaakte het binnen Podemos een malaise. Wat sinds de lente van 2016 sluimerde, brak de afgelopen maanden en weken in alle hevigheid uit: een debat over de strategische keuzen, over het partijmodel en over de stijl van besturen.

De afgelopen maanden brak een debat uit over de strategische keuzen, over het partijmodel en over de stijl van besturen

Een stroming rond de jonge politicoloog en ‘nummer 2’ van de organisatie, Iñigo Errejón, achtte de kans op regeringsdeelname verkeken door een te scherpe houding ten aanzien van PSOE en Ciudadanos. Podemos had een regering met deze twee krachten kunnen vormen, klonk het, maar maakte zich door haar scherpe kritiek op Ciudadanos onmogelijk. Ook bij de PSOE dat een regeerakkoord met Ciudadanos afgesloten had en daar niet meer zou van afwijken.

Iglesias handhaafde een te scherp discours, waarmee hij de partij marginaliseerde, zo hekelde deze stroming. Ten bewijze, aldus de errejonistas: de populariteit van Iglesias nam af; de antipathie groeide onder de mensen. Essentieel stelde Errejón dat er meer steun kon en kan gevonden worden voor een verandering dan de ‘loutere’ vijf miljoen stemmen die Podemos scoorde.

Tegenover deze positie organiseerde Iglesias de eigen troepen. Zij meenden dat groot onheil voorkomen was door niet in een coalitie te stappen met PSOE én Ciudadanos. De partij zou er snel door ‘genormaliseerd’ zijn geworden zonder dat ze iets wezenlijks zou kunnen bekomen. PP, maar ook PSOE en Ciudadanos moesten op de korrel genomen worden. Podemos moest nu een harde oppositie kiezen in het parlement en dat koppelen aan een meer substantiële aanwezigheid in de sociale strijd.

Maar qua alliantiepolitiek verwees Iglesias constant naar de noodzaak van een ‘historisch blok’ naar het voorbeeld van de Italiaanse communistenleider Enrico Berlinguer die op een bondgenootschap van zijn PCI met de christendemocratie mikte. In Italië zou het een vruchteloze strategie blijken door de halsstarrige weigering van de christendemocraten. In Spanje is het dat tot nu toe ook. In het parlement fulmineerde Iglesias over de welig tierende corruptie, had hij striemende kritiek op de gedoogsteun van de PSOE aan de regering en solidariseerde hij zich openlijk met een omsingelingsactie van het parlement.

De egotripperij en de mannetjesputterij die in massamedia tentoon gespreid werden, stootten intern op steeds meer weerstand

Een derde, veel kleinere stroming, de anticapitalistas, kon het op dat vlak beter met Iglesias vinden. Maar die stroming bekritiseerde zowel ‘Pablo’ als ‘Iñigo’ inzake het uitgebouwde partijmodel, het verticalisme, het electoralisme, het nalaten van de partij aan de basis uit te bouwen en die basis aan het woord te laten in de besluitvorming.

De derde kritiek, verbonden met de tweede, gold de egotripperij, de mannetjesputterij die in massamedia tentoon gespreid werd, en intern op steeds meer weerstand stootte. Op dat vlak, vreesden menigen, begon Podemos sterk te lijken op de andere partijen en voor een formatie die zich beroept op de indignados is een nog dodelijkere kritiek ondenkbaar.

In de aanloop naar Vistalegre II legden deze drie stromingen hun teksten en hun voorstel van leidinggevende ploeg voor: de ploeg-Iglesias, ‘Podemos para todas’; de ploeg-Errejón, ‘Recuperar la ilusíon’; en de anticapis, ‘Podemos en movimiento’.

CC Ministerio de la Cultura Argentina

CC Ministerio de la Cultura Argentina​

Het grootste politieke congres van Europa

Meer dan 150.000 mensen brachten uiteindelijk hun stem uit. Deze vorm van ‘internetdemocratie’ zorgt weliswaar voor een hoge participatie, maar versterkt de kopstukken die veel in de media aan bod komen en laten geen reëel debat met woord en wederwoord toe. Hoe dan ook doet qua online participatiegraad geen enkele politieke formatie in Europa beter.

Dat de betrokkenheid groot is, bewijst ook het feit dat het congres zelf werd bijgewoond door duizenden actieve leden. Geen enkele andere politieke formatie in Spanje zou het ook maar wagen om Vistalegre, met een capaciteit van 15.000 zitplaatsen, te vullen. Dat mag verbazen want op dat moment was het gros van de stemmen over de verschillende strategische nota’s en voorstellen van leidinggevende ploegen al uitgebracht. Geregistreerden mochten immers al de hele week vóór het congres stemmen. Dit degradeerde het congres tot een soort van meeting, afsluiter… en naar velen hoopten een moment van verzoening.

‘Vistalegre II’ werd immers gekenmerkt door de openlijke tweespalt tussen Pablo Iglesias en Iñigo Errejón die maandenlang breed uitgesmeerd werd in de massamedia, niet in het minst door toedoen van de protagonisten en hun entourage zelf. Dit lamentabele vertoon in de massamedia, het alfamannetjesaspect ervan en de krappe democratische discussiemarges veroorzaakten veel tandengeknars en droefenis bij de achterban.

Er zijn geen interne vijanden, hield Urbán het publiek voor, onze vijanden bevinden zich buiten en ze zijn machtig.

Dat speelde in de kaart van de “derde stroming” binnen Podemos, de anticapis. Niettegenstaande hun platform maar door 13 procent van de stemmers zou gesmaakt worden, kon hun constructieve boodschap van eenheid, bescheidenheid, kameraadschap, intern pluralisme en democratie wel op massale steun rekenen. De interventies van Teresa Rodríguez en Miguel Urbán, die de rol van de basis valoriseerden, lokten staande ovaties uit en verplichtten ook Iglesias en Errejón herhaaldelijk de handen op elkaar te krijgen.

Er zijn geen interne vijanden, hield Urbán het publiek voor, onze vijanden bevinden zich buiten en ze zijn machtig. Het antidotum, vervolgde hij, heet Podemos. Wij zijn migranten op de stranden van Lesbos en Catalanen die willen beslissen, we zijn die van beneden, die verloren hebben met de crisis maar die de toekomst zullen winnen, schreeuwde hij onder oorverdovend applaus van de aanwezigen. “Eenheid en bescheidenheid”, onthield Iglesias van de afgelopen niet zo fraaie periode, waarmee hij de woorden van Teresa Rodríguez tot de zijne maakte.

De ruime zege van de ploeg-Iglesias op de ploeg-Errejón zal Podemos weer wat naar links doen opschuiven. Het wordt zoeken naar een consistent evenwicht tussen parlementair werk, sociale actie aan de basis en voorbereiding van een kiescampagne in 2020 waar de partij wil gaan voor de winst. Gedurende de hele voorbereidende periode van het congres overschaduwde de tweespalt de inhoudelijke discussie. Er moeten nog veel punten uitgeklaard worden. Zo was de Europese dimensie in de debatten nagenoeg afwezig, tenzij in de vorm van de extreemrechtse dreiging die uitgaat van mogelijke kieszeges van Marine Le Pen en Geert Wilders…

Op iets meer dan twee jaar tijd is het politieke panorama in Spanje grondig dooreengeschud

Op iets meer dan twee jaar tijd is het politieke panorama in Spanje grondig dooreengeschud. Er staat een linkse massapartij op de kaart - de tweede grootste partij van het land. Die partij heeft allianties met eenheidsformaties in Catalonië, Galicië en Valencia, waarmee ze ook de parlementaire fractie deelt. Daarenboven zit Podemos in een kartel met Izquierda Unida (IU), de formatie rond de Spaanse communistische partij, die haar know how en sociale inplanting versterkt.

Ook de verdere manier van samenwerken met IU verdient meer aandacht, waarbij sommigen zich afvragen of een fusie niet aan de orde zou zijn. En dat alles staat ook niet alleen: meer dan tien centrumsteden, waaronder Madrid, Barcelona, Zaragoza en A Coruña, worden door breed linkse formaties bestuurd.

Links aast op de macht, en is deels al aan de macht. Rechts bestuurt maar stevent op twee gigantische confrontaties af: die met Catalonië en die rond de sociale kwestie. In beide gevallen mikt ze op repressie van de dissidenties. Dat komt nooit goed.

Podemos

Geen enkele andere politieke formatie in Spanje zou het ook maar wagen om Vistalegre, met een capaciteit van 15.000 zitplaatsen, te vullen.

Podemos​

Pablistas, errejonistas en anticapis. Wie is wie?

Het cliché luidt dat je in de politiek geen vrienden maakt. Dat werpt de vraag op of je in de politiek je vrienden van voorheen kan behouden. Na Vistalegre I klonk het dat Podemos het collectieve hersenspinsel was van een ‘grupo promotor’ van vijf vrienden die de partij ook daadwerkelijk leidden. De politicologen Pablo Iglesias, Iñigo Errejón, Carolina Bescansa en Juan Carlos Monedero, plus de filosoof Luis Alegre; allen werkzaam aan de Universidad Complutense de Madrid (UCM). Dat beeld strookte niet helemaal met de waarheid.

De noodzaak om de gigantische 15-M-beweging een politiek verlengstuk te geven werd bedacht door Iglesias en zijn oude vriend Miguel Urbán, één van de kopstukken van het radicaal linkse Izquierda Anticapitalista. Vele van de discrete vergaderingen die tot de oprichting van Podemos zouden leiden, vonden plaats in La Marabunta, de coöperatieve boekhandel in de Madrileense wijk Lavapiés waar de historicus Urbán toen werkzaam was.

Met het argument dat er geen partij binnen de partij kon gedoogd worden, werden in de aanloop naar Vistalegre I de anticapis in de marginaliteit gedrukt. Ietwat te laat vormde de groep zich om tot Anticapitalistas, formeel een stroming in plaats van een partij. Maar ondanks het vele labeur van haar militanten had ze geen stem in de centrale beslissingscentra van de partij.

Het belette de anticapis niet een loyaal en sterk parcours af te leggen in de opgang en uitbouw van Podemos met als blikvangers eerst Teresa Rodríguez en dan Urbán in het Europees Parlement. Toen de regioverkiezingen in Andalucía vervroegd werden, bleek alleen de voormalige lerares Teresa Rodríguez in staat om zowel de rechterzijde als de alomtegenwoordige en in corruptie verzeilde Andalusische PSOE uit te dagen.

Amper twee jaar na het eerste congres lijkt van de kern- en vriendenploeg alleen Iglesias over te blijven als centrale leidinggevende figuur

Bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen werd de anticapi ‘Kichi’ González burgemeester van Cádiz. Iglesias kon deze loyauteit en het geleverde werk appreciëren. In tegenstelling tot anderen binnen de kernleiding vond hij dat je de anticapis niet kon afserveren. De campagne van Podemos voor de parlementsverkiezingen werd door Iglesias afgetrapt in Cádiz met ‘Kichi’ en ‘Teresa’ aan zijn zijde.

Amper twee jaar na het eerste congres lijkt van de kern- en vriendenploeg alleen Iglesias over te blijven als centrale leidinggevende figuur. De eerste die een stap opzij zette was Monedero. Hij kwam in de media onder vuur te liggen omdat hij de sleutelfiguur zou geweest zijn in het doorsluizen van Venezolaanse financiering richting Podemos. Aanvankelijk zag het er ook naar uit dat hij een aantal inkomsten uit politieke consultancy in Latijns-Amerika moeilijk bij de fiscus kon verantwoorden.

Uiteindelijk bleek er niks aan de hand. Het gerecht liet de zaak vallen maar het kwaad was geschied. Of tenminste de helft van het kwaad. Monedero stapte eveneens op uit onvrede met de koers die Iñaki Errejón uitstippelde en wellicht ook met de flair waarmee de jonge politicoloog de oudere in de schaduw zette. Want Errejón had van Iglesias zowat carte blanche gekregen als programmaverantwoordelijke, hoofd van het ‘politiek secretariaat’ en ‘nummer twee’ van de partij.

De tweede die opstapte was Luis Alegre, ook al een oude persoonlijke vriend van Iglesias. Die stond aan het hoofd van de Madrileense afdeling en kreeg er te maken met een interne storm van protest. Hij zou de federatie te strak leiden, te autoritair. Toen de Podemos-parlementairen in het Madrileense regioparlement niet langer met hem wilden samenwerken, was de kous snel af. Alegre, tot net vóór de stichting van Podemos lid van Izquierda Anticapitalista, koos voor zijn academische carrière aan de UCM, maar bleef – net als Monedero overigens – vanuit de coulissen participeren aan de discussies.

De rigide, verticalistische wijze van leiding geven werd niet alleen in Madrid op de korrel genomen

De rigide, verticalistische wijze van leiding geven werd niet alleen in Madrid op de korrel genomen. Het zou een tweede kop kosten. In maart 2016 defenestreerde Iglesias publiekelijk Sergio Pascual, de nationale organisatiesecretaris van Podemos en vertrouweling van Errejón. De Andalousiër Pascual, die voorheen nog als waakhond van Teresa Rodríguez uitgestuurd werd, kreeg nu te horen dat zijn bestuur ‘ondermaats’ was.

De vernederende verwijdering van Pascual ontblootte een strijd om de controle van het partijapparaat. De tweespalt tussen pablistas en errejonistas ging vanaf dan crescendo. Die bereikte een hoogtepunt in de aanloop naar Vistalegre II. Beide protagonisten dongen elk naar de controle over de partij met een eigen team en met eigen strategievoorstellen [zie artikel]. Zo de twee vrienden in de media de schijn nog ophielden, lukte dat hun respectievelijke entourages niet meer.

Het werd een beschamende vertoning. Zo presteerde ‘goede vriend’ Alegre het vanop de zijkant een opinie te publiceren die de onmiddellijke entourage van ‘Pablo’ ervan beschuldigde de partij en haar leider te willen vernietigen. Alegre richtte zijn pijlen voornamelijk op Irene Montero, chef van het secretariaat van Pablo Iglesias, en co-fractieleider in het parlement. Het over- en weer getwitter van de apparatsjiks maakte het alleen maar erger.

Enkele dagen voor Vistalegre II leidden de publieke twisten tot het opstappen van Carolina Bescansa. Zij keerde zich naar eigen zeggen tegen het haantjesgevecht en weigerde te kiezen tussen beide kampen. In haar besluit werd ze gevolgd door Nacho Álvarez, de verantwoordelijke voor de vorming in de partij.

Iglesias en Errejon, twee vrienden, hielden in de media de schijn nog op, maar dat lukte hun respectievelijke entourages niet meer.

De laatste om de rol te lossen is Errejón zelf. Formeel wilde hij geen algemeen-secretaris worden. Zijn lijst ging voor de eigen voorstellen maar steunde Iglesias voor de post van algemeen-secretaris. Die laatste had begrijpelijkerwijs duidelijk gemaakt dat hij alleen in de leiding zou blijven als zijn project het zou halen, niet om andermans project uit te voeren. Inmiddels laat het verdict geen twijfel toe. Iglesias won verpletterend.

Als kandidaat secretaris-generaal haalde hij 89 procent. Zijn enige tegenkandidaat was de excentrieke advocaat en parlementslid voor Andalucía, Juan Moreno Yagüe die met zijn kandidatuur vooral een debat wilde forceren over een meer horizontale leiding met meerdere woordvoerders. In de leiding veroverde de ploeg-Iglesias 37 van de 62 plaatsen, tegen 23 voor het team van Errejón.

Als Errejón centraal blijft, en Iglesias zegt dat hij dat wil, zal zijn invloed – hij is ook fractieleider in het parlement – sowieso geringer worden. Hij zal de politiek-strategische bakens niet meer uitzetten, want dat gevecht heeft hij verloren. En de anticapis zijn zowaar gerehabiliteerd. Na de staande ovatie voor Urbán en Rodríguez op Vistalegre II bleek ook dat ze twee verkozenen hebben in de nieuwe leiding, Urbán zelf en Beatriz Gimeno. Daar komt ook nog eens de intussen invloedrijke Teresa Rodríguez bij als regioverantwoordelijke voor Andalucía.

Andere opvallende nieuwe gezichten in de 62-koppige leiding zijn de voormalige stafchef van het Spaanse leger, Julio Rodríguez, de politicoloog Vicenç Navarro, de dagloner en syndicalist Diego Cañamero, alle drie op de lijst van Iglesias. Ook de nieuwe en populaire organisatiesecretaris, Pablo Echenique, komt voor het eerst formeel in de partijleiding. Vermits hij de vorige keer samen met Teresa Rodríguez een alternatief platform verdedigde, viel hij ook genadeloos buiten de leiding.

Echenique, een natuurkundige die van kindsbeen af lijdt aan spinale musculaire atrofie, werd echter door Iglesias in 2016 gevraagd de kastanjes uit het vuur te halen na de afzetting van Pascual. Uit de verkiezing van de leiding blijkt dat Echenique meer stemmen haalde dan Errejón.

Iglesias ontving in Vistalegre een krachtig mandaat… en een gigantische verantwoordelijkheid.