Afrika en de EU hertekenen de toekomst

Analyse

Afrika en de EU hertekenen de toekomst

Afrika en de EU hertekenen de toekomst
Afrika en de EU hertekenen de toekomst

Onder het motto ‘Investeren in Mensen, Welvaart en Vrede’ buigen op 2 en 3 april 2014 meer dan twintig Europese en veertig Afrikaanse staats-en regeringsleiders zich in Brussel over hun gedeelde toekomst in de wereld en met elkaar tijdens de vierde Afrika-EU top.

Even zag het er naar uit dat heel wat Afrikaanse landen hun kat zouden sturen of om een uitstel van het event zouden vragen. De Zimbabwaanse president Robert Mugabe (90) had per uitzondering – en na heel wat druk uit Afrikaanse hoek – een uitnodiging kunnen bemachtigen, ondanks de Europese visa-ban tegen zijn persoon.

Die ban gaat terug tot begin jaren 2000 en was een reactie op het verkiezingsgeweld en abrupte landhervormingen waar Mugabe verantwoordelijk voor werd gesteld. Zijn vrouw werd deze keer echter niet van de visa-ban lijst gehaald en zou dus niet mee naar Brussel kunnen afreizen. Mugabe en zijn delegatie beslisten uiteindelijk af te zien van hun reis naar Brussel, terwijl de Peace and Security Council van de Afrikaanse Unie (AU) opriep tot een boycot van de top.

Lege stoelendans

Andere opmerkelijke afwezigen zijn de Soedanese president Omar Al-Bashir, die geen uitnodiging ontving omdat tegen hem een uitleveringsmandaat loopt van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag. Alle landen, waaronder de EU lidstaten, die het Verdrag van Rome dat het Strafhof in het leven riep, ondertekenden, zijn bij wet gebonden om zo’n arrestatie uit te voeren wanneer de gezochte persoon hun grondgebied zou betreden. De president van Eritrea, Isaias Afwerki, was dan weer wel uitgenodigd maar besliste om alsnog niet naar Brussel af te reizen.

Vanuit Afrikaanse hoek werden anderzijds de uitnodigingen aan het adres van Marokko en Egypte, dat eerder gesanctioneerd werd door de AU omwille van de onconstitutionele afzetting van president Morsi, niet gesmaakt.

In het geval val Marokko, dat geen lid is van de AU, betreurden de Afrikaanse landen het uitblijven van een uitnodiging voor een officiële delegatie van de Westelijke Sahara. Deze wordt immers door de Afrikaanse Unie erkend terwijl Marokko om die reden in de jaren 80 uit de Organisatie voor Afrikaanse Unie te stapte en later ook de AU niet vervoegde.

Aldo Dell’Ariccia, vertegenwoordiger van de EU in Zimbabwe drukte er in een radio-interview op dat de top een ontmoeting is tussen Afrika en de EU en niet tussen de EU en de AU. Afrikaanse vertegenwoordigers van hun kant zien in de guestlist-affaire een poging van de EU om zijn wil op te leggen aan de Afrikaanse landen.

Gelijken

Een partnerschap van gelijken was precies waarom de Afrika-EU samenwerking in het leven was geroepen aan de vooravond van de 21ste eeuw.

Een partnerschap van gelijken was precies waarom de Afrika-EU samenwerking in het leven was geroepen aan de vooravond van de 21ste eeuw. De eerste top in Caïro in 2000, de tweede in Lissabon in 2007, waar ook de Afrika-EU strategie werd aangenomen en de laatste in Tripoli, Libië in 2010 – bij gastheer Khadaffi, toen nog bij leven en welzijn - waren er allen op gericht om nieuw leven te blazen in de relaties tussen de twee continenten.

De relaties tussen de EU en de sub-Sahariaanse Afrikaanse landen werden voordien vooral vorm gegeven door de institutionele architectuur van de EU-ACP (Afrikaanse, Caraïbische en Pacific landen), die enkel vanuit postkoloniale logica steek hield omdat ze de voormalige kolonies van de Europese grootmachten verenigden.

Via het EU-ACP Cotonou Akkoord houdt deze contractuele relatie tot 2020 nog steeds stand, maar er wordt intussen al verwoed gedebatteerd of het na die datum nog zin heeft. Het opdelen van het Afrikaanse continent in Noord en Sub-Sahara Afrika, de zware nadruk op een hulp-logica en de mogelijkheid tot sancties in het geval van zware mensenrechtenschendingen en schendingen van de democratie worden door critici gezien als het verder zetten koloniale machtsverhoudingen van weleer.

De EU-Afrika-strategie zou daarom vooral de kaart van gelijk partnerschap trekken, een niet-bindende samenwerking om de gemeenschappelijke uitdagingen van de respectievelijke continenten en hun verhouding tot elkaar en de wereld op hoog politiek niveau te bespreken.

Uitdagingen en hete hangijzers

De Afrika-EU strategie van 2007 is opgebouwd rond acht actiepunten (vrede en veiligheid; democratisch bestuur en mensenrechten; Millennium Ontwikkelingsdoelen; regionale economische integratie en infrastructuur; milieu en klimaatverandering; energie; migratie, mobiliteit en werkgelegenheid; wetenschap, informatiesamenleving en de ruimte) en elke top wordt er nog eens een actieplan aangenomen dat moet toezien op de implementatie van de goede voornemens.

Daar wringt het schoentje precies. Reeds tijdens de top in Tripoli in 2010 gingen er stemmen op dat de concrete uitvoering van het strategisch partnerschap te wensen overlaat en dat gewone mensen niets merken van deze nieuwe samenwerking. Het motto van deze vierde top (‘Investeren in Mensen, Welvaart en Vrede’) probeert hier op in te spelen. Ook wordt getracht om de civiele maatschappij en andere niet-statelijke actoren zoals de zakenwereld actiever te betrekken.

Los van deze meer praktische uitdaging van het partnerschap komen er tijdens zo’n top ook altijd enkele hangijzers bovendrijven. De Economische Partnerschap Akkoorden (EPA’s) blijven een belangrijk knelpunt tussen Europa en Afrika, en ook in de discussies over het ICC is het duidelijk dat vele Afrikaanse leiders de relatie met Europa nog steeds als ongelijk en neokoloniaal ervaren.

Twee zijden van dezelfde munt

Naast de implementatieproblemen wordt er tijdens deze top vooral gekeken naar hoe Europa en Afrika beter kunnen samenwerken op het vlak van vrede en veiligheid, handel en investeringen, migratie en globale uitdagingen zoals klimaatverandering. Hoewel de beide partijen over de meeste van deze beleidsdomeinen een gelijkaardig doel voor ogen hebben, hebben ze vaak startposities die lijnrecht tegenover elkaar staan.

In termen van economische groei tekent Afrika groeicijfers op waar Europa nog slechts van kan dromen.

In termen van economische groei tekent Afrika groeicijfers op waar Europa nog slechts van kan dromen. De Afrikaanse groei vertaalt zich echter nog niet in een kleinere ongelijkheid. Grote massa’s Afrikaanse burgers plukken nog niet de vruchten van die groei, terwijl de Europese financiële en economische crisis het Europese welvaartsmodel onder druk zet.

Beide continenten moeten inzetten op werkgelegenheid maar met een extreem verschillend demografisch plaatje. Europa kreunt onder de vergrijzing en de inkrimping van de arbeidsmarkt, terwijl de Afrikaanse bevolking heel erg jong is en vooral groeit, zonder dat er al een arbeidsintensieve markt voorhanden is om dit potentieel op te vangen.

Wat klimaatverandering betreft wil Europa maar al te graag dat het Afrikaanse blok aan zijn kant van de globale onderhandelingstafel komt zitten, maar de ongelijke industriële ontwikkeling tussen beide continenten maakt dat ze niet altijd natuurlijke partners kunnen zijn in deze.

Op het vlak vrede en veiligheid trekken beiden de kaart tegen het terrorisme en voor stabiliteit, en is de EU een actieve financiële en logistieke bijdrager aan de Afrikaanse capaciteit om de eigen conflicten op te lossen zoals in Somalië en de Sahel. Anderzijds, wanneer het om conflicten gaat waar belangrijke Europese belangen op de helling staan - zoals Libië in 2011 - ziet het er geen graten in om de Afrikaanse initiatieven aan de kant te schuiven en zelf op te treden via de NAVO of haar lidstaten.

De zin en onzin van Afrika-EU relaties in de toekomst

De redenen die Europa en Afrika er aan het begin van dit millennium toe aanzette om hun relaties met elkaar te hertekenen, hebben zich in de afgelopen 14 jaar alleen maar scherper afgetekend.

Eerst en vooral is er de opmerkelijke Afrikaanse economische en demografische groei die aanhoudt. Intussen richtten groeilanden zoals China, India en Brazilië hun ogen op het Afrikaanse continent met als gevolg dat ook Amerika een hernieuwde interesse toonde. Met een Europa dat haar historische pole-positie in Afrika zag tanen, en Afrikaanse landen die heel wat nieuwe partnerschappen aangeboden kregen, was een herziening van het oude EU-ACP model dus geen overbodige luxe.

De uitdaging vandaag voor zowel Europa als Afrika is om in deze context een win-win partnerschap uit te bouwen dat op meer gestoeld is dan historische banden en het feit dat Europa nog steeds Afrika’s grootste hulp- en handelspartner is. Het eerste vervaagt met de tand des tijd, terwijl het tweede mogelijk in het gedrang komt gezien de economische situatie in Europa.

Naast werken aan robuuste vertrouwensrelatie, komt het er voor deze historische partners op aan om een manier te vinden om zich resoluut in te schrijven in de toekomst zonder de geschiedenis te vergeten. Een echt partnerschap waarin beide kanten elkaar helpen en van elkaar leren zou alvast een stap in de goede richting kunnen zijn.