Brazilië zoekt diepzee-olie

Analyse

Brazilië zoekt diepzee-olie

Brazilië zoekt diepzee-olie
Brazilië zoekt diepzee-olie

In het westelijk halfrond is Brazilië de derde consument van energie, na de Verenigde Staten en Canada. Het land kan zelf energie voortbrengen. Het heeft stuwdammen op zijn stromen, al bestaat er wijd protest tegen de bouw van nieuwe dammen. Brazilië heeft ook petroleum en gas. Begin 2010 ontdekte het zelfs één van de grootste diepzee-reserves van petroleum, in het Libra-veld in de Atlantische Oceaan.

Het Libra-veld ligt ruim 200 kilometer buiten de kust, voor de havenstad Santos. De vondst van Libra was een exploot van Petrobras, de nationale Braziliaanse petroleummaatschappij. Hier liet zij zien waartoe ze technisch in staat is. Want deze “oliebel” zit kilometers diep onder de zeespiegel èn onder een rotskorst. Het wordt een heksentoer om haar te exploiteren.

Libra is nauw gelinkt aan voormalig president Lula da Silva; de ontdekking gebeurde toen zijn mandaat ten einde liep. Op dat moment was hij de petroleumsector aan het hervormen, één van zijn laatste wapenfeiten als president. De hervorming had gevolgen voor Petrobras. Bij de oprichting was dat een volle staatsonderneming. Ze had lang het monopolie over olie en gas in Brazilië. Maar in 1997 werd de nv Petroleo Brasileiro, zoals de onderneming voluit heet, geprivatiseerd. De staat hield maar een fractie van zijn aandelen over.

Dertien jaar later keerde Lula de rollen weer om. In 2010 verhoogde Petrobras haar kapitaal. Via die operatie kreeg de regering opnieuw haast vijftig procent van Petrobras’ kapitaal in handen. De regering bepaalt nu weer het beleid bij Petrobras.

‘De petroleum behoort ons toe’

Forbes Magazine noemde het een ‘schandelijke overheveling van rechten’.

De internationale zakenwereld heeft Lula’s stunt nooit verteerd. Forbes Magazine, waar miljardairs thuis zijn, noemde het onlangs nog een ‘schandelijke overheveling van rechten’. Alsof de rechten voor de uitbating van grondstoffen volgens een wet van de natuur aan privéondernemers toebehoren.

In één (visionaire) beweging vaardigde de regering ook nieuwe regels uit voor de oliewinning. Petrobras moest daar weer een centrale rol spelen. En de hoofdbrok van de Libra-reserves zou naar de Braziliaanse staat gaan.

Dilma Rousseff, die Lula opvolgde als presidente, heeft die lijn doorgetrokken. Ze laat Petrobras en de staat de hoofdrol spelen in het Libra-veld. Dat bleek voor het eerst in september-oktober 2013. De Braziliaanse regering reikte toen de eerste vergunning uit voor de exploitatie van Libra. Maar in Brazilië waren er voor de vierde maand op rij sociale protesten. De manifestanten viseerden ook de petroleumwinning. ‘O petroleo tem a ser nosso’ was een vaak gehoorde (en door iedereen gescandeerde) slogan: ‘De petroleum behoort ons toe’. De Braziliaanse staat moet met andere woorden de inkomsten uit de oliewinning oriënteren naar beter onderwijs, sociale zekerheid en openbaar vervoer.

© Raf Custers

© Raf Custers

Nationale zelfbeschikking

De regering-Rousseff ging een eind in die richting. De eerste vergunning voor Libra hield in dat Petrobras daar de operationele leiding kreeg, alsook veertig procent van de productie. Kleinere porties gingen naar de buitenlandse oliefirma’s in dat project, Total en Shell (elk twintig procent) en CNOOCen NPC uit China (elk tien procent). In mei 2014 ging de regering nog een stap verder: ze vertrouwde nog meer aanzienlijke diepzee-reserves toe aan Petrobras. Dat levert op termijn bijna zeven miljard dollar extra inkomsten op aan de Braziliaanse staat.

De reacties op die beslissing spreken boekdelen. Het persagentschap Reuters – gespecialiseerd in informatie voor beleggers – was uitermate negatief. Het benadrukte dat Petrobras zwaar moet investeren, waardoor de privé-aandeelhouders minder dividenden zullen ontvangen. Brasil de Fato daarentegen, een toonaangevende nieuwsbron die doorgaans ook voor de regering erg kritisch is, was lovend. ‘Dit is,’ aldus Brasil de Fato, ‘een belangrijke stap voor het heroveren van onze nationale zelfbeschikking’.

Dit beleid maakt president Dilma Rousseff allesbehalve populair in de westerse pers. Uit die hoek heeft ze alleen maar tegenwind gekregen tijdens de recente campagne voor de presidentsverkiezingen. De zakenkranten hebben onbeschaamd haar tegenstandster Marina Silva als favoriet naar voor geschoven, die zogenaamd een “orthodox” beleid voorstaat.

Smeerpijpen

Als de geplande smeerpijpen er daadwerkelijk komen, spuit er jaarlijks zeker vier keer zoveel erts het land uit.

Wat een “orthodox” beleid dan wel mag zijn, dat illustreren de grondstoffenjagers in de mijnbouw. Daar bepalen private multinationale ondernemingen hoe de sector draait.

Brazilië heeft nogal wat minerale rijkdommen – zoals niobium en tantalum voor hightech-elektronica – maar het land is vooral een grote producent van ijzererts van hoge kwaliteit. IJzer is nà petroleum de meest verscheepte grondstof. En één van de titanen van het ijzer is de Braziliaanse multinational Vale.

De Vale-groep is in Noord-Brazilië, in de deelstaten Pará en Maranhao, een compleet nieuw complex aan het uitbouwen van mijnen en spoorwegen om ertsen te vervoeren. Vale nam daar ook een belang in de stuwdam van Belo Monte. Die zal stroom voor de mijnen moeten leveren. Maar de groep ligt voortdurend overhoop met lokale gemeenschappen, van wie de gronden worden onteigend.

© Raf Custers

© Raf Custers

Ook in de deelstaat Minas Gerais, meer naar het zuiden, lopen protestcampagnes tegen de mijnindustrie. Vale is hier mede-eigenaar van Samarco. Die onderneming voert het ijzererts af via smeerpijpen, minerodutos in het Braziliaans. Door die pijpen wordt erts gespoten dat vermengd is met water. Dat slijk kan tot zeventig procent erts bevatten. Bij aankomst wordt het slijk “ontwaterd” en blijft er droog erts over.

Deze techniek slurpt sloten water maar dat stoort de uitbaters niet. Voor hen telt dat ze besparen op het transport, dat tot twintig keer goedkoper kan zijn dan transport per truck. Samarco heeft al drie minerodutos in Minas Gerais. Voor vier nieuwe minerodutos zijn de trajecten uitgetekend en de bouwaanvragen ingediend. De langste smeerpijp telt 525 kilometer en heet Minas-Rio. Ze zou worden uitgebaat door Anglo American en zou 26,5 miljoen ton erts per jaar kunnen transporteren.

Als de geplande smeerpijpen er daadwerkelijk komen, spuit er jaarlijks zeker vier keer zoveel erts het land uit. Want het gros is bestemd voor de export, in de eerste plaats voor China. In 2012 exporteerde Brazilië liefst 275 miljoen ton ijzererts. Daarvan ging bijna de helft naar China.

‘Werken van openbaar nut’

De smeerpijpen sluiten de mijnen rechtstreeks aan op de wereldmarkt. Die werkt als een stofzuiger. Een ander project, dat van Ferrous Resources, toont dat goed. Twee jaar geleden brachten de ijzermijnen van Ferrous ruim drie miljoen ton erts voort. Maar Ferrous wordt opgejaagd om méér te produceren. De grootste klant van Ferrous – de groep Glencore, het grootste grondstoffenconcern ter wereld – heeft bij Ferrous twintig miljoen ton ijzererts besteld, gespreid over vier jaar. Ferrous heeft zijn targets dus met zestig procent verhoogd.

De sociale bewegingen in Minas Gerais willen de minerodutos tegenhouden, omdat ze zoveel water verbruiken, onder andere in streken waar water sowieso al schaars is. Er woedt ook een politiek gevecht over de minerodutos. De federale staat Brazilië probeert de mijnfirma’s regels op te leggen maar de politici in Minas Gerais zijn veel lakser. De huidige gouverneur heeft de smeerpijpen ‘werken van openbaar nut genoemd’. Deze politici leven bij de gratie van de grote industrie, die onder andere hun verkiezingscampagnes financiert.

Dit dossier kwam mee tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.