‘Ons asielbeleid lijkt ervan uit te gaan dat LGBT+-vluchtelingen leugenaars zijn’

Analyse

Asielbeleid heeft dringend nood aan expertise op vlak van LGBT+

‘Ons asielbeleid lijkt ervan uit te gaan dat LGBT+-vluchtelingen leugenaars zijn’

‘Ons asielbeleid lijkt ervan uit te gaan dat LGBT+-vluchtelingen leugenaars zijn’
‘Ons asielbeleid lijkt ervan uit te gaan dat LGBT+-vluchtelingen leugenaars zijn’

Astrid Limpens

27 november 2019Updated: 20 mei 2021

Kan jij bewijzen dat je hetero bent? Het lijkt een ongepaste vraag, maar LGBT+-vluchtelingen zijn verplicht hun geaardheid of genderidentiteit te bewijzen als zij asiel willen krijgen in België.

Een ‘safe space’ voor transgenders en transseksuelen met HIV in Kampala, Oeganda, met dank aan de plaatselijke organisatie Come Out Post-Test Club. In Oeganda wordt opnieuw gesproken over de doodstraf voor homoseksuelen.

Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking

Update 20 mei 2021

Het Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking (UCOS) werd op 19 mei met een Europese award bekroond voor het studentenproject CHanGE: Campaign for sexual Health and Gender Equality. Daarin trekken jaarlijks Belgische studenten op onderzoeksreis naar het buitenland om zich te verdiepen in het lokale activisme rond gendergelijkheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten.

De uitwisselingen vormen mee de basis van nationale campagnes die binnen CHanGE vorm krijgen. In 2019 werd daarbij de aandacht gevestigd op de asielprocedure in België voor LGBTQ+-vluchtelingen. Meer daarover lees je in dit artikel uit ons archief.

In zeventig landen is het nog steeds een crimineel feit als je een andere seksuele oriëntatie of genderidentiteit hebt. Het kan leiden tot discriminatie, opsluiting en in elf landen zelfs nog tot de doodstraf. Om die reden vluchten heel wat holebi’s en transgenders weg naar veiliger oorden, waaronder ook België.

‘Wie asiel aanvraagt, moet kunnen bewijzen dat hij of zij onder het vluchtelingenstatuut valt’_, v_erklaart Loes Verhaeghe van het Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking (UCOS). ‘Voor LGBT+-vluchtelingen betekent dit dat zij moeten kunnen aantonen wat hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit is. Daarnaast moet je als vluchteling ook kunnen aantonen dat je om die reden vervolgd wordt in je land van herkomst.’

Wie als holebi of transgender bescherming nodig heeft, moet dus met bewijzen klaarstaan. Maar hoe bewijs je zo een intiem aspect van je eigen identiteit?

Recht op privacy?

Het Belgische asielbeleid kiest voor een diepgaande aanpak. Een LGBT+-vluchteling moet tijdens de asielprocedure een resem uiterst persoonlijke vragen beantwoorden. De antwoorden dienen als bewijs om te bepalen of je de waarheid spreekt, zowel over je geaardheid of genderidentiteit als het risico op vervolging.

‘Er is nergens een schriftelijke neerslag toegankelijk van de vragen die gesteld worden’, weet Verhaeghe. ‘Wel zijn de arresten, de verslagen van de interviews met de vluchtelingen, toegankelijk bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Daarin staat de argumentatie waarom iemand al dan niet geloofd wordt.’

De arresten waarover Verhaeghe spreekt, zijn voor iedereen vrij in te kijken op de website van de Raad voor Vreemdelingenbetwinstingen. Ze geven een beeld weer van de mogelijk gestelde vragen, die uiterst intiem zijn. Zo komt voornamelijk het seksuele verleden van de vluchteling aan bod. Maar ook traumatische onderwerpen, zoals geweldplegingen of verkrachtingen die de vluchteling in land van herkomst meemaakte, komen uitgebreid ter sprake.

Dit soort getuigenissen zijn persoonlijk en intiem van aard. De vraag is dan ook in welke mate het recht op privacy verzekerd blijft tijdens de ondervragingsprocedure. Advocaat Benoit Dhondt van Antigone Advocaten: ‘Vluchtelingen hebben net zo goed recht op privacy als eender wie. Al bevinden ze zich wel in een kwetsbare en erg ongelijke situatie, waarbij hun persoon en integriteit de inzet zijn van onderzoek. Uiteindelijk zijn ze afhankelijk van de dossierbehandelaar die hen interviewt en die beslist om hen al dan niet bescherming te verlenen.’

‘Ze zullen je nooit vragen je privacy op te geven. Maar het idee is wel dat je uit vrije wil zeer intieme informatie deelt met de dossierbehandelaar.’

Vluchtelingen hebben volgens Dhondt de plicht om mee te werken, maar ze kunnen wel weigeren om persoonlijke informatie te delen. ‘Men zal nooit vragen om je privacy op te geven. Maar het idee is wel dat je uit vrije wil zeer intieme informatie deelt met de dossierbehandelaar.’

Wat de gevolgen zijn als er toch geweigerd wordt, is volgens Dhondt moeilijk te zeggen. ‘Het staat vast dat bescherming niet kan en mag geweigerd worden enkel en alleen om die reden.’

Of er sprake is over inbreuk op de privacy, is moeilijk te beantwoorden en hangt ook af van de situatie. ‘Het mes snijdt aan twee kanten’, stelt Dhondt. ‘Er wordt van LGBT+-vluchtelingen verwacht dat zij hard maken waarom zij hun land ontvluchten. Als ze toch weigeren om op bepaalde vragen te antwoorden, zullen ze moeten uitleggen waarom.’

‘De vraag is of er een andere manier is om je geaardheid geloofwaardig te maken, en wat die dan zou zijn. Zelf ben ik daar niet uit. Het blijft een delicate zaak’, concludeert Dhondt.

Onwetendheid

Behalve het intieme aspect van de vragen geven de arresten ook blijk van onwetendheid bij de dossierbehandelaars over de leefwereld van holebi’s en transgenders, en hoe zij hun geaardheid en genderidentiteit beleven. De arresten bevestigen dat er vaak twijfel heerst over de waarachtigheid van de getuigenis als de vluchteling ‘geen doorleefde verklaringen aflegde over de bewustwording’ van zijn geaardheid. Wat voor de dossierbehandelaars wel ‘doorleefd’ zou zijn, is moeilijk te zeggen.

Een mogelijk gevaar is dat getuigenissen te snel als ongeloofwaardig bestempeld worden. ‘Niet iedereen is even goed in het onder woorden brengen van gevoelens over zijn seksuele oriëntatie. Toch is het, volgens het migratiebeleid, ongeloofwaardig als LGBT+-vluchtelingen dat niet kunnen. Men veronderstelt dat deze vluchtelingen juist heel goed hebben nagedacht over hun geaardheid en dat zij daar blijk van kunnen geven.’ Een veronderstelling die volgens Verhaeghe fout is.

‘De indruk die ik krijg is dat de interviewer een checklist in zijn hoofd heeft: wanneer ben je LGBT+ en wanneer ben je dat niet?’

‘Hetzelfde geldt voor bewijzen’, voegt ze daaraan toe. ‘Men vraagt tastbare bewijzen die je seksuele oriëntatie bevestigen, maar dat is heel raar en moeilijk. Deze mensen moesten hun oriëntatie net verbergen in hun land van herkomst. Als er toch bewijzen zijn, dan worden die systematisch ongeloofwaardig verklaard.’

Verhaeghe stelt vast dat de interviews niet vertrekken vanuit de beleving van de vluchteling, maar vanuit enkele verwachtingspatronen. ‘De indruk die ik krijg is dat de interviewer een checklist in zijn hoofd heeft: wanneer ben je LGBT+ en wanneer ben je dat niet? Er wordt geen rekening gehouden met persoonlijke invulling.’ Afhankelijk van de verwachte antwoorden wordt de vluchteling geloofd of niet.

Checklist: ben je LGBT+ genoeg om asiel te krijgen?

Loes Verhaeghe (Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking) deed in een masterproef onderzoek naar de argumentatie die gebruikt wordt om de seksuele oriëntatie of genderidentiteit van LGBT+-vluchtelingen te beoordelen. Uit haar onderzoek kwamen acht punten naar voren die als een checklist telkens terugkeren tijdens de interviews met vluchtelingen. In deze checklist vallen veel tegenstrijdigheden op, vindt Verhaeghe:

  1. Het belang van seksuele activiteit: iemand die dit niet centraal plaatst, wordt sneller geweigerd vanuit de veronderstelling dat de vluchteling in dat geval kan leven in het land van herkomst, zolang hij er een “discrete houding” op nahoudt.

  2. Seksuele oriëntatie als primaire levensstijl en identiteit: het is ongeloofwaardig als de vluchteling niet actief op zoek ging naar een partner of relatie. Maar te veel risico’s nemen om een relatie te vinden of behouden, wordt ook als verdacht beschouwd.

  3. Seksuele oriëntatie als stabiel: genderfluïditeit wordt vaak niet erkend.

  4. Kennis van LGBT+-wetgeving en -organisatie: kennis wordt verwacht, maar dit is in realiteit niet vanzelfsprekend in landen waar de LGBT+-gemeenschap gecriminaliseerd wordt.

  5. Kennis van LGBT+-scene in België: ook dit is niet vanzelfsprekend, aangezien niet elke vluchteling hierin geïnteresseerd is.

  6. Bewijsmateriaal: er wordt vaak naar bewijsmateriaal gevraagd, maar dat wordt nauwelijks geloofd wanneer het aangereikt wordt.

  7. Kunnen verwoorden van eigen gevoelsbeleving en identiteit: niet elke taal beschikt over de woorden om over zulke intieme onderwerpen te praten. Daarnaast kunnen tolken een persoonlijk gevoel niet altijd even goed vertalen.

  8. Religie: vluchtelingen zijn verdacht wanneer zij religieus zijn, aangezien dit niet zou samengaan met hun geaardheid of genderidentiteit.

Slechts 7.606 mensen vroegen de laatste tien jaar asiel aan op basis van hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Gemiddeld 31,8 procent daarvan krijgt daadwerkelijk bescherming in België. Dit cijfer ligt 5 procent lager dan het algemeen percentage van goedgekeurde asielaanvragen. Het risico op vervolging vanwege je seksuele oriëntatie of genderidentiteit biedt dus niet meer kansen op een succesvolle asielaanvraag. Integendeel zelfs: ‘Het Belgische asielbeleid lijkt er a priori van uit te gaan dat LGBT+-asielzoekers leugenaars en bedriegers zijn’, stelt Verhaeghe.

Volgens Verhaeghe is expertise rond LGBT+ nog te sterk afwezig.

Ze geeft aan dat er nood is aan meerdere expertisestemmen tijdens de procedures, zodat stereotiepe en subjectieve verwachtingspatronen kunnen worden vermeden. Die expertise over LGBT+-onderwerpen is nu nog te sterk afwezig, benadrukt Verhaeghe.

Een van de stereotypen die heersen is volgens Verhaeghe de gedachte dat LGBT+-vluchtelingen alleen angst, spijt of schaamte kunnen ervaren voor hun geaardheid. Zoals valt op te merken in de eindconclusie van een arrest: ‘Uit bovenstaande verklaringen blijkt geenszins dat u uw homoseksuele geaardheid als problematisch ervoer, terwijl uit uw verklaringen blijkt dat de Nigeriaanse maatschappij een overwegend homofobe houding aanneemt.’

Can you prove you’re straight?

Om het probleem onder de aandacht te brengen, voert UCOS een CHanGE-campagne. Die legt zich toe op gendergelijkheid en seksuele en reproductieve gezondheid, met een focus op de asielproblematiek bij LGBT+-vluchtelingen. De treffende slogan: ‘Can you prove you’re straight?

Tien jongeren trokken voor die campagne naar Libanon, Marokko en Oeganda om te begrijpen waarom holebi’s en transgenders de vlucht wagen naar België. Mensen in de LGBT+-gemeenschap ondervinden daar nog veel vormen van discriminatie: moeilijkheden om werk en huisvesting te vinden, aangevallen worden op straat, geen erkenning en bescherming van de staat.

Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking/Eline Andries

LGBT+-vluchtelingen moeten kunnen bewijzen wat hun geaardheid of genderidentiteit is.

Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking/Eline Andries

‘Er is geen enkele antidiscriminatiewet op basis van geaardheid die hen beschermt,’ stelt Gijs van Dyck, die als CHanGEmaker naar Libanon trok. ‘Discrimineren is op elk vlak toegestaan.’

De reis van de CHanGEmakers leverde zowel verhalen van ontreddering als hoop op. De deelnemers willen deze verhalen in België vertellen. ‘Migranten, zowel hetero als holebi, willen dat hun verhaal gehoord wordt’, zegt Latifah Abdou, die voor CHanGE naar Marokko reisde.

‘Migranten, zowel hetero als holebi, willen dat hun verhaal gehoord wordt.’

De deelnemers beseffen dat ze zich in een bijzonder geprivilegieerde positie bevinden. ‘We luisteren dan wel naar hun verhalen, maar eenmaal we weg zijn, blijft alles hetzelfde voor de LGBT+-gemeenschap’, stelt Linde Wyns. Dat ondervond ze na haar reis naar Oeganda. ‘Daar spreken ze nu zelfs weer over het invoeren van de doodstraf.’