Vijf jaar sdg's, de handleiding voor een wereld met minder miserie

Analyse

In Berlijn, povere middenmoter van de duurzame ontwikkelingsdoelen

Vijf jaar sdg's, de handleiding voor een wereld met minder miserie

Vijf jaar sdg's, de handleiding voor een  wereld met minder miserie
Vijf jaar sdg's, de handleiding voor een  wereld met minder miserie

Precies vijf jaar geleden legden de VN-lidstaten de sdg’s op tafel: de duurzame ontwikkelingsdoelen, de handleiding voor een duurzame toekomst tegen 2030. MO* kijkt onder de sdg-motorkap in de Berlijnse wijk Treptow-Köpenick.

© Belga / David Gannon

Ondanks historisch lage werkloosheidscijfers leeft meer dan 15 procent van de Duitse bevolking onder de Europese armoedegrens.

© Belga / David Gannon

De handleiding voor een duurzame toekomst ligt al vijf jaar op tafel: de duurzame ontwikkelingsdoelen (sdg’s) van de Verenigde Naties. ‘Voor Europese politici gingen die doelen altijd over arme landen in het globale Zuiden. Maar ook binnen de EU gaat het niet goed.’ MO* kijkt onder de sdg-motorkap in de Berlijnse wijk Treptow-Köpenick.

Het is een warme maandagochtend in de Berlijnse buitenwijk Treptow-Köpenick. Een oneindige stoet verkeer trekt puffend en tierend door de wijk, onderweg naar de glanzende kantoortorens in het stadscentrum. Opdrogende was hangt in de zon tussen de Plattenbauten, goedkope arbeidersflats uit de communistische tijd.

Op een pleintje staat de buste van de Chileense, socialistische president Salvador Allende, begin jaren zeventig afgezet. Op de muren rond de lokale middelbare school zitten antifascistische stickers en staan leuzen die oproepen tot duurzamer watergebruik. We zijn in een arme buitenwijk van Berlijn.

In september 2015 presenteerde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een ambitieuze lijst van zeventien ontwikkelingsdoelen, de sdg’s. Samen vormen ze een brede agenda die belooft om tegen 2030 honger uit te bannen, gendergelijkheid te realiseren en toegang tot schoon water te garanderen.

‘Ook in Duitsland worden kinderen zonder middageten naar school gestuurd. Die armoede zie je alleen niet terugkomen in de statistieken van de VN.’

De sdg’s openen de blik op een wereld waarin alle kinderen naar school gaan, steden veilig zijn en klimaatverandering bestreden wordt. Die wereld is in Treptow-Köpenick nog veraf. Het stadsdeel is groot, groen en ligt ver van het centrum. Het is niet het meest welvarende deel van Berlijn. Op de muren staat overal graffiti van de linkse cultvoetbalclub 1. FC Union Berlin. De straten zijn niet al te best onderhouden en de budget-supermarkten lijken in de verste verte niet op de hippe boetieks in wijken als Kreuzberg of Mitte. In Treptow-Köpenick heeft de extreemrechtse partij NPD haar hoofdkwartier.

Toch wordt er in het historische gemeentehuis hard gewerkt aan een groot beleidsplan om de sdg-agenda in de wijk te realiseren. Met enig succes: sinds begin vorig jaar is het stadsdeel officieel een Fairtrade-Town, scholen krijgen ondersteuning om gezonde maaltijden aan te bieden aan arme leerlingen en er worden duurzaamheidsactiedagen georganiseerd in de wijk.

Lokaal ontwikkelingscoördinator Dennis Lumme: ‘Op het eerste oog hebben internationale ontwikkelingsdoelen vooral te maken met honger in Afrika. Maar ook in Duitsland worden kinderen zonder middageten naar school gestuurd. Die armoede zie je alleen niet terugkomen in de statistieken van de VN.’ Lumme schudt het hoofd: ‘Politici realiseren zich onvoldoende dat die zeventien sdg’s ook betrekking hebben op Europa.’

Zeventien doelen

Sinds hun lancering is er zowel lof voor als kritiek op de sdg’s. Critici vinden de lijst met doelen te lang en te vaag. Ze vinden dat veel economische machtsongelijkheid onbenoemd blijft, die juist aan de wortel ligt van honger en armoede. Ook zijn de zeventien doelen niet bindend voor de VN-lidstaten, die wel keer op keer beloven ze te zullen gaan verwezenlijken.

Na vijf jaar lopen de resultaten dan ook uiteen. Volgens de zonnigste schattingen is de extreme armoede gedaald. Maar volgens het laatste rapport van de VN-Speciaal Rapporteur voor extreme armoede en mensenrechten is de grens waarmee we die armoede meten een probleem, want ook de vele mensen die daar net boven leven hebben geen garanties voor een aanvaardbare levensstandaard.

De problemen in grote delen van Afrika, Azië en Zuid-Amerika blijven ook structureel, met weinig zicht op verbetering. De toegang tot onderwijs is verbeterd, maar desondanks nemen economische ongelijkheid en de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd toe.

De Scandinavische landen zijn volgens de meest recente VN-evaluatie het best op weg om de sdg’s te realiseren, gevolgd door Frankrijk en Duitsland. België staat op de elfde plek van de VN-ranglijst. Onderaan de lijst bungelen Afrikaanse en Aziatische landen die te lijden hebben onder aanhoudende armoede, gebrek aan basisvoorzieningen of een gewelddadig conflict.

Desondanks waarschuwen de VN dat ook Europa zich niet rijk moet rekenen. Want ook de meeste EU-lidstaten falen volledig wanneer het gaat om het duurzamer maken van hun consumptiepatroon, de bescherming van natuur en milieu, een gedegen klimaatbeleid en bescherming van de zee. Helemaal erg is dat er binnen Europa “alarmerend” weinig rekening gehouden wordt met de schadelijke effecten van internationale handel op het globale Zuiden.

En daar komt in België nog bij dat er volgens de VN relatief veel mensen vastzitten zonder proces en dat inwoners zich steeds onveiliger voelen in de grote steden.

© Belga / David Gannon

‘Ook binnen de EU gaat het niet goed met het milieu, groeit de inkomensongelijkheid en zie je dat enkele machthebbers lak hebben aan mensenrechten en de rechtsstaat.’

© Belga / David Gannon

Terreur en onveiligheid

Ook voor veel westerlingen is de wereld er de afgelopen decennia onveiliger en onzekerder op geworden. Er zijn de opeenvolgende economische en politieke crises, golven van radicaal-islamistische en extreemrechtse terreur, stijgende huizenprijzen, het groeiend aantal daklozen, de werkloze jongeren en de inkomensongelijkheid die de pan uit rijst. Dat alles heeft het Europese veiligheidsgevoel zodanig aangevreten dat een giftig nationalisme kon postvatten.

De coronacrisis laat zien dat het zelfs met de gezondheidszorg in veel Europese landen slechter gesteld is dan we altijd dachten, meent Geert Laporte van het European Centre for Development Policy Management (ECDPM).

‘Voor Europese politici gingen wereldwijde ontwikkelingsdoelen altijd over arme landen in het globale Zuiden. Maar ook binnen de EU gaat het niet goed met het milieu, groeit de inkomensongelijkheid en zie je dat machthebbers in Polen of Hongarije lak hebben aan mensenrechten en de rechtsstaat. Corona zet dat allemaal nog eens extra op scherp, omdat ook onze zorgsystemen niet goed voorbereid bleken op deze crisis. ’

België laat steken vallen, net als Nederland. In zijn beleid tegen kinderarmoede, slechte luchtkwaliteit en de armoede van een groeiende groep mensen die ondanks hun baan niet kunnen rondkomen. Dat blijkt uit verschillende rapporten van het ngo-netwerk SDG Watch, dat onder meer bestaat uit Friends of the Earth, Transparancy International en 11.11.11.

Er moet iets gebeuren, en dat besef is ook eindelijk in het centrum van de Europese macht doorgedrongen. Bij haar aantreden in december 2019 presenteerde Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen haar Green Deal: de politieke routekaart die de EU moet leiden tot nul uitstoot van broeikasgassen in 2050 en economische voorspoed zonder uitputting van grondstoffen. Als het aan de Commissie ligt gaan ook sdg’s voortaan meewegen bij de jaarlijkse Europese beoordelingscyclus van de economische prestaties van de EU-lidstaten.

Maar al die goede bedoelingen gaan Geert Laporte niet ver genoeg. ‘We moeten de VN-ontwikkelingsdoelen verankeren in ons buitenlands én ons binnenlands beleid. Europa heeft te lang gedaan alsof ontwikkeling liefdadigheid was. Maar een duurzame toekomst gaat ons allemaal aan. Lokale initiatieven zijn daartoe veel belangrijker dan alweer een nieuwe stapel beleidsdocumenten of intentieverklaringen.’

Bakfietsen

Terug naar Berlijn. Het kantoor van Dennis Lumme is gevestigd op de tweede verdieping van het ruim honderd jaar oude raadhuis van Treptow-Köpenick. Hij zeult een stapel folders over de sdg’s met zich mee, en een brochure van de gemeente waarop netjes staat aangegeven waar inwoners duurzaam boodschappen kunnen doen of eerlijke koffie kunnen laten inschenken.

Enkele jaren geleden is een centrum voor tolerantie en democratie opgericht, om het neonazisme het hoofd te bieden dat aan de Berlijnse stadsgrens steeds opnieuw de kop opsteekt. Treptow-Köpenick zet door. In heel Duitsland hebben een stuk of honderd steden projectmedewerkers aangesteld die zich richten op duurzame ontwikkeling. Ook in België werken verschillende gemeentes aan het verwezenlijken van de sdg’s.

In Berlijn alleen al zijn er tien sdg-medewerkers actief in verschillende stadsdelen. Net als Lumme worden zij betaald door een speciale stichting van het Duitse ministerie voor Handel en Ontwikkeling. Maar Lumme is de enige die de opgave kreeg om een volledige beleidsstrategie te schrijven. In samenwerking met de Berlijnse Technische Hogeschool ontwikkelt hij zelfs een lokaal toegespitste reeks sdg-indicatoren om zo de voortgang te kunnen meten.

Een groot deel van de Duitse rijkdom is te danken aan de manier waarop multinationals profiteren van lage lonen in het buitenland en aan belastingontwijking.

‘Maar we hebben bijvoorbeeld ook op verschillende plekken in Treptow-Köpenick gratis bakfietsen neergezet’, vertelt hij. ‘Kijk, Duitsers houden nu eenmaal heel erg van autorijden. Maar als meer mensen de fiets zouden nemen, is dat beter voor de luchtkwaliteit en de volksgezondheid, en dan wordt die eeuwige verkeerschaos hier misschien eens wat minder.’

‘Een bakfiets in Berlijn gaat de wereld natuurlijk niet redden’, relativeert Lumme. ‘Maar op lokaal niveau kunnen we mensen laten zien dat duurzame ontwikkeling ook voor hen iets oplevert. We kunnen hen duidelijk maken dat wat ze hier kopen in de supermarkt invloed heeft op milieu of arbeidsomstandigheden aan de andere kant van de wereld.’

Economische motor

Industriereus Duitsland is de onbetwiste economische motor van de EU. Het land heeft al jaren het grootste handelsoverschot ter wereld, ongeveer 250 miljard euro in 2019. Ngo-netwerk SDG Watch benadrukt dat veel van die rijkdom te danken is aan de manier waarop multinationals profiteren van lage lonen in het buitenland en aan belastingontwijking.

Intern wordt Duitsland volgens SDG Watch geteisterd door “diepgewortelde armoede” en groeiende inkomensongelijkheid. Veel inwoners hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Ondanks historisch lage werkloosheidscijfers leeft meer dan 15 procent van de Duitse bevolking onder de Europese armoedegrens.

Onder druk van Duitse autofabrikanten als Volkswagen en Daimler sluit de EU handelsverdragen af met onduurzame partners en worden lonen binnen Duitsland nog verder onder druk gezet. ‘Als we de sdg’s daadwerkelijk willen verwezenlijken, moet er meer bereidheid ontstaan om gevestigde economische belangen te trotseren’, waarschuwt Laporte dan ook.

‘Minder afhankelijkheid van de wereldmarkt zou de Europese sdg-agenda ten goede komen. De kortere productieketens die daaruit kunnen ontstaan moeten dan wel ondersteund worden door nationaal beleid. Juist op dat nationale niveau botsen duurzaamheidsambities vaak frontaal met economische belangen.’

© Belga / John Macdougall

‘Mondiale uitdagingen concentreren zich in stedelijke gebieden. En stadsbesturen staan veel dichter bij burgers dan de VN.’

© Belga / John Macdougall

Rode raadhuis

Om zulke belangenverstrengeling te omzeilen, wijst SDG Watch naar stedelijke overheden, gemeentes, provincies of metropoolregio’s. Daar ontmoeten de wensen van burgers, belangen van bedrijven en politieke afwegingen elkaar immers veel directer dan in de nationale of internationale machtscentra.

Michael Müller is sinds 2014 burgemeester van Berlijn en de president van Metropolis, een samenwerkingsverband van 138 wereldsteden. ‘Megasteden spelen een sleutelrol in de omzetting van de sdg-agenda naar beleid’, schrijft Müller ons. ‘Mondiale uitdagingen concentreren zich in stedelijke gebieden. Stadsbesturen staan veel dichter bij burgers dan de VN. Doelgericht sdg-beleid in de stad kan direct levensomstandigheden verbeteren.’

Vóór sociaaldemocraat Müller als burgemeester zijn intrek nam in het Rode Raadhuis, hield hij zich als senator bezig met stedelijke ontwikkeling. In 2016 liet de nieuwe stadsregering van sociaaldemocraten, socialisten en groenen de sdg’s zelfs als leidraad voor het beleid vastleggen in het nieuwe coalitieverdrag. ‘Sociale achterstelling en dakloosheid treffen iedere grote stad’, legt Müller ons uit. ‘Armoede in Europa, Duitsland en Berlijn is daarom niet los te zien van de internationale context.’

Helaas komt Berlijn, zo blijkt uit een rapport dat de VN 45 Europese steden onderzocht op hun sdg-score, niet verder dan de Europese middenmoot. Rijke steden als Oslo, Stockholm, Helsinki, Kopenhagen en het Zwitserse Zürich scoren het hoogst. München is de duurzaamste Duitse stad. Berlijn eindigt in de rangschikking op plek achttien, net voor Antwerpen en Brussel.

Dennis Lumme zit op een bankje aan het water in Treptow-Köpenick. Hij kijkt om zich heen en groet een voorbijganger. Sinds hij in Köpenick kwam wonen stijgen ook hier de huizenprijzen, zegt hij. Het aantal daklozen groeit en steeds vaker zijn er spanningen tussen etnische groepen. ‘Veel schoolgebouwen hier stammen uit de communistische tijd en zijn sindsdien nooit gerenoveerd. De waterleidingen zijn vies en er komt bruin water uit de kraan. Natuurlijk is de situatie in Europa niet vergelijkbaar met wat je aantreft in Afrika. Maar ook in het rijke Duitsland moet je vaak niet verder te kijken dan je eigen buurt.’

Dit artikel werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.