Geen vrede mogelijk zonder Palestijnse staat

Analyse

De fout van Oslo: men sprak Palestijnse soevereiniteit niet door

Geen vrede mogelijk zonder Palestijnse staat

Geen vrede mogelijk zonder Palestijnse staat
Geen vrede mogelijk zonder Palestijnse staat

De Palestijnse president verklaarde de Oslo-akkoorden vorig jaar nog dood. Europees buitenlandminister Federica Mogherini pleit nu echter om de Oslo-akkoorden vooral niet op te geven. Heeft het überhaupt nog zin om dit akkoord te verdedigen?

© Vince Musi / The White House (Wkimedia Commons)

© Vince Musi / The White House (Wkimedia Commons)

‘De visie van Oslo is nog altijd geldig vandaag, ook al zijn velen de principes en doelstellingen ervan vergeten.’ Een week geleden pende Federica Mogherini, hoge vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse Zaken, liefst vier volle pagina’s bij elkaar in The Cairo Review, in een pleidooi om de hoop voor vrede in het Midden-Oosten zuurstof te blijven toedienen.

Mogherini verdedigt met hand en tand de tweestatenoplossing, en herhaalt daarmee ook het officiële standpunt van de EU: zonder een Palestijnse staat is geen vrede mogelijk. Daarvoor grijpt Mogherini nu terug naar de Oslo-akkoorden uit 1992-1993. ‘In 25 jaar is geen overtuigend alternatief opgedoken’, schrijft de Europese buitenlandminister die de impasse inzake de vredesgesprekken aanhaalt. ‘Het huidige gebrek aan vooruitgang zou echter geen reden mogen zijn om op te geven. Integendeel, Europeanen zijn bereid om alle instrumenten te gebruiken –diplomatiek en financieel– om de visie van Oslo in de praktijk om te zetten.’

De verwijzing naar de Oslo-akkoorden is opvallend, want die akkoorden lijken intussen verticaal geklasseerd in de archiefdoos “gemiste historische kansen”. Zeker de Palestijnen zien de Oslo-Akkoorden vandaag niet anders dan een gedirigeerde uitverkoop van Palestijns grondgebied èn van het recht op een eigen staat.

‘We hebben een zeldzame opportuniteit gemist’

‘We hebben een zeldzame opportuniteit gemist’, zei ook de Israëlische topjurist Joel Singer in een interview met de Israëlische krant Haaretz. Singer was Rabins man in Oslo, en stond als de wettelijke raadgever voor de officiële Israëlische delegatie in de Noorse hoofdstad op de eerste rij. Maar hij verliet zijn geliefde Israël ook na de moord op premier Yitzhak Rabin in 1995. Moedeloos en teleurgesteld vestigde hij zich in de VS om er lange tijd te zwijgen over de gecontesteerde akkoorden.

Maar hij wil opnieuw praten. ‘Het was niet alleen de moord op Rabin die alles verlamde, ook het onvermogen van PLO-leider Yasser Arafat om Hamas en hun allesvernietigende terreur te bestrijden, deed de blokkentoren omvallen’, laat Singer door Haaretz optekenen. Toch houdt hij, net als Mogherini, hardnekkig vast aan de Oslo-akkoorden, al moet alles eerst tot op de oorspronkelijke fundamenten opnieuw afgebroken worden om opnieuw beginnen op te bouwen. ‘We moeten in de tussentijd vasthouden wat we hebben, niet de lagergelegen verdiepingen vernietigen. En het moet stap per stap gaan.’

Huiskamerdiplomatiek

Voor en tijdens Oslo was er Madrid. Daar werden in 1991 en 1992 vredesgesprekken gevoerd die bouwden op de principes van land voor vrede en Palestijns zelfbestuur. Het was echter niet in Madrid dat de kiemen voor een potentiële doorbraak naar vrede werden gelegd, maar drieduizend kilometer noordelijker, in de hoofdstad van een niet EU-lidstaat. Geen regering maar een diplomatenkoppel plaveide in alle discretie mee de weg voor gesprekken tussen de Palestijnen en Israël. In het huis van Terje Larsen en zijn vrouw Mona Juul tekenden Uri Savir en de Palestijnse PLO-afgevaardigde Aboe Ala, in de aanwezigheid van de Israëlische Joel Singer, een eerste versie van de Oslo-akkoorden.

Die werd even later bekrachtigd door de huidige Palestijnse president Mahmoud Abbas en de Israëlische staatsman Shimon Peres. Nadat dit principeakkoord werd bekendgemaakt, volgden nog verschillende onderhandelingen. In september 1993, in Washington, tekenden premier Yitzhak Rabin en Yasser Arafat, onder het toeziende oog van de Amerikaanse president Bill Clinton, dan het finale akkoord.
WAT OMVATTE HET OSLO-AKKOORD ZOAL?

— Israël erkent de PLO als officiële vertegenwoordiger van het Palestijnse volk
 — Israël trekt zijn soldaten terug uit delen van de Palestijnse Bezette Gebieden
 — Er komt een zekere mate van Palestijns zelfbestuur, maar Israël blijft de controle behouden
 — De oprichting van Palestijnse veiligheidsdiensten
 — De Palestijnse Bezette Gebieden worden verdeeld in veiligheidszones A, B, C, met verschillende niveaus van Israëlische controle
 — De PLO op zijn beurt erkent het bestaansrecht van de staat Israël
 — De PLO geeft de gewapende strijd op
 — Hete hangijzers werden achterwege gelaten: het statuut van Jeruzalem, het vluchtelingenvraagstuk, de kolonisten

Waar zat de fout?

‘Veel mensen zijn van mening dat de Oslo-akkoorden faalden om verschillende redenen’, zegt Martin Konecny van de Europese denktank European Middle East Project, ‘het gebrek aan implementatie, de moord op Rabin in 1995, de verkiezing van Benjamin Netanyahu (1996)’.

Die uitleg vindt Konecny te simpel. ‘De akkoorden zelf waren problematisch. De Palestijnen deden een historische toegeving door Israël te erkennen. De Israëli’s erkenden dan wel de PLO als de legitieme vertegenwoordiger van het Palestijnse volk maar niet het recht voor een Palestijnse staat. Een ander probleem was dat niets opgenomen werd over de nederzettingen en de uitbreiding ervan. Volgens de akkoorden werden de Palestijnse gebieden opgedeeld in A-, B- en C-zones, om gradueel de C-zone –onder volledige controle van Israël– over te laten aan de Palestijnen. Dat is nooit gebeurd. Integendeel, men is volop nederzettingen gaan bouwen in C-gebied. Niemand reageerde. Dat was de fundamentele fout.’

‘De akkoorden zelf waren problematisch. De Palestijnen deden een historische toegeving door Israël te erkennen’

Veiligheidsexpert Luk Sanders van de Koninklijke Militaire School reageert hierop. Het fundamentele probleem van de Oslo-akkoorden was dat ze nooit voltooid zijn. ‘Het akkoord was niet finaal en moest een transitieperiode van vijf jaar overbruggen, daarna zou een nieuw vredesverdrag worden ondertekend.’

Dat moment bleef echter uit. ‘Toen de toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton in 2000 vlakbij een omvattend akkoord stond met Ehud Barak en Yasser Arafat, was dat een verdere uitwerking van de Oslo-akkoorden. Yasser Arafat heeft echter in allerlaatste instantie afgehaakt, wat heel spijtig was. Nooit is een definitief akkoord zo binnen handbereik geweest. De Oslo-akkoorden zijn uiteindelijk grotendeels mislukt, maar een vergissing zou ik ze zeker niet noemen.’

Waar kwam Oslo vandaan?

‘Oslo is een heel gecontesteerd onderwerp onder historici’, reageert de Amerikaanse academicus Seth Anziska, zelf historicus, vanuit Londen. ‘Mijn eigen mening is dat we eerst de context moeten bekijken. Waar kwam Oslo vandaan?’

‘Het begin van de jaren negentig vormde een moment van grote beloften. Er waren gesprekken in Madrid en Washington, de VS wilden, onder de vleugels van George Bush Senior, hun engagement in de regio opnieuw opnemen, Spanje wilde een prestigerol spelen. Bovendien was de Koude Oorlog voorbij, waardoor ook de Russen zich op een productieve manier konden engageren en waardoor ze mee konden nadenken over een aantal vragen.’

‘Yasser Arafat zag kansen in geheime onderhandelingen in Oslo om zijn politieke doelen te bereiken’

Langs Palestijnse kant creëerde Oslo een politiek momentum voor PLO-leider Yasser Arafat. Arafat zat immers op dat moment op een politieke zijweg. Anziska: ‘Hij moest ook opboksen tegen Hamas dat radicaler was dan de PLO en het leiderschap van de PLO zelf bevond zich buiten historisch Palestina en had een minimum aan politieke invloed. Yasser Arafat zag kansen in geheime onderhandelingen in Oslo om zijn politieke doelen te bereiken.’

Arafat was bereid om toegevingen te doen. Zo tekende hij geen expliciet verzet tegen de nederzettingenuitbreiding. En hij was volgens Anziska bereid om mee te gaan in onderhandelingen die niet uitdrukkelijk de erkenning van een Palestijnse staat inhielden.

Beoogde men in Oslo wel of niet een Palestijnse staat?

Het Oslo-akkoord bevat geen specifieke doelstelling over de oprichting van een Palestijnse staat, zegt Anziska. Desondanks vertalen velen de akkoorden toch als een duidelijke opstap naar Palestijnse soevereiniteit. ‘Dat is wat ook Yasser Arafat en Mahmoud Abbas geloofden. Ze dachten dat ze met een voet tussen de deur zouden eindigen met een staat. Maar veel Israëli’s die betrokken waren bij de onderhandelingen zagen het helemaal anders. Oslo was voor Israël een manier om de negatieve impact van de Eerste Intifada (die begon in 1987 en duurde tot 1993, het jaar waarin het Oslo-akkoord werd getekend) te beëindigen. In het akkoord werd enkel gesproken van het opzetten van de mogelijkheid tot Palestijns zelfbestuur, van een Palestijnse Autoriteit. Dat is dus niet hetzelfde als statehood [een Palestijnse staat, als evenwaardige entiteit naast een Israëlische staat]. Met andere woorden: Israël voorzag niet noodzakelijk een soevereine uitkomst voor de Palestijnen.’

Anziska zegt dat ook de vermoorde Yitzak Rabin, die de Nobelprijs voor de vrede won na de Oslo-akkoorden, tijdens zijn laatste speech in de Knesset niet een Palestijnse staat als einddoel vooropstelde. ‘Het is echter moeilijk om de echte intenties te achterhalen. Je moet altijd voorzichtig zijn in achterwaarts lezen.’

© Ben Scicluna (CC BY-NC 2.0)

© Ben Scicluna (CC BY-NC 2.0)

Terwijl de Palestijnen officieel de gewapende strijd opgaven, verbeterde de situatie voor de Palestijnen niet na 1993. Israël installeerde wegblokkades en checkpoints, limiteerde de bewegingsvrijheid voor de Palestijnen tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever en Jeruzalem.

Was het puur strategisch zinvol dat de Palestijnen de gewapende strijd opgaven? ‘Die vraag leeft bij analisten en bij Palestijnen’, zegt Martin Konecny. ‘De Palestijnen hadden de gewapende strijd in principe opgegeven voor het bereiken van hun doel: soevereiniteit of minstens een verbintenis om daar naartoe te werken.’

Voor Hamas is vandaag net dat laatste de reden voor zijn weigering om Israël te erkennen en geweld af te zweren, haalt Konecny aan. ‘Hamas wil niet gezien worden als de tweede partij die meewerkt aan de uitverkoop van de Palestijnse kwestie.’

‘De uitbouw van Palestijnse veiligheidsdiensten gebeurt onder toeziend oog van Israël. Een heel bijzondere situatie: de autoriteiten van een bezet volk werken samen met de bezettende macht om geweld te onderdrukken’

Officieel stopten de Palestijnen hun gewapende strijd, de facto bleef het Palestijnse terreurgeweld echter doorgaan. Mahmoud Abbas zorgde ervoor dat na de Tweede Intifada de aanvallen stopten, in het kader van veiligheidsafspraken met Israël, zegt Konecny. ‘De uitbouw van Palestijnse veiligheidsdiensten was een van de belangrijkste opdrachten van de Palestijnse Autoriteit. Dat gebeurt onder het toeziend oog van Israël.’

‘Als je kijkt naar de feiten is dat toch een heel bijzondere situatie: de autoriteiten van een bezet volk werken samen met de bezettende macht om geweld te onderdrukken. Ondanks en ook net omwille van het groeiende aantal kolonisten, blijft die samenwerking duren. Dat is op lange termijn niet houdbaar.’

Verdedigt Donald Trump de status quo?

Toen de Amerikaanse administratie onder de vleugels van Trump besliste om de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem te verhuizen, noemde Mahmoud Abbas dat vorig jaar de kaakslag van de eeuw. ‘Er is geen Oslo meer’, aldus de Palestijnse leider. Blijft de vraag of er überhaupt nog een ingang is voor een Palestijnse staat.

‘Het Trump-effect is dat alles verlamd is’, reageert Anziska. ‘Erger nog: men zit opnieuw in de sfeer van voor Oslo en Madrid. De Trump-administratie verkruimelt alle diplomatieke initiatieven voor een tweestatenoplossing waaraan men al sinds de jaren negentig werkt. Dat ziet men in de beslissing om de ambassade naar Jeruzalem te verhuizen, in de Amerikaanse terugtrekking uit UNRWA, in de aankondiging van het PLO-kantoor in Washington ge sluiten. Hoogstens wil men de Palestijnen een soort van economische vrede geven maar geen uitkomst van een soevereine staat.’

Ligt de oplossing dan toch in de eenstaatoplossing? Volgens Anziska is die keuze — tweestatenoplossing of eenstaatoplossing — een vals dilemma. ‘Er is nóg een alternatief, namelijk de status quo. Daarbij houd je de gebieden in een eeuwige bezetting, je voorziet geen soevereine uitkomst voor de Palestijnen, noch in Gaza noch in de Westelijke Jordaanoever met Oost-Jeruzalem. Maar je annexeert hen ook niet.’

‘Het probleem is’, reageert Konecny, ‘dat terwijl alles in de lucht blijft zweven, de reële mogelijkheid van een tweestatenoplossing steeds kleiner wordt, terwijl de Joodse nederzettingen blijven uitbreiden. Eenmaal verdwenen, is het voor altijd verdwenen.’

‘Tegelijk blijft het contrast tussen twee volkeren die in hetzelfde gebied leven, steeds groter worden. Terwijl de Palestijnen permanent zonder basisrechten blijven, met een zeer beperkte bewegingsvrijheid, genieten hun buren-kolonisten van alle privileges als Israëlische burgers.’