De zwarte doos van Europese besluitvorming

Analyse

De zwarte doos van Europese besluitvorming

De zwarte doos van Europese besluitvorming
De zwarte doos van Europese besluitvorming

Laurens Cerulus en John Vandaele

08 mei 2014

In een vierde deel van de reeks over de Europese democratie zet MO* het leger burgeractivisten in de kijker die de zwarte doos van Europees beleidsmaken openbreken: individuele hacktivisten en transparantie-passionata die de documentatie van de EU in het openbare domein brengen.

De activisten van Anonymous brengen dataprotectie, machtsmisbruik door overheden en financiële corruptie in het publieke domein. Wikileaks publiceert in één klap miljoenen documenten met diplomatieke correspondentie die de internationale politiek de gordijnen injaagt. Maandenlang berichten media over het bewijsmateriaal van Edward Snowden, dat aantoont dat de Amerikaanse NSA emails en telefoontjes onderschept – niet enkel van staatsvijanden of terroristische netwerken, maar ook van gewone burgers.

Het internet heeft het publieke debat definitief veranderd. Rechten als geheimhouding, zelfs universele mensenrechten als privacy, zijn aan een complete herziening toe. Data staan meer en meer bovenaan de politieke agenda, niet in het minst in de Europese Unie, waar politici nog steeds op zoek zijn naar een antwoord op de politieke aardbeving van het NSA-schandaal.

De democratie dient zichzelf heruit te vinden, zo blijkt, wil het systeem ook in dit tijdsvak relevant blijven. De protagonisten in dit debat zijn geen klassieke spelers. Het gaat om een generatie  hacktivisten: internetideologen die staatsapparaten penetreren en de politieke verantwoordelijken het schaamrood op de wangen bezorgen.

Scrapers en politieke nerds

Ook de Europese Unie leert ondertussen hackathons kennen: evenementen waar coders, journalisten en activisten samen komen om ideeën uit te werken in de datajournalistiek. Het Europees Parlement zette eind februari nog de deuren open voor een aantal dozijnen hacktivisten, die samenhokten in een achterkamertje van het Spinelligebouw in Brussel om zich te scharen achter gemeenschappelijk projecten omtrent de Europese Unie.

Het bilan van zo’n ontmoeting? Programmeur Joel Purra onderzocht het fenomeen dat Europarlementsleden hun stemgedrag kunnen veranderen na afloop van een sessie, zonder dat dit impact heeft op de totale stemming van een wet of amendement. Dergelijke “foutieve stemmen” worden soms door Europarlementsleden aangepast omdat ze zich vergisten. Alleen: wat als dit tot 390 keer toe gebeurt, in het geval van de Deense Britta Thomsen? Of 33 keer in het geval van Marianne Thyssen, die als eerste Vlaams Europarlementslid in de middenmoot zit? En wat als parlementariërs allen afgedrukt hadden zoals ze wilden: was een wet dan anders gestemd?

Laurence Watson, dataspecialist van de Britse klimaat-ngo Sandbag, maakte een scorebord aan om Europarlementariërs te evalueren op hun klimaatvriendelijkheid. Anderen legden een kluwen aan connecties bloot tussen de verschillende Europarlementariërs, gebaseerd op het aantal gelijke stemmen die ze uitbrachten in de laatste twee legislaturen. Nog een andere tool toont aan hoeveel geld er door de Europarlementariërs wordt bijverdiend in nevenactiviteiten, gebaseerd op hun verklaring van financiële belangen. Bij een breed lachende Louis Michel staan de woorden: ‘Dit is Louis Michel, die minstens 5001 euro bijverdient, naast zijn salaris als Europarlementariër.’

Bij een breed lachende Louis Michel staan de woorden: ‘Dit is Louis Michel die minstens 5001 euro bijverdient naast zijn salaris als Europarlementariër.’

Vele websites haperen, sommigen zijn sinds de bewuste hackaton al verdwenen en anderen zijn nooit online gegaan. ‘Veel berust ook op toeval. In het beste geval is het iemand met een passie die nieuwe speeltjes uitprobeert tot hij iets vindt dat er cool uitziet’, zegt blogger en activist Ronny Patz. Overdag werkt hij als advocacy- en communicatiemedewerker bij Transparency International in Brussel. In de weekends belandt hij al wel eens op een hackathon zoals die in het Europese Parlement.

‘Er zijn eigenlijk twee soorten mensen die opdagen op zo’n meetings’, zegt Patz. ‘Sommigen zijn programmeurs, die aan de data kunnen.’ Scrapen heet dat in vaktermen: een programmaatje loslaten op een website waardoor de gegevens in een databestand op je computer terecht komen. ‘Anderen,’ gaat Patz verder, ‘zijn politieke nerds. Daar reken ik mezelf ook toe. De combinatie van de twee kan krachtig zijn. Vaak komt iemand met een spontaan idee en kan die aan het werk met mensen die weten hoe het te realiseren.’

Nieuw democratisch apparaat

De opendata-beweging overstijgt al geruime tijd de kern van die groep hacktivisten – bijna technologische revolutionairen. Eén van de vooraanstaande transparantie-ngo’s is VoteWatch, dat het stemgedrag van Europarlementariërs bundelt en weergeeft op hun website. Geen clubje ideologische internet-passionata. Wel een collectief van projectmanagers en politieke wetenschappers onder het voorzitterschap van Simon Hix, het hoofd van de politicologie-afdeling van de London School of Economics. VoteWatch analyseert, schrijft rapporten, en die bepalen voor een groot stuk de commentaar die denktanks en politicologen geven op pakweg de opgang van extreem-rechts in Europa.

Het internet heeft zich in de kern genesteld van de democratische infrastructuur. Beleidsvorming staat niet meer gedrukt in een stoffig staatsblad maar is enkele clicks verwijderd. In de geest van burgerparticipatie is iedereen uitgenodigd om te lezen, te reageren, zijn stem te laten horen. Want democratie is meer dan elke vier jaar naar de stembus te trekken.

In het Verdrag van Lissabon penden Europese staatshoofden dit recht – deze plicht – ook neer. Het burgerinitiatief is één van de vernieuwingen van de Unie die de burger dichter bij beleidsmakers moet brengen. Met 1 miljoen handtekeningen van burgers uit minstens vier Europese lidstaten dwingt een initiatief de Commissie tot een voorstel. ‘Het is het grootste project waar ik in de laatste jaren aan werkte,’ vertelt Xavier Dutoit, die als techneut zijn schouders zette onder het online platform dat de kaap rondde voor een Europees recht op water, het **Right2Water-**burgerinitiatief. ‘En dan krijg je de reactie van de Commissie,’ zucht hij. ‘Veel woorden, weinig inhoud.’ (zie ook het tweede deel van dit MO*dossier)

Sinds het burgerinitiatief op zijn einde liep werkt Dutoit als hacktivist voor verschillende ngo’s rond Europese zaken. Deze week nog lanceerde hij een campagne voor Friends of the Earth Europe, CAN Europe en Vredesactie die klimaat, schaliegas, ggo’s en wapenhandel op de politieke agenda moet brengen in de aanloop van de Europese verkiezingen op 25 mei.

Principes van Sebastopol

De hacktivisten beroepen zich bij hun activiteiten op de zogenaamde principes van Sebastopol. In december 2007 stelden een aantal vooraanstaande bepleiters van open bestuur in het Californische Sebastopol acht principes voorop waaraan “open bestuur” idealiter moet beantwoorden.

Het eerste principe van Sebastopol stelt dat ‘alle’ publieke data toegankelijk moeten zijn. Bestuurlijke gegevens hebben geen recht op privacy of beveiliging.

Het eerste principe van Sebastopol stelt dat ‘alle’ publieke data toegankelijk moeten zijn. Bestuursdata hebben geen recht op privacy of beveiliging. Een ander principe stelt dat de gegevens bij de bron beschikbaar moeten zijn en tijdig – dat wil zeggen: zo snel als nodig om de waarde van de data niet verloren te laten gaan. Verder moeten de data zo breed mogelijk toegankelijk zijn, en in een vorm die automatische verwerking toelaat.

De principes vertrekken vanuit de mogelijkheden die het internet en de electronica bieden om de openbaarheid van bestuur veel groter te maken, en ze rekken die mogelijkheden maximaal open. Ze zijn terug te brengen tot één basisprincipe: in een democratie is de beleidsmaker onderworpen aan verantwoording tegenover de burgers. Die moeten niet alleen het finale stemgedrag of de finale beslissing kunnen kennen, maar liefst ook kunnen doorgronden wat beleidsmakers drijft in hun keuzes.

De doos openbreken

‘Eén van de basisprincipes van hacktivisme,’ vertelt Dutoit, ‘is de gedachte dat we zaken zelf in handen kunnen nemen. We hangen niet af van anderen om ons informatie toe te stoppen; we kunnen rechtstreeks naar de bron om de ruwe grondstoffen van beleid te proberen te begrijpen.’

Dat is overigens ook een grondrecht dat als artikel 15 in het Verdrag over de Werking van de Europese Unie te lezen staat: burgers en inwoners van de EU hebben het recht om documenten van de instituties te raadplegen. ‘Maar als we aanvragen doen,’ zegt Dutoit, ‘krijgen we de respons dat de pdf’s online staan – vaak onvindbaar trouwens. Dat is geen open data.’

In het geval van het Europese Parlement wijzen bronnen steevast op regel 103 in de procedureregeling. Het Parlement zal verzekeren dat haar activiteiten in de uiterste staat van transparantie gebeuren en debatten in het Parlement zullen openbaar zijn, staat er te lezen. ‘We zijn een publieke instelling’, stipt ook een bron bij de Europese fractie van de Groenen aan, die intern aan de kar trekt voor meer open data-projecten. ‘Voor mij is het principe van transparantie betekenisvol op alle gebieden. En het Parlement moet hierin tonen dat ze de verandering die ze predikt, ook kan bewerkstelligen.’

Alleen wringt daar het schoentje vaak. Instituties werken stug, duidt Patz, die geregeld met het Parlement samenzit. ‘De reactie die je krijgt van het Parlement is: ‘Ik begrijp de waarde van het beschikbaar stellen van gegevens, maar ik moet naar mijn IT-departement om te zien wat mogelijk is. Voor toestemming moet ik in de hiërarchie naar het volgende niveau.’ Het probleem is dat instituties veel te traag reageren op verandering in de samenleving – simpelweg omdat het instituties zijn.’

Het is dus wachten op de evolutie, niet de revolutie. Sinds 2010 gebruikt het Europese Parlement het systeem AT4AM, wat een platform is waarop europarlementariërs hun amendementen electronisch kunnen indienen. Een hele evolutie waarop het directoraat-generaal trots is, zo staat op de website. Ontwikkeld met publiek geld, in het publieke belang. En toch: ‘De directeur Giancarlo Vilella spreekt al jaren over het beschikbaar maken van de software (of “source code”), maar tot dusver komt het er niet van,’ vertelt de bron bij de Groene fractie. ‘We pleiten er niet enkel voor om dit te ontwikkelen, je moet het ook delen met de wereld.’

Hoe het Parlement in Brussel omgaat met de technologische tsunami van open data? ‘Als een toom kippen,’ voegt de bron toe. ‘Ze hebben problemen om te beseffen dat ze dingen kunnen doen die de hele dynamiek 180 graden kunnen doen draaien. Ze zitten op een budget dat de hele Europese infrastructuur zou kunnen veranderen.’

Beslissing bij handopsteking

‘Wie zijn respect voor wetten en voor worsten wil behouden, ziet beter niet hoe ze gemaakt worden’, zou de Duitse kanselier Otto Von Bismarck ooit gezegd hebben. Politiek gaat dikwijls om compromissen sluiten, en dat gaat soms moeilijker als de hele wereld “live” zit mee te kijken. Ook dat weegt door in het gevecht voor transparantie: is het wel wenselijk dat politiek werk open en bloot komt te staan voor misinterpretatie en “spin” van al wie er belang bij heeft?

Politiek gaat dikwijls om compromissen sluiten en dat gaat soms moeilijker als de hele wereld als het ware live zit mee te kijken.

‘De terughoudendheid heeft deels te maken met het verlies aan controle,’ denkt Patz. ‘Zolang de institutie beheerst wat er naar buiten gaat, is dat volgens hen “correct”. Ze stellen eigen zoekmachines samen die slechts een deel van de informatie aanlevert.’ In praktijk komt dat neer op het online zetten van PDF-documenten. Dat is het geval bij de europarlementariërs hun verklaringen van belangen, bij de financiële audits van europartijen en een resem andere gegevens over de parlementaire werking.

De Commissie maakte in de laatste jaren haar databases openbaar voor het transparantieregister van alle belangenorganisaties actief in Brussel in een gemeenschappelijk register, het “expert group register” met de gepriviligeerde personen van het middenveld die door de administraties om input gevraagd worden, en het register van bestedingen door de Europese Commissie. De data is er, beschikbaar in verschillende bestanden, wat open data-activisten ertoe bracht om een zoekmachine te creëren die de drie bronnen bundelt. ‘Je kan nu bijvoorbeeld onderzoeken of mensen die veel lobbyen bij de Commissie ook meer publiek geld krijgen,’ illustreert Patz de kracht van de zoekmachine.

‘Maar het heeft zweet en tranen gekost om dit gedaan te krijgen. We zijn verschillende keren naar de Commissie moeten stappen om deze informatie in open vorm te verkrijgen. Het is een proces dat al van 2010 aan de gang is,’ aldus Patz.

Limieten aan openheid

Wat voorlopig buiten schot blijft voor al wie in de data wil wroeten, zijn de beslissingen in de vroege stadia van besluitvorming. Onlangs nog keurde het Europese Parlement goed dat de stemmen van europarlementariërs ook geregistreerd zullen worden in de parlementaire commissies. Tot nu toe gebeurde elke stem in die voorbereidende fase per handopsteking. Van de beslissingen in de Raad, waar de nationale ministers beslissen over kerndossiers, is enkel bekend hoe een land stemde als er een compromis werd bereikt. Laat staan dat burgers weten hoe staatshoofden stemmen in de Europese Raad, voorgezeten door Herman Van Rompuy.

Transparency International publiceerde onlangs een grootschalig onderzoek over de corruptierisico’s in het Europese apparaat. Als één van de grootste bedreigingen werden de zogenaamde trialoog-onderhandelingen aangegeven. In zo’n onderhandelingen zitten vertegenwoordigers van het Parlement, de Commissie en de Raad samen aan tafel om knopen door te hakken, alvorens een dossier naar de plenaire vergadering gaat of op de bevoegde ministers hun bord komt.

De institutionele vorm is geliefkoosd bij de Europese beleidsmakers. Vaak kunnen zij in alle rust en stilte dossiers afhandelen, die met de zegen van een meerderheid het parlement passeren en ook bij de lidstaten voor weinig ophef meer zorgen. Alleen: hoe kan de burger na afloop weten wie welk standpunt verdedigde? ‘Je ziet het conflict niet,’ verwoordt Patz het. ‘Volgens mij moeten overheden de positie die ze innemen net verdedigen – niet verstoppen voor het publiek.’

En dan de toekomst

Het debat rond de openbaarheid van data is volop losgebarsten. Het internet transformeert de manier waarop de radertjes van samenlevingen draaien. En ook de radertjes van de democratie hebben dringend nood aan olie, zo blijkt. Volgens Dutoit beter vroeg dan laat: ‘In Europa lopen we hopeloos achterop,’ zegt hij. ‘En we hebben niet veel organisaties, grote spelers, die het thema van open data op de agenda van de instellingen zetten.’ Meer openheid kan wellicht het verre Europa dichter bij de  burger brengen.