Een nuchtere kijk op de SDG’s

Analyse

Een nuchtere kijk op de SDG’s

Een nuchtere kijk op de SDG’s
Een nuchtere kijk op de SDG’s

Na bijna twee jaar onderhandelen werden de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) overeengekomen op 2 augustus. Rond eind september zullen ze formeel goedgekeurd worden door de lidstaten tijdens een VN-top in New York. Voordat ze als “baanbrekend” en “historisch” worden genoemd, is dit een goed moment om een nuchtere blik te werpen op de inhoud van de SDG’s.

Gegroepeerd onder 17 algemene doelstellingen omvatten de SDG’s  169 streefdoelen, alhoewel dit een verkeerde benaming is. Volgens het woordenboek is een streefdoel of een doelwit een nauwkeurig resultaat dat men wil bereiken tegen een specifieke datum. Het vereist dat het objectief duidelijk bepaald wordt, dat het beoogde resultaat specifiek gesteld is, en dat de deadline precies gedefinieerd is.

Op basis van die drie criteria kunnen de meeste van de 169 SDG’s niet als streefdoelen worden beschouwd. De meesten bevatten geen numeriek resultaat dat bereikt moet worden. In plaats daarvan gebruiken ze vage woorden zoals ‘aanzienlijk verminderen of verhogen, ondersteunen en versterken, geleidelijk verbeteren, bevorderen, hogere niveaus bereiken, dringende acties ondernemen’, en zo voort. Daarenboven leggen de meeste items geen precieze termijn vast. Als ze dat doen, dan is het meestal voor het jaar 2030, hoewel de jaren 2020 en 2025 soms opkomen.

De meeste items leggen geen precieze termijn vast. Als ze dat doen, dan is het meestal voor het jaar 2030, hoewel de jaren 2020 en 2025 soms opkomen.

Als zodanig kunnen de meeste SDG’s niet als doelwitten beschouwd worden. Wanneer we de items elimineren die geen duidelijke deadline aangeven of geen bepaald niveau van resultaat stellen, blijven er slechts 45 van de 169 “targets” overeind. Bovendien voldoen een aantal van deze 45 streefdoelen niet aan de eerste voorwaarde, namelijk conceptuele helderheid van het objectief.

Laat ons als voorbeeld item 4.7 nemen, die er moet voor zorgen dat ‘alle leerlingen de kennis en vaardigheden verwerven die nodig zijn om duurzame ontwikkeling te bevorderen’. Of item 7.1, die bepaalt dat iedereen ‘toegang zou hebben tot betaalbare, betrouwbare en moderne energie’. Of item 16.1 die stelt dat ‘alle vormen van geweld en de daarmee samenhangende sterftecijfers overal aanzienlijk moeten verminderen’.

In vergelijking met het doelwit 3.1 om ‘tegen in 2030 de moedersterfte wereldwijd te verminderen tot minder dan 70 per 100.000 geboorten’, is het duidelijk dat de vermelde voorbeelden geen duidelijk objectief aangeven. Als dusdanig kunnen ze niet gelden als specifieke streefdoelen. Wanneer we die met vage objectieven eveneens verwijderen, dan blijven er slechts 29 over.

Mengelmoes van idealen en algemeenheden

Vandaar dat de juiste beschrijving van de SDG’s is dat ze 169 items omvatten, maar minder dan 30 doelwitten. Inderdaad, de SDG’s zijn een mengelmoes van idealen en algemeenheden, besprenkeld met enkele concrete streefcijfers.

Bijvoorbeeld, item 1.4 is bedoeld om ‘ervoor te zorgen dat alle mannen en vrouwen gelijke rechten hebben tot economische middelen’. Dit is een lovenswaardig doel, maar het te bereiken doel is onduidelijk, het precieze resultaat ontbreekt en geen specifieke datum is aangegeven.

Het is dus niet duidelijk of item 16.5 betekent dat de VS hervormingen moet doorvoeren betreffende het financieren van verkiezingscampagnes.

Verschillende andere voorbeelden zouden hier vermeld kunnen worden. Het volstaat om nog één te vermelden: item 16.5 stelt dat corruptie en omkoperij, in al hun vormen, aanzienlijk vermindert moeten worden. Stiglitz, Nobelprijswinnaar in economie, beschouwt het financieringssysteem van de verkiezingscampagnes in zijn land en de aanwezigheid van de vele lobbyisten als “corruptie, Amerikaanse stijl”. Het is dus niet duidelijk of item 16.5 betekent dat de VS hervormingen moet doorvoeren betreffende het financieren van verkiezingscampagnes.

Kortom, als het gaat om de SDG’s is het belangrijk geen verwarring te scheppen tussen de vele algemene items en de enkele specifieke doelwitten.

De lat ligt hoog

Daarbij komt dat sommige streefcijfers de lat heel hoog leggen. Het is onrealistisch dat ondervoeding tot nul zal teruggebracht worden tegen 2030. In de afgelopen 25 jaar is ondervoeding bij kinderen gedaald van 25 naar 14 procent, wat een heel respectabele prestatie inhoudt. Men moet zich afvragen hoe het tempo van die vooruitgang meer dan verdubbelen zal in de komende 15 jaar.

Het doelwit voor moedersterfte is ambitieus maar niet onrealistisch. Het streefdoel voor kindersterfte lijkt haalbaar op wereldwijd niveau, maar niet voor alle landen. Het is hier dat een aantal van de SDG’s echt problematisch worden.

Sommige van de SDG’s houden collectieve doelwitten in, terwijl anderen landspecifiek zijn. Het streefcijfer om de moedersterfte te verminderen is collectief. Het kan bereikt worden wereldwijd, ook indien sommige landen een hoger sterftecijfer aanhouden want andere landen zullen ver onder het niveau van 70 eindigen in 2030. Maar het streefcijfer om de kinderstefte terug te brengen tot ten minste 25 per 1000 geboorten ‘in alle landen’ is duidelijk landspecifiek.

Het is niet duidelijk waarom de SDG’s zowel collectieve als landspecifieke doelwitten omvatten. Landspecifieke streefcijfers maken niet alleen dat ze veel moeilijker zijn om bereikt te worden, ze zijn ook in strijd met het beginsel van nationaal eigenaarschap en de inachtneming van de nationale context.

Als ze werkelijk ernstig worden genomen, kunnen de SDG’s misschien toch nog een verschil maken in 2030.

Verder is het opmerkelijk dat (bijna) alle SDG-doelwitten absolute ijkpunten gebruiken, terwijl de MDG’s meestal gebruikt maakten van relatieve ijkpunten. Zowel relatieve als absolute doelwitten hebben tekortkomingen. Het advies was om een combinatie van de twee te gebruiken om de grootste problemen uit de weg te gaan. Maar de SDG’s negeren die raad en leggen enkel absolute ijkpunten vast. Dit zal tot meer foutieve en oneerlijk beoordelingen leiden, vooral voor de minst ontwikkelde landen.

We willen eindigen op een positieve noot door te verwijzen naar twee streefdoelen die noemenswaardig zijn. De eerste, item 1.2, streeft er naar om tegen 2030 overal ‘de armoede onder mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden ten minste te halveren, gedefinieerd volgens de nationale criteria’. Dit is wellicht het enige SDG doelwit dat echt universeel van aard is (met obesitas als de grote afwezige in een niet-universele agenda).

Het tweede doelwit is item 10.c waarin staat dat de transactiekosten op overschrijvingen van migranten naar familieleden in het land van herkomst ‘tot minder dan 3 procent van het bedrag zal gebracht worden en dat kanalen die meer aanrekenen dan 5 procent afgeschaft zullen worden’. Beide doelstellingen zijn duidelijk en tastbaar. Als ze werkelijk ernstig worden genomen, kunnen de SDG’s misschien toch nog een verschil maken in 2030.