‘Empower vrouwen niet, werf ze gewoon aan’

Analyse

Economische empowerment-projecten van multinationals, een goede zaak?

‘Empower vrouwen niet, werf ze gewoon aan’

‘Empower vrouwen niet, werf ze gewoon aan’
‘Empower vrouwen niet, werf ze gewoon aan’

Linda A. Thompson

13 november 2018

Van Coca-Cola tot Mondelez International en van AB Inbev tot PwC, multinationals hebben tegenwoordig economisch empowerment-projecten voor vrouwen lopen in het Zuiden. Naarmate deze initiatieven aan populariteit winnen, beginnen ze ook steeds meer vragen op te werpen over de rol die de particuliere sector moet spelen in het bevorderen van gendergelijkheid en vrouwenrechten.

UN Women/Betsy Davis (CC BY-NC-ND 2.0)

UN Women/Betsy Davis (CC BY-NC-ND 2.0)

In Mozambique hebben 800 vrouwelijke boeren onlangs toegang gekregen tot nieuwe irrigatietechnologie, hoogwaardige zaden en meststoffen. In Colombia kregen tienduizenden vrouwelijke handelaren training in zakelijke vaardigheden om zo hun inkomen te verbeteren. In Senegal konden vrouwen die in de plaatselijke visindustrie werkten dan weer hun inkomen verhogen door deel te nemen aan een project dat hun visvaardigheden opkrikte.

Deze initiatieven werden niet gefinancierd door internationale hulporganisaties of goede doelen die armoede de wereld willen uit helpen, maar door grote multinationals met winstoogmerk, namelijk ExxonMobil, AB Inbev en Qualcomm.

Van Coca-Cola tot Mondelez International en van AB Inbev tot PwC, een beetje groot bedrijf heeft tegenwoordig een economisch empowerment project voor vrouwen lopen in het Zuiden en investeert dus een deel van de ondernemingswinsten die naar aandeelhouders hadden kunnen gaan in initiatieven die vrouwen economisch onafhankelijk willen maken.

Omdat er geen eenduidige definitie bestaat voor economische ontplooiing, lopen de bedrijfsprojecten ook sterk uit een. De ruwe gemene deler is dat ze allemaal proberen om de hindernissen weg te nemen die de deelname van vrouwen aan de lokale economie belemmeren door hen job- of vormingsmogelijkheden aan te reiken of hun toegang tot financiering te verbeteren. De vrouwen die aan deze projecten deelnemen, bevinden zich doorgaans in de waardeketen van het financierende bedrijf – als producenten, leveranciers, aannemers, distributeurs en soms werknemers.

Nog nooit eerder hebben zoveel bedrijven economische empowerment projecten voor vrouwen opgestart in ontwikkelingslanden, zegt professor Katherine Fritz van het International Center for Research on Women. Haar functie bij het Amerikaanse onderzoeksinstituut is om advies te verstrekken aan bedrijven die zulke projecten willen opstarten of uitbreiden. ‘De eerste initiatieven borrelden hier en daar op tussen 2005 en 2007‘, zegt ze. ‘Gedurende de voorbije tien, elf jaar hebben we dan een verdrie- of viervoudiging gezien, schat ik.’

Wie profiteert er nu echt van deze projecten?

Naarmate deze initiatieven aan populariteit winnen, beginnen ze ook steeds meer vragen op te werpen over de rol die de particuliere sector moet spelen in het bevorderen van gendergelijkheid en vrouwenrechten. Onderzoekers waarschuwen dat het onduidelijk is of deze projecten wel een diepgaand en langdurig effect beogen op het leven van vrouwen.

‘De economische ontplooiing van vrouwen speelt zich niet af in een vacuüm maar is verbonden aan andere belangrijke levensdomeinen zoals seksuele en reproductieve rechten, toegang tot een leefbaar loon en arbeidsrechten’

Feministische organisaties zeggen dat de enge aanpak van deze multinationals economische emancipatie onder een stolp zet die de bredere realiteit van genderongelijkheid wegduwt. Meer dan wat ook is het de vraag wie nu eigenlijk het meest profijt heeft bij deze projecten: de deelneemsters of de bedrijven zelf?

‘Om eerlijk te zijn denk ik dat bedrijven van sommige mensen kritiek gaan krijgen ongeacht wat er gebeurt’, zegt Linda Scott, een emeritus professor aan de Universiteit van Oxford die pionierend onderzoek verrichte naar deze projecten, en de Global Business Coalition for Women’s Economic Empowerment oprichtte. Dit is een groep van bedrijven die samen al 57 jaar zulke initiatieven heeft lopen en regelmatig bijeenkomt om goede praktijken uit te wisselen.

Het hoofdargument om de particuliere sector te betrekken in de strijd om vrouwen economisch te emanciperen, is haar grootte. De jaarlijkse omzet van ’s werelds grootste bedrijven stelt het bruto nationaal product van volledige, zij het kleine, landen zoals Nieuw Guinea en Luxemburg in de schaduw. Hun waardeketens raken de meeste economieën en mensen op aarde en hun invloed is dus enorm. Zonder ’s werelds grootste multinationals te betrekken bij het gevecht geraken we er dus nooit, zeggen voorstanders zoals Scott als Fritz.

Maar wanneer bedrijven aan de slag gaan met een concept als economische ontplooiing geven ze er ook meteen een kapitalistische draai aan, zegt Ana Inés Abelenda. Zij werkt rond de invloed van de particuliere sector op gendergelijkheid voor de Association for Women’s Rights in Development, een feministische organisatie die over heel de wereld actief is.

In de ogen van Abelenda stellen grote bedrijven economische ontplooiing gelijk aan ondernemerschap en een ontplooide vrouw aan haar vermogen om te kunnen consumeren. ‘De economische ontplooiing van vrouwen speelt zich niet af in een vacuüm, maar is verbonden aan andere belangrijke levensdomeinen zoals seksuele en reproductieve rechten, toegang tot een leefbaar loon en arbeidsrechten’, zegt ze telefonisch vanuit Montevideo, Uruguay.

Een rapport van het ICRW waar Fritz onder andere aan meewerkte, kwam tot een gelijkaardige vaststelling. ‘Een vrouw heeft meer nodig dan vaardigheden en opportuniteiten om zich economisch te ontplooien’, concludeerden de onderzoekers in 2014. Ze maanden ondernemingen aan om een ruimere, door mensenrechten geïnspireerde aanpak te volgen die ook de fundamentele barrières zou aanpakken zoals zorglast voor kinderen, beperkte bewegingsvrijheid, partnergeweld en moeilijke toegang tot anticonceptie.

‘Empower mensen niet; werf ze gewoon aan’, zegt Khadijat Zahrah Abdulkadir, de oprichtster van Digital African Woman, een ngo die ondersteuning biedt aan technologische startups die geleid worden door vrouwen in verschillende Afrikaanse landen. ‘Als deze bedrijven enkel en alleen de economische positie van vrouwen wouden verbeteren, zouden ze gewoon arbeidscontracten uitschrijven’, zegt ze telefonisch vanuit Brussel, enkele uren voor ze op het vliegtuig naar Ethiopië stapt.

‘Maar dat is natuurlijk niet wat we zien. Ze gaan naar daar en trainen mensen en maken ze ontvankelijk voor producten die ze dan kunnen kopen met het klein beetje geld dat ze hebben. De bedrijven hebben er geen belang bij om vrouwen werkelijk economisch onafhankelijk te maken’, merkt ze op. ‘Ze moeten gewoon iets doen zodat ze een reden hebben om in Afrika te zijn en om te blijven terugkomen.’

Slimme bedrijfsvoering?

Vanuit het oogpunt van de bedrijven is investeren in de economische ontplooiing van vrouwen slimme bedrijfsvoering. De economieën van veel westerse landen zijn inmiddels gestagneerd en de snelst groeiende landen zijn nu allemaal in Afrika en Azië te vinden (zie grafiek hieronder). Door meer vrouwen economisch actief te maken, hopen multinationals hun waardeketens in ontwikkelingslanden stabieler, veiliger en kwalitatiever te maken.

<iframe frameborder="0" height="0" src="https://www.theatlas.com/embed/BJOKD67VG?style=Ym9yZGVyPXRoaW4mcGFkZGluZz0yMHB4JmJhY2tncm91bmQtY29sb3I9d2hpdGU=&width=709.6749877929688" width="100%"></iframe><iframe frameborder="0" height="0" src="https://www.theatlas.com/embed/BJOKD67VG?style=Ym9yZGVyPXRoaW4mcGFkZGluZz0yMHB4JmJhY2tncm91bmQtY29sb3I9d2hpdGU=&width=709.6875" width="100%"></iframe>

Door vrouwen te trainen en hun toegang tot het financieel systeem te vergemakkelijken, kunnen ondernemingen ook hun lokale producten en voorraad verbeteren, nieuwe markten aanboren, klanten in het westen tevreden houden en hun eigen financiële resultaten verbeteren.

Nadat Coca-Cola in samenwerking met de Bill & Melinda Gates Foundation Keniaanse boeren bijvoorbeeld fruitteelt vormingen gaf, gingen de inkomsten van de vrouwelijke deelneemsters met 140 percent omhoog. Het initiatief zorgde er tegelijkertijd ook voor dat het bedrijf een nieuw product op de markt met enkel ingrediënten van lokale oorsprong, Minute Maid Mango.

‘Door producten in te kopen van vrouwelijke ondernemers, drijft Walmart haar omzetgroei aan en verhoogt het de kennis en loyauteit van klanten.’

Een van de hoofdpijlers van Walmarts Global Women’s Economic Empowerment Initiative is dan weer om meer producten in te kopen van ondernemingen waar een vrouw aan het roer staat. Tegelijkertijd heeft Walmarts eigen onderzoek heeft aangetoond dat haar overwegend vrouwelijke klantenbestand meer geneigd is om producten in hun winkelkar te leggen waarvan ze weten dat ze gemaakt werden door zulke vrouwelijke ondernemingen.

‘Door producten in te kopen van vrouwelijke ondernemers, drijft Walmart haar omzetgroei aan en verhoogt het de kennis en loyauteit van klanten’, zegt de supermarktketen op haar website. Geen van de bedrijven die vermeld worden in dit artikel wensten commentaar te geven.

Rebecca Arnold, woordvoerder voor Exxon Mobil Corporation, zegt in een e-mailreactie dat het bedrijf zich reeds geruime tijd engageert in economische empowerment projecten. ‘We zetten ons ook al meerdere decennia in om onze leveranciers te diversifiëren’, zegt ze. Arnold wijst er ook op dat ExxonMobil een onderzoeksrapport financierde over bedrijfsinitiatieven met een bewezen duurzaam effect op de economische ontplooiing van vrouwen. ‘Dit was bedoeld als een vierjarig project, maar is intussen een langetermijnproject geworden. De Bill and Melinda Gates Foundation baseerde er haar economische empowerment strategie voor vrouwen zelfs op.’

UN Women/Gaganjit Singh (CC BY-NC-ND 2.0)

UN Women/Gaganjit Singh (CC BY-NC-ND 2.0)

Koloniale mentaliteit?

Het zijn echter niet de onderliggende motieven van de multinationals, maar de uitwerking van de initiatieven die Abdulkadir problematisch vindt. De projecten worden ontworpen zonder input van hun doelpubliek en gerund door jonge professionals uit westerse landen die ‘een vurig verlangen hebben om “Afrika te redden”’, vertelt ze.

‘Ik ontwaar een soort van koloniale mentaliteit: “Wij denken dat je de dingen op deze manier moet doen; je hebt dit en dit nodig en dit is wat wij voor jou willen doen”’, zegt ze. Ze stipt aan dat veel multinationals de complexiteit van het Afrikaanse continent met haar 54 landen, vele etniciteiten en culturen bovendien nauwelijks in acht nemen.

Dr. Scott zegt dat bedrijven er zeer goed aan doen om ervoor te zorgen dat hun project door lokale gemeenschappen wordt gesteund en dat ze best ook uitzoeken hoe hun initiatief aansluit of verschilt van eerdere projecten. ‘Het is goede praktijk. Hoe vaak het effectief gebeurt, weet ik niet,’ zegt ze. Nee, vrouwen in het zuiden ontwerpen de projecten niet zelf, maar ‘de mensen die de initiatieven ontwerpen, hebben ervaring met dit gebied of hebben heel veel onderzoek gelezen over eerdere initiatieven’.

Over één ding zijn voor- en tegenstanders het eens: de diepgaande, langdurige impact van dit soort initiatieven is nog niet helemaal duidelijk.

Over één ding zijn voor- en tegenstanders het eens: de diepgaande, langdurige impact van dit soort initiatieven is nog niet helemaal duidelijk.

Een recent rapport van de Stanford Social Innovation Review wijst er bijvoorbeeld op dat ‘weinig bedrijven hun economische empowerment projecten voor vrouwen zo lijken te ontwerpen dat ze een blijvende impact hebben, laat staan dat ze dit soort invloed meten of erover rapporteren.’ In plaats daarvan hebben bedrijven zich op de cijfermatige kant van de zaak gestort – het aantal deelneemsters, de hoeveelheid geld die ze opzij konden zetten, het aantal vrouwen dat een job vond.

Het vraagt namelijk veel tijd en geld om langetermijnuitkomsten te meten en het is moeilijk om een concept als “empowerment” in een ondubbelzinnig resultaat te vatten, zeggen Fritz en Scott. Een vrouw kan bijvoorbeeld werkgelegenheid aangeboden krijgen in 2018, maar het duurt jaren om te zien hoe dit haar gezinsstatus verbetert, of ze zeggenschap heeft over het geld dat ze binnenhaalt en of haar stem thuis, op het werk en in haar gemeenschap luider wordt, met andere woorden het empowerment luik.

US Embassy (CC BY-ND 2.0)

US Embassy (CC BY-ND 2.0)

‘Het is een logische hypothese dat dit soort initiatieven dat soort empowerment zou creëren, maar we hebben niet altijd het soort gedetailleerde data dat ons zou toelaten om dit argument veel meer kracht bij te zetten’, zegt Fritz. Ze voegt eraan toe dat dit het ook lastig maakt om meer bedrijven aan boord te trekken: ‘We hebben absoluut meer van dit type rendement-op-investering data nodig.’

Maar naarmate meer bedrijven op de kar springen en de economische ontplooiing van vrouwen een middel wordt om een bedrijfsdoel te behalen, zullen overheden in het Zuiden net minder en minder doen, zegt Abelena. ‘Het ergste scenario is dat ze beginnen zeggen: “Laat ons hier samenwerken met dit bedrijf dat vrouwen meer toegang tot kredieten zal geven, dan hebben we dit project dat zich toespitst op de onderwijskansen van meisjes en laat ons Uber bellen zodat vrouwen hun auto kunnen inzetten en op flexibele uren kunnen werken”.’

‘Op die manier besteed je de verantwoordelijkheid om de mensenrechten van vrouwen na te leven volledig uit. Dit is zo kortzichtig en kaart de onderliggende oorzaken niet aan waardoor vrouwen over de hele wereld nog steeds geen basisrechten hebben, laat staan economische onafhankelijkheid.’