Ethiopië en de beperkte houdbaarheid van autoritair groeikapitalisme

Analyse

Ethiopië en de beperkte houdbaarheid van autoritair groeikapitalisme

Ethiopië en de beperkte houdbaarheid van autoritair groeikapitalisme
Ethiopië en de beperkte houdbaarheid van autoritair groeikapitalisme

Ethiopië is de voorbije jaren vaak opgevoerd als een voorbeeldige ontwikkelingsstaat. De protesten en de repressie van het voorbije jaar sloegen dikke barsten in dat imago. Wat willen de Ethiopiërs: democratie of economische groei? En waarom moeten ze kiezen?

Op het kleine tafeltje in de slaapkamer annex eetruimte staat Cara-pils en een ander bier dat zichzelf aanprijst als het beste van Portugal – wat op een Belg weinig indruk maakt – en even later komt iemand binnen met verse injera: een soort pannenkoek gemaakt met teff, waarop traditioneel sauzen, vlees en andere lekkere Ethiopische gerechten worden geschept.

‘Onze grondwet is erg progressief, maar in de praktijk wordt ze amper toegepast’, zegt een van de Ethiopiërs tussen twee happen door. ‘Een douanebeambte kan zijn baan verliezen, gewoon omdat hij verdacht wordt van corruptie. Landgenoten worden zonder vorm van proces vastgezet. En sinds de noodtoestand is uitgeroepen, lijkt het wel oorlog. Er is een avondklok ingesteld op plaatsen waar fabrieken staan of waar buitenlanders en de regeringspartij grote eigendommen hebben. Mensen uit de oppositie gaan achter de tralies, ze worden gefolterd.’

Ethiopië, dat westerlingen helaas vaak alleen kennen vanwege de Grote Hongersnood in 1984-1985, als toeleverancier van adoptiekindjes, van de in rotsen uitgehouwen kerken van Lalileba of de Nederlandse tulpen die er per vliegtuig uit overgevlogen worden, is vandaag een van de snelst groeiende economieën ter wereld.

Een decennium lang nam het bbp toe met gemiddeld 10 procent per jaar – al gewagen goed geïnformeerde professoren van maximaal 8,8 procent – en door de bouw van (spoor)wegen en waterkrachtcentrales, door intensieve landbouw en het aantrekken van particuliere investeerders, probeert het de schande van het verleden af te werpen.

‘Binnen duizend jaar zal men zeggen dat het derde millennium het begin van het einde van de donkere tijden was in Ethiopië, de aanzet tot de Ethiopische renaissance.’ — Meles Zenawi

Zoals de vorige premier, wijlen Meles Zenawi, zei bij de Ethiopische eeuwwisseling in 2005: ‘In de loop van het tweede millennium zijn we van een van ’s werelds meest geavanceerde naties verworden tot een der armste. Binnen duizend jaar, wanneer de Ethiopiërs zich opmaken voor het vierde millennium, zal men zeggen dat het derde millennium het begin van het einde van de donkere tijden was in Ethiopië, de aanzet tot de Ethiopische renaissance.’

Tegen 2025 wil Ethiopië van een arm, donorafhankelijk land uitgroeien tot een middeninkomenland. De regering vindt van zichzelf dat ze als awra, voorhoede, van het land, het recht en de plicht heeft om met strakke hand vorm te geven aan een soort ontwikkelingskapitalisme, lematawi habt in het Amhaars, de belangrijkste taal van Ethiopië.

Een beetje zoals in het naoorlogse Taiwan, Zuid-Korea of het huidige China, probeert de Ethiopische overheid kernsectoren (energie, communicatie, het leger, grootschalige commerciële landbouw) te sturen en krijgen privé-investeerders alleen speling op andere gebieden.

Symboolprojecten zoals de stadstrein in hoofdstad Addis Abeba en de Grand Ethiopian Renaissance Dam, de controversiële dam op de Blauwe Nijl – Afrika’s grootste waterkrachtcentrale in wording – moeten de getraumatiseerde bevolking een hart onder de riem steken, de oude glorie herstellen, en in het laatste geval van de broodnodige energie voorzien om de gestage groei aan te drijven.

Oude garde

Critici constateren echter dat democratie en goed bestuur onder het huidige regime niet meer dan woorden in de wind zijn: opposanten worden opgesloten en gefolterd; mobiele communicatie door de overheid gecontroleerd, vrijheid van meningsuiting gedoogd zolang het niet over politiek gaat. ‘Er is amper nog een oppositiepartij die naam waardig’, zegt een kleine vrouw met zachte stem. ‘De regeringspartij heeft ervoor gezorgd dat niemand het van haar kan overnemen.’ En ze verwijt de vorige premier, Meles Zenawi, ‘zogenaamd een sterke visionair’, dat hij zijn partij niet beter heeft voorbereid op vernieuwing. ‘De oude garde heeft nog altijd de touwtjes in handen. Zij bepalen wie er op de ministersstoel terechtkom. En de minister moet doen wat hem gezegd wordt door zijn hogere adviseurs’.

Critici constateren dat democratie en goed bestuur onder het huidige regime niet meer dan woorden in de wind zijn.

Terwijl ze met haar rechterhand een stuk van de koek afscheurt, daarmee wat saus neemt en naar de mond brengt, verbaas ik mij over hoe ontspannen en vrij iedereen durft te praten, in dit herenhuis in België. ‘Sinds de massale protesten zijn we minder bang geworden’, zegt een van de zeven Ethiopiërs om de tafel. Terwijl we eten en drinken, praten we over België, Trump en natuurlijk ook hun geliefde vaderland.

Want inderdaad. Sinds november 2015 staat Ethiopië, gastheer van de Afrikaanse Unie en lange tijd gezien als een baken van stabiliteit in de Hoorn van Afrika, in rep en roer. Toen vorig jaar de regering zonder veel overleg de hoofdstad Addis Abeba wilde uitbreiden en daarvoor grond van Oromo-boeren inpikte, sloeg de vlam in de pan, vertelt Ethiopië-kenner Jan Abbink, antropoloog-historicus aan het Afrika-Studiecentrum in Leiden. ‘Wettelijk had de regering het volste recht om zo’n plan uit te voeren, want in Ethiopië is alle grond van de staat. Die mag dus mensen onteigenen voor nationale doeleinden. Alleen stootte het plan veel Oromo’s tegen de borst, omdat zij het beschouwden als een bedreiging voor de lokale boeren en voor de integriteit van hun deelstaat Oromia.’

Ethiopië is een federale staat, vrij strak uitgetekend volgens de etnische scheidslijnen die door de diverse bevolking lopen. De hoofdstad Addis Abeba ligt in het hartland van de Oromo, Ethiopiës grootste bevolkingsgroep. Maar de politieke macht is in handen van een minderheidsgroep: de Tigray uit het noorden van Ethiopië.

De organisaties die samen met het TPLF in de regeringspartij EPRDF verenigd zijn, zijn in werkelijkheid creaties van de TPLF

Nadat het Tigrayan People’s Liberation Front, weliswaar samen met andere rebellengroepen, zoals het Oromo Liberation Front (OLF), de vorige dictator van zijn troon had gestoten, stelden zij de “democratie” in. Er werd een federale staat gecreëerd en alle naties & nationaliteiten kregen (op papier) het recht op zelfbeschikking, zelfs onafhankelijkheid als ze daartoe zouden besluiten, maar de facto domineert de oude garde van het TPLF-rebellenfront al sinds 25 jaar de politiek in heel Ethiopië. Zij zit in een “coalitie” met drie andere organisaties, van verschillende etnische achtergrond en verenigd in de regeringspartij EPRDF (Ethiopian People’s Revolutionary Democratic Front); in werkelijkheid zijn deze organisaties creaties van de TPLF: een poging om de veel invloedrijkere groeperingen, zoals het Oromo Liberation Front eertijds, buitenspel te zetten. Dat is tot op heden aardig gelukt.

Geen enkele oppositiepartij waagt het bijvoorbeeld nog écht campagne te voeren, nadat het EPRDF in 2005 een fikse nederlaag had geleden bij de toen vrije verkiezingen. Uit ongenoegen omdat het zelfs in Addis Abeba het onderspit moest delven, werden oppositieleiders opgesloten en vervolgd en werd de repressie opgevoerd. Vandaag kan iedereen, onder het mom van contraterreurwetten worden vervolgd – het OLF is bijvoorbeeld tot verboden organisatie verklaard. De Ethiopische overheid luistert bovendien het gsm- en internetverkeer van haar onderdanen af. Dat is des te eenvoudiger daar slechts één gsm-provider het monopolie heeft over alle telefonieverkeer. Een staatsbedrijf, dat spreekt.

Oppositie buitenspel

Meles Zenawi, die in 2012 in een Brussels ziekenhuis stierf, liet zich ooit ontvallen dat mensenrechten geen voorwaarde zijn voor ontwikkeling. Groeien kan een land ook zonder basisvrijheden. Al voegde hij eraan toe dat de levensduur van het model ten slotte ondermijnd kan worden door de roep om democratie en een betere toekomst. Voorlopig lijkt zijn opvolger, Hailmemariam Desalegn, die raad alvast in de wind te slaan. Sinds de stalinistische score tijdens de jongste stembusgang in 2015 staat de wettelijk erkende oppositie helemaal buitenspel: het EPRDF heeft eenvoudigweg alle parlementszetels.

De vorige premier, Meles Zenawi, liet zich ooit ontvallen dat mensenrechten geen voorwaarde zijn voor ontwikkeling.

Toch lijkt een nieuwe lente aangebroken, ook in de hoorn van Afrika. Het verzet tegen de uitbreidingsplannen van hoofdstad Addis Abeba, sloeg in november vorig jaar over naar de hele regio Oromia en in augustus dit jaar naar de Amhara-regio. Bij manifestaties kwamen duizenden mensen op straat, ondanks de harde repressie door de ordediensten. Volgens Human Rights Watch zouden sindsdien honderden (en wellicht meer dan duizend) Ethiopiërs omgekomen zijn en tienduizenden opgepakt. De Olympische atleet Feyisa Lelisa kruiste voor de camera’s in Rio zijn armen, een verwijzing naar het veelgemaakte protestgebaar in Ethiopië, en durft sindsdien het land niet meer in.

Omdat in Oromia naderhand ook Amhara op straat kwamen, en in november dit jaar de Amhara-provincie in opstand kwam, zou je denken dat het om een solidariteitsbeweging gaat, maar volgens Felix Horne van HRW liggen verschillende motieven ten gronde aan de protesten die her en der de kop opsteken.

David Holt (CC BY 2.0)

Oromo in Londen tijdens een betoging tegen de moorden en de mensenrechtenschendingen door de Ethiopische overheid. (

David Holt (CC BY 2.0)

In Oromia – overwegend ruraal – eist men onder meer recht van spreken, de vrijlating van de vele gewetensgevangenen, of wordt betoogd tegen de jarenlange achterstelling van Oromo’s, bijvoorbeeld in overheidsinstellingen. ‘In de Amhara-regio, waar vooral de grotere steden in oproer waren of zijn, is het overwicht van Tigray binnen de politiek dan weer dé doorn in het oog.’ Het zijn immers Amhara die vroeger de macht hadden, onder de vele monarchen en keizers, tot de marxistische revolutie daaraan een einde maakte.

Anderzijds blijkt uit het gezellige rondetafelgesprek, met expats die Oromo-, Amhara- , Tigray-, Gurage- en Wolayta-wortels hebben, dat van een regelrecht etnisch conflict lang geen sprake is. ‘Nu wordt het voorgesteld alsof alle Tigray garen spinnen bij deze door het TPLF gedomineerde regering, maar niets is minder waar. Er is nog altijd veel schrijnende armoede onder de boeren in de Tigray-regio, net zoals elders in Ethiopië.’

Sinds de ordediensten op 2 oktober jl. tijdens een cultureel festival in Oromia wellicht zestig tot zeventig doden maakten, is de toon verhard en wordt het almaar moeilijker om de motieven van elkaar te onderscheiden. Manifestanten vielen als reactie op de harde repressie eigendommen aan van (vermeende) TPLF-kopstukken, bevriende zakenlui en buitenlandse investeerders. De roep om democratische vrijheden maakte steeds vaker plaats voor antiregeringsslogans, waarvan “Weg, weg TPLF” het motto werd.

Zelfs gematigde opposanten die niets te maken hadden met de straatprotesten, zoals Bekele Gerba van de grootste Oromo-partij, het Oromo Federalist Congress, zitten nu achter slot en grendel. En omdat internettoegang in Ethiopië sinds de noodtoestand van 9 oktober beperkt is, krijgen vooral de radicale stemmen uit de diaspora, zoals die van Jawar Mohammed, directeur van het Oromia Media Network, onredelijk veel aandacht.

‘Er is een groeiende kloof tussen wat op sociale media circuleert en wat er in het land gebeurt’, zegt Horne, die echter zelf al jaren het land niet meer in mag en zich moet verlaten op getuigenissen, al dan niet direct vergaard aan Ethiopiës buitengrenzen.

Net zoals Rusland kan Ethiopië bogen op een keizerlijke traditie én een invloedrijke orthodoxe kerk: vandaar autocratie en dictatuur.

Is er überhaupt nog sprake van een soort lente, een roep om meer democratie? We vragen het opnieuw aan Abbink, die zich na de fatale stembusgang van 2005 liet ontvallen dat Ethiopië eigenlijk geen democratische politieke cultuur die naam waardig heeft. Een bevinding die trouwens al langer gedeeld wordt, ook door Ethiopische historici zoals de bekende Bahru Zewde.

Net zoals Rusland, zegt Zewde, kan Ethiopië bogen op een keizerlijke traditie én een invloedrijke orthodoxe kerk. Die bijzondere mix verklaart waarom in beide landen zowel autocraten aan de macht kwamen (keizer Haile Selassie in Ethiopië, tsaar Nicolaas II in Rusland) als dictators, in de nasleep van twee marxistische revoluties (Mengistu Haile Mariam in Ethiopië, Lenin en Stalin in de Sovjet-Unie).

Verzoening?

Wil dat zeggen dat democratie vloekt met de Ethiopische mores? Dat is een gevaarlijk cliché, dat door menig leider in Afrika gedebiteerd wordt om de bevolking onder de knoet te houden.
Een man aan onze tafel haalt zijn schouders op. ‘Bij ons kan een man zijn vrouw ongestoord een pak slaag geven. Daar kijkt niemand van op. Een overheid die meer slaat dan zalft is voor ons eigenlijk de normaalste zaak van de wereld.’

Een jonge vrouw, klein van gestalte, heeft de hele maaltijd gezwegen, maar spreekt nu, zacht van stem, en vol overtuiging. ‘Ik geloof wel in democratie en dat is meer dan mensen laten delen in de economische groei van je land. Ik vind vrijheid van spreken, een vrije pers en het recht op een eerlijk proces even belangrijk.’

Deze vrouw ontkracht de hypothese als zouden Ethiopiërs allang tevreden zijn met een autoritair regime, als iedereen maar in gelijke mate de vruchten kon plukken van de veelgeroemde groeicijfers.

Na één in bloed gesmoorde stembusgang en twee onvrije verkiezingen geloven weinig Ethiopiërs nog dat verkiezingen echt verandering kunnen brengen.

Ook Abbink nuanceert zijn uitspraken van 2005. ‘Op lokaal niveau heeft Ethiopië inderdaad ervaring met democratische rechtspraak, al lang vóór de moderne staat, en ook de traditionele besluitvorming, zoals de gaadaa van de Oromo, is eigenlijk heel democratisch. Wat ik bedoelde, is dat de retoriek van democratie op nationaal niveau pas haar intrede heeft gedaan toen de grondwet alle naties en nationaliteiten gelijke rechten toekende. Er kwamen vrije verkiezingen en een meerpartijenstelsel. Dit alles heeft grote verwachtingen gecreëerd bij de bevolking, al hebben die verwachtingen sinds 2005 een stevige knauw gekregen.’

Na één in bloed gesmoorde stembusgang en twee onvrije verkiezingen, waarbij kiezers vaak met tegenzin het stemhokje in moesten, geloven weinig Ethiopiërs nog dat verkiezingen echt verandering kunnen brengen.

Vooralsnog lijkt de Ethiopische overheid in te binden, al wekken haar woorden weinig vertrouwen. Het grote plan voor Addis Abeba werd weliswaar teruggeschroefd en premier Desalegn heeft na een jaar protesten publiekelijk zijn excuses geuit, zijn kabinet herschikt en opgeroepen tot verzoening.

Tegelijk blijven opposanten, zelfs zij die niets te maken hebben met de van onderuit gegroeide protesten, achter slot en grendel en de arrestaties gaan maar door. Ook het geweld schijnt niet te bekoelen, noch van overheidswege, noch vanwege de manifestanten, die steeds luider roepen dat het TPLF weg moet. Dat inwoners in de Amhara-regio nooit hun traditionele geweren hebben ingeleverd, maakt de situatie er alleen nog explosiever op.

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!