Gedwongen terugkeer naar het onveiligste land ter wereld

Analyse

EU wil onduidelijk akkoord met Afghanistan verlengen

Gedwongen terugkeer naar het onveiligste land ter wereld

Gedwongen terugkeer naar het onveiligste land ter wereld
Gedwongen terugkeer naar het onveiligste land ter wereld

Afghanistan is een van de minst vreedzame landen ter wereld, en toch duwen Europa, Turkije en de omliggende landen mensen op de vlucht graag terug. De Europese Commissie maakt zich zelfs op om een onduidelijk akkoord met Afghanistan te vernieuwen, over de terugname van afgewezen Afghaanse asielaanvragers.

© Gheleyne Bastiaen

© Gheleyne Bastiaen

Afghanistan is een van de minst vreedzame landen ter wereld, en toch duwen Europa, Turkije en de omliggende landen mensen op de vlucht graag terug. De Europese Commissie maakt zich zelfs op om een informeel, onduidelijk akkoord met Afghanistan te vernieuwen, over de terugname van afgewezen Afghaanse asielaanvragers.

Exact zes jaar geleden was ik in de Afghaanse hoofdstad Kaboel. Ik ontmoette er Afghanen die waren teruggestuurd na een afgewezen asielaanvraag in Europa.

De meesten van hen hadden een mislukt asielparcours afgelegd in Noorwegen. Zoals Hassan en de vermoeide Arzoo die vier jaar in Noorwegen hadden geleefd. Hun kinderen Payman en Sheila, die uit trots niet op de foto wilden. Hasina, een moeder van twee zoontjes, van twee en vier, die als alleenstaande vrouw zonder familienetwerk gold als ‘beschikbaar’ voor wie wilde.

Sommige mensen die ik sprak, kwamen uit België. De 24-jarige Zaki, die in ons land een vlekkeloos integratieparcours van zeven jaar had afgelegd. Zijn West-Vlaamse tongval nam hij mee naar Kaboel, in tegenstelling tot zijn kersverse rijbewijs. Zijn opleidingen bleken er volstrekt onbruikbaar.

Dat jaar van mijn Kaboelreportage, 2014, werd een scharnierjaar genoemd. Het zou een tussenjaar worden, waarin de internationale veiligheidsmissie in Afghanistan werd stopgezet. De veiligheidssituatie zou er niet minder complex door worden, waarschuwde de VN-vluchtelingenorganisatie toen al. Afghanistan-experts plaatsten een rijtje vraagtekens bij de hoop op politieke en economische stabiliteit.

© Gheleyne Bastiaen

© Gheleyne Bastiaen

Een paar maanden nadat ik er had gelogeerd, werd een zwaarbewaakt en veilig geacht hotel getroffen door een terreuraanslag. Veertien personeelsleden en buitenlandse gasten vonden de dood toen gewapende Taliban het hotel binnendrongen en het vuur openden. Bommen bleven ontploffen, aanslagen bleven elkaar opvolgen en dat over het hele land.

De veiligheidssituatie ging verder bergaf en het aantal dodelijke aanslagen op burgers door de Taliban steeg in 2020. Dit najaar vonden op amper twee weken tijd twee grote IS-aanslagen plaats in Kaboel, in een school en een universiteit, met tientallen jonge doden als gevolg.

Afghanistan is volgens de Mondiale Vredesindex het ‘minst vreedzame land ter wereld’ en laat daarbij zelfs Syrië achter zich. Dit jaar hakte COVID-19 nog eens extra in op de toch al ondermaatse gezondheidszorg en de tanende economie. En toch knoopt Europa gesprekken aan met Afghanistan over een nieuw terugnameakkoord.

Informeel akkoord

In oktober liep het Joint Way Forward-akkoord af, een informeel akkoord tussen de Europese Unie en Afghanistan. Het omvatte afspraken over de terugname van afgewezen asielzoekers en was van kracht sinds oktober 2016. Tegen december moet een opvolgakkoord vorm krijgen.

‘De Europese Commissie is niet open over het terugnameakkoord met Afghanistan. Maar we weten genoeg om het problematisch te kunnen noemen.’
Europarlementslid Clare Daly (GUE/NGL)

Wat daarbij op tafel ligt, en ook wat het vorige akkoord precies inhield, daar kunnen we alleen naar gissen. Het akkoord werd afgesloten zonder enige inspraak van het Europees Parlement, en duidelijke rapportering over de toepassing ervan ontbreekt.

Niet onbelangrijk: de contouren van het afgelopen akkoord werden in 2016 vastgelegd in de coulissen van een internationale donorconferentie. En dat, zegt de Europese koepel van vluchtelingenorganisaties ECRE, doet vermoeden dat Europa ontwikkelingssamenwerking inzet om Afghanistan onder druk te zetten om een terugnameakkoord te ondertekenen.

‘Wat in het akkoord staat, weten we niet’, zegt ECRE-beleidsmedewerker Reshad Jalali over de Joint Way Forward in een gesprek met MO*. ‘Maar we zijn zeker bezorgd. Europa focust disproportioneel op terugkeer en deportatie, die nadruk was heel duidelijk in het voorstel van het Europese migratiepact in september. Onze zorg is dat deze focus de onderhandelingen sterk zal bepalen.’

De toekomst belooft zeker niet meer transparantie. Dat zegt Europees Parlementslid Clare Daly van de progressieve fractie GUE/NGL aan MO*. ‘De Europese Commissie heeft zich hierover nooit open opgesteld, dus ik denk niet dat ze haar gesloten gedrag in de toekomst plots miraculeus zal veranderen’, stelt de Ierse, die vicevoorzitster is van de delegatie EU-Relaties met Afghanistan.

‘We weten echter genoeg om het terugnameakkoord met Afghanistan problematisch te kunnen noemen’, zegt Daly. Ze verwijst onder meer naar gelekte rapporten en naar de ervaringen van sommige Afghanen die onder het Joint Way Forward-akkoord zijn gedeporteerd. ‘We weten dat mensen in heel slechte omstandigheden worden teruggestuurd naar een hoogst problematische veiligheidssituatie.’

Geen kader voor mensenrechten

Het akkoord bevat voornamelijk afspraken over de facilitering van het terugkeerproces en regels voor reisdocumenten, nationaliteitsbewijzen en informatieuitwisseling tussen Europa en Afghanistan. Een gelekte nota van de Europese Commissie uit juli 2020 die we konden inzien verwijst nergens naar het principe van non-refoulement of niet-uitzetting: het verbod op terugzending naar een land waar de vluchteling vervolgd wordt of waar zijn leven of veiligheid in gevaar is. Ook de subcommissie Mensenrechten van het Europees Parlement hekelt het ontbreken van een mensenrechtenkader in de benadering van het terugnameakkoord.

© Gheleyne Bastiaen

© Gheleyne Bastiaen

Na lang aandringen en vragen van Europarlementsleden gaf de Europese Commissie in september ook een cijfer over de terugkeeroperaties. De EU stuurde van 2016 tot maart 2020 1844 Afghanen, inclusief kinderen, terug naar Afghanistan. Daarvoor werden 73 operaties van het Europese grensbewakingsagentschap Frontex opgezet.
Maar daarmee is het plaatje over de gedwongen terugkeer van Afghanen uit Europa niet volledig. Sommige Europese landen hebben immers ook eigen bilaterale terugnameakkoorden met Afghanistan.

Vast staat dat vooral 2016 een jaar was waarin een aantal Europese lidstaten massaal inzetten op terugkeer naar Afghanistan. Dat jaar werden 17 chartervluchten ingelegd om 8325 Afghanen terug te sturen naar Afghanistan. De vluchten vertrokken uit Oostenrijk, Duitsland, Denemarken, Zweden, Finland en Hongarije.

Maar ook na 2016 werden nog terugkeeroperaties georganiseerd. Hoeveel Afghanen de voorbije jaren vanuit de Europese lidstaten gedwongen werden teruggestuurd, vergt door het gebrek aan rapportering en consequent datagebruik verder onderzoek.

Ons land stuurde tussen 2016 en maart dit jaar 119 Afghanen terug naar Afghanistan. ‘Voor Afghanistan worden sinds half maart, als gevolg van COVID-19, geen gedwongen verwijderingen meer uitgevoerd’, zei Geert De Vulder, woordvoerder van de Dienst Vreemdelingenzaken, begin november aan MO*.

Terugkeerbeleid als migratiestop?

‘We willen leven, niet alleen overleven’, zei een jonge gedeporteerde Afghaan in Kaboel in 2018, in een reportage van de Afghaans-Belgische burgerjournaliste Marzia Masjidi. Of hoe een paar woorden de kern van het menszijn samenvatten. De jonge Afghaan wil opnieuw migreren. Wie kan, trekt – al dan niet opnieuw – weg van het geweld en van de uitzichtloosheid in Afghanistan.

Van de 2,7 miljoen geregistreerde Afghaanse vluchtelingen wereldwijd vangen Pakistan en Iran de meeste Afghaanse vluchtelingen op, respectievelijk 1,4 miljoen en 950.000. In werkelijkheid liggen de aantallen veel hoger. Eind oktober werden in de Afghaanse stad Jalalabad minstens vijftien Afghanen vertrappeld. Ze stonden samen met duizenden anderen in een collectieve wachtrij voor een visum van het Pakistaanse consulaat. Een apocalyptisch beeld van de Afghaanse wanhoop en drang om te emigreren.

Of je als Afghaan bescherming krijgt in Europa, hangt af van het land waar je asiel aanvraagt.

Maar die wanhoop botst op de ruwe werkelijkheid, want Afghanen staan steeds vaker voor gesloten deuren. Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) keerden in 2020, van januari tot september, al meer dan 388.000 mensen terug naar Afghanistan uit Iran en Pakistan. Een deel daarvan werd gedwongen gerepatrieerd. Bijgevolg trokken de voorbije jaren steeds meer Afghanen naar Turkije, een land dat al miljoenen Syriërs huisvest. In 2019 alleen vroegen 35.042 Afghanen internationale bescherming in Turkije.

Maar ook Turkije repatrieert steeds meer Afghanen. Het kenniscentrum Afghanistan Analyst Network in Kaboel stelt dat totaalcijfers ontbreken, maar rapporteerde dat in april en mei 2018 alleen al 2334 Afghanen uit Turkije werden gerepatrieerd naar Afghanistan. ‘Het is maar een fractie van het totale aantal’, meent Abdul Ghafoor, oprichter en directeur van een steunorganisatie voor Afghaanse migranten in Kaboel. ‘We merken dat Turkije sinds augustus 2020 steeds meer Afghanen repatrieert.’

En dan is er Europa. Op de Griekse eilanden en op het Griekse vasteland is bijna de helft van de mensen op de vlucht Afghaan. Volgens het Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken EASO vroegen in 2019 61.000 Afghanen internationale bescherming in de 27 EU-lidstaten plus IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Alleen komt niet elke Afghaan in aanmerking voor bescherming, ondanks de gitzwarte levensomstandigheden in Afghanistan.

Nood aan europese harmonisering

Of je als Afghaan bescherming krijgt in Europa, hangt af van het land waar je asiel aanvraagt. ‘Er zitten gaten in de Europese asielsystemen’, zegt ECRE daarover.
‘Gevolg: Afghanen die bescherming nodig hebben, worden niet in heel Europa eerlijk of consequent behandeld.’ In zijn laatste jaarrapport over de asielsituatie in Europa, stelt EASO naar de verschillende beschermingspercentages van Afghanen.

In België, zo verwijst EASO, is de beschermingsgraad voor Afghanen maar 32 procent. In Zwitserland ligt hij op 97 procent. ‘De algemene beschermingsgraad is sterk gedaald. Dat heeft vooral te maken met de stijging van niet-ontvankelijke dossiers’, legt de Belgische commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen Dirk Van den Bulck uit.

‘Dat heeft dan weer te maken met het feit dat mensen al internationale bescherming kregen in een andere EU-lidstaat, en met “volgende verzoeken” of meervoudige aanvragen. Maar als je kijkt naar de beschermingsgraad ten gronde, zie je dat die veel minder sterk daalde. De beschermingsgraad ten gronde (die dus de onontvankelijke dossiers niet meetelt, red.),’ zo zei Van den Bulck eind oktober, ‘blijft voor 2020 61 procent voor Afghanen, die de grootste groep asielzoekers in ons land vormen.’

De leefsituatie in Afghanistan is heel moeilijk, erkent Van den Bulck. ‘Dat geldt ook voor de zeer precaire sociaal-economische context. Het tekort aan perspectief is een belangrijke en begrijpelijke factor waarom mensen wegtrekken. Maar het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen dient zich te houden aan zijn specifieke wettelijke opdracht.’

‘Wij oordelen of er nood is aan internationale bescherming. We geven, volgens de jurisprudentie, een status van bescherming aan mensen op de vlucht voor vervolging, oorlog of geweld. Dat is nu eenmaal het kader waarbinnen we werken. De nood aan economisch perspectief is voor onze beoordelingen in principe niet relevant.’

Van den Bulck hamert wel op de absolute noodzaak van een globale aanpak. ‘Die is meer dan ooit nodig. Hoe gaan we om met uitzichtloze landen als Afghanistan die grote groepen vluchtelingen voortbrengen? Hoe brengen we perspectief?’

Wat na terugkeer?

Zes jaar geleden bezocht ik in Kaboel ook Jangalak, het opvangcentrum voor gedeporteerde Afghanen. Het werd beheerd door het Afghaanse ministerie van Vluchtelingen en Repatriëring en was bedoeld als noodopvangcentrum voor terugkeerders die niet terechtkonden bij familie of vrienden. Het was een druppel op een hete plaat, en zelfs die schoot zijn doel voorbij. Zaki, die was teruggestuurd uit België, had nooit gehoord over Jangalak, en ook niet over het zakgeld waar hij recht op had.

‘Mensen zijn aangewezen op zichzelf, in een omgeving die hen vaak als verwesterd en dus ongewenst beschouwt.’

Vandaag bestaat opvangcentrum Jangalak niet meer, zegt Abdul Ghafoor, van de steunorganisatie voor Afghaanse migranten in Kaboel. ‘Enkel vrijwillige terugkeerders krijgen een hotelverblijf. Wie gedwongen wordt teruggestuurd, ontvangt 12.500 Afghani (140 euro, red.) Er is dus weinig veranderd.’

In het kader van het Joint Way Forward-akkoord verleent de IOM bij aankomst in Afghanistan assistentie aan teruggekeerden uit Europa. Die bestaat uit een basispakket: een medische screening en steun indien nodig, zakgeld en informatie. ‘Alle teruggekeerden krijgen bij aankomst in de internationale luchthaven Hamid Karzai inderdaad een kleine som geld’, aldus IOM Kaboel.

‘Die dient voor de bekostiging van een paar nachten volpension in een hotel en vervoer naar hun uiteindelijke bestemming.’ Abdul Ghafoor noemt het een doekje voor het bloeden. ‘Wie in Kaboel landt, komt terecht op een plek waar hij of zij vaak geen netwerk meer heeft, waar nauwelijks een baantje te vinden is. Mensen zijn aangewezen op zichzelf, in een omgeving die hen vaak als verwesterd en dus ongewenst beschouwt.’

De inefficiëntie van gedwongen terugkeer

Een van de jongens die ik in Kaboel had geïnterviewd, liet me in 2017 weten dat hij weer in België was. Hij stond opnieuw aan te schuiven bij de Belgische asieldiensten. Zijn re-integratie in Afghanistan was mislukt. Terugkeer naar wat hij lange tijd als een veilige haven had gekend, leek hem zijn enige optie.

© Gheleyne Bastiaen

© Gheleyne Bastiaen

Uit het weinige onderzoek dat bestaat over de re-integratie van gerepatrieerde Afghanen blijkt dat ze hun leven moeilijk opnieuw op de rails krijgen. Vaak beslissen ze om opnieuw te migreren. ‘Zeker jongeren die worden teruggestuurd trekken verder naar andere landen’, vertelde Abdul Ghafoor me drie jaar geleden al. Daar vormen ze gemakkelijke prooien voor gewapende milities of criminele bendes.

Maar ook families die in barre omstandigheden worden teruggestuurd, emigreren opnieuw. ‘Ik ontmoette in Griekenland een Afghaanse familie die gedwongen werd teruggestuurd uit Noorwegen’, vertelt journaliste Ula Idzikowska. ‘Vervolgens verbleef de moeder alleen, met haar kinderen, in heel moeilijke omstandigheden in Afghanistan. Haar man woonde al die tijd in Iran, om mij onbekende redenen. Hoe dan ook, na die drie jaar vluchtten ze opnieuw richting Europa. Ze belandden in vluchtelingenkamp Moria op het Griekse eiland Lesbos, maar werden na ernstige gezondheidsproblemen van hun zoon overgebracht naar Athene. Daar zitten ze nu vast.’

Wanneer ik in mijn kennissenkring pols of iemand gedeporteerde Afghanen kent die opnieuw migreerden, krijg ik verschillende positieve reacties. Het toont minstens dat herhaaldelijk migreren geen alleenstaand geval is. Het fenomeen plaatst ook vraagtekens bij gedwongen terugkeer naar een conflictland als Afghanistan: kan die überhaupt efficiënt zijn? De vraag lijkt nauwelijks ernstig onderzocht te zijn in het terugkeerbeleid vanuit Europa. Onafhankelijke monitoring over de re-integratie van gedeporteerde Afghanen bestaat niet.

Moratorium?

Verschillende Europese actiegroepen pleiten voor een moratorium, een opschorting van gedwongen terugkeer naar Afghanistan. Ook Europarlementslid Clare Daly vindt gedwongen terugkeer naar Afghanistan absoluut onaanvaardbaar.

‘Het debat over een terugkeerbeleid moet ingebed zijn in het vaststaande feit dat Afghanistan het onveiligste land in de wereld is. Waar bovendien meer dan drie miljoen kinderen niet naar school gaan omdat ze moeten werken. De Afghanen mogen dan de tweede grootste groep asielaanvragers zijn in 2019, het ging om 34.000 mensen die Europa binnenkwamen.’

‘In de context van de destabilisatie van dat land, die overigens grotendeels veroorzaakt is door buitenlandse en westerse inmenging, zijn dit kleine en onbeduidende aantallen. Ik ben er dus van overtuigd dat dit akkoord een heel gevaarlijk precedent is, een risico op schending van fundamentele rechten. Dit is geen mechanisme waar we verder mee moeten.’

Deze analyse werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.