Het politiek taboe van de onverwijderbaren

Analyse

Is het Duitse ‘getolereerd verblijf’ beter dan leven zonder papieren?

Het politiek taboe van de onverwijderbaren

Het politiek taboe van de onverwijderbaren
Het politiek taboe van de onverwijderbaren

‘We zullen oplossingen zoeken voor mensen die buiten hun wil om niet kunnen terugkeren naar hun herkomstland.’ Het is een belofte van de regering-De Croo die tot nu toe dode letter bleef. Doet Duitsland het beter met zijn zogenaamde ‘Duldung’, een statuut voor tijdelijke opschorting van deportatie?

© Getty Images

© Getty Images

‘We zullen oplossingen zoeken voor mensen die buiten hun wil om niet kunnen terugkeren naar hun herkomstland.’ Het is een belofte van de regering-De Croo die tot nu toe dode letter bleef. Doet Duitsland het beter met zijn zogenaamde Duldung, een statuut voor tijdelijke opschorting van deportatie?

Duidelijker kon de boodschap van de Belgische staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor (CD&V) niet zijn: zes op de tien Afghanen krijgen geen bescherming in ons land. ‘Het is belangrijk dat we geen verkeerde informatie verspreiden over wie hier bescherming krijgt en wie niet’, tweette ze in oktober. In het VRT-actuamagazine De Zevende Dag voegde ze eraan toe dat die afgewezen Afghanen dan maar meteen plaats moeten ruimen in de opvangcentra.

Op de vraag van presentatrice Lisbeth Imbo ‘of de afgewezen Afghanen het bevel om het grondgebied te verlaten ook zullen opvolgen’, bleef het antwoord van De Moor flou: ‘Ze zullen het móeten doen.’

Een paar dagen later kreeg ook Open VLD-partijvoorzitter Egbert Lachaert in duidingsprogramma De Afspraak diezelfde vraag voorgeschoteld: wat moet er gebeuren met de Afghanen die we op straat zetten? ‘Dat is een debat voor nadien’, was zijn ontwijkende reactie. Wat deze Afghanen te wachten staat, werd verwoord door een andere gast aan de tafel, De Morgen-journalist Bart Eeckhout: ‘Tenzij België een terugkeerakkoord sluit met de Taliban, gaan die Afghaanse asielzoekers gewoon de illegaliteit in.’ Ze vervoegen daarmee de andere “onverwijderbaren” in België: afgewezen asielzoekers die, door de onveilige situatie in hun herkomstland, niet kunnen terugkeren.

‘De paradox is: hoe moeilijker het is om naar Europa te komen, hoe belangrijker het is om te blijven.’
Professor Arjen Leerkes

Afghanen zijn noch in 2021 noch in 2022 terug te vinden in de top tien van nationaliteiten die uit België terugkeren naar hun herkomstland. En het lijkt erop dat ook andere Europese nauwelijks Afghanen gedwongen terugsturen, stelt het Belgische juridisch expertisecentrum Nansen vzw.

Dat heeft niet alleen te maken met het feit dat er geen terugnameakkoord is of met het gegeven dat de Taliban aan de macht zijn. Europese landen moeten zich ook houden aan het beginsel van non-refoulement. Dat is het principe dat je vluchtelingen niet mag terugsturen naar hun herkomstland als zij daar vervolging vrezen (wat verboden is volgens het Internationaal Vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag voor de Mensenrechten). En dat principe geldt natuurlijk ook voor asielzoekers uit andere landen waar het risico op vervolging bij terugkeer groot is.

Voor deze mensen kondigde het regeerakkoord van de regering-De Croo oplossingen aan, net als de vorige federale regering overigens. Maar tot nu bleef die belofte dode letter.

Gebrek aan realiteitszin

In België leven naar schatting 150.000 mensen zonder verblijfsdocumenten. Sommigen wonen hier al jaren in de illegaliteit. We moeten dat onder ogen zien, schreven politiek wetenschapper Pascal Debruyne en socioloog Dirk Geldof in februari 2021 in een opiniestuk voor MO*.

Want de aanwezigheid van grote groepen mensen zonder wettig verblijf is, hoe je het ook bekijkt, weinig wenselijk. Niet vanuit een humanitaire zorg, niet vanuit een zorg voor de openbare orde in een goed functionerende samenleving. De onderzoekers wijzen erop dat België drie strategieën volgt die niet werken: een overdreven focus op terugkeer, weinig toegankelijke mechanismen voor regularisatie én de boel de boel laten.

Ook de Nederlandse professor Arjen Leerkes pleit op nieuwssite NL Times voor ‘meer realisme’ in hoe we omgaan met mensen zonder wettig verblijf. Onderzoek wijst uit dat slechts dertig tot veertig procent van de afgewezen asielzoekers daadwerkelijk terugkeert naar het herkomstland. ‘Asielzoekers hebben al veel geriskeerd om hier te raken en zijn bereid veel te betalen om hier te blijven, desnoods zonder papieren. De paradox is: hoe moeilijker het is om naar Europa te komen, hoe belangrijker het is om te blijven.’

‘Getolereerd verblijf’

In Duitsland biedt een Duldung-statuut uitgeprocedeerde asielzoekers de mogelijkheid om, tijdelijk, toch legaal in het land te verblijven. Uitgeprocedeerden die niet kunnen terugkeren naar hun herkomstland, krijgen daarmee een getolereerd verblijf. Anders gezegd: hun plicht om het land te verlaten is even uitgesteld, maar toch blijft deportatie te allen tijde een mogelijkheid.

Wie een Duldung-statuut heeft, kan ook rechten krijgen op onderwijs, werk en huisvesting. Een uitgekiend opvolgstatuut, een beter-dan-niets-papiertje of een vergulde kooi?

Ik leg de vraag voor aan Nafii Minachi. Hij komt uit Bagdad en woont nu zeven jaar in een kleine Duitse stad tussen Hamburg en Hannover. Zijn asielaanvraag werd geweigerd, maar hij kreeg in 2017 het Duldung-statuut en mocht daardoor, nog even, in Duitsland blijven.

Dat heeft weinig te maken met de onveilige situatie in Bagdad, maar alles met de weigering van de Irakese regering om afgewezen landgenoten uit Europa terug te nemen via gedwongen repatriëring. Zolang er geen terugnameakkoord bestaat tussen Duitsland en Irak, blijft Minachi voorlopig onverwijderbaar.

‘De tijdelijkheid is moordend. Gelijk wanneer kan het Duldung-statuut worden stopgezet.’
Therese Lerchl (Pro Asyl)

Door het Duldung-statuut kan Minachi werken. Maar gelukkig wordt hij niet echt van zijn situatie. Al meer dan vijf jaar kleeft de onzekerheid aan elke dag, vertelt hij aan de telefoon. De angst dat hij elke dag alsnog kan worden gerepatrieerd, hangt als een hakbijl boven zijn hoofd.

Dat het beter is dan niets, opper ik. ‘Ik mag werken, ja. Maar er is zoveel dat ik niet kan. Ik kan geen simkaart voor mijn mobieltje kopen, geen contract afsluiten, ik mag niet in een andere stad wonen. Ik kan niet eens een relatie beginnen. Zodra vrouwen weten dat ik een “getolereerde” ben, haken ze af, omdat ze denken dat ik op jacht ben naar een verblijfsvergunning. Luister, ik kan een schoolbord volschrijven met wat ik niet mag, maar het is eenvoudiger om te zeggen dat ik niet méér mag dan werken.’

Hij legt uit dat ook zijn mogelijkheden om te werken zeer beperkt zijn. Al jaren werkt hij voltijds als chauffeur en keukenhulp in een restaurant aan het minimumloon van 9,82 euro per uur.

Het Duitse minimumloon werd sinds oktober flink opgetrokken naar 12 euro, goed nieuws dus. Maar de arbeidsmarkt blijft verder gesloten voor Minachi. ‘Mijn Duldung is telkens maar drie maanden geldig. Concreet: al vijf jaar moet ik elke drie maanden mijn Duldung vernieuwen. Geen bedrijf wil daarom in me investeren. Zodra ik zeg dat ik in Duldung zit, krijg ik het deksel op de neus.’

© Bruzz / Kevin Van den Panhuyzen

In België leven naar schatting 150.000 mensen zonder verblijfsdocumenten. Sommigen wonen hier al jaren in de illegaliteit.

© Bruzz / Kevin Van den Panhuyzen

‘Tijdelijk’ als rekbaar begrip

Duldung is misschien beter dan de illegaliteit, maar het is geen verblijfsrecht, zeggen mensenrechten- en vluchtelingenorganisaties. ‘De tijdelijkheid is moordend. Gelijk wanneer kan het statuut worden stopgezet’, zegt Therese Lerchl van de Duitse vluchtelingenorganisatie Pro Asyl.

‘Er zijn verschillende Duldung-statuten, het ene al beter dan het andere. Je begint met een gewoon gedoogstatuut. Pas na een bepaalde tijd in dat statuut kan je in aanmerking komen voor een, veel moeilijker te verkrijgen, tewerkstellings- of opleidingstolerantie. Dat betekent dat je eerst nog een tewerkstellingsvergunning moet aanvragen bij de immigratiediensten. Vaak wordt die geweigerd.’

‘Op de lange termijn is hun situatie niet beduidend beter dan mensen die onder de radar blijven.’
Laetitia Van der Vennet

‘Er is ook nog de zogenaamde Duldung Light’, vervolgt Lerchl. ‘Die wordt gegeven aan personen met een “onduidelijke identiteit” of aan mensen die niet over een paspoort beschikken. Die personen mogen niet werken en krijgen een zeer beperkte uitkering.’

Helaas zijn mensen die al zeven, acht jaar in het ‘tijdelijke’ Duldung-statuut zitten geen uitzondering, zegt Lerchl. Ook PICUM, het Europese netwerkplatform van belangenorganisaties en dienstverleners voor mensen zonder papieren, is niet overtuigd van de Duitse aanpak. ‘Je maakt met dit statuut nog altijd niet ten volle deel uit van de samenleving’, zegt Laetitia Van der Vennet.

Als ik ook haar de vraag voorleg of dit statuut niet beter is dan helemaal geen rechten, aarzelt ze. ‘Mensen in Duldung hebben gemakkelijker toegang tot basisdiensten. Maar dat maakt het nog geen goed statuut. Want op de lange termijn is hun situatie niet beduidend beter dan mensen die onder de radar blijven.’

Deze analyse werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine.

Vind je dit artikel waardevol? Word dat proMO* voor slechts 4 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Regularisatie moet situatie rechttrekken

Ondanks zijn situatie heeft Nafii Minachi hoop. Eerder dit jaar diende de Duitse federale minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser (centrumlinkse partij SPD) een wetsontwerp in voor Chancen-Aufenthaltsrecht, ‘een kans op verblijfsrecht’.

De Duitse regering beoogt daarmee een verblijfsvergunning van een jaar voor een specifieke groep mensen zonder verblijfsrecht: personen die vóór begin 2022 vijf jaar met Duldung-statuut in Duitsland hebben gewoond. 136.605 mensen in die situatie zouden een jaar de tijd krijgen om aan de eisen voor langdurig verblijf, waaronder een goede integratie, te voldoen. Verwacht wordt dat de wet in december 2022 nog van kracht gaat.

‘De regularisatieprocedure is niet alleen weinig toegankelijk, het is bovendien een discretionaire bevoegdheid zonder duidelijke criteria.’
Laetitia Van der Vennet

Het wetsvoorstel botste op flink wat weerwerk van de Duitse oppositiepartijen, waaronder de extreemrechtse Alternative für Deutschland (AfD). Maar nog meer dan in Duitsland is regularisatie ook in België een taboe. Na twee Belgische regularisatierondes, in 2000 en 2009, botst elke nieuwe poging tot debat over het onderwerp op een gesloten deur.

Vorig jaar nog leidde de hongerstaking van mensen zonder wettig verblijf in de Brusselse Begijnhofkerk tot hoogspanning in de Wetstraat. Voormalig staatssecretaris Sammy Mahdi (CD&V) weigerde in te gaan op hun roep om collectieve regularisatie. ‘Het hele asielsysteem zou ineenstorten wanneer mensen beloond worden voor een jarenlang illegaal verblijf in het land’, riposteerde hij.

En dus wees Mahdi de hongerstakers door naar bestaande regularisatiemechanismen in ons land, zoals een individuele aanvraagprocedure voor humanitaire regularisatie. Van de 422 aanvragen van de hongerstakers (die betrekking hadden op in totaal 516 mensen), kregen er uiteindelijk slechts 55 een positieve beoordeling, goed voor 90 personen. De andere ex-hongerstakers mochten de pechstrook naar de illegaliteit op.

‘België kent doorgaans heel weinig verblijfsdocumenten toe op basis van individuele humanitaire regularisatie’, zegt Laetitia Van der Vennet. ‘De procedure is niet alleen weinig toegankelijk, het is bovendien een discretionaire bevoegdheid zonder duidelijke criteria.’ Met andere woorden: er zijn geen wettelijke criteria voor, het zijn de staatsecretaris en DVZ die beslissen om al dan niet humanitaire regularisatie toe te staan.

Breder draagvlak dan gedacht

Niet alleen Duitsland, maar ook andere Europese lidstaten kiezen bewust voor regularisaties. Zo heeft Portugal een regularisatiemechanisme voor mensen zonder papieren die werken en sociale bijdragen betalen. Spanje gaf in 2021 verblijfsvergunningen aan meer dan 9300 voormalige niet-begeleide minderjarigen zonder wettig verblijf.

Ook Ierland rondde dit jaar een regularisatieprogramma af. ‘11.500 mensen zonder papieren dienden er een aanvraag in om hun verblijf te regulariseren’, zegt Van der Vennet. ‘Het aantal mensen zonder wettig verblijf in Ierland wordt geschat op 17.000, dus dat is behoorlijk veel.’

Opvallend is dat, anders dan in het politieke veld, onder de Belgische burgers een groot draagvlak voor regularisatie blijkt te bestaan.

Regularisaties zijn zeker niet enkel gebaseerd op humanitaire overwegingen, voegt Van der Vennet toe. Ze verwijst daarbij naar regularisaties op basis van werk of studies in Spanje, Portugal, Italië, Luxemburg en Zweden. ‘Maar als het gaat om mensen die niet kunnen terugkeren om redenen die ze zelf niet in de hand hebben, moet je de situatie erkennen. Punt. Beoog je als overheid een goed georganiseerde samenleving, dan registreer je die mensen en geef je hen rechten. Niets doen is contraproductief.’

Opvallend is alvast dat, anders dan in het politieke veld, onder de Belgische burgers een groot draagvlak voor regularisatie bestaat. Dat blijkt uit de Barometer Internationale Solidariteit 2022, een peiling door 11.11.11 in samenwerking met Knack.

Volgens die peiling is 54 procent van de Belgen voorstander van regularisatie en van de toekenning van een werkvergunning aan mensen zonder wettig verblijf die al minstens vijf jaar in België wonen. ‘Dit bewijst dat er ruimte is om het debat op een genuanceerde en niet-polariserende manier te voeren’, zegt 11.11.11-directeur Els Hertogen daarover. ‘Er is gewoon politieke moed nodig.’

Over dit artikel

Journaliste Tine Danckaers: ‘Toen ik begon aan dit artikel, was mijn verwachting dat Duitse Duldung voor mensen zonder wettig verblijf een beter statuut is dan een non-statuut in de marge. Mijn idee was dat Duitsland doet wat België nalaat: vanuit een praktische kijk op een goed georganiseerde samenleving de deur openzetten voor mensen zonder wettig verblijf. Maar ik begrijp nu dat het Duldung-papiertje in het echte leven helaas flinterdun is. Is het beter dan niets? Wellicht. Maar eigenlijk is dat een tweederangsvraag. De vraag die ertoe doet is deze: welke democratische politieke partij in België is bereid om een rationeel en open debat te trekken over echte oplossingen voor mensen zonder wettig verblijf die niet kunnen terugkeren?’