‘Het is tijd om 10.000 hectare bos te planten’

Analyse

Vlaanderen is bedroevend arm aan natuur, en dat is slecht voor onze gezondheid

‘Het is tijd om 10.000 hectare bos te planten’

‘Het is tijd om 10.000 hectare bos te planten’
‘Het is tijd om 10.000 hectare bos te planten’

Hoe dieper we in wilde biotopen doordringen, hoe groter de kans dat we nieuwe ziektes verspreiden. Het omgekeerde is ook waar: zorg voor de natuur is goed voor onze gezondheid.

Zorg voor de natuur is ook goed voor onze gezondheid.

Free-Photos / Pixabay

Er groeien bloemen op het strand. Bij gebrek aan toeristen en bij afwezigheid van schoonmaakmachines die het zand omwoelen en het strand gladstrijken zijn de zaden van de zeeraket ontkiemd. ‘De natuur houdt van de lockdown’, kopte Het Laatste Nieuws midden mei.

In het artikel vertelt een marien bioloog enthousiast wat er zou gebeuren mochten we de plant laten betijen. Er zouden eerst kleine zandophopingen verrijzen, daarna heuvels en ten slotte duinen. Maar hij denkt niet dat dat zal gebeuren. Als de wereld opnieuw in normaalstand belandt, dan zal de zeeraket verdwijnen.

Dat de natuur herademt nu de mens in zijn kot zit. Je kon het wel vaker horen en zien tijdens de meest strikte fase van de lockdown-light. Op sociale media, die meer dan ooit de marktplaatsen en ontmoetingscentra in de echte wereld vervangen, werden druk foto’s gedeeld van wilde dieren in lege steden. Geiten in Llandudno in Wales, een damhert in Trincomalee in Sri Lanka, een everzwijn in Haïfa, Israël, een lynx in Santiago in Chili.

Het leek alsof mens en dier noodgedwongen een position switch hadden uitgevoerd. Terwijl de dieren zich op zebrapaden en voetpaden waagden, trok de mens naar het bos of ontdekte hij de trage weg in de buurt. Uit een korte onlinebevraging van de Leerstoel Zorg en Natuurlijke Omgeving van de Universiteit Antwerpen bleek dat bijna zestig procent van de mensen die de enquête invulde, vaker dan normaal de natuur opzocht. Als alternatief voor het binnen zitten, om te bewegen of omdat ze meer tijd hadden voor wat ze anders links lieten liggen. De winkelstraten liepen leeg en de natuurgebieden liepen vol. Te vol.

Om naar natuur in de buurt te wandelen, moet er natuurlijk natuur in de buurt zijn. Het was een punt dat de minister niet maakte.

Bij het Agentschap Natuur en Bos en bij Natuurpunt stroomden de eerste dagen van de lockdown de klachten binnen. Over de drukte op parkeerplaatsen. Uitpuilende vuilnisbakken. Het teveel aan mensen op een te kleine oppervlakte. De Vlaamse minister van Omgeving, Zuhal Demir (N-VA), voelde zich genoodzaakt een filmpje op te nemen waarin ze met haar kind in een draagzak op de rug de deugden van de natuur in deze moeilijke tijden bezong, maar waarin ze er ook op wees dat in het bos de afstandsregels golden en dat het niet de bedoeling was het halve land te doorkruisen om zo’n bosbad te nemen. Ga voor natuur in de buurt, luidde impliciet de boodschap. Het was ineens ook het laatste wat de minister van Natuur over natuur zei tijdens deze crisis.

Om naar natuur in de buurt te wandelen, moet er natuurlijk natuur in de buurt zijn. Het was een punt dat de minister niet maakte. Want wat als er niet te veel mensen in die bossen waren, maar net te weinig bos voor al die mensen?

Geen basisbehoefte?

Het coronavirus stelt scherp op wat al lang aangeklaagd wordt: Vlaanderen is arm aan natuur. Zo arm dat als meer mensen dan anders beslissen om te wandelen, het aanvoelt als een overrompeling van de open ruimte.

‘Ik heb het woord natuur nog niet horen vallen in de plannen van de verschillende relancecomités en exitgroepen.’

Zes jaar geleden publiceerde Natuurpunt een rapport over natuur op wandelafstand. In de aanloop naar de lokale verkiezingen berekende de natuurvereniging hoeveel mensen op minder dan 1,6 kilometer wonen van een stukje groen dat de naam natuur waardig is.

Drie miljoen Vlamingen bleken dat geluk niet te hebben. Op Europees niveau bengelt deze regio aan de ondergrens van de statistieken. We hebben drie keer minder natuur dan het Europese gemiddelde. Al zijn de verschillen binnen Vlaanderen opmerkelijk. Limburg telt het hoogste aantal vierkante kilometers groen per inwoner, West-Vlaanderen duikt diep in het rood.

‘Het is een oud zeer’, vertelt Benno Geertsma van Natuurpunt. ‘Er is weinig natuur in Vlaanderen. Zeker als je natuur definieert als een aaneengesloten geheel van om en bij de dertig hectare, een gebied groot genoeg om de natuur ruimte te geven om te floreren en waarin wandelaars en spelende kinderen hun plek kunnen vinden. Dan mag je wat we nu als natuur definiëren halveren. Het is geen nieuws. Het is alleen zelden een prioriteit.’

Ook nu niet, vreest Geertsma. ‘Ik heb het woord natuur nog niet horen vallen in de plannen van de verschillende relancecomités en exitgroepen. Natuur lijkt geen basisbehoefte om onze samenleving er bovenop te helpen. Het getuigt van een schrijnende eenzijdigheid.'

'Het is nochtans een gelegenheid om een vuist te maken voor meer natuur. Zo veel mensen hebben ervaren wat het met hen doet. Mocht ik minister van Omgeving zijn, dan legde ik nu mijn plan voor 10.000 hectare bos op tafel en zei ik: “Dit is nodig voor onze gezondheid.”’

Het verband tussen natuur en menselijke gezondheid wordt de laatste jaren steeds helderder. ‘Hoe voelt u zich nadat u in de natuur bent geweest?’, luidde een van de vragen in de enquête van de Universiteit Antwerpen. Het overgrote merendeel van de respondenten gaf aan dat ze zich fitter, positiever, meer ontspannen, blijer, minder angstig en minder kwetsbaar voelde. Een even groot aantal meende dat natuur goed is voor de gezondheid. Om die reden vroegen de geneesheren in Parijs aan premier Edouard Philippe om de parken en tuinen in Parijs zo snel mogelijk open te stellen. Mensen hebben groen nodig om te ademen.

‘Wat als meer natuur de uitgaven in de gezondheidszorg met een bepaalde factor vermindert?’

In 2015 werkten de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de biodiversiteitsconventie van de Verenigde Naties (CBD) samen een rapport uit, dat sindsdien als standaard geldt. Connecting Global Priorities. Biodiversity and Human Health legde de link tussen de klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en volksgezondheid. Punten die tot dan elk op zich onder de microscoop lagen, werden nu voorzichtig met elkaar verknoopt. Omdat de mens niet los te koppelen valt van de natuur waar hij deel van uitmaakt.

‘Er is nog veel dat we niet weten. Maar de algemene teneur is duidelijk: natuur is goed voor ons’, zegt Geertsma. Voor Natuurpunt zit hij in het netwerk Natuur en Gezondheid, dat natuurbewegingen en gezondheidswerkers samenbrengt.

Hij gaat verder: ‘Er is ook een negatief effect. Hoe meer natuur, hoe meer kans op teken of allergieën. Maar dat weegt niet op tegen de duidelijke positieve impact. Vanuit je ziektebed zicht hebben op een boom of een groene omgeving verlaagt de duur van het ziekenhuisverblijf. Wat als meer natuur de uitgaven in de gezondheidszorg met een bepaalde factor vermindert? Het is kennis die we moeten uitdiepen.’

In Nederland maakte men een eerste aanzet om de winst van meer natuur voor de gezondheid te becijferen. Voor de zeventien meest voorkomende ziektes kwam de berekening neer op een besparing van 400 miljoen euro per jaar aan vermeden ziektekosten.

Ook in België werd een aanzet van een berekening gemaakt, door de Leerstoel Zorg en Natuurlijke Omgeving. ‘75 procent van de gezondheidsuitgaven gaat naar chronische aandoeningen als hart- en vaatziekten, kanker, diabetes en ademhalingsproblemen’, legt Geertsma uit. ‘Door gezonder te leven en meer buiten te komen, daalt de kans op een van die chronische ziekten met 70 tot 90 procent. Wat zou er gebeuren mochten we de boekhouding van de natuur, die we nu onvolledig bijhouden, op z’n minst uitbreiden met alle gezondheidsvoordelen?’

Het WHO- en CBD-rapport uit 2015 somde die voordelen zo volledig mogelijk op. Voor de Nederlandse Gezondheidsraad vormde het de aanzet om de vergroening van steden te versnellen. In België gebeurde er niet zoveel met het rapport, dat we nochtans mee ondertekenden. Er wordt wel van alles onderzocht.

Op naar de volgende, nog onbekende ziekte

‘Er is één enkele soort verantwoordelijk voor de COVID-19-pandemie. Wij.’

‘Schemerweten.’ Met deze term omschrijft de Amerikaanse auteur Jenny Offill kennis die in onze hersenen opgeslagen ligt maar die we liever niet gebruiken omdat die ons wereldbeeld op losse schroeven zet.

Het rapport is een bron van schemerweten. Het staat er allemaal in. Niet alleen hoe heilzaam natuur is voor de mens, maar ook wat een al te destructieve en invasieve omgang met de natuur kan veroorzaken. Een pandemie, bijvoorbeeld, van een virus dat zich van dier op mens overzet. En hoe de kans daarop toeneemt naarmate we meer bossen kappen voor de aanleg van wegen, om sojavelden in te zaaien of mineralen te ontginnen.

‘Terwijl we onze omgeving verwoesten, vernietigen we overal dieren, schimmels, bomen en planten. Al die organismen dragen unieke virussen met zich mee. Door ze te vernietigen, stellen we hen in staat zichzelf te redden door verder te evolueren en menselijke virussen te worden.’

Het is een citaat uit Spillover: Animal Infections and the Next Human Pandemics van de Amerikaanse wetenschapsjournalist David Quammen, waarvan dit jaar de Nederlandstalige vertaling Zoönose verscheen.

In 2012 schreef Quammen hét boek van 2020, over zoönose, virussen en bacteriën die hun dierlijke gastheren ruilen voor de mens, hoe dat de voorbije jaren steeds vaker gebeurt, hoe blinde exploitatie van biotopen dat proces versnelt en hoe onze globale productielijnen en reislust het glijmiddel zijn van de verspreiding. ‘Er is één enkele soort verantwoordelijk voor de COVID-19-pandemie’, stipte een groep van biowetenschappers aan in een artikel dat ze midden april publiceerden. ‘Wij.’

De som van onze activiteiten heeft een spoor nagelaten op drie vierde van het aardoppervlak, heeft 85 procent van de veengebieden drooggelegd en heeft een derde van alle beschikbare grond opgeëist voor landbouw en veeteelt, waarvoor we drie vierde van de zoetwaterbronnen inpalmen. Ondertussen zijn er zo’n 1,7 miljoen nog onbekende virussen. Bij de vernietiging van de biotoop waarin ze gedijen, kunnen ze uitzwermen naar een nieuwe gastheer. ‘Meestal zijn wij dat’, noteert Quammen.

Uit zelfbehoud

De groep van wetenschappers publiceerde het artikel als voorafname op een rapport dat ze voorbereidden voor de internationale biodiversiteitsconferentie. Die moest normaal gezien in oktober in het Chinese Kunming plaatsvinden, maar werd om voor de hand liggende redenen uitgesteld. Voor de wetenschappers is het duidelijk: als we de onderliggende oorzaken van een pandemie niet aanpakken, en nu enkel investeren in een vaccin voor COVID-19, dan is het een kwestie van tijd voor de volgende, onbekende ziekte over ons heen rolt.

Het voorbije decennium was volgens de agenda van de Verenigde Naties het decennium van de biodiversiteit. De vraag is of er veel te vieren valt. Een miljoen diersoorten is met uitsterven bedreigd. Het Amazonewoud is onder de Braziliaanse president Bolsonaro in de praktijk vogelvrij verklaard. Er is nu al de helft meer bos verwoest dan in dezelfde periode vorig jaar. Uit zelfbehoud, menen de wetenschappers, is het tijd om de gezondheid van mens, dier en ecosysteem als een geheel te zien. Om het over ‘One Health’ te hebben.

En ja, daar horen ook de gedomesticeerde dieren bij. Want er gaat nu veel aandacht naar de virussen die in wilde knaagdieren, als vleermuizen, ratten of muizen huizen, maar de grootste bron van mogelijke epidemieën bevindt zich rondom ons. De stallen waar koeien, varkens, kippen en geiten met teveel dicht op elkaar staan.

Vogelgriep, Q-koorts, Afrikaanse varkensgriep. Ze ontstonden allemaal in de industriële veeteelt. Vaak zijn het rassen die zo op snelle groei geselecteerd zijn dat hun immuunsysteem op een laag pitje staat, legde zoöloog Herwig Leirs van de Antwerpse universiteit me tijdens een gesprek uit.

Als je de cirkel van biodiversiteitsverlies en het risico op pandemieën rond maakt, dan staat onze mondiale honger naar vlees centraal. We kappen bossen om runderen te laten grazen of om er soja te telen, die de wereld over verscheept wordt als veevoer. ‘De vraag naar vlees moet omlaag, waardoor de druk om bossen te vernietigen zal verminderen’, stelt Leirs.

Blijven we houden van de bossen?

We kunnen beginnen met de bloemen op het strand te laten bloeien. Duinen vormen een natuurlijke bescherming tegen een stijgende zeespiegel.

Heeft deze crisis ons de ogen geopend voor onze afhankelijkheid van de natuur? Blijft de lucht die we op onze tochten door bossen hebben opgesnoven, hangen? ‘Moeilijk te zeggen’, meent Hans Keune, coördinator van de Leerstoel Zorg en Natuurlijke Omgeving van de Antwerpse universiteit. ‘Mensen hebben de natuur anders, misschien wel intenser ervaren. Maar of we blijven wandelen wanneer de mogelijkheden voor ontspanning weer toenemen?’

Bij de versoepeling van de lockdown gaf de Vlaamse regering alvast het tegenovergestelde signaal. Op 15 mei keurde ze de vernietiging goed van 26 hectare uniek natuurgebied van de Groene Delle, tussen Hasselt en Lummen. Maar er was ook een ander signaal. Een dag later hadden 4000 mensen al een petitie getekend voor het behoud van het gebied.

Geertsma hoopt alvast dat Demir de 10.000 hectare bos in het herstelplan opneemt. Ze kondigde in ieder geval aan dat ze een begin wil maken van de 4000 hectare beloofde bomen tegen het einde van deze regeerperiode. Al moeten de rekenmethodes nog verfijnd worden zodat de omgehakte bomen ook in mindering worden gebracht.

We kunnen alvast beginnen met de bloemen op het strand te laten bloeien. Duinen vormen een natuurlijke bescherming tegen een stijgende zeespiegel. Het alternatief is een betonnen beschermingsmuur. Maar van turen op muren, zo leert onderzoek, wordt een mens niet gelukkig.

Dit artikel werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.