‘Racisme maakt ook van hoogopgeleiden B-burgers’

Analyse

Welke factor heeft meer impact: klasse of afkomst?

‘Racisme maakt ook van hoogopgeleiden B-burgers’

‘Racisme maakt ook van hoogopgeleiden B-burgers’
‘Racisme maakt ook van hoogopgeleiden B-burgers’

‘Ik heb drie masterdiploma’s en ben aan het doctoreren, maar dat telt allemaal niet. Voor de bakker om de hoek ben ik gewoon een Marokkaanse vrouw.’ Je sociaal-economische achtergrond speelt een grote rol in je schoolcarrière, maar ook je etnische afkomst. Welke impact is sterker?

© Toerisme Leuven (CC BY-NC-ND 2.0)

Hoogopgeleid of niet: als je een migratieachtergrond hebt, is je naam voldoende om een stempel te krijgen. Vooroordelen blijven je achtervolgen, en je kinderen, tot op de schoolbanken toe.

Toerisme Leuven (CC BY-NC-ND 2.0)

‘Ik heb een master in de biomedische wetenschappen en nog twee masters in twee andere vakgebieden. Daarnaast ben ik aan het doctoreren, maar dat telt allemaal niet. Voor de bakker om de hoek ben ik een Marokkaanse vrouw’, lacht de veertigjarige Nabila (niet haar echte naam).

Hoogopgeleid of niet: als je een migratieachtergrond hebt, is je naam voldoende om een stempel te krijgen. Vooroordelen blijven je achtervolgen, en je kinderen, tot op de schoolbanken toe. ‘En dus is het een kwestie van constant alert te blijven in de opvolging van de kinderen op school. En dat begint niet in de eerste kleuterklas, maar wel in de crèche’, benadrukt Nabila.

De dame met de drie masterdiploma’s wil niet dat we haar echte naam vermelden en wil uiteraard ook niet dat we haar kinderen fotograferen. ‘We hebben het al moeilijk genoeg met deze situatie en willen niet dat de kinderen in deze context in de media komen’, zegt ze. Niet dat haar kinderen het slecht doen op school, integendeel. Hun scholing gaat vrij vlot. Maar dat komt vooral omdat Nabila een heel alerte mama is, en heel geëngageerd in de school van haar kinderen.

Bovendien is het voor haar voortdurend zoeken naar hoe ze racisme, discriminatie en de plaats van minderheden in de samenleving, thema’s die wel eens op tafel komen, met haar kinderen moet bespreken. ‘Ik wil problemen niet ontkennen, maar wil de kinderen ook niet extra belasten’, zegt ze.

‘Mijn jongste dochter van elf heeft me daar een keer mee geconfronteerd. Terwijl de oudste heel gevoelig is voor deze thema’s en er vaak vragen over stelt, wil de jongste het allemaal niet horen. “Anders ben ik geen kind meer”, zei ze een keer.’

In de crèche

‘Het is niet dat leerkrachten van slechte wil zijn. Maar soms gebeurt uitsluiting met goede bedoelingen.’

‘Het is niet dat we spoken zien,’ zegt Nabila, ‘maar dat is wat wij, ouders met een migratieachtergrond, aan den lijve ondervinden. Onze achtergrond blijft invloed hebben op de manier waarop de omgeving met onze kinderen omgaat, ook de school. Dat is mijn persoonlijke ervaring met het systeem vanaf dag één.’

‘In de crèche zag ik hoe kinderen volgens afkomst in twee groepen werden opgedeeld, en “toevallig” werd de witte groep aan de beste begeleidster toegewezen. Ik heb dit aangekaart bij de directrice. Zij zorgde ervoor dat er gemengde groepen werden gevormd.’

‘Het is niet dat leerkrachten van slechte wil zijn. Mijn kinderen hebben fantastische leerkrachten’, benadrukt Nabila. ‘Maar soms gebeurt uitsluiting met goede bedoelingen. Omdat men een aantal zaken te snel en te veel aan cultuur of religie linkt bijvoorbeeld, en snel aan uitsluiting doet.’

‘Zo mocht mijn dochter bij een activiteit niet mee een pop gaan zoeken die in de kerk werd opgeborgen, terwijl ze dat heel graag wilde doen. De leerkracht ging ervan uit dat ze dat beter niet deed omdat ze moslim is.’

Lage verwachtingen

En dus is het zaak om constant alert te zijn en extra waakzaam te blijven. ‘Best vermoeiend. En wij zijn geen uitzondering. In mijn vriendenkring hoor ik dezelfde verhalen. Wij, als hoogopgeleiden, met de bagage die wij hebben en onze eigen ervaring met het onderwijssysteem, zijn min of meer goed uitgerust om deze situatie het hoofd te bieden. Maar wat dan met al die andere ouders’, vraagt Nabila zich vaak af.

Omgaan met het schoolsysteem is ook een kwestie van wikken en wegen, en dilemma’s oplossen over hoe met de school in gesprek te gaan.

Terugkerende problemen die blijken uit gesprekken met andere ouders, zijn de vooroordelen en de lage verwachtingen. Vooral als het om jongens gaat, en zeker als ze een moeilijke fase doormaken of als ze niet goed genoeg presteren. ‘Vaak worden ze te snel in een hoekje gedrukt, en wordt er niet veel moeite voor hen gedaan’, zegt een juriste en mama van vier kinderen.

De capaciteiten van leerlingen in vraag stellen, ook wanneer het kind goede resultaten behaalt, is een kwestie waar ook hoogopgeleide ouders mee geconfronteerd worden. ‘Het kind moet zich keer op keer bewijzen’, getuigt een mama uit Antwerpen.

Omgaan met het schoolsysteem blijkt uit de gesprekken met de ouders niet alleen een kwestie van opvolging en constant aanwezig en waakzaam zijn. Het is ook een kwestie van wikken en wegen en dilemma’s oplossen over hoe met de school in gesprek te gaan als er problemen zijn. Want het gaat niet altijd om brute uitsluiting, maar om subtiele uitsluitingsmechanismen die bewust of onbewust ingezet worden.

Etnisch kapitaal

Dat de kansen niet gelijk worden, generatie na generatie en ondanks een verschuiving naar de middenklasse, is een feit. ‘Dat komt omdat veel zaken historisch bepaald zijn en een langdurige impact hebben’, zegt Erdem Yilmaz. Hij onderzocht in zijn masterthesis aan de KU Leuven de wisselwerking tussen sociaal-economische achtergrond en etniciteit bij de slaagkansen van leerlingen van Turkse afkomst in zeven West-Europese landen, waaronder België.

‘Een profiel van een etnische groep en zijn migratiegeschiedenis hebben een impact op de schoolresultaten van alle leden van de groep.’

‘Alle studies zeggen dat de sociaal-economische situatie van leerlingen een grote impact heeft op hun schoolprestaties. Een kind van een arbeider heeft minder slaagkansen op school dan een kind van een professor, bijvoorbeeld. Maar wat onze analyses van de PISA-scores hebben aangetoond, is dat ook het talentvolle kind van een Turkse professor slecht kan presteren op school’, zegt Yilmaz.

Etniciteit heeft dus in sommige contexten een grotere impact op de schoolprestaties dan sociale klasse, wanneer het gaat om leerlingen die een migratieachtergrond hebben.

En dat heeft te maken met wat Yilmaz etnisch kapitaal noemt. ‘Het scholingsniveau en de sociaal-economische situatie van de Turken die in de jaren zestig en zeventig naar West-Europa kwamen, waren zeer slecht. Het is daarom dat Turkse kinderen van de middenklasse het over het algemeen slechter doen dan hun schoolgenoten. Het algemene profiel van de etnische groep en zijn migratiegeschiedenis hebben een impact op de schoolresultaten van alle leden van de groep, rijk of arm, geschoold of ongeschoold’, zegt de onderzoeker.

‘Een Turks kind dat pakweg naar de VS verhuist, heeft betere slaagkansen dan een Turks kind in België, juist omdat de algemene sociaal-economische situatie van de Turken daar beter is en omdat hun imago er ook positiever is.’

Het is de manier waarop het schoolsysteem te werk gaat, die een verschil kan maken. ‘Sommige schoolsystemen kunnen de historische factor remediëren en het verschil kleiner maken, andere niet. In de landen waar Turken een bijzonder lage sociaal-economische status hebben, zoals België, Denemarken, Oostenrijk enzovoort, zien we een grotere invloed van etniciteit. Die invloed is lager in in Finland, het enige land in onze steekproef waar Turken niet immigreerden via gastarbeider- programma’s’, zegt Yilmaz.

Privileges

‘Ongelijkheid op school heeft niet alleen te maken met kinderen die slecht presteren, maar ook met privileges die bepaalde leerlingen krijgen.’

‘Het idee van het etnisch kapitaal is een hypothese die verder onderzocht moet worden’, zegt Orhan Agirdag, professor Onderwijs en Samenleving aan de KU Leuven en promotor van de masterscriptie van Yilmaz. ‘Wat onderzoek wel heeft aangetoond, is dat de ongelijkheid voor etnische groepen niet afneemt wanneer ze tot een hogere klasse opklimmen, integendeel. Bij verschuiving in de sociale klasse wordt de ongelijkheid alleen maar groter.’

De ongelijkheid tussen bijvoorbeeld het kind van een witte kassierster en het kind van een Turkse kassierster is kleiner dan de ongelijkheid tussen het kind van een witte advocaat en het kind van een Turkse advocaat.

‘Want de ongelijkheid heeft niet alleen te maken met kinderen die slecht presteren, maar ook met privileges die bepaalde leerlingen krijgen’, legt Agirdag uit.

Een voorbeeld van die privileges zijn hoge verwachtingen. ‘Dat is een positief stereotype dat kinderen van bijvoorbeeld advocaten en chirurgen automatisch toegekend krijgen. Impliciet en expliciet, en niet alleen van de school maar van de hele samenleving. Maar wanneer de etnische factor eraan te pas komt, smelten die hoge verwachtingen weg en verdwijnt het privilege. Het zijn eenzijdig toegekende privileges. Dat maakt dat de kansen van kinderen uit minderheidsgroepen minder stijgen dan die van witte kinderen’, zegt Orhan Agirdag.

Maar is er überhaupt sprake van een middenklasse bij minderheidsgroepen in België? Of gaat het slechts om individuen die sociaal en economisch de ladder zijn opgeklommen, maar die daardoor niet op gelijke voet staan met de mensen uit hun sociale klasse? Laat staan dat ze de rest van “hun” gemeenschap zouden kunnen meetrekken?

‘Wij hebben niet echt een middenklasse van mensen met roots in de arbeidsmigratie van de jaren zestig en zeventig’, zegt Agirdag. ‘Zij die hoogopgeleid zijn, hebben geen eigen structuren, geen eigen instituten waarop ze kunnen terugvallen. En dat is kenmerkend voor de situatie in heel West Europa. Je hebt geen klasse die zich als dusdanig gedraagt. Wat je hebt, zijn individuen die zijn opgeklommen en die zich assimileren. Maar hun kinderen krijgen te maken met dezelfde discriminatie die zij zelf ervoeren toen ze klein waren’.

‘Individuen proberen te integreren in de bestaande samenleving, zonder de machtsstructuren te veranderen. Dat kan niet tot gelijkheid leiden.’

Uiteindelijk gaat het om de vooruitgang van hele gemeenschappen. Daar verandering in brengen is niet eenvoudig. ‘Tenzij de bestaande structuren hun machtsposities volledig paritair beginnen in te vullen. En ik zie dat in alle eerlijkheid niet meteen gebeuren. Ik kan me bijvoorbeeld moeilijk voorstellen dat dit gebeurt in de raad van bestuur van pakweg het gemeenschapsonderwijs. Bovendien is het aantal mensen dat in zulke posities ingezet wordt, beperkt.’

‘Het aantal professoren met een migratieachtergrond in Vlaanderen is op een hand te tellen’, zegt de onderwijssocioloog. ‘Rest alleen de oplossing om minderheidsgroepen de mogelijkheid te geven hun eigen structuren op te bouwen’.

De oprichting van een islamitische school is, volgens Orhan Agirdag, een voorbeeld van een structuur die kan bijdragen tot het terugdringen van ongelijkheid. ‘Dit is absoluut geen pleidooi voor segregatie’, zegt hij. ‘Een islamitische school is niet alleen voor moslims bedoeld, en kan perfect functioneren zoals een katholieke school functioneert. ‘Ik ben zelf het product van het katholieke onderwijs, en daar ben ik trots op’, zegt Orhan Agirdag.

Individuen proberen te integreren in de bestaande samenleving, zonder de machtsstructuren te veranderen. Dat kan niet tot gelijkheid leiden, vindt Agirdag. ‘Daarom blijven hoogopgeleiden met een migratieachtergrond de uitzondering die de regel bevestigt. Uiteindelijk gaat het om de emancipatie en de vooruitgang van hele gemeenschappen. “Er is geen bevrijding zonder gemeenschap”, zegt Audre Lorde (schrijfster en activiste, red.) terecht.’

Een fundament geven

Het onderwijssysteem in Vlaanderen slaagt er niet in om de ongelijkheid te verkleinen, ook niet voor hoogopgeleiden. Maar hoe definiëren die succes op school voor hun kinderen? Is het dokter of advocaat worden, of hebben ze een andere visie op succes?

‘Dit is een privilegevraag’, reageert Nabila. ‘Mijn verwachting wordt sterk bepaald door onze positie in de samenleving’, legt ze uit. ‘Ik wil dat mijn kinderen een diploma behalen. Ik zie een diploma als een sleutel om in dit systeem te blijven functioneren. Het is alleen met deze sleutel dat ze verder kunnen raken in de maatschappij, juist vanwege hun naam.’

‘Ik zie scholing als scholing. Daarnaast moeten we hun wereld verruimen. Mijn dochter is heel creatief, maar ik kan het me niet veroorloven om haar naar een Steinerschool te sturen. Omdat ik weet dat wij haar als ouders geen vangnet kunnen bieden nadien, als ze haar diploma heeft. Ze is sterk in wiskunde en dus gaan we focussen op wiskunde. Creativiteit is dan voor de vrije tijd. Misschien eindigt ze in de creatieve sector. Ik wil haar een fundament geven, maar ik wil natuurlijk niet dat dit ten koste van haar geluk gaat.’

‘Eigenlijk is het continu balanceren tussen al die elementen’, zegt Nabila. ‘Als hoogopgeleide kom je minder vaak met racisme in aanraking, maar aan het einde van de dag ben je een B-Burger.’

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts 28 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.