‘Mijn Nederlands is kapot.’ Taal als drempel in plaats van toegangspoort

Analyse

“Uitgeleerden” die onvoldoende Nederlands spreken wacht vaak sociale uitsluiting

‘Mijn Nederlands is kapot.’ Taal als drempel in plaats van toegangspoort

‘Mijn Nederlands is kapot.’ Taal als drempel in plaats van toegangspoort
‘Mijn Nederlands is kapot.’ Taal als drempel in plaats van toegangspoort

De lat voor nieuwkomers wordt hoger gelegd in het nieuwe Vlaamse regeerakkoord. Voor wat, hoort wat, is de boventoon. Maar wat met mensen die wel willen, maar het Nederlands moeilijk onder de knie krijgen? Zij krijgen een stempel: “uitgeleerd”.

![© Walter Busschots](//images.mo.be/sites/default/files/styles/3_2_standard_photo_format/public/field/image/62075_122819_ItsQrI.jpg?itok=DnzoIVWF " Samen Nederlands leren, in kleine groepjes, bij Taal*ooR. Voor "uitgeleerden" is het een van de weinig manieren om toch nog hun Nederlands te verbeteren. ")

Samen Nederlands leren, in kleine groepjes, bij Taal*ooR. Voor “uitgeleerden” is het een van de weinig manieren om toch nog hun Nederlands te verbeteren.

© Walter Busschots

De lat voor nieuwkomers wordt hoger gelegd in het nieuwe Vlaamse regeerakkoord. Voor wat, hoort wat, is de boventoon. Wie wil inburgeren en actief wil deelnemen aan de samenleving, moet nog meer inspanningen leveren om Nederlands te leren spreken. Maar wat met mensen die wel willen, maar het Nederlands moeilijk onder de knie krijgen? Zij krijgen een stempel: “uitgeleerd”.

Zelfs op doordeweekse natte septemberavonden blijft de Turnhoutsebaan zichzelf trouw in drukte en chaos. Aan de overkant van café De Paternoster gaan om vijf voor zeven de deuren van buurtwerking Borgerbaan open.

Nadat divers Antwerpen het Buurtwerk is binnengestroomd, stelt ‘de Patrick’ zich voor. Hij is de vrijwilliger die hier op dinsdagavonden ‘wat zal komen babbelen en onnozel doen’. ‘Deze keer met dierennamen.’ Een volle tafel met toehoorders buigt zich enthousiast over de vraag wat een merel is.

Taal*ooR – samen op een informele manier Nederlands oefenen in kleine groepjes – bereikt elke week 250 tot 300 mensen in de vier buurtwerkingen van Samenlevingsopbouw Antwerpen. Niet enkel nieuwkomers komen erop af, ook oudkomers die hun Nederlands verder willen oefenen en vooral levend houden.

Ook zogenaamde “uitgeleerden” zitten aan tafel: mensen die er niet in slaagden om binnen de taalopleidingen van de Vlaamse overheid basiskennis van het Nederlands te verwerven.

Kunnen uitgeleerden Belg worden?

De Marokkaanse Zoulikha Saddik woont en werkt al tien jaar in Antwerpen. Toen ze zich aanmeldde voor taallessen, werd ze georiënteerd naar het zogenaamde alfatraject: Nederlands voor anderstaligen die niet kunnen lezen en schrijven in hun moedertaal.

Zoulikha haalde binnen dat alfatraject het eerste niveau (A1) niet en kreeg te horen dat verdere investering in taallessen geen zin had. Ze ontving een attest van uitgeleerdheid, een document dat werd uitgereikt door het Centrum voor Basiseducatie waar Zoulikha Nederlandse les volgde.

De bedoeling van het attest van “uitgeleerdheid” is om sociale uitsluiting tegen te gaan. In de praktijk hapert er een en ander.

Het attest van uitgeleerdheid is een document dat taalarme mensen moet beschermen tegen sociale uitsluiting op basis van taal. ‘Ook al lijkt dat attest eerder een negatief document, de expliciete bedoeling is om sociale uitsluiting tegen te gaan’, zegt Joke Drijkoningen, afgevaardigd bestuurder van de Federatie Centra voor Basiseducatie.

‘Bij sociale huisvesting bijvoorbeeld wordt taalkennis op A1-niveau gevraagd. Als je dat niveau na voldoende inzet niet haalt, biedt een attest van uitgeleerdheid een vrijstelling van die taalvereisten.’

Dat is de theorie, maar in de praktijk hapert er een en ander. Zo is er in het geval van nationaliteitsverwerving een stevige kink in de kabel. Het verwerven van de Belgische nationaliteit kan Zoulikha voorlopig vergeten. Een van de voorwaarden daarvoor is immers dat ze minstens een taalniveau A2 behaalt.

Het alfatraject:

Wat? Nederlandse les voor volwassenen

Voor wie? voor anderstaligen die niet kunnen lezen en schrijven in hun moedertaal

Op het einde van het alfatraject ben je zogenaamd ingeburgerd.

‘Dat klopt’, zegt Drijkoningen. ‘De eenduidigheid ontbreekt. Sommige procureurs (die een bindend advies moeten geven over nationaliteitsverwerving, red.) aanvaarden een attest van uitgeleerdheid, andere niet.’

Volgens Drijkoningen is er ook tegenspraak tussen het federale niveau, dat bevoegd is voor nationaliteitsverwerving, en het Vlaamse niveau, bevoegd voor inburgering en taalverwerving. ‘In Vlaanderen slaag je voor het alfatraject (en ben je dus ingeburgerd, red.) als je mondeling het taalniveau A2 en schriftelijk het A1-niveau behaald hebt. Om de Belgische nationaliteit te krijgen, wordt toch een schriftelijk A2-niveau gevraagd.

‘Dat heeft dus gevolgen voor niet-gealfabetiseerde mensen, die dat niveau niet halen. Die tegenstelling ligt absoluut al op de tafel van de volgende minister van Justitie.’

Taal opent en sluit deuren

Iemand als Zoulikha weet als geen ander dat een onvoldoende voor Nederlands haar Vlaamse én nationale minpunten oplevert. ‘Ik wil Nederlands leren, maar er is geen school die mij wil, net omdat ik “uitgeleerd” ben’, zegt ze met de hulp van vrijwillige tolk Mohamed. Kortom: het attest van uitgeleerdheid vindt ze eerder een vergiftigd geschenk.

Nederlands opent deuren naar leefloon, werk, huisvesting. Niemand betwist dat. ‘Alleen,’ zegt Griet Vielfont van Samenlevingsopbouw Antwerpen, ‘het niet beheersen van de Nederlandse taal sluit die deuren ook en schendt in sommige gevallen de grondrechten van mensen.’

Niet alleen nationaliteitsverwerving is een probleem, legt Vielfont uit. ‘We zien toch ook bij sociale huisvesting problemen. De Vlaamse Wooncode heeft inderdaad een amendement waarin is vastgelegd dat anderstaligen met een attest van uitgeleerdheid vrijgesteld zijn van de taalvereisten. Dat is uiteraard prima, maar helaas zien we dat het in de praktijk toch problemen oplevert omdat mensen daar simpelweg niet van op de hoogte zijn.’

‘U bent niet goed genoeg’

‘U behaalde Nederlands niveau 1.2. Dat is niet goed genoeg.’
‘Het is moeilijk om met u een gesprek te voeren.’
‘Nederlands spreken en schrijven zijn problematisch. U mag geen les meer volgen.’

Het is een greep uit de boodschappen die sommige OCMW’s meegeven aan hun cliënten. De boodschap is onverkort: wie onvoldoende Nederlands spreekt, is niet goed genoeg. ‘De doorgedreven focus op het beheersen van de Nederlandse taal heeft een enorm effect op de eigenwaarde van mensen die Nederlands ongeletterd zijn’, zegt Griet Vielfont.

‘Het marginaliseert mensen letterlijk, duwt hen in een isolement. We zien mensen die bang zijn om naar de winkel te stappen, de school van hun kinderen te bezoeken, zelfs om de tram te nemen.’

‘En het kan anders. In de buurtwerkingen leggen we de klemtoon op “kunnen communiceren” en niet enkel op Nederlands. We zien hoe mensen dan ineens veel meer kunnen dan ervoor.’

© Walter Busschots

‘Het is heel moeilijk om taalverwerving in strakke modellen te gieten, net omdat het zo individueel is bepaald. De ene mens doet er langer over dan de andere.’

© Walter Busschots

Dat hij heel slecht Nederlands spreekt, is de openingszin van Zan*. Hij zal het nog vaak herhalen, met een – jawel – onmiskenbaar Chinese tongval. Toegegeven, door dat laatste vergt het wat moeite om hem te begrijpen, maar hij zegt het wel degelijk in het Nederlands.

Toen Zan zesenveertig jaar geleden in België aankwam, werd hij van de luchthaven meteen naar het restaurant gereden waar hij veel en lange werkdagen zou slijten.

Li ging met een bejaarde Chinese dame naar de politie voor een handtasdiefstal. ‘Ze wilden ons niet helpen, ook niet in het Engels.’

‘Ik werkte en ik sliep. En ik werkte en ik sliep.’ Het werkritme in een restaurant van, met, door en voor Chinezen, liet geen centimeter ruimte over om de Nederlandse taal te verwerven. Van verplichte inburgering en taallessen Nederlands was in de jaren zeventig ook nog lang geen sprake.

Zans vrouw Li* kwam tien jaar later naar België en volgde wel taallessen. Anders dan haar man behaalde ze het A2-niveau Nederlands. Li kan zich perfect behelpen in het Nederlands, al verontschuldigt ook zij zich voortdurend voor haar ‘kapotte Nederlands’. Haar drang om te verbeteren is sterk. ‘Als je geen Nederlands kent, bots je op muren, zoals bij de politie’, zegt ze.

Li vertelt hoe ze een vriendin, een bejaarde Chinese dame, vergezelde naar een Antwerps politiekantoor om aangifte te doen van een handtasdiefstal. Op het wijkkantoor Statiestraat werden ze naar huis gestuurd. ‘”Als je in Antwerpen woont, moet je Nederlands leren”, zeiden ze’, vertelt Li die, net als haar oudere vriendin, ook Engels spreekt. ‘Ze wilden ons niet helpen, ook niet in het Engels.’

Taalarm, uitgeleerd

‘We hebben de neiging om taalverwerving te beoordelen op basis van uitspraak en spreekvaardigheid’, zegt directeur van het onderzoekscentrum Diversiteit en Leren (UGent) en expert in meertaligheid Piet Van Avermaet. ‘Maar we moeten ook rekening houden met de receptieve vaardigheden van mensen: het luisteren naar en het begrijpen van een taal. Zo kan het dat iemand een taal goed begrijpt, maar niet goed spreekt.’

‘Je zou je de vraag moeten stellen waarom iemand niet vooruitgaat in taalverwerving.’

Van Avermaet houdt niet van de etiketten ‘taalarm’ en ‘uitgeleerd’. Het eerste vertrekt in Vlaamse context maar al te vaak van het idee dat je taalarm bent als je geen Nederlands spreekt, ook al spreek je meerdere talen. Het tweede vindt Van Avermaet een te definitieve term die mensen blijvend parkeert in een soort van “onkunde”.

‘Je zou je de vraag moeten stellen waarom iemand niet vooruitgaat in taalverwerving. Heeft het met de persoon te maken of kan het ook met de te formele leeromgeving te maken hebben? Je moet ook kijken naar de leefsituatie, de motivatie en het doel van taalverwerving. Bovendien moet taal in verhouding staan tot de behoefte van de persoon.’

Werk = taal = werk?

Werkend Vlaanderen zal Vlaanderen competitief houden, dat staat te lezen in de inleiding van het regeerakkoord. Werk moet, naast taalverwerving, een hefboom zijn voor integratie.

Daarop zette ook het Sociaal Huis of het OCMW in Mechelen volop in. ‘Een van de tewerkstellingsmaatregelen is Artikel 60, een traject om werkzoekenden naar de reguliere arbeidsmarkt te leiden’, zegt maatschappelijk assistente Anke Brauwers van het Mechelse Sociaal Huis.

‘Voor nieuwkomers gold de regel dat ze pas onder Artikel 60 konden werken als ze taalniveau 2.1 hadden gehaald. Na de asielcrisis besliste Mechelen om die voorwaarde af te schaffen. Sindsdien kunnen nieuwkomers onder Artikel 60 werk en verplichte taallessen combineren.’

© Agentschap Integratie en Inburgering

Hoe lang het duurt voor je officieel “ingeburgerd” bent, hangt af van je opleiding en geletterdheid. Ben je hoogopgeleid in je moedertaal, dan kan je sneller vooruit met de Nederlandse les. Ben je analfabeet, dan duurt je traject veel langer.

© Agentschap Integratie en Inburgering

Hoogopgeleide nieuwkomers moeten minder lang doen over de Nederlandse les (zie figuur hierboven), maar ook zij botsen op drempels. Een van Brauwers’ cliënten, Bassim*, had in zijn thuisland Irak een niet onbelangrijke functie bij de politie. ‘Maar voor zijn taalopleiding haalde hij niveau 2.1 niet’, zegt Anke Brauwers. ‘Het Centrum Volwassenenonderwijs waar hij taalles volgde, communiceerde dat hij op dit niveau uitgeleerd was, en geen kans maakte op het behalen van een hoger niveau.’

Bassim zag de deur richting tewerkstelling op dat moment dichtgaan. ‘Wat moest hij ook met zo’n boodschap? Welk toekomstperspectief bied je dan aan iemand van 32 jaar?’, zegt Brauwers. ‘Ondanks zijn motivatie, ondanks een heel sterke arbeidsattitude én vaardigheden, ervaart Bassim taal als een uitsluitingscriterium naar de arbeidsmarkt.’

De 32-jarige Bassim kon wel een jaar werken onder Artikel 60, waarbij hij halve dagen op de interne dienst van het Sociaal Huis werkte en halve dagen Nederlandse les volgde.

De eindevaluatie over zijn werkattitude was zeer goed: hij werd als zeer bekwaam en gemotiveerd beoordeeld. Maar zijn Nederlands stond op de laatste dag van dat werkjaar op een gelijk niveau als op de eerste dag. ‘Hij stond in dezelfde confronterende realiteit op de reguliere arbeidsmarkt’, zegt Brauwers.

‘Sollicitatieprocedures zijn ook totaal niet aangepast aan anderstaligen, waardoor mensen met een lager taalniveau helemaal niet naar competenties worden ingeschat.’

Foutloos Chinees op twee jaar tijd

Taalontwikkeling is een traag proces, zegt Piet Van Avermaet. Zo wijst recent internationaal onderzoek uit dat het gemiddeld negen jaar duurt voor immigranten de dominante taal goed verworven hebben. ‘Dat druist in tegen de mantra dat mensen zo snel mogelijk Nederlands moeten leren om te integreren’, zegt Van Avermaet.

‘De afstand tussen talen is soms zo groot dat het erg veel tijd vraagt om een zeker niveau te halen.’

‘Het is heel moeilijk om taalverwerving in strakke modellen te gieten, net omdat het zo individueel is bepaald. Heel veel persoonlijke factoren spelen een rol bij taalontwikkeling: geheugen, aanleg, cultureel kapitaal, taalverwantschap, sociale achtergrond en omgevingsfactoren. Kortom: de ene mens doet er langer over dan de andere. Maar ook de kwaliteit van het NT2-onderwijs (Nederlands voor anderstaligen, red.) speelt een grote rol.’

In een opinie in De Standaard (26 augustus 2019) wees Bart Deygers van de onderzoeksgroep Taal en Onderwijs (KU Leuven) ook op de ‘afstand tussen talen’. ‘Die is los van onderwijsachtergrond en geletterdheid soms dermate groot dat het gewoonweg érg veel tijd vraagt om een zeker niveau te halen.’

Talen die herkenbaarder zijn, leer je sneller, zegt Deygers. ‘De meeste Vlamingen zouden eens flink schrikken mochten ze slechts twee jaar tijd krijgen om het Arabisch of Chinees te beheersen op het niveau van hun Engels of Frans.’

Huidige taalonderwijs is te strak

‘Natuurlijk is vaardig zijn in het Nederlands cruciaal om beter te kunnen bewegen in de samenleving. Maar de weg die we nu al twintig jaar bewandelen voor taalinburgering is niet de juiste’, zegt Van Avermaet. ‘Kort gezegd: de taallessen zitten in te strakke, lineaire modellen. Ze staan te veraf van de leefwereld van mensen. Nogmaals: ieder mens is anders. Je moet ook kijken naar de leefsituatie, leeftijd, individuele noden.’

‘De weg die we nu al twintig jaar bewandelen voor taalinburgering, is niet de juiste.’

‘We moeten er meer rekening mee houden dat taal in verhouding staat tot de behoeften van mensen: waarom wil iemand de taal verwerven? En vooral: taalontwikkeling is een interactief proces. Zonder interactie geraak je niet verder. Taalverwerving gebeurt zeker niet alleen op de schoolbanken. Dat vergeten we te vaak in onze taalopleidingen.’

‘’We hebben als taalaanbieders inderdaad ook nog werk’, zegt Joke Drijkoningen. ‘We moeten onze taallessen nog meer verbreden, meer contexten aanbieden, zoeken naar partners om in die contexten samen te werken. We moeten zorgen dat mensen via taal, maar ook via digitale vaardigheden en rekenen verhoogde kansen krijgen en sterker staan in de samenleving.’

*fictieve namen (om de identiteit van de geïnterviewden te beschermen)