Nigeria zakt verder weg in splinteroorlogen

Analyse

Nigeria zakt verder weg in splinteroorlogen

Nigeria zakt verder weg in splinteroorlogen
Nigeria zakt verder weg in splinteroorlogen

David Van Peteghem

21 augustus 2014

De camera's zijn te druk bezig met de crisissen in Irak, Gaza en Oekraïne. En zelfs de International Crisis Group schrijft dat er deze zomer in Nigeria geen geweldsuitbarstingen plaatsvonden. David Van Peteghem telt minstens 30 bomaanslagen, raids op dorpen en steden en nieuwe ontvoeringen. Nigeria zinkt weg in zijn splinteroorlogen en de wereld merkt het niet eens meer.

De laatste keer dat het geweld van Boko Haram de mondiale media haalde, was in april met de ontvoering van meer dan 200 schoolmeisjes in Chibok in het hoge noordoosten van Nigeria. De Nigeriaanse diaspora organiseerde overal #bringbackourgirls protesten en op de sociale media schaarde God, klein Pierke en Michelle Obama zich achter de eis om de meisjes terug te brengen naar hun thuis. Tijdens de driedaagse bijeenkomst van Afrikaanse leiders in Washington vatten demonstranten nog wel post voor het Grand Hyatt Hotel waar de Nigeriaanse president Goodluck Jonathan verbleef. En een week later vonden er in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja op 12 augustus eveneens kleinschalige protesten plaats ter herdenking van de ontvoerde schoolmeisjes.

Ondanks de onzichtbaarheid in de media is de crisis tijdens de vakantieperiode enkel maar toegenomen en deelde de zogenaamde politieke Boko Haram met de mislukte moordaanslag op de noordelijke oppositieleider Muhammudu Buhari één van de zwaarste klappen uit sinds de gecontesteerde verkiezingsoverwinning van huidig president Goodluck Jonathan.

Jama’atu Ahlis Sunna Lidda’awati wal-Jihad – bij ons beter gekend als Boko Haram – voert sinds 2009 in het noorden van Nigeria een strijd voor een islamitisch staatsbestel. Om dit doel te bereiken, handelt de groep volgens de brutale logica van terreur. Elke uitnodiging tot dialoog, tot het sluiten van compromissen of amnestie wijzen ze daarbij van de hand. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de recente pogingen van de Nigeriaanse regering om met de leiders van deze extremistische moslimbeweging een overeenkomst te bereiken voor de vrijlating van de ontvoerde schoolmeisjes mislukten.

Zwarte vlaggen in Gwoza

Alles bij elkaar vonden er tijdens de vakantieperiode tenminste 30 geweldacties plaats, gaande van bomaanslagen tot raids op dorpen en steden en nieuwe ontvoeringen. In het hoge noordoosten gaat de strijd tussen de militanten van Boko Haram leider Abubakar Shekau en het Nigeriaanse leger onverminderd door.

Boko Haram slaagde er zelfs in Damboa en Gwoza, twee steden met meer dan 200.000 inwoners in te nemen

Tegen alle verwachtingen in slaagden de Boko Haram militanten er zelfs in Damboa en Gwoza, twee historische steden met telkens meer dan tweehonderdduizend inwoners, in te nemen. Tijdens de eerste week van augustus lanceerde het Nigeriaans leger wel een tegenoffensief om met succes Damboa te heroveren op de moslimmilitanten. Maar de strijders die aan dit beleg wisten te ontkomen, bestormden kort daarop Gwoza, een stad nabij de grens met Kameroen die ze in een mum van tijd volledig onder controle kregen.

Tijdens deze bestorming werden zoals gebruikelijk overheidsgebouwen, kerken, moskeeën, marktplaatsen en woningen de lucht in geblazen of platgebrand. Meer dan 10.000 inwoners vluchtten de bergen van Gwoza in, waar ze dagenlang vastzaten en overleefden op wilde planten en regenwater dat ze opvingen met hun kleding.

Eén van de vluchtelingen was Mohammed Idrissa Timta, die onlangs nog werd aangesteld tot de nieuwe Emir van Gwoza. Hij nam de plaats in van zijn vader, Shehu Mustapha Idrissa Timta die op 30 mei 2014 werd vermoordt toen hij samen met andere traditionele leiders onderweg was naar de begrafenis van Alhaji Shehu Usman Abubakar, de Emir van Gombe die aan kanker was overleden.
In Gwoza wapperen nog steeds de zwarte vlaggen van Jama’atu Ahlis Sunna Lidda’awati Wal-Jihad.

Het actieterrein van de terreur breidde zich in deze regio eveneens verder uit tot de grensgebieden van Kameroen, met als meest sensationele actie de ontvoering van de echtgenote van de Kameroense eerste minister, Amadou Ali, in zijn geboortedorp Kolofata.

Een andere opvallende ontwikkeling waren de berichten dat tienermeisjes in de hoofdstad van de noordelijke deelstaat Kano verschillende kleine zelfmoordbomaanslagen pleegden. Op 23 juli wist Sjeik Usman Dahiru Bauchi, de geestelijke leider van de soefistische Tijaniyyah broederschap in Kaduna te ontkomen aan een bomaanslag op zijn konvooi.

Tot slot werden op 10 augustus nabij het meer van Tsjaad in Doron Baga ook meer dan 100 jongens ontvoerd die naderhand wel grotendeels werden teruggevonden en bevrijd door Tsjadische veiligheidstroepen.

Hypermodern en eeuwenoud

In een recent verschenen reisverslag van Saïd Djinnit, tot voor kort speciaal gezant van de VN secretaris-generaal voor West-Afrika, staat te lezen dat door de aanhoudende terreur in het noordoosten van Nigeria meer dan vier miljoen mensen worden bedreigd met voedselonzekerheid, dat 510.000 kinderen onder de vijf jaar aan ernstige en acute ondervoeding lijden, en dat 650.000 mensen zijn weggevlucht voor het geweld in Yobe, Borno en Adamawa waar sinds mei 2013 de noodtoestand heerst.

Nochtans kan de terreur niet allemaal op het conto geschreven worden van Boko Haram. Hun opstand is slechts één van vele stuiptrekkingen van de politieke crisis waarin het land na de frauduleuze verkiezingsoverwinning van president Goodluck Jonathan in 2010 is terechtgekomen.

Lokale politieke machtsstrijd vallt in Nigeria moeilijk te onderscheiden van de jihadistische strijd

Lokale politieke machtsstrijden vallen er moeilijk te onderscheiden van de jihadistische strijd. In een open brief van de christelijke gemeenschap van Gwoza staat bijvoorbeeld te lezen dat de zogenaamde Civilian Joint Task Force door lokale politici soms worden ingehuurd voor kidnappings, religieuze zuiveringsacties en politieke moordaanslagen.

Volgens de Nigeria security tracker van het Amerikaanse Council on Foreign Relations kunnen de meeste slachtoffers in de strijd bovendien toegeschreven worden aan het brutale optreden van het Nigeriaanse leger, wat onlangs opnieuw werd bevestigd door het Nigeriaanse onderzoeksteam van Amnesty International.

De opstand van Boko Haram kan nog best omschreven worden als een hypermoderne versie van het karijisme, een strekking van enkele extremistische sekten die midden 7e eeuw na Chr. ontstonden uit onvrede met het beleid van Kalief Alī ibn Abī Ṭālib, de neef en schoonzoon van profeet Mohammed. Ze lanceerden verschillende opstanden waarbij iedereen die geen rekenschap wilde afleggen voor hun visie op de islam dat met zijn leven moest bekopen.

Volgens de Nigeriaanse academische onderzoeker en salafi moslimgeleerde Ahmad Murtad baseerde Mohammed Yusuf - de geestelijke leider van Boko Haram, die in 2009 standrechtelijk werd geëxecuteerd tijdens een grootscheepse veiligheidsoperatie in Maiduguri - zich in de verrichting van de Daw’ah op de geschriften van wereldbefaamde puriteinse moslimgeleerden zoals Mohammed Ibn Abdul-Wahhab en Mohammed Nâsir ad-Dîn al-Abânî. Met andere woorden: de huidige strijd van Boko Haram is een bastaardkind van het overheersende moslimfundamentalisme in het Noorden van Nigeria.

Net zoals de kharijieten hanteert Boko Haram in zijn strijd de takfir of het buiten de gemeenschap van de gelovigen plaatsen van zijn tegenstanders, zoals de soefistische broederschappen en de Jama’t Izalat al Bid’a Wa Iqamat as Sunna, de mainstream fundamentalisten in het Noorden van Nigeria. Net daarom hebben ze het vaak gemunt op moslimleiders en vernielen ze niet alleen kerken maar ook moskeeën of paleizen van emirs. Hun strijd wordt dan ook niet gezien als een politiek-emancipatorische strijd maar eerder als een barbaarse reactie op de falende democratische transitie en het zuidelijke politieke beslag op het noorden, dat bovendien gepaard gaat met het missioneringswerk van Pinksterkerken.

Boko Haram slaagt er niet in zijn ‘woedekapitaal’ om te zetten in een coherente strategie, controle of macht

Boko Haram slaagt er voorlopig niet in dat ‘woedekapitaal’ om te zetten in een coherente strategie die uitzicht zou bieden op controle en macht in het noorden. Er schuilt momenteel een veel groter gevaar in de zogenaamde politieke Boko Haram die in Kaduna, Centraal-Nigeria, de mislukte moordaanslag op de noordelijke oppositieleider Muhammudu Buhari uitvoerde.

De Politieke Boko Haram

Via een officiële verklaring liet oud-militair leider Muhammudu Buhari weten dat hij op woensdag 23 juli 2014 persoonlijk betrokken geraakte bij een op zijn konvooi gerichte bomaanslag op de Ali  Akilu weg in Kawa te Kaduna. Een bomauto reed frontaal in op zijn konvooi. Drie veiligheidswagens werden de lucht ingeblazen, verschillende van zijn medewerkers en omstaanders verloren hierbij het leven, maar Buhari kwam er ongeschonden uit.

De link met Boko Haram lijkt snel gelegd kunnen worden, want in één van zijn recente Youtube videoboodschappen dreigde BH-leider Abubakar Shekau ermee Buhari af te straffen voor zijn niet aflatende strijd voor democratie en nationale eenheid. Nochtans lijkt deze mislukte aanslag eerder een voorbeeld van een strategie waarin de Boko Haram crisis gebruikt wordt in politieke machtsstrijden op zowel het zowel lokale als het regionale niveau.

Buhari is volgens verschillende waarnemers het doelwit geworden van politieke terreur omdat hij via de All Progressive Congress (APC) coalitie zich wellicht opnieuw kandidaat zal stellen voor de presidentsverkiezingen van 2015. Deze nieuwe coalitie van oppositiepartijen werd in februari 2013 opgericht uit onvrede met het beleid van president Jonathan en de regerende Peoples Democratic Party (PDP).

De aanslag op Buhari werd tot op heden niet opgeëist en er wordt wellicht geen onderzoek over ingesteld

Enkele dagen vóór de mislukte aanslag liet Buhari nog optekenen dat de geschiedenis niet vriendelijk voor hem zal zijn als hij niets onderneemt tegen de onheilspellende politieke evoluties in zijn vaderland. Hij bekritiseerde de falende strategie van de federale regering om Boko Haram te bekampen. In felle bewoordingen liet hij zich eveneens ontvallen dat de president een steeds uitzinniger en gewaagder beleid voert om de APC oppositie monddood te maken en dat Jonathan met de regerende PDP een eenpartijstaat wil installeren.

Aangezien de aanslag op Buhari tot op heden niet werd opgeëist en er wellicht geen onderzoek over zal worden ingesteld, valt het uiteraard moeilijk te achterhalen vanuit welke politieke hoek deze aanslag werd besteld. De mislukte aanslag op Buhari toont wel aan dat de toenemende politieke spanningen tussen het Noorden en het Zuiden en de diverse conflicthaarden verder kunnen exploderen in splinteroorlogen die niet alleen de politieke en economische toekomst bedreigen, maar de eenheid van het land in gevaar kunnen brengen.