Onderwijs levert te weinig op in Afrika

Analyse

Gebrekkige opleiding is negatief voor economie

Onderwijs levert te weinig op in Afrika

Onderwijs levert te weinig op in Afrika
Onderwijs levert te weinig op in Afrika

IPS / Mantoe Phakathi

06 februari 2020

Afrika leidt jongeren niet goed op en dat heeft een negatieve impact op de economische groei. Investeringen in het onderwijs leveren zelfs geen minimaal rendement op, zegt Thembinkosi Dlamini, econoom bij Oxfam Zuid-Afrika.

reteach92 / Pixabay

Afrika leidt jongeren niet goed op en dat heeft een negatieve impact op de economische groei. Investeringen in het onderwijs leveren zelfs geen minimaal rendement op, zegt Thembinkosi Dlamini, econoom bij Oxfam Zuid-Afrika.

Hij reageert op een van de belangrijkste bevindingen uit het Africa Outlook Report 2020 dat vorige week is gepubliceerd door de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (AfDB). Het rapport wijst erop dat de meeste Afrikaanse landen op alle inkomensniveaus een lager opleidingsniveau hebben, zowel kwantitatief als kwalitatief.

Thembinkosi Dlamini zegt dat het onderwijs in Afrika onvoldoende is afgestemd op de toekomst. Hij wijt dat aan een gebrek aan vooruitziende blik en afnemende publieke investeringen in onderwijs.

Niet-inclusief

Het rapport meldt dat de uitgaven voor onderwijs in veel Afrikaanse landen de laagste in de wereld zijn. Per leerling gaat het om 533 dollar voor basisonderwijs en 925 dollar voor voortgezet onderwijs. Dit ondanks het feit dat Afrikaanse landen gemiddeld 5 procent van het bruto binnenlandse product (bbp) en 16 procent van het overheidsbudget voor onderwijs reserveerden tussen 2010 en 2017  – iets meer dan de aanbeveling van de Verenigde Naties van minimaal 4 en 15 procent.

‘Ik snap niet waarom iemand met mijn opleiding geen werk kan vinden. Het land heeft toch ingenieurs nodig om zich te ontwikkelen?’

Een gevolg is dat de Afrikaanse groei niet inclusief is, door gebrek aan banen in sectoren met een hoge productiviteit, zoals de productiesector. Grote delen van de bevolking zijn actief in laagproductieve, laagbetaalde banen in de traditionele landbouw en de informele sectoren.

‘Dat de structurele transformatie zo traag gaat, komt door tekortkomingen op het gebied van menselijk kapitaal, zoals te weinig vaardigheden en een te laag onderwijsniveau’, staat in het rapport.

Slechte planning

Bij de lancering van het rapport in Abidjan (Ivoorkust), zei AfDB-voorzitter Akinwumi Adesina dat fysieke infrastructuur belangrijk is, maar niet voldoende om veel grotere groei en productiviteit te bereiken voor Afrikaanse economieën. “Afrikaanse landen moeten investeringen versnellen en meer inzetten op de ontwikkeling van menselijk kapitaal”, zei hij.

Jongeren met een goede opleiding komen vaak niet op de juiste plaats terecht. Dat bleek ook het geval voor Mkhonzeni Dlamini (geen relatie met Thembinkosi Dlamini). Dlamini (32) haalde zes jaar geleden een bachelor in Electrical and Electronic Engineering aan de Universiteit van Eswatini. Ondanks een tekort aan ingenieurs in het land, kon hij geen werk vinden na zijn studie. Vervolgens besloot hij een master in Taiwan te doen, in de hoop zijn kansen te verbeteren. In 2018 studeerde hij af en keerde terug naar huis.

‘Zelfs nu heb ik geen werk’, zegt hij. ‘Ik snap niet waarom iemand met mijn opleiding geen werk kan vinden. Het land heeft toch ingenieurs nodig om zich te ontwikkelen?’

Slechte planning

Dlamini legt de schuld bij ‘slechte planning van de overheid’. Ook andere jonge afgestudeerden, zegt hij, inclusief artsen, zitten zonder werk thuis. “De overheid heeft kennelijk geen plan waarin opleiding en de beschikbare banen op elkaar afgestemd worden. Ze lijkt niet eens te weten hoeveel studenten er zijn en creëert ook geen banen voor de afgestudeerden.”

Omdat hij nog steeds zonder werk zit, overweegt hij Afrika te verlaten. ‘Net als veel Afrikaanse afgestudeerden die gefrustreerd zijn, denk ik erover terug te gaan naar de landen die ons koloniseerden’, zegt hij. Mkhonzeni Dlamini onderzoekt momenteel de mogelijkheid om in het Verenigd Koninkrijk te werken.

Vierde industriële revolutie

Adesina wil van banen voor jongeren een topprioriteit maken. Jaarlijks betreden 12 miljoen afgestudeerden de arbeidsmarkt en slechts 3 miljoen daarvan vinden een baan. De jeugdwerkloosheid stijgt nog jaarlijks.

‘Jongeren moeten voorbereid zijn op de banen van de toekomst, niet de banen van het verleden’

De snelle veranderingen van de vierde industriële revolutie – van artificiële intelligentie tot robotica, machine learning en quantum computing – dwingen Afrika meer te investeren in het aanpassen van het onderwijs en omscholen van werknemers, zegt hij.

‘Jongeren moeten voorbereid zijn op de banen van de toekomst, niet de banen van het verleden’, zegt Adesina. Thembinkosi Dlamini is het daarmee eens. ‘Het rapport wijst terecht op de grote mismatch tussen gevraagde en geboden vaardigheden, vooral bij jongeren.’

Oost- en Noord-Afrika

Er zijn echter ook succesverhalen te melden. In 2019 was Oost-Afrika de snelst groeiende regio en Noord-Afrika leverde opnieuw de grootste bijdrage aan de Afrikaanse groei van het bbp. Dat was vooral te danken aan de prestaties van Egypte.

Zes Afrikaanse landen behoren bovendien tot de tien snelst groeiende economieën ter wereld. Dat zijn Rwanda (8,7 procent), Ethiopië (7,4 procent), Ivoorkust (7,4 procent), Ghana (7,1 procent), Tanzania (6,8 procent) en Benin (6,7 procent).

Tragere groei

De gemiddelde economische groei in Afrika wordt voor 2019 geschat op 3,4 procent, ongeveer hetzelfde als in 2018. Hoewel de groei stabiel is, ligt hij wel 0,6 procentpunten lager dan de verwachte groei in de African Economic Outlook 2019. Het is ook minder dan het tienjarige gemiddelde voor de regio (5 procent).

De tragere groei dan verwacht is deels te wijten aan de bescheiden expansie van de “grote vijf”: Algerije, Egypte, Marokko, Nigeria en Zuid-Afrika. Deze landen groeiden samen gemiddeld met 3,1 procent, vergeleken met 4 procent voor de rest van de economieën op het continent, staat in het rapport.

De Afrikaanse groei van het bbp ligt iets boven het wereldwijde gemiddelde van 3,0 procent voor 2019 en ruim boven het gemiddelde van 1,7 procent van  geavanceerde economieën.