Dit was het klimaat in 2022, van Pakistan tot Oekraïne

Analyse

Een terugblik op een bewogen klimaatjaar

Dit was het klimaat in 2022, van Pakistan tot Oekraïne

Dit was het klimaat in 2022, van Pakistan tot Oekraïne
Dit was het klimaat in 2022, van Pakistan tot Oekraïne

Joe Lo (Climate Home News)

23 december 2022

Eindejaar betekent: tijd voor lijstjes. En het hoogstnodigste lijstje van allemaal is misschien wel dat van klimaatgebeurtenissen in 2022. Bent u de draad even kwijt? Wij pikken hem weer op met een overzichtje, van overstromingen in Pakistan tot extreme droogte in Europa.

European Union / Abdul Majeed (CC BY 2.0)

Mensen staan in de rij om hulpgoederen te ontvangen, Pakistan, 15 september 2022.

European Union / Abdul Majeed (CC BY 2.0)

Eindejaar betekent: tijd voor lijstjes. En het hoogstnodigste lijstje van allemaal is misschien wel dat van klimaatgebeurtenissen in 2022. Bent u de draad even kwijt? Wij pikken hem weer op met een overzichtje, van overstromingen in Pakistan tot extreme droogte in Europa.

Vorig jaar verloren overheden en bedrijven zich nog in de ‘net zero’-hype, met ronkende beloftes om hun uitstoot tot netto nul terug te brengen. Dit jaar volgde de kater, met moeilijke vragen over wat die beloftes allemaal inhielden - en of ze daadwerkelijk bereid waren om ze na te komen.

De slogans van klimaattoppen zijn een teken aan de wand. Vorig jaar, op de Klimaattop in Glasgow, was de slogan nog ‘Steenkool, auto, cash en bomen’. In Egypte dit jaar maakte die plaats voor het nuchtere ‘Samen voor implementatie’.

Het veranderende klimaat bleef er pijnlijk aan herinneren dat actie dringend nodig is.

De Russische invasie in Oekraïne joeg de prijzen van fossiele brandstoffen de hoogte in. Overheden probeerden op korte termijn reserves veilig te stellen, terwijl ze er op langere termijn vanaf willen. Veel van de ronkende beloftes die in Glasgow zijn gemaakt, tuimelden door de oorlog naar onderen op de to-do-lijstjes van regeringen en ceo’s.

Maar het veranderende klimaat bleef er pijnlijk aan herinneren dat actie dringend nodig is. Met grote delen van Pakistan onder water werd het onmogelijk om het pleidooi voor compensatie van schade nog langer te negeren. Wat volgt is een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen en tendenzen in klimaatjaar 2022.

Oekraïne

Op 24 februari vielen Russische troepen Oekraïne binnen. De wereldwijde gevolgen, met name op het vlak van energie, waren verstrekkend.

De oorlog maakt duidelijk hoe kwetsbaar landen zijn door hun afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Europa moest zich reppen om Russisch gas te vervangen door hernieuwbare energie en niet-Russisch gas. Dat laatste deed de energieprijzen over de hele wereld de pan uit rijzen en deed de geloofwaardigheid van het continent als zelfbenoemde klimaatleider geen goed.

Toen in september twee pijpleidingen voor Russisch gas ontploften, werd de kwetsbaarheid nog duidelijker van een energiesysteem dat afhankelijk is van het verplaatsen van grote hoeveelheden brandstoffen over de hele wereld, eerder dan te vertrouwen op zon en wind, die moeilijker te verstoren zijn.

Fossiele crisis

De economische impact van de Russische invasie in Oekraïne was voelbaar tot ver buiten Europa. Landen als Sri Lanka, dat hernieuwbare energie lang verwaarloosde en zo sterk afhankelijk bleef van de import van fossiele brandstoffen, bleken bijzonder kwetsbaar voor de piek in de olie- en gasprijzen.

Een maand na de start van de Russische invasie in Oekraïne trokken al demonstranten op naar het presidentieel paleis van Gotobaya Rajapaksa. Een paar maanden later, op 9 juli, vluchtte hij naar Singapore.

Volgens analisten heeft de afhankelijkheid van de invoer van fossiele brandstoffen bijgedragen aan de crisis in Sri Lanka. Maar noch de overheid, noch gewone burgers hebben de middelen om in hernieuwbare energiebronnen te investeren en dat probleem op te lossen. Dus kampen Sri Lankanen met stroomuitval, blijven toeristen weg en heeft het land nog meer nood aan vreemde valuta.

“Loss and damage”

Dit jaar werd wel enorme vooruitgang geboekt op het gebied van loss and damage’, de VN-term voor hulp aan slachtoffers van klimaatverandering. Ontwikkelingslanden dringen al decennia lang aan op een fonds voor verlies en schade – maar rijke landen bleven zich er hevig tegen verzetten.

Vorig jaar nog haalde de kwestie niet eens de agenda van de Klimaattop in Glasgow. Maar het Egyptische voorzitterschap van de klimaattop van dit jaar veranderde dat voor COP27. Het werd zelfs het bepalende thema voor klimaatactivisten en de wereldwijde pers.

Nog tijdens de top, op 18 november, zei Europees commissaris Frans Timmermans dat de EU een fonds onder bepaalde voorwaarden zou steunen. Twee dagen later bereikten de EU en de ontwikkelingslanden een akkoord, en de VS volgde. De details – wie betaalt en wie profiteert – worden pas volgend jaar uitgewerkt op de volgende klimaattop.

Escalatie

Klimaatrampen komen nu zo vaak voor dat de berichtgeving nog maar een fractie dekt. In 2022 zagen we de verwoesting die werd aangericht door stormen in Zuidelijk Afrika, Florida en Cuba. Droogte deed rivieren over de hele wereld opdrogen. Europa en China kreunden onder verzengende hittegolven. Overstromingen zetten Bangladesh en grote delen van India onder water.

Maar het meest verwoestend was de ‘moesson op steroïden‘ die Pakistan trof in augustus. Nu, bijna vier maanden later, is het water er nog steeds niet helemaal weggetrokken. Veel huizen zijn nog steeds verwoest en terwijl de winter in aantocht is, leven veel Pakistanen nog steeds onder dekzeilen langs de kant van de weg. Beloofde hulp van rijke landen komt te weinig en te laat opdagen, waardoor hulporganisaties enorm moeilijke beslissingen moeten nemen over wie voedsel of onderdak verdient.

“Greenwashers”

In 2021 beloofde het ene bedrijf na het andere om hun uitstoot tot nul te herleiden. Maar in 2022 kregen ze steeds meer lastige vragen over hoe ze dat nu precies gaan doen.

De grootste instantie die beoordeelt of de doelen geloofwaardig zijn, het Science Based Targets Initiative, kreeg in februari een golf van kritiek over zich heen nadat het New Climate Institute de methoden van de instelling in twijfel had getrokken.

In 2021 beloofde het ene bedrijf na het andere om hun uitstoot tot nul te herleiden. In 2022 volgden de lastige vragen.

In maart benoemde VN-baas Antonio Guterres de Canadese oud-minister Catherine McKenna tot hoofd van een werkgroep die normen moest opstellen voor de netto-nulbeloftes van bedrijven. De werkgroep lanceerde die normen tijdens de Klimaattop in Egypte, en ze bleken solide.

Zo sluiten ze bedrijven uit die op zoek zijn naar of investeren in nieuwe fossiele brandstoffen. Ze bepalen dat bedrijven tussentijdse doelen moeten stellen, hun lobbywerk moeten afstemmen op hun groene ambities, de uitstoot van het gebruik van hun producten moeten tellen en CO2-compensatie alleen als laatste redmiddel mogen gebruiken. De conclusies werden officieel ‘verwelkomd’ door alle regeringen op de klimaattop.

Geen geld…

Eind 2021 had de Amerikaanse klimaatgezant John Kerry nog de ‘morele toezegging‘ gedaan aan Afrika om de financiering te verhogen voor landen om zich aan te passen aan de klimaatverandering. De belofte hielp om het Glasgow Pact over de streep te krijgen op de klimaattop in Glasgow.

Toen het Amerikaanse Congres enkele maanden later maar 1 miljard dollar aan klimaatfinanciering voor het hele fiscale jaar goedkeurde, en zelfs niets voor het Klimaatfonds van de VN, werd dat als ‘verraad’ bestempeld.

Ook voor Europa had klimaatfinanciering niet bepaald een hoge prioriteit, ondanks zijn betere staat van dienst. Toen verschillende Afrikaanse leiders in september helemaal naar Rotterdam reisden om over aanpassingsfinanciering te praten, deden de meeste Europese leiders niet eens de moeite om hen te ontmoeten. Groot-Brittannië van zijn kant bevroor ‘niet-essentiële’ uitgaven voor hulp.

Maar wel uitstootreducties

De Amerikaanse president Joe Biden zette wel alles op alles om de uitstoot van zijn land te verminderen. Maandenlang leek het erop dat hij zou struikelen over een van de senatoren van zijn eigen partij: Joe Manchin uit West Virginia.

Maar na wat afzwakken en toegiften aan de fossiele industrie zei Manchin in augustus uiteindelijk toch ja tegen de Inflation Reduction Act. Het wetsvoorstel bevat 370 miljard dollar aan middelen voor groene investeringen. Het brengt de VS dichtbij haar klimaatbeloften voor 2030.

Sommige van zijn maatregelen zijn sindsdien als protectionistisch bestempeld, maar het plan wordt wereldwijd toch als een flinke opsteker voor de strijd tegen de klimaatverandering gezien.

Wereldbank en IMF onder de loep

In juli ontving de premier van Barbados filantropen, politici en VN-bonzen in de hoofdstad Bridgetown. Over het resultaat daarvan - de ‘Bridgetown-agenda’ - werd veel gesproken tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de Klimaattop in Egypte.

Een centrale eis was de hervorming van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds om de duizenden miljarden te ontsluiten die groei- en ontwikkelingslanden nodig hebben om af te stappen van fossiele brandstoffen en zich voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering.

Zowel de Wereldbank als het IMF worden sinds hun oprichting na de tweede wereldoorlog gedomineerd door de VS en Europa. Toen Duitsland en de VS in september hun steun voor de plannen toezegden, was dat dus cruciaal.

Tegelijk nam de druk toe op de topman van de Wereldbank, de door president Trump aangestelde David Malpass, omdat hij zijn twijfels had geuit over de klimaatwetenschap. Hij kwam snel terug op zijn woorden en het lijkt er inmiddels op dat hij in functie zal blijven tot zijn termijn in 2024 afloopt.

Slappe klimaatplannen

In Glasgow hadden alle landen nog beloofd om hun klimaatplannen tegen het einde van dit jaar te versterken, maar bijna niemand hield zich daaraan. Enkel Australië viel op: de nieuwe Labor-regering die in mei aan de macht was gekomen, haalde prompt de rest van de rijke landen in met een aangescherpte klimaatdoelstelling tegen 2030.

Ook landen als Indonesië, de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte, de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk hebben hun klimaatdoelstellingen wat verbeterd. Brazilië en Mexico dienden nieuwe plannen in die slechter waren dan de oude. In juni beloofden ook Chili, Turkije en Vietnam nieuwe doelen tegen het einde van het jaar, maar met nog iets meer dan een week te gaan krimpt de kans dat we daar nog iets van zien.

Hoop voor de Amazone

Onder het bewind van de extreemrechtse president Jair Bolsonaro is de ontbossing in het Braziliaanse Amazonewoud en de Cerrado-graslanden de voorbije jaren enorm toegenomen. Begin 2022 begon het erop te lijken dat Bolsonaro een president voor één termijn zou blijven: zijn aartsvijand Lula da Silva lag ver voor in de peilingen.

Maar die voorsprong slonk steeds verder weg. Bij verkiezingen in oktober maakte het Braziliaanse congres een bocht naar rechts en deed Bolsonaro het een pak beter dan verwacht. In een tweede ronde won Lula alsnog het pleit. Een paar weken later werd hij op de Klimaattop in Egypte als een rockheld ontvangen, en beloofde er meteen de ontbossing in Brazilië aan te pakken.

Taiwan, China en de VS

In augustus waren de VS en China nog maar enkele weken verwijderd van een zorgvuldig geplande reeks bijeenkomsten over cruciale klimaatonderwerpen zoals methaan, behoud van bossen en klimaatsteden. Maar toen bezocht de Amerikaanse leider van het Congres Nancy Pelosi Taiwan, en brak een woedend China de gesprekken af.

Die verzuring van de betrekkingen werkte door tot op de Klimaattop in Egypte. De klimaatgezanten John Kerry en Xie Zhenhua konden zelfs niet officieel met elkaar praten vooraleer hun bazen op de G20-top in Bali de plooien gladstreken. Na die ontmoeting verbeterden de betrekkingen aanzienlijk.

Doorbraak op milieutop

Het hele jaar werd ook reikhalzend uitgekeken naar de cruciale biodiversiteitstop in december, die de teloorgang van het milieu wereldwijd moest stoppen. Maar nadat gastland China het land op slot deed vanwege covid, bestond er veel twijfel of die top überhaupt wel zou plaatsvinden. Uiteindelijk nam Canada de organisatie op zich, en vonden de gesprekken deze maand plaats in een besneeuwd Montreal.

De verwachtingen waren gespannen, maar ondanks diepe verdeeldheid over financiën werd op de top toch een akkoord bereikt. Regeringen kwamen overeen om 30 procent van het land en de zee te beschermen tegen 2030, 200 miljard dollar te mobiliseren en een nieuw natuurfonds op te richten. Ze beloven ook minstens 500 miljard dollar aan schadelijke subsidies af te schaffen.

Plasticverdrag?

Nu de wereld opschuift van fossiele brandstoffen naar elektriciteit, ziet de olie- en gasindustrie de productie van plastic steeds meer als ‘plan B’. Maar die hoop kreeg in maart een stevige klap op de Milieuvergadering van de VN in Kenia. Regeringen kwamen er overeen om gesprekken te starten rond een wereldwijd verdrag om plastic aan banden te leggen.

Een eerste sessie van die gesprekken vond deze maand inmiddels plaats in Uruguay. De twee grootste producenten van fossiele brandstoffen ter wereld - de VS en Saoedi-Arabië - probeerden de focus op recyclage te leggen, terwijl een ‘hoge ambitiecoalitie’ bleef hameren op ingrijpen aan de bron: een beperking van de plasticproductie. De volgende gespreksronde is gepland in mei in Parijs, en de regeringen hopen tegen 2024 een akkoord te sluiten.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner Climate Home News.