President Trump: wat betekent dit voor het buitenlandbeleid, sociaal beleid en handelsbeleid?

Analyse

President Trump: wat betekent dit voor het buitenlandbeleid, sociaal beleid en handelsbeleid?

President Trump: wat betekent dit voor het buitenlandbeleid, sociaal beleid en handelsbeleid?
President Trump: wat betekent dit voor het buitenlandbeleid, sociaal beleid en handelsbeleid?

In de aanloop naar de verkiezing van Donald Trump publiceerde Tine Destrooper op MO.be vier uitgebreide analyses van de beleidsvoorstellen van de twee kandidaten. Hieronder bundelen we de inzichten in wat Trump beloofd heeft op het vlak van buitenlandbeleid, sociaal beleid en handelsbeleid. Trump beloofde een revolutie, hoe zal die eruitzien -als zijn regering uitvoert wat hij beloofd heeft?

Net zoals het geval was met Brexit, zien vele Trumpkiezers hun stem als een symbolische handeling om een signaal te geven aan het politieke establishment. Velen (maar niet allen) gaan er daarbij van uit dat de feitelijke beleidsimpact van hun beslissing erg klein zou zijn, net omdat Trump zo’n buitenstaander is. Ze hebben het echter mis.

Indien hij verkozen zou worden, zou Trump wel degelijk een reeks beleidsbeslissingen kunnen nemen die rechtstreeks het leven van miljoenen Amerikanen zouden raken. Hoe hij die beslissingen zou nemen heeft Trump nooit onder stoelen of banken gestoken. In één van zijn boeken beschrijft hij hoe hij als succesvolle alpha-man een eenzijdige vastberadenheid heeft om zijn visie aan de wereld op te dringen, met een irrationeel geloof in onredelijke doelen, zelfs als die grenzen aan waanzin.

En er zijn inderdaad een aantal zaken waarover hij letterlijk op zijn eerste dag in het Witte Huis een uitvoerend besluit zou kunnen tekenen, zoals hij zo vaak belooft te doen: het stopzetten van de financiering aan Planned Parenthood waardoor miljoenen vrouwen toegang tot betaalbare reproductieve gezondheidszorg verliezen, de migratie-amnestiewet voor 728.000 ongedocumenteerde minderjarigen terugdraaien waardoor deze in de illegaliteit terechtkomen.

En verder: de implementatie van migratiewetgeving verstrengen door mechanismes te installeren voor verhoogde detentie en deporatie van ongedocumenteerde migranten, het bannen van ‘gun-free’ zones bijvoorbeeld rond scholen, het afschaffen van controles op wie vuurwapens mag kopen, het legaliseren van discriminatie van LGBT op de werkvloer en op school door Obama’s memoranda hieromtrent ongedaan te maken, en zo verder.

Checks & Balances om losgeslagen projectielen in toom te houden

De beslissingsmacht van Amerikaanse presidenten is tot op zekere hoogte institutioneel beperkt. De 1787 Federalist Papers beoogden (net als hun Europese tegenhangers) om de macht van de uitvoerende tak te beperken, in dit geval door het Congres het laatste woord te geven in het aannemen van wetten, en het Hooggerechtshof het laatste woord te geven over de grondwet.

Echter, angst voor een nucleaire oorlog leidde ertoe dat tijdens de Koude Oorlog een grotere machtsoverdracht plaatsvond van beide instellingen naar het Witte Huis. Dit ondermijnde de controle die de wetgevende en rechterlijke macht kunnen uitoefenen op de uitvoerende macht.

Eric Posner, professor Internationaal Recht, stelt dat tijdens de Koude Oorlog, het Congres een aanzienlijk deel van zijn macht overdroeg aan de president, dat het Hooggerechtshof dit niet in strijd met de grondwet heeft gevonden, en dat deze regeling vervolgens geconsolideerd is, waardoor er veel minder controle en restricties zijn op de uitvoerende macht dan veel burgers vermoeden. Bovendien zijn wetgevende en rechterlijke instanties in de VS ook belemmerd door een traag besluitvormingsproces. Dit is niet, of veel minder, het geval voor presidentiële beslissingen.

Hoewel sommige van Trumps beleidsvoorstellen, zoals het schrappen van ‘Obamacare’, het afschaffen van bepaalde belastingen of het vervolgen van journalisten onmogelijk zijn zonder de instemming van het Congres, zijn er andere zaken (zoals het heronderhandelen van de recente nucleaire deal met Iran of het zwaarder vervolgen van bepaalde misdrijven die vooral in Latino of zwarte gemeenschappen voorkomen), die wel relatief makkelijk kunnen geïmplementeerd worden en ook vergaande gevolgen hebben.

Bovendien is de samenstelling van dat Congres ook de inzet van de verkiezingen. Momenteel hebben de republikeinen een kleine minderheid in beide kamers (Huis van Afgevaardigden en Senaat). Echter, alle 435 plaatsen in het Huis worden ook herverkozen deze week, evenals 1/3 van de Senaat. De verwachting is dat dit zal leiden tot een nipte Republikeinse meerderheid in het Huis en een nipte Democratische meerderheid in de Senaat.

Misschien belangrijker dan de vraag naar welke institutionele voorzieningen er bestaan om Trump in toom te houden, is de vraag omtrent de maatschappelijke processen die er nodig zijn om de reeds aangerichte schade te herstellen

Maar ook als aanvechten mogelijk is, kan de president een eerste zet doen en daarmee de politiek en de maatschappij voor voldongen feiten stellen.

Het kan vervolgens jaren duren vooraleer het Hooggerechtshof zich uitspreekt over de grondwettelijkheid van deze beslissingen – zoals we nu zien inzake Bush’s beslissing om na 9/11 de NSA toestemming te geven tot het afluisteren van persoonlijke communicatie.

Ook hier was verzet uit het Congres en zijn verschillende rechtszaken aangespannen, maar het programma bleef tot 2015 bestaan en de privacy van miljoenen Amerikanen werd in de tussentijd ongrondwettelijk geschonden.

De laatste optie om presidenten te beperken is een weigering tot uitvoering van hooggeplaatste generaals en ambtenaren. Onder Nixon, Bush Jr. en een aantal andere presidenten zijn een paar voorbeelden bekend van hoe de opdrachten van een president te controversieel werden gevonden door de hooggeplaatste generaals en daarom niet uitgevoerd werden. Generaal Michael Hayden bijvoorbeeld, voormalig hoofd van de CIA en NSA, voorspelt dat dit ook deze keer het geval zou zijn, omdat generaals niet verplicht zijn om een opdracht uit te voeren waarvan de legaliteit niet vaststaat.

Misschien belangrijker dan de vraag naar welke institutionele voorzieningen er bestaan om Trump in toom te houden, is de vraag omtrent de maatschappelijke processen die er nodig zijn om de reeds aangerichte schade te herstellen. Dit is belangrijk ongeacht of Trump president is of niet.

Trump: een onvoorspelbare isolationist

Trump zou de eerste Commander-in-Chief zijn zonder enige ervaring in politieke of militaire beleidsvoering. Hij introduceerde het neologisme ‘voorspelbare onvoorspelbaarheid’ en het adagio ‘be paranoid’ als leidraad voor het ontwikkelen van een buitenlands beleid.

Na maanden isolationisme gepreekt te hebben, presenteert Trump sinds eind april een nieuw verhaal over hoe om te gaan met Rusland, China, en zelfs ISIS: geen duidelijk buitenlands beleid vorm geven zodat de acties van de VS geheel onvoorspelbaar zijn voor staten die als vijandig worden gezien. Deze nieuwe positie werd gepresenteerd tijdens Trump’s eerste speech omtrent buitenlands beleid die hij – voor het eerst – integraal van een teleprompter aflas. Die teleprompter was volgens verschillende analisten een indicatie van hoe weinig voeling Trump met dit onderwerp had.

Zijn idee van onvoorspelbaarheid verontrust Amerikaanse buitenlandexperts echter evenzeer als het de feitelijke vijanden van de VS zou moeten verontrusten. Niet in het minste omdat het beleidsprogramma van Trump lijkt te suggereren dat het gebrek aan een duidelijk plan meer te maken heeft met onwetendheid dan met strategisch inzicht.

Op een vraag naar zijn strategie jegens de Quds Force (een Iraanse paramilitaire groep) beschrijf hij de rol van de Irakese Koerden. Op de vraag wie hij consulteert omtrent buitenlands beleid, antwoordde Trump in maart ‘ik praat vaak met mezelf, in de eerste plaats, want ik heb een goed stel hersenen en ik heb al veel gezegd’.

Trump: ‘Ik wil alles terugnemen dat Amerika ooit aan de wereld gegeven heeft’

Buitenlands beleid lijkt daarmee in veel gevallen terug te leiden tot een extreme vorm van regressief isolationisme, America First, of, in Trumps’ eigen woorden: ‘Ik wil alles terugnemen dat Amerika ooit aan de wereld gegeven heeft’. Dat ‘America First’ ook de naam was van een extreem isolationistische beweging met anti-semitische kantjes in de periode voor Wereldoorlog II, wordt daarbij niet problematisch geacht.

Dat Trump’s buitenlands beleid weinig coherent is en weinig blijk geeft van een diep begrip van de Amerikaanse politieke geschiedenis, is duidelijk. Echter, de retoriek heeft ook een debat in gang gezet dat misschien al lang geleden gevoerd moest worden: wat is de rol van de Verenigde Staten in de wereld?

Dat dit debat onvermijdelijk is, wordt ondertussen steeds duidelijker. Trump’s uitspraken over waterboarding, Guantánamo, het vermoorden van de families van terrorisme-verdachten en een stapel andere ondoordachte uitspraken, maken het bijna onmogelijk om het debat dat hij op gang brengt te voeren op een gebalanceerde en genuanceerde manier.

Toch zijn sommige van zijn ideeën niet enkel gangbaar in bepaalde progressieve en linkse milieus, ze werden ook reeds gepropageerd door de ‘founding fathers’ in de VS. Zo bijvoorbeeld het idee dat hij de VS niet meer wil opofferen voor de lokroep van het globalisme, dat hij sceptisch is over internationale verdragen die de besluitvorming op federaal niveau onmogelijk maken, en dat Amerika niet de pretentie moet hebben westerse democratieën op te richten in landen die daar niet om vragen.

Los van de grotere vragen die dit debat oproept, heeft Trump’s retoriek ook directe gevolgen voor de nabije toekomst. Het ‘America First’ beleid zou betekenen dat een terugtrekking uit de NAVO denkbaar wordt, dat China als de vijand moet worden bejegend en dat de VS zich onder Trump geheel zouden terugtrekken uit elke verdere missie in het Midden-Oosten – althans zo valt te vermoeden op basis van de verder steeds wisselende voorstellen.

Wat met de NAVO?

Het Noord-Atlantische verdrag werd in 1949 getekend als een militair verdrag dat wederzijdse verdediging en samenwerking van de westerse landen regelt, met als principe dat een aanval op een van de landen zou worden opgevat als een aanval op allemaal en dat alle landen in dit geval zouden meehelpen om de aanvaller af te weren.

Sinds het eind van de Koude Oorlog leek de relevantie van deze organisatie af te nemen. Echter, sinds Ruslands militaire annexatie van de Krim (Oekraïne) in het voorjaar van 2014, werd het belang van grondtroepen weer duidelijk. Sindsdien is er een grotere militaire aanwezigheid van NAVO in de Baltische Staten en Polen. Deze aanwezigheid wordt door de leiders van de betreffende landen erg belangrijk geacht.

In juli merkte Trump hierover op dat, indien de Baltische staten aangevallen zouden worden, het onzeker was of de VS hen te hulp zouden komen. En dat er in een dergelijk geval eerst gesprekken moeten zijn over de bijdragen van elk van de NAVO-leden en een inschatting of de VS historisch niet te veel bijgedragen had.

Proportioneel betalen de Baltische staten echter reeds het grootste aandeel en leveren zij reeds het grootste aantal troepen, maar hun bescherming onder de NAVO wordt volgens Trump’s logica onzeker.

David Shalapak, buitenlandspecialist bij het RAND onderzoekscentrum wees op het gevaar van een dergelijke retoriek – zelfs indien die niet in de praktijk wordt gebracht – omdat één van de belangrijkste mechanismen achter de veiligheid die de NAVO belooft net de psychologische angst voor een militaire reactie is.

Volgens hem is het ontradende effect meer een kwestie van het creëren van een bepaald geloof bij de tegenstander dan van feitelijke interventies. Geloofwaardigheid is hierbij cruciaal: als de tegenstander niet gelooft dat je datgene gaat doen waarmee je dreigt, zal z/hij meer geneigd zijn om toch als eerste de aanval in te zetten.

Wat met het Rusland van Poetin?

Trump’s positie omtrent de NAVO lijkt hand in hand te gaan met zijn positie omtrent Rusland. Onder Poetin heeft Rusland de laatste jaren een expansionistisch en agressief buitenlands beleid gevoerd, waarbij het separatisten in verschillende buurlanden steunde en de Krim annexeerde. Dit, en de Russische hackers die Amerikaanse overheidsdiensten hackten, verzuurden de relatie met de VS.

Trump stelt voor om de mogelijkheid van een nieuwe alliantie met Rusland te bekijken, ten einde Rusland een actievere rol te laten spelen in landen als Syrië.  Trump’s winst zou volgens velen dan ook een goede zaak zijn voor Poetin, die goede contacten heeft met veel van Trump’s top-adviseurs en zich in het verleden reeds meermaals lovend uitliet over Donald Trump.

Trump’s winst zou volgens velen dan ook een goede zaak zijn voor Poetin

Daarnaast voorspelt Ian Bremmer van Politico ook dat de macht van Poetin groter zou worden onder Trump omdat veel Europese leiders zullen weigeren om nog met Trump samen te werken in het Midden-Oosten (zelfs als Trump niet zo isolationistisch zou blijken als hij nu voorstelt).

Daardoor zouden die Europese leiders naar Rusland zullen moeten kijken voor ondersteuning bij interventies. In een ander model in dezelfde studie vergroot de macht van Poetin omwille van een verzwakte NAVO.

De relatie met China?

De relatie tussen de VS en China is historisch gezien altijd complex geweest, en zowel op vlak van handel als buitenlands beleid zijn geschillen een integraal deel van de gedeelde geschiedenis van de twee landen. Omwille van China’s status als een grote macht, zijn invloed in landen zoals Noord-Korea en het feit dat Amerika een grote staatsschuld bij China heeft, is er echter nooit een bijzonder agressief beleid tegenover China gevoerd.

Trumps campagne heeft echter systematisch China aangevallen: als oorzaak van jobverlies, als een manipulator van de Amerikaanse dollar, als hacker, en met de bedreiging hoge importlasten te heffen op Chinese goederen en de Amerikaanse militaire aanwezigheid in de Zuid-Chinese Zee te verhogen.

Volgens verschillende commentatoren wordt de agressieve retoriek in China echter in eerste instantie ervaren als een teken van een moegestreden Amerika. Een recent artikel op Guancha, de nationale nieuwswebsite, kopte daaromtrent: ‘Amerika zal niet langer hameren op respect voor mensenrechten’.

Dingli, een invloedrijke buitenlandspecialist aan Fudan Shanghai Universiteit, stelde dat Chinese ambtenaren enigszins bezorgd zijn over het beleid van voorspelbare onvoorspelbaarheid, maar dat Trump in China in eerste instantie wordt gezien als een beginneling die men makkelijk kan manipuleren.

Terugtrekking uit het Midden-Oosten?

Omtrent natievormingsprocessen in het Midden Oosten parafraseert Trump in zekere zin Obama: ‘De focus ligt op natievorming in de VS’. Bij Trump is de implicatie van deze uitspraak echter een algehele terugtrekking uit initiatieven van natie-opbouw in het Midden-Oosten.

In Irak bijvoorbeeld is de relatie van de VS met de Iraakse veiligheidsdiensten gecompliceerd. Deels omwille van de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit de regio onder Obama, deels omwille van de Iraanse invloed op de Irakese regering. Vandaag is Irak een totaal versplinterd land, verwikkeld in een complexe en bloedige strijd tussen soennieten, sjiieten, Koerden en IS.

Ook omtrent Irak vertoont het discours van Trump een aantal ongemakkelijke gelijkenissen met argumenten die soms in meer salonfähige cirkels worden geuit

Ook rond Irak vertoont het discours van Trump een aantal ongemakkelijke gelijkenissen met argumenten die soms in meer salonfähige cirkels worden geuit: dat de VS nooit in Irak had moeten zijn, dat er geen duidelijke strategie was, enzovoort.

De beleidsconclusie die hieraan gekoppeld wordt, is onduidelijk en varieert van algemeen terugtrekken tot samenwerken met de Koerden in de regio.

IS is bij uitstek de vijand die Trump beoogt wanneer hij het heeft over zijn ‘onvoorspelbaarheidsbeleid’. Noch in de beleidsvoorstellen, noch in debatten is een coherent antwoord te vinden op de vraag hoe Trump IS zou aanpakken.

Dat er 30.000 troepen zouden nodig zijn om IS te verslaan, dat hij hun olievelden zou bombarderen, dat hij internationale wetgeving op marteling zou herzien (in zijn eentje), en dat Rusland meer ruimte zou moeten krijgen om militair te interveniëren, zijn daarbij de enige leidraad.

Opmerkelijk is ook hier de impact die alleen al deze retoriek heeft op beleid van andere actoren. Toen Trump Obama ‘de oprichter van ISIS’ noemde en verschillende keren benadrukte dat dit geen metafoor was maar een feitelijke beschuldiging, reageerde Hassan Nasrallah van Hezbollah hierop met de mededeling dat dit hun vermoeden bevestigde dat de VS extremistische groepen opricht om chaos te zaaien in het Midden-Oosten.

Nasrallah: ‘Dit is een Amerikaanse presidentskandidaat. Hij spreekt in naam van de Republikeinse Partij. Hij heeft data en documenten die dit bewijzen.’

De VS hebben historisch een troebele relatie met Iran, hoofdzakelijk omwille van de aanwezigheid van kernwapens en de anti-Amerikaanse en anti-Israëlische uitspraken van Iraanse leiders. Recent tekenden de VS een nucleair akkoord met Iran dat vanaf de eerste dag erg sceptisch onthaald werd in de VS.

Trumps kennis van en ervaring met nucleaire akkoorden is praktisch onbestaand. Hij stelde daarover jaren geleden dat het hem een half uur zou kosten om alles te weten te komen wat er te weten valt over raketten, dat hij gewoon even een boek zou doorbladeren want dat hij het meeste toch al weet. Zoals een voormalige Republikeinse adviseur van het Witte Huis stelde: ‘Het probleem met Trump is dat hij niet weet wat hij niet weet.’

Toch stelt Trump dat hij deze deal zou ontmantelen (dan weer heronderhandelen, dan weer preciseren). Het laatste presidentiële debat haalde dan ook de krantenkoppen in Iran en was koren op de molen van Iraanse hard-liners die in reactie op de debatten het discours van confrontatie en afweer nieuw leven inbliezen.

Karim Sadjadpour van de Carnegie Endowment for International Peace stelt dat verschillende Iraanse politieke leiders die ontevreden waren met de deal Trump’s uitspraken gebruiken om te suggereren dat Iran zich best uit het akkoord kan terugtrekken om het nucleair programma opnieuw aan te vatten.

Tot slot, over Israël-Palestina is Trump wel duidelijk omtrent zijn plannen. Waar de relaties tussen Israël en de VS enigszins afgekoeld waren onder Obama – mede omwille van het nucleair akkoord met Iran – voorziet Trump opnieuw een onvoorwaardelijke steun voor Israël. Waar hij aanvankelijk nog een neutrale positie voor de VS zag in de vredesgesprekken tussen Israël en Palestina, is dit sinds zijn deelname aan het Amerikaans-Israëlische Belangengroep Comité in Washington in maart helemaal omgeslagen naar onvoorwaardelijke steun aan ‘Amerika’s belangrijkste bondgenoot in de regio’.

De sociale scorekaart van Donald Trump

Trumps presidentiële programma is ambigu en niet ideologisch geïnspireerd: tussen 1999 en 2012 veranderde hij vijf keer van partij, hij verdedigde eerst sociale zekerheid en LGBT-rechten om die vervolgens aan te vallen, en omtrent de meeste thema’s inzake sociaal beleid (en met name in het abortusdebat) verandert de kandidaat soms meermaals per dag van positie.

Migratiebeleid - of waarom Trumps enige technisch onderbouwde idee een slecht idee is

Migratie is niet per se een integraal onderdeel van sociaal beleid, maar de veronderstelde druk van migratie op het sociaal beleid van de VS maakt een discussie van dit thema bijzonder relevant.

‘Ongedocumenteerde Mexicanen gebruiken onze ziekenhuizen, verlagen het onderwijsniveau in publieke scholen, maken onze buurten onveilig en verminderen de sociale cohesie’. Dat was het discours.

Trump: ‘Ongedocumenteerde Mexicanen gebruiken onze ziekenhuizen, verlagen het onderwijsniveau in publieke scholen, maken onze buurten onveilig en verminderen de sociale cohesie’

Migratie is bovendien een belangrijk thema in deze verkiezingen omdat het één van de enige onderwerpen is waarover Trump niet om de haverklap van mening verandert.

Samen met het idee dat Amerika zich uit andere landen zou moeten terugtrekken en dat handelsakkoorden de Amerikaanse economie schaden, is het idee dat migranten een plaag zijn het enige wat constant is in Trumps verhaal over verandering.

De concrete beloftes achter deze aanname van Trumps beleid zijn dat iedereen die de VS illegaal is binnengekomen (meer dan 11 miljoen mensen, waarvan het overgrote deel momenteel tewerkgesteld is in de VS) gedeporteerd zal worden of onder druk gezet zal worden om vrijwillig te vertrekken – en dit binnen de twee jaar.

Hoewel deze ideeën in eerste instantie soms werden gezien als louter grootspraak, is het verhaal van Trump zo nauw verweven geraakt met beide ideeën dat het bijna ondenkbaar wordt om deze niet uit te voeren.

In verband met het uitzetten van migranten zonder papieren zou dit concreet willen zeggen dat een hele reeks burgerrechten geschonden wordt nog voor er één deportatie plaatsvindt: om op te sporen waar deze personen verblijven, moeten de betreffende diensten toegang krijgen tot persoonsgegevens waar ze grondwettelijk gezien geen recht op hebben. Bijvoorbeeld, scholen worden momenteel beschermd als veilige omgeving, maar onder Trump zou het mogelijk worden kinderen aan de schoolpoort te gaan opwachten voor deportatie.

Daarnaast werken veel migranten zonder papieren in de VS en registreren ze hun werkelijk adres bij de belastingdienst ten einde hun belastingteruggave te kunnen ontvangen. Ook het vrijgeven van deze gegevens met het oog op deportatie zou in strijd zijn met de grondwet.

En toch wordt het erg moeilijk voor Trump om dit niet te doen, precies omdat een groot deel van zijn electoraat precies om die reden achter hem staat, en hij dit tot de hoeksteen van zijn verhaal gemaakt heeft – samen met de muur tussen de VS en Mexico.

Zoals Newt Gingrich, de voormalig voorzitter van het parlement en huidig adviseur van Trump, stelt: ‘Hij moet wel een muur bouwen, en hij moet het doen zodra hij ingezworen is’.

Michael Chertoff, een hooggeplaatst ambtenaar onder de beide Bush-presidenten, stelde dat deze onderneming misschien veel langer zal duren dan Trump nu laat uitschijnen, maar dat het niet logistiek onmogelijk is. De details van het plan zijn echter een nachtmerrie, zelfs de inbeslagname van eigendommen van ongedocumenteerde migranten wordt in bepaalde kringen geopperd als financieringsplan.

Het American Action Forum, een conservatieve denktank in Washington schatte de prijs van de volledige operatie op zeshonderd miljard dollar – wat zelfs naar hun normen als onverantwoord werd gezien.

Het verhaal over migratie houdt uiteraard niet op met Zuid-Amerika: Gingrich verklaarde dat Trump ook zal proberen een ‘House Un-American Activities Committee’ (HUAC) nieuw leven in te blazen in het parlement.

Het originele fel bekritiseerde comité ontketende in de jaren vijftig een heksenjacht tegen vermeende communisten en veroordeelde een schare aan wetenschappers, kunstenaars, intellectuelen en activisten die politiek onmondig moeten worden gemaakt.

HUAC 2.0 wordt verdedigd als noodzakelijk in de strijd tegen ‘islamitische suprematie’, en zal de bevoegdheid hebben om mensen hun staatsburgerschap af te nemen.

Bovenop deze radicale en racistische voorstellen oppert Trump ook steeds vaker “gematigde” voorstellen, mogelijks in reactie op de steeds slechtere peilingen. Het doel is om zijn eigen beleid meer in lijn te brengen met de klassieke bezorgdheid van de Republikeinse partij: economische groei.

In die context wordt bijvoorbeeld voorgesteld een comité op te richten dat visum- en asielaanvragen zou beoordelen op basis van de economische slaagkansen van de kandidaat in de VS.

Hoewel dit een veelbelovend model mag lijken dat ook in meer politiek correcte kringen soms wordt voorgesteld en in het VK reeds is geïmplementeerd, verbergt dit voorstel dat de voorspellende waarde van de modellen ontwikkeld door dergelijke comités bijzonder laag is (Steve Jobs was de zoon van een Syrische vluchteling, zou hij de selectie gehaald hebben?).

Bovendien evolueert de economie steeds (dus wie vandaag een economische meerwaarde kan leveren, kan dat misschien morgen niet meer). En is migratiebeleid inherent een sociaal politiek vraagstuk dat niet door geprivatiseerde algoritmes kan beslist worden.

Gezondheidszorg - of hoe “Obamacare” wordt afgevoerd

Één van de grote thema’s tijdens de vorige twee verkiezingscampagnes van 2008 en 2012 was gezondheidszorg, en met name “Obamacare”, of de Patient Protection and Affordable Care Act.

De aandacht die dit voorstel kreeg, creëerde in landen als België soms het idee dat een radicaal idee werd doorgevoerd in de VS, terwijl het in werkelijkheid ging om een bijzonder bescheiden plan: toegang tot de meest basale gezondheidszorg voor iedereen die onder of rond de armoedegrens leefde. In 2012 echter gaf een uitspraak van het Hooggerechtshof staten de vrijheid om zelf te bepalen onder welke inkomensgrens personen moesten vallen voor ze toegang kregen tot “Obamacare”.

In sommige staten, zoals Texas leidde dit tot flagrante aanfluitingen van de geest van de wet: de staat bleef wel het federale geld ontvangen om gezondheidszorg toegankelijker te maken, maar stelde dat enkel wie als gezin met kinderen minder dan 4000 dollar per jaar verdiende (333 dollar per maand), nog toegang zou krijgen tot “Obamacare”.

“Obamacare” is zowat het enige thema waarin Trump de lijn van de Republikeinse partij volgt: terugtrekken van deze wet die gezien wordt als de belangrijkste verwezenlijking van de Obama administratie.

Een doktersrekening in de VS voor iemand die onverzekerd is kan al snel een paar honderd euro zijn. Specialisten, opnames en medicatie kunnen makkelijk in de duizenden euro’s bedragen. Twee voorbeelden: een voorschrift voor de pil kost 100 dollar, de medische kosten gerelateerd aan een bevalling al snel 15.000 dollar. U ziet de ironie van deze situatie voor wie een laag inkomen heeft.

Ondanks deze schrijnende situatie is “Obamacare” zowat het enige thema waarin Trump de lijn van de Republikeinse partij volgt: terugtrekken van deze wet die gezien wordt als de belangrijkste verwezenlijking van de Obama administratie.

Wat werkelijk mogelijk zal zijn, zal afhangen van de verkiezingen voor het Congres, maar de kern van Trump’s voorstel is dat hij de hele wet wil terugtrekken en in plaats daarvan mensen de mogelijkheid geven om hun bijdrages voor gezondheidszorg (vaak rond de 300-400 dollar per maand) aftrekbaar te maken van de belastingen.

Dat het voorschieten van een dergelijk hoog bedrag niet mogelijk is voor velen die rond de armoedegrens van 1000 dollar per maand (of zelfs een eind daarboven) zweven, wordt daarbij genegeerd. Daarentegen stelt Trump wel voor om de kostprijs van medicatie en verzekeringsplannen te drukken door nog meer competitie mogelijk te maken en nog strikter op marktprincipes te gaan vertrouwen.

Een bijzondere component van gezondheidszorg die - naast “Obamacare” - de debatten domineerde, is de abortuswetgeving. Als organisator van de Miss USA verkiezing was Trump lang een voorstander van het idee dat vrouwen de mogelijkheid moesten hebben om abortus te laten uitvoeren. Geleidelijk aan werden zijn voorstellen echter steeds radicaler anti-abortus.

Het huidige plan voorziet een definanciering van Planned Parenthood (het grootse netwerk voor reproductieve gezondheidszorg dat ook kankerscreenings en andere onderzoeken en behandelingen uitvoert), een aanstelling van rechters die zich in het verleden bijzonder anti-abortus hebben uitgesproken, het compleet bannen van elke mogelijkheid tot therapeutische abortus na 20 weken.

En ook: het algemeen bannen van abortus behalve in geval van verkrachting, incest of gevaar voor het leven van de moeder. Daarnaast voorziet het programma ook strafrechtelijke vervolging voor dokters die abortus faciliteren.

Onderwijs – of hoe anti-wetenschapscampagnes en het privatiseren van scholen hand in hand gaan

Onderwijs is de basis van een democratie, een sterk middenveld en een competitieve economie. Voor het debat over de kwaliteit van onderwijs aangegaan kan worden, moet echter eerst gekeken worden naar de toegang tot onderwijs. In de VS kan zelfs een publiek gefinancierde kleuterschool (die in principe gratis hoort te zijn) tussen de 1000 en de 5000 dollar per kind per jaar vragen, exclusief bijkomende kosten zoals vervoer, lunch, uitstapjes en dergelijke. Privé kleuterschooltjes vragen vaak 10.000 tot 20.000 dollar per jaar.

In de VS kan zelfs een publiek gefinancierde kleuterschool tussen 1000 en 5000 dollar per kind per jaar vragen, exclusief bijkomende kosten. Privé kleuterschooltjes vragen vaak 10.000 tot 20.000 dollar per jaar.

In algemene termen lijkt Trumps onderwijsbeleid gestoeld op twee pijlers: zijn anti-wetenschapscampagne en zijn blind geloof in de vrije markt.

De hele campagne van Trump heeft een loopje genomen met feiten, zowel alledaagse kennis als wetenschap werden systematisch in twijfel getrokken en gemanipuleerd. Wetenschap, pseudowetenschap en buikgevoel worden als evenwaardig gezien.

Trumps running mate, Mike Pence, is een evangelisch christen die de evolutietheorie weerlegt, tegen stamcelonderzoek is, beweert dat er geen bewijs is dat roken schadelijk is, en zo meer. In het licht van de complete afwezigheid van wetenschappelijke standaarden, is het voorstel om te besparen op de financiering voor scholen niet verwonderlijk – Ben Carson, de anti-evolutietheorie creationist, zou zijn adviseur worden in dit domein.

In plaats daarvan zou de nadruk komen te liggen op competitie: laat scholen de competitie aangaan met elkaar om meer kinderen aan te trekken. Scholen die niet voldoende (kapitaalkrachtige) kinderen aantrekken sluiten gewoon hun deuren. Wie een tijdje in de Bronx of Harlem gewoond heeft, kan zich afvragen waar de duizenden kinderen van ouders die nu al onder de inkomensgrens leven naartoe moeten wanneer hun schooltjes sluiten omdat er niet genoeg ouders zijn die duizenden euro’s per jaar kunnen betalen voor competitief onderwijs.

LGBT-rechten – of hoe Team Trump zal vechten tegen het Hooggerechtshof

De rechten van LGBT zijn geen kernthema in Trumps campagne, maar zijn positie is dat de beslissing van het Hooggerechtshof die de facto het homohuwelijk legaliseerde teruggeschroefd moet worden. Pence tekende in zijn thuisstaat Indiana zelfs een wet die handelaars het recht geeft LGBT niet te bedienen.

Werk – of hoe een schijnbaar progressieve maatregel in een conservatieve agenda past

De VS is het enige geïndustrialiseerde land zonder een wet die betaald zwangerschaps- of ouderschapsverlof voorziet. Dit is dan ook één van de enige thema’s waarover beide kandidaten het eens zijn dat er een oplossing moet gevonden worden – wat helemaal niet de positie van de Republikeinse partij is.

Trumps voorstel is het toekennen van een belastingvoordeel aan ouders die kinderopvang betalen en het invoeren van 6 weken betaald zwangerschapsverlof.

Daartegenover staat echter een reeks maatregelen die werknemers zwaar treffen (zoals het afwijzen van een federaal minimumloon en het invoeren van maatregelen die de reeds erg verzwakte vakbonden verder zouden ondermijnen) en een reeks werk-gerelateerde thema’s waar Trump helemaal geen positie over inneemt (inkomensongelijkheid en heroriëntatie van werknemers uit krimpende sectoren, bijvoorbeeld)

Justitie – of hoe één president járenlang invloed kan hebben

Dit is een erg brede beleidscategorie die op vele manieren de Amerikaanse maatschappij – en het huidige debat – beïnvloedt. Beslissingen van het Hooggerechtshof hebben bijvoorbeeld in de laatste jaren in de praktijk geleid tot het legaliseren van het homohuwelijk, abortus en het terugschroeven van Obamacare.

Wie zetelt in dit Hof is daarom bijzonder relevant. Momenteel is er een evenwicht tussen Conservatieven en Liberalen, maar de bepalende zetel is al maanden leeg omdat, na de dood van de conservatieve rechter Antonin Scalia, de Republikeinen Obama’s kandidaat weigerden goed te keuren. De nieuwe president zal dus niet enkel die zetel kunnen en moeten invullen, maar mogelijks ook de zetels van drie andere rechters die in de 80 zijn.

Alleen al om deze reden is de huidige verkiezing bijzonder belangrijk: deze benoemingen (die in de VS politiek en ideologisch zijn) zullen de rechtspraak voor de komende generatie bepalen.

Trump herhaalde al meermaals dat hij rechters zou aanstellen die tegen abortus en tegen restricties op wapenbezit zijn. De lijst met potentiële kandidaten die hij voorlegde zijn zonder uitzondering bijzonder conservatieve politici, zoals Mike Lee, die geldt als één van de meest conservatieve leden van de Senaat.

Wapenwetgeving is dan ook een belangrijk thema voor Trump. Sinds 2004 hebben verschillende staten hun wapenwetgeving versoepeld, maar omwille van de vele recente schietpartijen is het thema wapenwetgeving opnieuw op de agenda gezet door voorstanders van meer controle op wapenbezit. Trump weert elk argument af met een voorstel dat draait rond zelfverdediging. Concreet wil hij minder controle op wie wapens koopt, een versoepeling van wapenwetgeving voor semi-automatische wapens voor privébezit, en een uitbreiding van waar wapens mogen gedragen worden.

Dit thema is gelinkt aan beleidsvoorstellen aangaande politiehervormingen. Een reeks dodelijke interventies waarbij politieagenten ongewapende burgers (meestal van minderheidsgroepen) doodden en waarbij twee politieagenten werden gedood in twee afzonderlijke aanvallen heeft een bijzonder verhit debat veroorzaakt.

Desondanks is er geen enkel concreet voorstel met betrekking tot politiehervormingen in het Trump kamp. De uitspraken van de kandidaat zijn erg ‘pro-politie’ en bagatelliseren het probleem van raciale spanningen en raciaal profileren. Zo werd bijvoorbeeld reeds gesteld dat onder zijn bewind politieagenten hun werk zouden kunnen doen hoe ze willen, zonder angst voor terechtwijzingen. Ook werd gealludeerd op het invoeren van de doodstraf voor wie een politieagent doodt.

Ook de discussie omtrent gevangenissen is gerelateerd aan dit onderwerp. Om verschillende redenen zijn weerszijden van het politieke spectrum het erover eens dat hervormingen nodig zijn: republikeinen vinden het systeem te duur, democraten verwijzen vooral naar de lange termijn-effecten op de maatschappelijke kansen van ex-gedetineerden.

Ook in dit domein lijkt de visie van Trump echter beperkt tot het voorstellen van verdere privatisering van het gevangeniswezen – een evolutie die door burgerrechten-activisten en verdedigers van mensenrechten systematisch wordt veroordeeld omwille van de nefaste gevolgen voor gedetineerden die dergelijke privatiseringen onveranderlijk hebben.

Trumps handelsbeleid

Trump’s beleid is moeilijk te ontleden omwille van het constante (soms meermaals per dag) bijstellen van eerder gedane uitspraken, en slechts een beperkt aantal thema’s in zijn campagne is constant gebleken. Omtrent twee zaken heeft Trump de voorbije maanden echter wel rechtlijnig gecommuniceerd: het invoeren van hoge importbelastingen voor goederen uit China en Mexico, en grote belastingvoordelen voor iedereen – maar vooral voor bedrijven.

Trump’s handelsbeleid werd de voorbije maanden steevast verpakt in een retoriek die appelleert naar een basale angst voor alles wat vreemd is: “China verkracht Amerika”, “We laten ons vermoorden met slechte handelsovereenkomsten”, etc.

Achter deze boude uitspraken ligt een sterk isolationistische economische visie, waarin wordt voorgesteld: ten eerste, dat de VS handelsakkoorden (zoals het Noord Amerikaanse vrijhandelsverdrag met Canada en Mexico, NAFTA) heronderhandelt en zich er eventueel zelfs uit terugtrekt indien het Amerikaanse belang niet verheven kan worden boven dat van partners. Ten tweede, dat er hoge import-belastingen woorden opgelegd aan goederen uit China.

Ten derde, dat een eenzijdige terugtrekking uit de Wereld Handelsorganisatie (WHO) wordt overwogen indien ook deze niet eenduidige Amerikaanse belangen voorop gaat stellen. Ook Sanders maakte daar gewag van, om heel andere redenen.

Trump’s handelsbeleid werd de voorbije maanden steevast verpakt in een retoriek die appelleert naar een basale angst voor alles wat vreemd is

Al deze zaken kan de VS in principe unilateraal beslissen (onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen), en dergelijke uni-laterale terugtrekkingen uit multi-laterale organisaties hebben in het verleden ook reeds plaatsgevonden, bijvoorbeeld toen George W. Bush in 2002 de VS terugtrok uit het Antiballistic Missile Treaty.

Echter, verschillende experts, waaronder Harvard professor en voormalig Minister van Financiën, Larry Summers, voorspellen dat Trump’s voorstellen met betrekking tot handelsbeleid een langdurige en diepe recessie zouden veroorzaken binnen de twee jaar na zijn aantreding.

Zelfs indien de extreem protectionistische invoerbelastingen niet onmiddellijk zouden doorgevoerd worden, stelt Summers dat de perceptie van een hyper-nationalistisch beleid globaal vertrouwen in de Amerikaanse markt zo zou beschadigen dat een financiële crisis onvermijdelijk zou zijn.

Economisch adviesbureau Moody’s voegde hieraan toe dat Trump’s handelsbeleid, indien dit werkelijk zou geïmplementeerd worden, 4 miljoen banen zou kosten en dat 3 miljoen jobs die zouden ontstaan bij het verderzetten van het huidige economisch beleid niet zouden materialiseren onder Trump’s presidentschap.

Verschillende analisten, zoals Anthony Karydakis van MillerTabak, beamen het negatieve effect van deze beleidsvoorstellen die (zelfs als ze niet geïmplementeerd worden) angst veroorzaken en een destabiliserende invloed op financiële markten zullen hebben mocht Trump verkozen worden.

Vooral Trump’s toespelingen op hoe hij zich als zakenman verschillende keren failliet liet verklaren om onder schulden uit te komen, zouden in geval van een verkiezing onrust veroorzaken bij buitenlandse investeerders. Het onlangs geopperde idee dat het een optie is om de nationale economie te laten crashen ten einde een deal te kunnen maken met schuldeisers en zo onder schulden uit te komen, zou daarbij kunnen leiden tot een massale exodus van buitenlandse investeerders.

Een gelijkaardig iets gebeurde in 2011, toen onenigheid in het Amerikaanse Congres niet toeliet dat de limiet op overheidsschuld zou opgetrokken worden. In dit geval was er een beursdaling van 11 procent, omdat, zoals Karydakis stelt, “The markets have no patience for stupidity or ignorance. They get scared.”

Fiscaal beleid

De bekendmaking dat Trump’s zakelijke verliezen in de jaren 1990 hem ertoe in staat gesteld hebben om gedurende twee decennia geen belastingen te betalen, was waarschijnlijk de “October Surprise” van deze presidentscampagne. Hoewel, een echte verrassing was dit eigenlijk niet.

Toen Clinton Trump in het eerste debat voor de voeten wierp dat er misschien iets niet in orde was met zijn belastingaangifte, antwoordde de laatste laconiek dat dat dan waarschijnlijk wilde zeggen dat hij erg snugger was. Ook in zijn eigen campagne verwees Trump al meermaals naar hoe zijn fortuin deels gegenereerd is door handig gebruik te maken van bestaande gaten in het systeem, complexe fiscale teruggave-voorzieningen en subsidies.

De omvang van deze belastingontduiking wordt echter overschaduwd door een veel groter fiscaal onrecht, inherent in Trump’s fiscale voorstellen. Het fiscale plan van Trump is gestoeld op de conventionele Republikeinse logica van ‘supply-side economics’: grote belastingvoordelen voor de rijken en voor bedrijven, en een blind geloof in het positieve effect hiervan op investeringen en jobcreatie.

Zoals Moore, één van Trump’s dichtste adviseurs stelde: Dit is het stokpaardje van conservatieven sinds Reagan aan de macht kwam, en als Trump aan de macht komt, verslaan we de liberalen binnen de partij die er een andere visie op fiscaliteit op nahouden.

Nobel-laureaat Paul Krugman merkte hierover op dat het idee van supply-side economics onhoudbaar is, wanneer in beschouwing wordt genomen dat economische groei groter was tijdens het presidentschap van Bill Clinton en Barack Obama dan tijdens dat van George W. Bush.

De kern van Trump’s fiscale beleidsvoorstellen is dat individuele inkomstenbelastingen worden verlaagd door belastingen op lonen, investeringen en zakelijke inkomens te verlagen

De kern van Trump’s fiscale beleidsvoorstellen is dat individuele inkomstenbelastingen worden verlaagd door belastingen op lonen, investeringen en zakelijke inkomens te verlagen. De kern van het plan is echter het verlagen van belastingen voor bedrijven.

Moore raadde Trump daarbij aan om reeds in de eerste 100 dagen van zijn presidentschap een significante belastingverlaging toe te kennen aan bedrijven om de economie te stimuleren. Het zou hierbij gaan om een halvering van de belastingen die bedrijven betalen, tot lager dan 15%.

Daarnaast zou een bredere belastingbasis ingevoerd worden, dat wil zeggen meer goederen en diensten zouden belast worden maar (in principe) aan een lager tarief. Ook het afschaffen van belasting op grote giften en eigendommen van meer dan 5,4 miljoen dollar worden beschreven in Trump’s fiscale plan.

Volgens de Tax Foundation, zou het effect van dit plan, indien uitgevoerd, nefast zijn voor de nationale economie, en zou het leiden tot een federaal inkomensverlies van 4,4 tot 5,9 biljoen – een verbetering ten aanzien van het fiscaal plan dat Trump vorig jaar beschreef. Het Tax Policy Center bevestigt dat dit plan de staat de komende tien jaar biljoenen dollars zou kosten.

Voor individuen zou het plan enig voordeel hebben. Echter de grote winnaars van het plan zijn bedrijven en de superrijken: Individuen houden 0,8 tot 1,9% meer nettoloon over onder Trump’s plan dan momenteel het geval is (i.e. zo’n 10-25 dollar per maand op een netto-inkomen van 1300 dollar), maar de rijkste 1 procent houden 10 tot 16% meer over na deze hervorming.

Verscheidene analisten vermoeden dat kiezers niet geïnteresseerd zijn in de fine print van fiscaal beleid, en dat ze bereid zijn om deze verder bevoordeling van de superrijken te tolereren in ruil voor een kandidaat wiens ideologische agenda en retoriek ze verder wel steunen. En het Republikeinse establishment blijkt bereid deze ethno-nationalist te steunen net omwille van zijn fiscaal beleid dat verder bouwt op hun conservatieve logica.