Sport als dienstmaagd van de macht en het grote geld

Analyse

Is er nog ruimte voor lokale en sociale sport?

Sport als dienstmaagd van de macht en het grote geld

Sport als dienstmaagd van de macht en het grote geld
Sport als dienstmaagd van de macht en het grote geld

De sport wil geld. Het grote geld wil de sport. En de politiek wil een beter imago. Kunnen we nog sporten of supporteren zonder dat er bloed of een fortuin aan kleeft? Is er nog ruimte voor sport die lokaal wordt aangestuurd, ten bate van de gemeenschap?

© Fatinha Ramos

© Fatinha Ramos

Politici hebben altijd geprobeerd sport te gebruiken om het blazoen van hun land op te smukken. En de sport benut op haar beurt haar goede politieke contacten om zoveel mogelijk haar eigen boontjes te kunnen doppen. Sport komt ook steeds meer in de greep van het grote internationale geld. Is er nog ruimte voor sport die lokaal wordt aangestuurd, ten bate van de gemeenschap?

Sport is van alle tijden, maar onze hedendaagse georganiseerde sporten – met hun vaste regels en mondiale uitstraling – ontstonden maar in de negentiende eeuw. Hun ontstaan was in de meeste gevallen nauw verbonden met de opkomst van het Verenigd Koninkrijk als industriële macht en met de vorming van een Britse elite met veel tijd en een verlangen naar hobby’s.

Via de wereldwijde tentakels van het imperium verspreidden de Britse sporten zich naar de kolonies en andere delen van de wereld. Lokale elites wilden zich graag identificeren met de koloniale heersers door ook hun sporten te beoefenen. In bredere kringen werden sporten overgenomen die weinig middelen vereisten, zoals voetbal, waar alleen een klein veld en een object waar je tegen kan schoppen al volstaan. ‘De elite zag sport ook als een manier om de massa’s te disciplineren en gezond te houden’, vertelt Jean-Michel De Waele, professor Politicologie en sportspecialist aan de Université Libre de Bruxelles.

‘Je beste beentje voorzetten als staat kan ook via cultuur, maar sport biedt het voordeel dat er altijd winnaars zijn. Zo kan je tonen hoe sterk of superieur je bent.’
Jean-Michel De Waele, professor Politicologie en sportexpert (ULB)

De Britse dominantie was niet totaal: basketbal ontkiemde in de Verenigde Staten, Oost-Azië leverde gevechtsporten als judo of taekwondo en Duitsland de gymnastiek. En je zou kunnen stellen dat Frankrijk met zijn Ronde aan de basis lag van het wielrennen. De Fransen vonden dan misschien minder moderne sporten uit, ze ontpopten zich wel als de organisatoren van de grootste competities. Ze lagen aan de basis van de Olympische Spelen in hun moderne gedaante – baron Pierre de Coubertin ging er de geschiedenisboeken mee in – en van het Wereldkampioenschap (WK) voetbal.

Sport is veel gaan betekenen voor mens en maatschappij. Sporten biedt plezier en entertainment voor spelers en toeschouwers, staat garant voor fysieke oefening, biedt gezamenlijke beleving en verbinding en is zelfs een deel van onze identiteit. Maar ook staten grijpen sport aan om aan reputatiebeheer te doen, sinds sport uitmondde in internationale competities.

De Waele: ‘Je beste beentje voorzetten als staat kan ook via cultuur, maar sport biedt het voordeel dat er altijd winnaars zijn. Een staat of een regime kan dat dus gebruiken om te tonen hoe sterk of superieur het is.’

Gekende voorbeelden zijn nazi-Duitsland op de Olympische Spelen van 1936 en fascistisch Italië op het WK voetbal van 1934. Tijdens de Koude Oorlog grepen het kapitalistische en communistische kamp de Spelen aan om de eigen superioriteit te demonstreren door zoveel mogelijk medailles te halen.

Een meer recent voorbeeld is het Verenigd Koninkrijk. Volgens Trudo Dejonghe, professor Sporteconomie aan de KU Leuven, heeft het Verenigd Koninkrijk sinds 1997 meer dan 1 miljard pond overheidsmiddelen in het topsportsysteem gepompt, dikwijls gericht op sporten waar veel medailles te halen zijn. Dat verklaart waarom het land, met een bevolking van nog geen 70 miljoen mensen, geregeld in de top vijf van de medaillestand van de zomerspelen staat.

Het organiseren van de Spelen wordt ook geregeld gebruikt als een soort internationale coming-out als (economische) grootmacht: Japan in 1964, Korea in 1988, China in 2008, Brazilië in 2016… Mogelijk komt Indonesië binnenkort aan de beurt: het heeft zich kandidaat gesteld voor de Spelen van 2036. Mondiale sport fungeert in zekere zin als het dorpsplein van de mensheid waar staten hun beste beentje kunnen voorzetten.

Qatar

Golfstaat Qatar, die baadt in het geld van gas en olie, is op dat vlak bijzonder actief: het organiseert niet enkel het WK voetbal van dit jaar maar ook een jaarlijkse wielerronde, het WK turnen van 2018, het WK handbal in 2015, en grote tennistornooien zoals de Qatar Open.

In de sport wijkt zowat alles voor geld, zo toont Qatar duidelijk aan. Er zijn amper ethische normen. Niet alleen haalde Qatar het WK Voetbal binnen door leden van het Internationaal Olympisch Comité om te kopen, het evenement zelf roept ook grote sociale en ecologische vragen op.

Qatar telt 2,8 miljoen inwoners, waarvan amper 300.000 Qatarese burgers zijn; de rest zijn arbeidsmigranten. Deze ministaat bouwt zoveel state of the art stadions die het na afloop van het WK nog amper kan gebruiken: dat lijkt een verspilling van energie en grondstoffen. Om nog maar te zwijgen van de energie die nodig is om die stadia in een hete woestijnstaat te koelen.

Bovendien zijn er de laatste tien jaar, zo berekende de Britse krant The Guardian, 6750 arbeidsmigranten gestorven bij de bouw van de stadions, door de onveilige werkomstandigheden en omdat het zomerverbod om op de heetste uren van de dag niet te werken, niet werd nageleefd.

Jeroen Roskams volgt bij de ngo Wereldsolidariteit al jaren het dossier op, onder meer via partnerorganisaties in Nepal en India, landen die veel werkers naar Qatar uitsturen. ‘Het Internationaal Vakverbond (IVV) en de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) voerden tien jaar geleden een harde campagne tegen de barre arbeidsvoorwaarden in Qatar. Maar aanvankelijk bewoog er niet veel. Het was pas toen Qatar politiek danig geïsoleerd stond, door de boycot van de Golfstaten, dat het land ging onderhandelen met het IVV en de IAO. Die openden vervolgens een kantoor in de Qatarese hoofdstad Doha.’

‘Een boycot van het WK lijkt me evenwel niet gepast omdat de Qatarese overheid nu toch meewerkt.’
Jeroen Roskams (ngo Wereldsolidariteit)

Zo werd in 2018 afgesproken dat het kafala-sponsorsysteem zou afgeschaft worden. Dat systeem geeft de werkgever alle macht over zijn werknemers, omdat hij hun paspoorten en visa afneemt en bij zich houdt. Hij kan dus beslissen of en wanneer ze het land kunnen verlaten of een andere baan kunnen zoeken, en kan tevens eenzijdig de contracten wijzigen.

‘Er is wel iéts veranderd,’ zegt Roskams, ‘maar tegelijk blijven de werkgevers hangen in de cultuur van het kafalasysteem. Bovendien zijn de werknemers vaak niet op de hoogte van hun rechten en werkt het publieke klachtenmechanisme bijzonder traag en bureaucratisch’.

Roskams ziet dus wel enige vooruitgang, maar er is nog een heel lange weg te gaan. ‘De vrees is bovendien dat alle vooruitgang weer verdwijnt na afloop van het WK dit najaar, ook al zijn de afspraken met de IAO intussen verlengd tot 2023. Een boycot van het WK lijkt me evenwel niet gepast omdat de Qatarese overheid nu toch meewerkt.’

© Reuters / Hamad I Mohammed

‘Er is wel íets veranderd in de situatie van arbeidsmigranten in Qatar. Maar de vrees is dat alle vooruitgang weer verdwijnt na afloop van het WK.’

© Reuters / Hamad I Mohammed

Speeltje voor miljardairs en miljonairs

De globalisering van de economie met haar vrije kapitaalverkeer bracht de sport de voorbije decennia ook meer en meer in de greep van het grote internationale geld. Zo gebeurt het dat rijke mensen van overal ter wereld bijvoorbeeld Europese voetbalclubs kopen. Want die maken deel uit van een nationale, Europese en zelfs globale entertainmentindustrie, waarin mediamagnaten als Rupert Murdoch het voetbal wereldwijd vermarkten.

‘Voetbal kan ook een witwascircuit zijn voor geld met een verdachte afkomst. Zo roept het kluwen van postbusfirma’s rond Manchester City vragen op.’
Trudo Dejonghe, professor Sporteconomie (KU Leuven)

Voetbal, en de Engelse Premier League bij uitstek, is zo een manier geworden om wereldwijde aandacht te krijgen. De Premier League is een wereldberoemde competitie en trekt met haar globale uitstraling en zichtbaarheid de allerrijkste mensen aan.

Maar ook in de Belgische competitie zijn al 17 van de 26 clubs in de eerste klasse in handen van buitenlandse eigenaren. In 1B, de Belgische tweede klasse, is enkel nog Lierse in Belgische handen gebleven.

De motieven van miljardairs om een club op te kopen, lopen uiteen. Ongetwijfeld zijn het opkrikken van de eigen reputatie en renommee belangrijk.

‘Als je een voetbalclub leidt, kom je meer in de krant’, zegt ULB-prof De Waele. ‘Zo stelde de krant De Tijd vast dat Roland Duchâtelet, Marc Coucke en Bart Verhaeghe, allen (ex-)eigenaars van voetbalploegen, de Belgische werkgevers waren die het meest in de media kwamen. Voetbal is voor dat soort nieuwe rijken een manier om sociaal kapitaal en netwerk op te bouwen.’

Op internationaal vlak speelt hetzelfde. De Waele: ‘Wie een echte topclub bezit, krijgt de kans om met politieke leiders in contact te komen. Die komen immers af op topmatchen. Rijke mensen onderscheiden zich graag van anderen, en dat kan met een topclub – die tenslotte even schaars is als een Van Gogh. Met de eigen voetbalclub bezig zijn en collega-miljardairs op het veld de loef proberen af te steken, is een aangenaam tijdverdrijf dat bijdraagt tot het prestige.’

Professor Sporteconomie Dejonghe wijst ook op mogelijke banden met de criminele economie. ‘Voetbal kan ook een witwascircuit zijn voor geld met een verdachte afkomst. Zo roept het kluwen van postbusfirma’s rond Manchester City vragen op.’

Advocaten die overnames van Belgische clubs begeleiden, stellen dat sommige investeerders ook geld willen verdienen aan die overnames. Ze willen de club saneren en met winst doorverkopen. In België bestaat nog altijd een fiscaal en parafiscaal gunstregime voor topsporters, en dat maakt ons land aantrekkelijk voor zulke investeerders.

Spelers van buiten de Europese Unie kunnen bovendien in België goedkope arbeidscontracten tekenen. De voetbaleconomie dreigt dan een veredelde vorm van mensenhandel te worden.

Alleen winnen telt

Bij het kopen en opkopen van clubs worden zelden vragen gesteld over de herkomst van het geld. Toen het Saoedische staatsfonds PIF eind vorig jaar de Engelse club Newcastle kocht, werd het warm verwelkomd. Het deed er niet toe dat de eigenlijk baas van het fonds, de Saoedische sterke man Mohamed bin Salman, een kritische journalist in stukken had laten snijden en kwistig de doodstraf hanteert. Met het Saoedische bloedgeld zou Newcastle immers weer kunnen mee spelen in de top.

Zo dreigen de parels aan de Europese voetbalkroon én onze allerbeste spelers in de greep te komen van zeer ongelijke, autoritaire en soms zelfs feodale regimes. ‘Daar worden geen vragen over gesteld’, zegt Dejonghe. ‘In de sport lijkt maar één ding te tellen: winst. En dus geld, veel geld.’

Hij herinnert er graag aan dat de voormalige Nederlandse profvoetballer Ruud Gullit in 2010 werd uitgestuurd als ambassadeur voor het Belgisch-Nederlandse bod om het Europees kampioenschap voetbal te organiseren. Dat mocht hij blijven toen hij trainer werd bij Terek Grozny, de club van de nogal maffieuze Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov.

De Waele wijst er ook op dat sport, en voetbal bij uitstek, een conservatieve omgeving is. Waar je tot voor kort zelfs niet durfde bekendmaken dat je homo was, bijvoorbeeld. ‘Met de strijd tegen racisme zie je dat daar nu toch een beetje verandering in komt.’

Een belangrijke vraag is of het model van rijkaard-koopt-club-en-wordt-alleenheerser niet alle andere modellen aan het verdringen is. Is er nog plaats voor alternatieven? Voor sporten en clubs waarin het lokale maatschappelijke weefsel enige zeggenschap heeft, en waarbij andere waarden meespelen, zoals bij de RWDM Girls in Molenbeek (zie ook p. 66 in het magazine)? Het antwoord op die vraag is niet duidelijk.

Het grote geld in de Engelse Premier League grijpt ook stilaan de macht in het Europese clubvoetbal, waardoor andere landen onder druk staan om hetzelfde te doen en ook oligarchen en oliesjeiks aan te trekken. Maar toch toont de Bundesliga, de Duitse competitie, dat het anders kan.

‘Elke sector van de economie wordt gereguleerd, waarom dan niet de sport?’
Trudo Dejonghe, professor Sporteconomie (KU Leuven)

Daar geldt de zogenaamde 50+1-regel. Die houdt in dat lokale actoren, zoals de supporters, een meerderheid van de stemmen hebben in de voetbalploegen. Op die manier kunnen ze dus beletten dat geldschieters hun club overnemen. Maar in de meeste landen bestaat zo’n regel niet, en de uitverkoop van de Belgische clubs is een zeer goed voorbeeld van wat er dan gebeurt.

Echte verandering zou vereisen dat er regels en normen worden afgesproken op Europees of internationaal niveau. Makkelijk is dat niet. In 2010 introduceerde de Europese voetbalbond UEFA broze afspraken over financiële fair play, maar die worden alweer afgezwakt, onder druk van de topclubs. ‘Die regels waren bovendien moeilijk controleerbaar’, zegt De Waele.

‘Cruciaal is de vraag wie de eigenaar van een club is. Heeft die een band heeft met het lokale? Worden bepaalde normen geëerbiedigd en krijgen de supporters, die de ziel van de club vormen, zeggenschap? Voetbalbonzen wijzen er graag op dat topsport ook economie is. Maar elke sector van de economie wordt gereguleerd, waarom dan niet de sport?’ Dejonghe betwijfelt of dat haalbaar is. Hij wijst op de ijzersterke politieke lobby van de sport, en van het voetbal in het bijzonder.

Een ander model in Gent

Bij ons staat voetbalclub AA Gent het komende jaar voor belangrijke financiële keuzes. De ploeg is wellicht de best geplaatste in België om een alternatief bestuurlijk model uit te bouwen. Wat is er nodig om niet platgewalst te worden door het grote geld?

AA Gent is momenteel een coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk die als doel ‘de ontwikkeling van de voetbalsport, het professioneel voetbal, het damesvoetbal, het amateurvoetbal en het jeugdvoetbal’ heeft, en die ‘vanuit haar sociaal oogmerk op structurele wijze samenwerkt met enerzijds amateurploegen in het Gentse, anderzijds lokale besturen zoals stad Gent en OCMW Gent’. Die samenwerking moet leiden tot ‘een gedegen opleiding bij derde ploegen’ en tot ‘een betere integratie van kwetsbare groepen in de stad Gent’.

© ID / Frederiek Vande Velde

Enkele senioren spelen een potje wandelvoetbal in het park, georganiseerd door de gemeenschapswerking van AA Gent.

© ID / Frederiek Vande Velde

Die sociale werking van de Gentse club kreeg gestalte via de uitgebreide gemeenschapswerking van de AA Gent Foundation. Voor 2022 beschikt die over een bedrag van 780.000 euro, waarvan AA Gent en de stad Gent elk de helft dragen.

De Foundation heeft een diverse werking met kwetsbare en andere groepen en bouwt een buurtwerking uit in Nieuw Gent, een wijk met veel kwetsbare gezinnen in het zuiden van de stad. ‘De werking van de Foundation is intussen tot 2025 gegarandeerd. Ik ben daar dankbaar voor’, onderstreept Wim Beelaert, de directeur van de Foundation, die al jaren ijvert voor een sociaal bewogen en lokaal aangestuurd AA Gent.

De garantie tot 2025 is des te belangrijker omdat Foundation-voorzitter Ivan De Witte en manager Michel Louwagie aangaven dat ze binnen een jaar met pensioen gaan en tegen dan de geplande hervorming willen realiseren. Samen bezitten de twee ruim 40% van de niet-verhandelbare aandelen.

Het zou voor hen financieel interessant zijn om die te kunnen verkopen, maar daar is grote weerstand tegen. Je moet geen geld krijgen als je uitstapt uit aandelen waarvoor je niets betaald hebt.

Voorzitter Ivan De Witte geeft al maanden in elk interview de richting aan waarin de hervorming volgens hem moet gaan. Hij noemt het Gentse model, dat steunt op eigen inkomsten, onhoudbaar als AA Gent een Belgische topclub wil blijven. De Witte pleit daarom voor extern kapitaal. Intussen hebben zich belangrijke stemmen laten horen die kritisch staan tegenover een overname.

De stad Gent, bij monde van schepen van Sport en Economie Sofie Bracke (Open Vld), heeft drie voorwaarden gesteld: de club moet lokaal verankerd blijven, zijn sociale missie behouden en participatie van de supporters verzekeren.

‘AA Gent moet een vennootschap met sociaal oogmerk worden. Waarin supporters zeggenschap hebben en waar een sociale return is voor de Gentse samenleving.’
Wim Vanbiervliet,
supportersraad AA Gent

Die drie voorwaarden vormen ook de lijn van de Gentse VDK bank, al 35 jaar partner van AA Gent. Dat zegt Leen Van den Neste, voorzitster van het directiecomité van VDK. De bank hielp de club overleven toen die 23 miljoen euro aan schulden had.

Van den Neste spreekt met de geschiedenis van VDK in het achterhoofd, een bank die in 1926 begon als een coöperatie van christelijke arbeiders. ‘Voor ons kan die participatie van supporters ook een financiële vorm aannemen. Waarom geen supporterscoöperatie oprichten? Als duizenden supporters pakweg 1000 euro willen investeren in hun ploeg, kunnen ze op die manier ook structureel een stem verwerven in de club.’

Het is wellicht geen toeval dat de supporters zich, net op dit cruciale moment, organiseren in een supportersraad. Die werd dit voorjaar voorgesteld in aanwezigheid van voorzitter De Witte, die nochtans een koele minnaar is van supportersparticipatie. De raad moet de stem van de supporters gestalte geven. ‘Wij zullen onze adviezen geven, gevraagd en ongevraagd, en opvolgen wat er met dat advies gebeurt’, zegt Wim Vanbiervliet, voorzitter van supportersgroep Tribune7, die aan de wieg van de supportersraad stond.

‘Tribune7 begrijpt dat er extern kapitaal nodig kan zijn als je op het hoogste niveau wil meespelen, maar AA Gent moet een vennootschap met sociaal oogmerk worden. Waarin supporters zeggenschap hebben en waar een sociale return is voor de Gentse samenleving.’ Ook Vanbiervliet is niet gekant tegen een supporterscoöperatie: ‘Dat moet onderzocht worden.’

Gent beschikt over drie actoren die een eigen, Gents model willen: de supporters, stad Gent en VDK. Dat zijn in België haast unieke troeven. Vraag is of het zal volstaan om te voorkomen dat één rijke mens uit een ver land binnenkort alles voor het zeggen krijgt bij AA Gent.

Deze analyse werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Word proMO* voor slechts 4 euro per maand en je ontvangt ons magazine. Je steunt zo ook ons journalistiek project en geniet van tal van andere voordelen.