De pioniersstudenten in het Vlaamse hoger onderwijs

Analyse

Het verhaal van studenten zonder rolmodel, die als eerste gaan verder studeren

De pioniersstudenten in het Vlaamse hoger onderwijs

De pioniersstudenten in het Vlaamse hoger onderwijs
De pioniersstudenten in het Vlaamse hoger onderwijs

Anne Adé

02 januari 2020

Hoe begin je aan hoger onderwijs als niemand van je familie het je heeft voorgedaan en je een duw in de rug kan geven? Over oude en nieuwe barrières, en over een pioniersstudente die met veel bloed, zweet en tranen de cirkel kon doorbreken.

CCO (public domain)

Opgroeien in armoede heeft een prijs: thuis studeren is vaak niet evident. Teveel chaos en drukte, nergens plaats om je met een boek af te zonderen.

CCO (public domain)

‘Mijn diploma halen was een enorme opluchting, een last die van mijn schouders viel’, zegt Akira (18) aan de keukentafel in het krappe appartement van haar moeder. Ze verblijft er nog af en toe tijdens het weekend, maar woont al een jaar alleen, in een programma van begeleid zelfstandig wonen. Ze heeft daar zelf voor gekozen. Het was deze enige manier om te kunnen afstuderen in het middelbaar, zegt ze.

Het behalen van een schooldiploma is voor iedere achttienjarige een mijlpaal, maar voor Akira nog net iets meer. Thuis studeren was niet evident. Teveel chaos en drukte, er was nergens plaats om je met een boek af te zonderen. Opgroeien in armoede heeft een prijs.

Haar alleenstaande moeder, zelf opgegroeid in kansarmoede, was zeventien toen ze beviel van Akira. Haar middelbare school maakte ze nooit af. Hulp bij schoolwerk hoefde Akira thuis niet te verwachten. Dat ze kon uitstromen vanuit STW, sociaal-technische wetenschappen in het technisch onderwijs, is dan ook een half mirakel.

Vanaf haar twaalfde moest Akira als oudste dochter geregeld de zorg voor haar jongere broer en zussen op zich nemen. ‘Dan kwam ik thuis van school en kon ik meteen beginnen koken, wassen en schoonmaken. Het was vaak middernacht voor iedereen in bed lag en alle huishoudwerk klaar was. Pas dan kon ik aan mijn eigen huiswerk beginnen. Op school was er aanvankelijk weinig begrip. “Jaja,“ zei een leerkracht op een keer, “thuis helpen is zeker belangrijk, maar huiswerk is dat ook.”’

De zorgcoach

Hulp voor Akira kwam er pas toen ze op school zelf aan de alarmbel trok. Ze trof er een begrijpende zorgcoach, die een echte vertrouwenspersoon werd.

Het heeft bloed, zweet en tranen gekost, maar Akira heeft het gepresteerd: ze is als eerste in haar familie aan hogere studies begonnen.

‘Hij heeft het verschil gemaakt’, zegt Akira. ‘Hij drukte de andere leerkrachten op het hart dat mijn situatie allesbehalve gewoon was en dat ik soms de kans en de tijd niet had om te studeren. En hij heeft me met raad en daad bijgestaan, zorgde ervoor dat ik af en toe een gratis middagmaal kreeg op school, dat ik hulp kreeg via het JAC (Jongeren Advies Centrum, red.), dat ik sneller op de wachtlijst voor zelfstandig begeleid wonen kon komen. Hij praatte met mama en met de politie toen er een crisis was, en hij hielp met informatie zoeken over verder studeren.’

Het heeft bloed, zweet en tranen gekost, maar Akira heeft het gepresteerd: ze is als eerste in haar familie aan hogere studies begonnen. Ze had haar zinnen gezet op criminologie, maar vreesde dat de stap naar universiteit te groot is. Ze is nu gestart met sociaal werk aan de hogeschool, in de hoop nadien alsnog de sprong naar de unief te maken.

De uitdaging is sowieso groot, ook financieel. Ze krijgt een schooltoelage, maar cursusmateriaal moet ze zelf betalen. Deelnemen aan het studentenleven zit er met haar budget niet in. ‘Maar dat ben ik gewoon’, zegt ze. ‘Wie ik wel mis, is mijn zorgcoördinator uit de middelbare school. Er is wel begeleiding op de hogeschool, maar je moet er zelf achteraan gaan. Zo ben ik slechts toevallig te weten gekomen dat ikrecht had op een lager inschrijvingsgeld.’

Pioniersstudenten

Akira is wat je noemt een pioniersstudent, een begrip dat in België doorgaans wordt gedefinieerd als iemand wiens beide ouders niet verder gestudeerd hebben. In die categorie vallen ook heel wat kinderen van wie de ouders zelfs geen middelbaar diploma hebben behaald.

In landen in het Zuiden heeft de term pionierskind een nog breder bereik. Een recent rapport van de VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP over multidimensionale armoede heeft het over 34 miljoen pionierskinderen in Zuidoost-Azië plus 37,5 miljoen in Zuid-Azië. Het gaat dan over kinderen die er de jongste jaren in slaagden als eersten in hun gezin meer dan zes jaar school te lopen.

Die massale inhaalbeweging hebben we in België dankzij de systematische uitbreiding van de leerplicht al lang achter de rug. In de jaren zestig en zeventig kende ook het hoger onderwijs bij ons een grote democratisering. Verder studeren werd de norm, kinderen groeiden op met hoogopgeleide ouders of andere rolmodellen in de familie.

Toch zijn er nog altijd jongeren zoals Akira die nu pas de stap kunnen zetten, met weinig of geen steun van hun omgeving. Verder studeren wordt dan een zaak van veel doorzettingsvermogen en soms een portie geluk, zoals een empathische zorgcoördinator.

Uit PISA-onderzoek is ten overvloede gebleken dat het Vlaamse onderwijs heel slecht is in het wegwerken van ongelijkheid.

Het fenomeen wordt pas de laatste jaren in Vlaanderen onderzocht. De Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) komt in 2020 naar buiten met een rapport waarin voor het eerst alle gegevens over pioniersstudenten worden gebundeld.

In afwachting daarvan deden we een eigen rondvraag bij vijftien Vlaamse hogescholen en universiteiten, waarvan drie hun cijfers al vrijgaven. Het aantal pioniersstudenten varieert er van zo’n 12 tot 34 procent van de totale studentenpopulatie, afhankelijk van de onderwijsinstelling. Bij dat cijfer hoort wel een kanttekening: uit PISA-onderzoek is ten overvloede gebleken dat het Vlaamse onderwijs heel slecht is in het wegwerken van ongelijkheid.

Het beruchte watervalsysteem, waarbij jongeren stelselmatig “afzakken” van een theoretische studierichting naar een praktische, veroorzaakt veel ongekwalificeerde uitstroom. Het gebeurt voor de overgrote meerderheid bij jongeren afkomstig uit een sociaal-economisch zwakker milieu. Dat zijn allemaal jongeren die zelfs niet de kans rijgen om zich te ontpoppen tot pioniersstudent.

Buddy’s en tutors

Een ding is duidelijk: het opleidingsniveau van de ouders speelt een grote rol bij de slaagkansen van een student in het hoger onderwijs. In Nederland stelde de onderwijsinspectie vast dat van twee even slimme kinderen het kind van hoogopgeleide ouders een significant grotere kans heeft om verder te studeren.

Tot die conclusie kwam ook Louise Elffers, lector Kansrijke Schoolloopbanen in een Diverse Stad aan de Hogeschool van Amsterdam. Ze voert sinds 2015 onderzoek naar de redenen achter de grotere uitval van studenten afkomstig uit het mbo, vergelijkbaar met het beroepsonderwijs in Vlaanderen. ‘Studenten die als eerste van hun familie naar hoger onderwijs gaan, hebben het gewoon veel zwaarder’, zei ze daarover in Het Parool.

‘Verstrekkers van hoger onderwijs moeten hiermee rekening houden. Vooral de eerste maanden zijn cruciaal voor het uiteindelijke studiesucces. We moeten pioniersstudenten snel identificeren en ondersteunen. Als ze geen ervaringsdeskundigen in hun netwerk hebben, kunnen we hen een buddy of een tutor toewijzen.’

Dat besef schijnt wel door te sijpelen. Net als in Nederland experimenteren in Vlaanderen hogescholen en universiteiten met initiatieven om pioniersstudenten te ondersteunen. Vaak zetten ze hierbij ouderejaars in die zelf pioniers waren, ervaringsdeskundigen dus. De Karel de Grote Hogeschool organiseert bijvoorbeeld sinds 2015 een Zomerschool, een uitgebreide introductieweek waar je je studievaardigheden traint en werkt aan zelfvertrouwen en netwerkversterking.

Het initiatief kwam er nadat bleek dat pioniersstudenten minder snel de stap zetten naar het hoger onderwijs en sneller afhaakten dan andere studenten, zegt communicatiemedewerkster Inge Lories. ‘Thuis of in hun directe omgeving kunnen ze moeilijker terecht met hun vragen of twijfels. Vaak leeft ook het gevoel dat ze niet thuishoren in het hoger onderwijs, of zijn ze minder zeker omdat ze al een moeilijk parcours achter de rug hebben.’

Soortgelijke initiatieven bestaan onder meer in de hogescholen Odisee, PXL Hasselt en Thomas More. Meermaals werd de diversiteit van de doelgroep benadrukt. ‘Het zijn zeker niet allemaal jongeren met een niet-Belgische achtergrond’, vernamen we bij Thomas More.

De universiteit nodigt jaarlijks zo’n 900 studenten uit voor een extra coaching als ze een combinatie van ‘leerbedreigende kenmerken’ vertonen.

Ook de KU Leuven zet in op pioniersstudenten. Er zijn startersdagen voor alle nieuwkomers, en daarnaast stimuleert de dienst studieadvies initiatieven van de diverse faculteiten. Jaarlijks nodigt de universiteit zo’n 900 studenten uit voor een extra coaching, als ze een combinatie van leerbedreigende kenmerken vertonen – en pioniersstudent zijn is daar een van.

Helaas komt maar een kleine minderheid (drie procent) af op dat aanbod, zegt Leen Van Nooten. Ze werkt vanuit de dienst studieadvies mee aan een onderzoek van Thomas More hogeschool, waar ook de faculteit ingenieurswetenschappen aan deelneemt.

‘We willen nagaan hoe we de pioniersstudenten beter kunnen bereiken’, zegt studieloopbaanbegeleider Jasper Witters. Het onderzoek wordt uitgevoerd door studenten Toegepaste Psychologie, van wie sommige zelf pioniers zijn.

Leen Van Nooten beaamt de vaststelling van de hogescholen: ook aan de KU Leuven hebben pioniersstudenten niet noodzakelijk een migratieachtergrond. ‘Wat echt het verschil maakt, is het opleidingsniveau thuis. Gewoon al het feit dat je ouders niet weten hoeveel tijd en energie je eigenlijk in je studie moet steken, kan voor problemen zorgen. Als je tijdens de weekends en in de vakanties bijvoorbeeld moet meewerken in de zaak, schiet er niet veel tijd meer over om te studeren.’

Kansen kun je kopen, met bijles

Het ontbreekt dus niet aan initiatieven die de rol van onderwijs als sociale lift versterken. Maar of pionierskinderen het daardoor gemakkelijker krijgen? Dat valt nog te bekijken, want er zijn ook ontwikkelingen in de tegenovergestelde zin. Terwijl sommige scholen de drempel proberen te verlagen, worden er ook nieuwe barrières opgeworpen. Louise Elffers zoomt in op die mondiale trend in haar boek De bijlesgeneratie. Opkomst van de onderwijscompetitie (2018).

Leerlingen en ouders halen alles uit de kast in hun jacht op een zo hoog mogelijk diploma. Het nieuwste wapen in die strijd is bijles. Schaduwonderwijs, wordt dat vaak genoemd.

Ouders hebben veel geld veil om hun kinderen een plekje te verzekeren op de gewenste onderwijsroute.

In een recente studie voor het Nederlandse Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) gaat Elffers dieper in op de relatief nieuwe industrie die hierrond aan het groeien is. Privébijlessen, examentrainingen, huiswerkbegeleiding, het valt allemaal onder de noemer schaduwonderwijs.

Weinig verrassend: het zijn vooral gezinnen met een hogere sociaal-economische status die er gebruik van maken. Schaduwonderwijs gedijt het best in onderwijsstelsels met vroege selectie en sterke differentiatie, zoals in Nederland, maar ook in België. Ouders hebben veel geld veil om hun kinderen een plekje te verzekeren op de gewenste onderwijsroute.

In discussies over de gevolgen van het groeiend gebruik van dit privéonderwijs wordt dan ook gewezen op de kansenongelijkheid die er mee samenhangt. Leerlingen die het kunnen betalen, kunnen hun prestaties opkrikken door middel van schaduwonderwijs. Leerlingen met minder geld hebben daardoor het nakijken.

Elffers heeft het over het kopen van kansen in de onderwijscompetitie. ‘Door de indeling in hiërarchische routes in het secundair onderwijs bieden onderwijsstelsels als het Nederlandse en Belgische sowieso een vorm van standenonderwijs. Het schaduwonderwijs bestendigt dat.’

Een bekend voorbeeld in eigen land is het verplichte en bindende ingangsexamen voor de richting geneeskunde. Een hoge horde, waardoor steeds meer studenten zich voorbereiden met dure privélessen. Een teken van motivatie, zonder twijfel. Maar aangezien de toegang tot de opleiding afhangt van een puntenrangschikking, vermindert het de kansen van diegenen die zich geen studiebegeleiding aan huis kunnen veroorloven.

Droomjob

Akira ziet de toekomst helemaal zitten. Een interessante baan, een knusse eigen stek, buitenlandse reizen: het zijn niet langer onmogelijke dromen.

‘Maar wat ik vooral wil, ’ zegt ze, ‘is mijn kennis en ervaring inzetten voor anderen. Voor mijn broer en zussen in de eerste plaats, maar ik zie het ruimer. Mijn droomjob is werken met gedetineerden. Ik ken onze sociale voorzieningen intussen niet alleen vanuit de cursus. Soms denk ik dat ik op de wereld ben gezet om anderen te helpen.’