‘Wie vicuñawol draagt, draagt ook een verantwoordelijkheid’

Analyse

De échte prijs van de duurste stof ter wereld

‘Wie vicuñawol draagt, draagt ook een verantwoordelijkheid’

‘Wie vicuñawol draagt, draagt ook een verantwoordelijkheid’
‘Wie vicuñawol draagt, draagt ook een verantwoordelijkheid’

De vicuña stond een halve eeuw geleden op het punt van uitsterven, maar was een van de grootste triomfen van dierenbescherming. Al wordt de lama-achtige nu opnieuw bedreigd en gedood om de grote vraag naar zijn wol, de fijnste en duurste stof ter wereld. De oplossing? ‘Scheer de dieren.’

© Meg Lukens Noonan

De Amerikaanse auteur Meg Lukens Noonan reisde in 2010 naar Huaytara om te zien hoe vicuña’s op een duurzame manier geschoren worden.

© Meg Lukens Noonan

De fijnste en duurste wol ter wereld is afkomstig van de vicuña. Het kleine, wilde broertje van de lama was nog niet zo gek lang geleden met uitsterven bedreigd en wordt vandaag opnieuw gedood voor zijn vacht en illegaal verhandeld. Nochtans ligt de oplossing voor de hand, menen dierenactivisten: ‘Een geschoren vicuña is een geredde vicuña’.

Ze zijn fijn van gestalte, vrij klein voor een lama-achtige. In tegenstelling tot de alpaca en de lama zijn vicuña’s wilde dieren. Sociaal zijn ze, altijd in groep. Schattig en ongelooflijk fotogeniek, dat ook. Dat weet ik nog van mijn reis door het Andesgebergte.

‘Alsof ze zijn weggelopen uit een Disneyfilm’, zo omschrijft de Amerikaanse auteur Meg Lukens Noonan ze in haar boek The Coat Route: Craft, Luxury, and Obsession on the Trail of a $50,000 Coat. Daarin onderzoekt ze waar de duurste stof ter wereld vandaan komt. ‘Alsof alle filmmakers de koppen bij elkaar gestoken hebben om een wel heel vertederend beestje te tekenen voor hun volgende film.’

In de jaren zestig waren ze nog maar met tienduizend, zo slecht was het gesteld met de vicuña. Het dier stond op het punt van uitsterven. Tien jaar eerder huppelden er nog 400.000 exemplaren in de Andes rond.

Duurste jas ter wereld

De reden? Hun vacht. Die is zo waardevol dat je er een op maat gemaakte jas van 50.000 Amerikaanse dollar van kunt maken, zoals Lukens Noonan beschrijft in haar boek. Ze heeft de jas in haar handen gehad, de stof zelf gevoeld.

‘Niet te geloven’, vertelt de auteur via Skype vanuit Connecticut. ‘Ik heb nog nooit zoiets zachts aangeraakt. De stof is zo mooi, je gaat er precies helemaal in op.’

Hoe zacht wol is, hangt af van hoe dun de wolvezel is. ‘Vicuña’s spannen de kroon met 8 micron.’

‘Het is wel degelijk een wonderbaarlijke stof’, bevestigt Obdulio Menghi, Argentijns conservator en oprichter van de milieu-organisatie Fundación Biodiversidad Argentina. ‘Als het regent, dringt de vochtigheid niet binnen. Als het vriest, houdt zelfs de fijnste stof je warm.’ Dat vertelt Menghi aan de lijn vanuit Genève, waar hij aan de universiteit lesgeeft over biodiversiteit.

Hoe zacht wol is, hangt af van hoe dun de wolvezel is. Dat drukken wetenschappers uit in micron: hoe lager dat cijfer, hoe dunner.

Merinowol, een van de zachtste schapenwolsoorten ter wereld, is gemiddeld 15 tot 25 micron. De bekende luxevezel kasjmier, afkomstig van de kasjmiergeit, meet zo’n 14 tot 16 micron. ‘De guanaco, een andere lama-achtige die in Patagonië graast, heeft een vacht van 12 micron’, zegt Menghi. ‘Vicuña’s spannen de kroon met 8 micron.’ Ter vergelijking: een mensenhaar is gemiddeld 70 micron dik.

Marshallhenrie / Wikimedia (CC BY-SA 4.0)

Tussen 1950 en 1967 zakte de populatie van 400.000 tot 10.000.

Marshallhenrie / Wikimedia (CC BY-SA 4.0)

Voorbehouden voor Incaleiders

De eerste liefhebbers van de zachtste wol ter wereld waren de Inca’s. Zij vonden de stof zo waardevol dat alleen hun leiders ze mochten dragen. Vicuña’s scheren deden ze zeer zorgvuldig en ging gepaard met heilige rituelen. Chaccu, zo werd de rite genoemd.

Tussen 1950 en 1967 zakte de vicuñapopulatie van 400.000 tot 10.000.

Vicuñawol groeit traag, amper een tweetal centimeter per jaar. De Incaleiders moesten geduld uitoefenen en voerden hun rituelen maar één keer om de drie à vier jaar uit. Met resultaat: op het moment dat de Spanjaarden de Andes bereikten, in de zestiende eeuw, waren er twee miljoen vicuña’s.

Zo talrijk zouden ze nooit meer zijn. De Spanjaarden doodden de dieren om de ‘zijde uit de nieuwe wereld’ te verschepen naar Europa. Tussen 1663 en 1853 kwamen de huiden van maar liefst anderhalf miljoen vicuña’s op de Europese markt terecht, schrijft Lukens Noonan. Ze noemt het een ‘bloedbad’.

‘Terwijl het toch veel beter is om het dier gewoon te scheren’, zucht Menghi. ‘Dan heb je elk jaar nieuwe wol.’

Het trieste dieptepunt was het midden van de vorige eeuw. Tussen 1950 en 1967 zakte de populatie van 400.000 tot 10.000. Het was tijd om actie te ondernemen, anders zou de diersoort voorgoed verdwijnen. Dus zette CITES, de Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, red.) alles op alles.

Trillen en scheren

Obdulio Menghi maakte van 1974 tot 1998 deel uit van CITES. Hij had een zitje op de eerste rij bij de redding van de diersoort. ‘In 1975 kreeg het dier het status van ernstig bedreigde diersoort’, zegt Menghi. ‘Voor de conservatie zetten we in op nieuwe manieren om het dier te scheren, gebaseerd op de oude rituelen van de Inca’s.’

‘Ik kan mij niet inbeelden dat je de dieren zou doden voor hun vacht. Zulke prachtige beestjes!’

Menghi heeft zelf zo’n c__haccu uitgevoerd, om lokale boeren te leren hoe ze het best met de dieren omgaan. ‘Ik stond te trillen op mijn benen van de spanning’, weet Menghi nog goed. ‘Alle ogen waren op mij gericht. Ik mocht niet scheren op de foute manier.’

Ook Meg Lukens Noonan zag met haar eigen ogen hoe je vicuña’s op een duurzame manier scheert. The Coat Route bracht haar naar het Peruviaanse dorp Huaytara, in het kielzog van Amerikaanse biologe Jane Wheeler. Op een namiddag in juni 2010 hebben Wheeler en haar team zo’n tweehonderd vicuña’s geschoren.

‘Een heel spannend proces, echt prachtig om te zien’, herinnert Lukens Noonan zich nog goed, wanneer ik haar meer dan tien jaar na haar reportagereis spreek. ‘Ik zal me altijd herinneren hoe toegewijd de dorpelingen waren, hoe lieflijk ze omgingen met de dieren. Een voor een pakten ze de vicuñas op om te scheren. Ik kan mij niet inbeelden dat je de dieren zou doden voor hun vacht. Zulke prachtige beestjes!’

De ‘vangst’ in Huaytara in 2010 was goed voor 25.000 dollar aan wol had biologe Jane Wheeler aan Lukens Noonan toevertrouwd. Die opbrengst gaat helemaal naar de lokale gemeenschap. Toen Obdulio Menghi zijn scheermes bovenhaalde in de jaren zeventig, was de prijs van vicuñawol 200 dollar per kilogram. ‘Nu is die 500 dollar per kilogram’, zegt Menghi.

Al vind je diezelfde wol nu ook voor de helft van de prijs op de Chinese en Europese markt, vertelt de Argentijn er meteen bij. Om tot die prijs te komen, wordt er minder lieflijk omgegaan met de dieren.

©FAO/Andrea González

Een “Chaccu” of scheerfestival in Ecuador

©FAO/Andrea González

Undercover op zoek naar stropers

Alle inspanningen die genomen zijn om de vicuña’s te beschermen, staan in schril contrast met hoe er vandaag met de dieren wordt omgegaan. ‘Het begon een vijf- à zestal jaar geleden’, vertelt Menghi geheimzinnig, alsof hij een spannende thriller inleidt. ‘Op de markt van Genève zag ik vicuñawol passeren voor een prijsje. Ik heb mij van den domme gehouden, veel vragen gesteld en de wanpraktijken uiteindelijk aangegeven bij Interpol.’

‘De jacht op de vicuña neemt enkel maar toe.’

Het was de eerste, maar zeker niet de enige keer dat hij spotgoedkope vicuñawol zou aantreffen. In de Boliviaanse stad El Alto werden hem zakken met vicuñahaar aangeboden voor 250 Amerikaanse dollar per kilogram. ‘De helft van de prijs! Dat houd je niet voor mogelijk.’

Voor Menghi is er geen twijfel mogelijk: het gaat om illegaal verkregen vicuñawol, gesmokkeld door stropers die – net als vroeger – de dieren ombrengen in plaats van ze zorgvuldig te scheren en opnieuw los te laten.

Dat bevestigt ook de Chileense professor Benito Alejandro González Pérez, die werkt als dierengeneeskundige aan de Universidad de Chile en tot december voorzitter was van GECS, de Grupo de Especialistas en Camélidos Sudamericanos. ‘De jacht op de vicuña neemt enkel maar toe. In de buurt van Ayacucho, een Peruviaanse stad in de bergen, zijn tijdens de lockdown vorig jaar maar liefst tweehonderd dode vicuña’s teruggevonden.’

‘Het illegale stropen moet gestopt worden, als we willen dat deze soort overleeft.’

Hun vacht werd verkocht voor een spotprijs, zegt ook González, al maakt hij de kanttekening dat de wol vervolgens in kleinere hoeveelheden doorverkocht wordt om een meerwaarde te creëren. ‘De wol wordt dan niet per kilo, maar pakweg per honderd gram verkocht.’

De grootste angst van González is dat de prijs van vicuñawol nog meer zou zakken. ‘Dan zou de verkoop van de wol nog meer primeren op de conservatie van de soort.’ Hij moet er niet aan denken. ‘De vraag naar deze wol is groot. Het illegale stropen moet gestopt worden, als we willen dat deze soort overleeft.’

Om de stropers in het nauw te drijven, gaat González’ Argentijnse collega Menghi, ondanks zijn gezegende leeftijd van 75 jaar, zo ver als hij kan. ‘Ik maak deel uit van een undercover operation.’ Menghi zegt het in het Engels, niet in het Spaans, alsof hij hengelt naar een rol in een nieuwe James Bondfilm. ‘Dat is de enige manier die werkt.’

‘Als ik de illegale wol zou kopen en daarmee zou toekomen op de luchthaven van Charles De Gaulle, nam de Franse autoriteit die in beslag. Binnen de kortste keren zou Europa de commerciële handel van vicuñawol in zijn geheel verbieden.’ De Argentijn schudt zijn hoofd. ‘Dát zou pas dramatisch zijn.’

MonikaP / Pixabay (CC0)

MonikaP / Pixabay (CC0)

Geschoren is gered

Vicuña esquilada, vicuña salvada: ‘een geschoren vicuña is een geredde vicuña’. ‘Als de dieren hun wol kwijt zijn, is er geen reden meer om ze te doden’, zegt Menghi.

Het is de slogan die de ngo Fundación Conservación & Desarrollo Bolivia hanteert. ‘Nergens wordt er meer vicuñawol gesmokkeld als in mijn land’, zegt directeur Martha Bernabet. Ze is laaiend enthousiast dat een journalist daar aandacht voor heeft, en geeft dat tijdens ons interview meermaals te kennen.

‘Lokaal hebben we te maken met een heuse illegale markt. Voor die wol is geen eerlijke prijs betaald. Dat is problematisch, omdat heel wat gemarginaliseerde gemeenschappen in de bergen afhangen van vicuñawol om in hun levensonderhoud te voorzien.’

‘Alle vicuñawol ter wereld kan de armste mensen voeden’, zegt Menghi daarover. Hij heeft me in contact gebracht met Bernabet. Als ik hem vraag wie er juist op vicuña’s jaagt, wijst hij lokale boeren aan. ‘Verwonderlijk is het niet. Zij moeten ook te eten hebben. Dan is het verleidelijk om in zee te gaan met stropers.’

Politieagenten die stropers willen tegenhouden, worden bedreigd of zelfs vermoord.

‘De lokale gemeenschappen wonen heel hoog in de bergen, ze hebben weinig andere bronnen van inkomsten’, zegt Bernabet. Al is ze heel stellig: ‘Ik geloof niet dat dezelfde gemeenschappen die de dieren scheren ook de dieren zouden stropen. Dat is onmogelijk, omdat ze zo een veel slechtere prijs voor de wol krijgen.’

De echte boemannen in dit verhaal zijn de tussenpersonen die de vacht van de stropers opkopen en het land uit smokkelen, bevestigen zowel Bernabet als Menghi. De tussenpersonen verdienen grof geld met de verkoop. Politieagenten die stropers willen tegenhouden, worden bedreigd of zelfs vermoord. ‘Zo is onder andere ook een Boliviaanse milieuadvocaat dood aangetroffen’, vult González aan.

In Chili, waar González vandaan komt, zijn er weinig strafrechtelijke gevolgen voor stropers. De wet maakt er geen verschil tussen een vicuña doden of een muis in een val laten lopen. González bevestigt dat wilde dieren niet genoeg beschermd worden in zijn land. ‘Wie drugs smokkelt, hangt eraan. Wie vicuña smokkelt, kan er zomaar mee wegkomen.’

Die vicuñawol komt terecht op de Europese markt, zoals Menghi eerder observeerde, of wordt naar China verscheept. Dat toonde de laatste jaren veel interesse in luxevezels. Volgens Menghi zijn luxemerken erg geïnteresseerd om de stof in te kopen voor een lagere prijs. Hij noemt geen namen, maar heeft zo zijn vermoedens. ‘Alleen moet ik eerst op zoek naar bewijs.’

Als een muis in de val

De undercover operation van Obdulio Menghi is inmiddels anderhalf jaar aan de gang. Veel kan hij nog niet vertellen over de resultaten. ‘Ik ben nog altijd bezig met mijn speurtocht.’

Zo’n onderzoek is verre van evident, bevestigt zijn collega González. ‘Ook ik heb nog niks concreet in handen. Het is mogelijk dat grote merken betrokken zijn, maar dat weten we niet zeker.’

‘Het is momenteel te makkelijk om vicuñawol te smokkelen zonder gepakt te worden door de douane.’

Op de vraag van MO* voor een interview heeft het Belgische luxemerk Scabal niet gereageerd. Ook Loro Piana, een Italiaans luxemerk dat een eigen privépark heeft in de Altiplano van Peru en de wol (opnieuw) in de markt gezet heeft als luxeproduct, wou niet in gesprek gaan.

Dat verbaast González niet. ‘Ze willen hier niet bij betrokken worden.’ Hij slaakt een zucht. ‘Het probleem is dat de informatie erg verspreid is. Er zou meer samenwerking moeten zijn tussen de Latijns-Amerikaanse landen om het probleem gezamenlijk aan te pakken.’

Zowel voor González, Menghi als Bernabet is het duidelijk wat er moet gebeuren: meer controle. Niet in het hooggebergte, maar aan de douane. ‘Aan de grenzen moeten we de stropers stoppen’, vindt Bernabet. ‘Het is momenteel te makkelijk om vicuñawol te smokkelen zonder gepakt te worden door de douane’, zegt ook González.

Bernabet zet haar hoop op de tracering van de stof. Met een duidelijk label met daarop het land van herkomst zou illegale vicuñawol geen kans meer maken. ‘Wie vicuñawol draagt, draagt ook een verantwoordelijkheid’, vindt ze. Daarom geeft ze aan toeristen in haar land het advies om de wol zeker niet zomaar op straat te kopen.

‘Ik heb eens gehoord dat je kunt voelen of een jas van vicuñawol van een levend of dood dier komt’, geeft Bernabet nog mee. ‘Wetenschappelijk bewijs is er niet, maar de gemeenschappen vertellen me dat de wolvezels van dode dieren minder warm aanvoelen. Misschien gaat dat de illegale verhandeling van deze dieren aan banden leggen, als mensen en merken doorhebben dat de kwaliteit toch niet hetzelfde is.’

Dit artikel kwam tot stand in het kader van MO*onderzoekt.

Update: Aanvankelijk stond in het artikel dat El Alto een buitenwijk van de Boliviaanse stad La Paz is. Dat was oorspronkelijk zo, maar ondertussen groeide de wijk uit tot aparte stad, en telt het zelfs meer inwoners dan het nabijgelegen La Paz.