In 2030 hebben we 600 miljoen extra jobs nodig

Blog

In 2030 hebben we 600 miljoen extra jobs nodig

In 2030 hebben we 600 miljoen extra jobs nodig
In 2030 hebben we 600 miljoen extra jobs nodig

In deze derde bijdrage over de toekomst van het werk zetten we nog enkele andere uitdagingen in het licht, te beginnen met de jobcreatie en arbeidsverhoudingen.

De jobcrisis is niet voorbij, in 2019 zullen we 80 miljoen jobs verloren hebben aan de crisis die ons treft sedert 2008. 200 miljoen mensen zoeken werk en in 2030 zullen we 600 miljoen jobs extra nodig hebben. Van waar moeten die komen gezien nergens nog sterke groei verwacht wordt en groei bovendien veel minder jobs opbrengt dan in het verleden, terwijl de informele economie enkel groeit? In Latijns-Amerika alleen al gaat het over 47% van de economie (landbouw niet meegerekend). De informaliteit treft vooral jonge mensen en vrouwen.

Arbeidsverhoudingen exploderen

Voor jonge mensen en nieuwkomers in het algemeen zijn die onzekere vormen van arbeid dikwijls de enige mogelijkheid om werk te vinden.

Niet alleen de kwantiteit, het aantal werkplaatsen vormt een probleem, ook de kwaliteit baart ons zorgen. We worden geconfronteerd met een explosie van nieuwe types van arbeid en arbeidsverhoudingen: onvrijwillig deeltijds werk, korte termijnwerk, gedwongen korte werktijd, gedwongen lange werktijd, zero-uur contracten, oproepcontracten, zogenaamd zelfstandig werk: toch volledig afhankelijk van een werkgever maar zonder arbeidsovereenkomst, occasioneel werk, tijdelijk werk, tijdelijk uitbesteed werk, arbeidscontracten met een agentschap, uitbesteed aan een andere werkgever, enzovoort. Deze niet standaard arbeidsverhoudingen worden nu voorgesteld als dé toekomst en ieder geval onvermijdelijk, als ‘TINA’: ‘there is no alternative’, als het nieuwe normaal. Vele werknemers klagen terecht over de ‘precarisering’ van hun jobs. Voor jonge mensen en nieuwkomers in het algemeen zijn die onzekere vormen van arbeid dikwijls de enige mogelijkheid om werk te vinden. Herhaaldelijk wijzigende en veeleisende jobs gekoppeld aan onzekerheid en aan de verplichting om tot latere leeftijd te werken leiden onvermijdelijk tot een sterke stijging van burn-out en ziekte, voor hen die werk hebben. Mensen zijn best bereid tot grote inzet en loyauteit voor hun bedrijf en zijn liefst heel fier om voor hun bedrijf te werken. Recente onderzoeken tonen het aan, maar het volstaat zelfs even rond te kijken in familie, vrienden- en kennissenkring om vast te stellen dat het gevoel van verbondenheid met werkgevers, bedrijven en instellingen smelt als sneeuw voor de zon. Overigens maken bedrijven steeds meer deel uit van ondefinieerbare (internationale) financieringsmaatschappijen die één doel voor ogen hebben, ‘short time delivering’, opbrengst op korte termijn. Het spreekt vanzelf dat bedrijven en bedrijfsleiders succesfactoren als loyauteit en inzet kunnen vergeten als zij het aanleggen op die nieuwe types van arbeidsverhoudingen, alle inspanningen van arbeidspsychologen en human-resources managers ten spijt. Ook bedrijven en bedrijfsleiders zullen moeten kiezen welke ‘future of work’ zij willen.

Hoe kunnen voldoende degelijke jobs voorzien worden? In welke mate zullen werknemers nog beschermd worden? Welke rol zullen de internationale arbeidsconventies spelen, bestaande en nieuwe aangepaste conventies om sociale rechtvaardigheid in het werk van de toekomst te verzekeren.

Geen happy end voor het sprookje van de deregulering

De realiteit heeft aangetoond dat het goed geregisseerde sprookje van minder regulering waar iedereen beter zou van worden helemaal geen happy end kent. Meer opdeling en nieuwe vormen van arbeidsrelaties zullen integendeel sterker moeten gekaderd worden in internationale arbeidsnormen en nationale arbeidswetgeving. De vraag is dus waar en hoe de huidige conventies tekortschieten in bescherming van werknemers en hoe valse economische concurrentie op basis van deregulering of onder-regulering wordt uitgesloten. Hoe lidstaten in de pas houden of ze in de pas brengen wanneer ze door niet-ratificatie van conventies, trachten te ontsnappen aan de internationale regelgeving? Voor de werknemersgroep van de ILO is het dus duidelijk dat de toekomst van het werk betere rechten en internationale arbeidsnormen vergt. De verdere fragmentering van arbeidsrelaties maken een bescherming van werknemers tegen vormen van uitbuiting nodig, zeker wanneer werknemers meer of dikwijls in hun loopbaan van werkgever moeten veranderen.

We moeten ons toch niet ondergeschikt maken aan technologie

Goed ingezette technologieën kunnen veel oplossen maar onder meer chemische en biologische innovatie kunnen tegelijk ook nieuwe problemen creëren voor de bescherming van de veiligheid en gezondheid van werknemers, zeker in de zogenaamde supply chains of netwerkbedrijven. Zijn de gezondheids- en veiligheidsstandaarden voldoende effectief om nieuwe risico’s te voorkomen ten gevolge van nieuw ontwikkelde organismen, chemicaliën en stralingen?

Global supply chains in de pas doen lopen

De global supply chains, internationale toeleverings- of netwerkbedrijven zullen een enorme invloed uitoefenen op de toekomst van het werk. Hoe kunnen we die machtige netwerken in de pas doen lopen? Hoe reguleren we leidende ondernemingen? De meerwaarde die zij creëren wordt in vele gevallen oneerlijk verdeeld tussen bedrijven en werknemers en de staten waar zij opereren. Hoe kunnen we tot een eerlijke verdeling komen van de gerealiseerde meerwaarden? De internationale Arbeidsconferentie van juni 2016 gaf opdracht verder uit te zoeken wat nodig is, eventueel een nieuwe conventie, om deze ‘global supply chains’ in de pas van mensen- en werknemersrechten te laten lopen.

Een hiermee verbonden vraag is welke de rol zal zijn van sociale dialoog en onderhandelingen in een context van een gefragmenteerde arbeidsmarkt en verder ontwikkelde toeleveringsketens? De pril ingezette weg van grensoverschrijdende en wereldwijde onderhandelingen en akkoorden zal consequent moeten verdergezet en uitgebreid worden.

Een toekomst die we zelf kiezen

Tenslotte geloven we dat de toekomst van het werk de toekomst moet zijn die wij willen en kiezen. We moeten ons toch niet ondergeschikt maken aan technologie en de opgesomde andere factoren. Met deregulering trachten regeringen hun land aantrekkelijk te maken voor investeringen. Maar dit werkt niet, zeker niet op lange termijn. Een consistente, universele, toegepaste en goed opgevolgde regulering door ILO-normen blijft het beste instrument voor de toekomst van het werk, van de werknemers, van de economie en voor duurzame vrede.

Tags