Belgische Congofilms in Ciné Burkina

Blog

Belgische Congofilms in Ciné Burkina

Belgische Congofilms in Ciné Burkina
Belgische Congofilms in Ciné Burkina

Ze vertonen Kinshasa Kids op Fespaco in Ouagadougou. In alle vroegte. De film was voor Burkina Faso al in België te zien, één keer in de Bozar, en hij stond ook geprogrammeerd in de Vendome, in Matonge. Regisseur is Marc-Henri Wajnberg, die nog met Josse de Pauw gedraaid heeft. Een Belgische prent dus maar een die volledig in Kinshasa speelt.

Kinshasa Kids brengt het verhaal van shegue, straatkinderen die het idee opgevat hebben om een concert te brengen. Een verhaal van geweld, tegenvallers en berusting. De meest beklijvende scene is hoe hun mentor voor het transport van de instrumenten een beroep doet op een zevendehandse kruk van een vrachtwagen. Natuurlijk valt hij in panne en raakt hij nooit op zijn einddoel. Papa Wemba, opgetrommeld om het musicale gebeuren mee in te vullen, moet onverrichterzake terug naar huis. Maar echt in zak en as is er niemand. Van Kinshasa Kids, op het scherm gebracht als een documentaire — ik was er bijna ingelopen — druipt de dynamiek van het ondergrondse Kinshasa af. Dat volkje krijg je niet kapot. Hoe goed zijn leiders ook hun best doen.

In de kids zie je de toekomst van Congo. Niet in Kampala waar afgevaardigden van de regering en rebellen van M23 al maanden oeverloze gesprekken voeren die op het terrein geen impact hebben en als belangrijkste doelwit hebben om met de per diems de zakken van de deelnemers te vullen. Ook niet in Addis Abeba waar staatshoofden schimmige akkoorden sluiten.

Hoeveel manschappen telt ze nu feitelijk, de nieuwe vredeseenheid die de grensstreek tussen Congo, Oeganda en Rwanda moet bewaken? Hoe autonoom, los van de blauwhelmen, kan ze optreden? Wie financiert er de deal? Hoe hoog mag je de kans inschatten dat Oeganda en Rwanda het eerlijk menen en hun troetelkind M23 laten vallen als een baksteen? Sinds wanneer zijn we zeker dat de escalatie van geweld het conflict in Kivu oplost? Vragen die ik me stel nadat ik in Ouagadougou naar een film over straatkinderen heb zitten kijken maar die in andere hoofdsteden op het continent een antwoord moeten krijgen.

’s Avonds stond L‚affaire Chebeya, un crime d‚état op het menu. Van Thierry Michel, alweer een Belg. Hij is hier, ik liep hem al tegen het lijf. Veertien jaar geleden woonde ik op Fespaco de première bij van zijn indringende documentaire, Mobutu, roi du Zaïre. L‚affaire Chebeya, un crime d‚état brengt de reconstructie van het nepproces tegen de moordenaars van mensenrechtenmilitant Floribert Chebeya. De leugens van de protagonisten druipen van het doek. De Congolese leiders blijven buiten schot.

Het zijn niet de Kinshasa Kids of Chebeya die ze tot betere inzichten en praktijken zullen brengen, dat weet ik ook wel. Dat is het drama van het land, goede mensen genoeg maar de cenakels van de macht zijn voor hen ontoegankelijk. Maar misschien, heel misschien, kunnen films de wereld redden of althans voorzichtig daartoe bijdragen door iedereen die ogen in zijn hoofd heeft met zijn neus op de feiten te drukken.