Dansen is onze regel wel

Blog

Dansen is onze regel wel

Dansen is onze regel wel
Dansen is onze regel wel

De Iraanse overheid behandelt de 75 miljoen burgers alsof ze op een gigantische kostschool zitten. Maar informatie en dromen zijn niet niet tegen te houden.

De mensen zijn monddood maar goed geïnformeerd

‘Er is geen alternatief meer’, zegt hij, wijzend op de kleine graffitiboodschappen op het hek rond het omroepgebouw: ‘Weg met de Groene Revolutie. Weg met Moussavi.’ Aan de ingang van de enorme compound staan twintig vierkante meter affiches met portretten van de alomtegenwoordige ayatollah Khomeini en ayatollah Khamenei, respectievelijk de eerste en de huidige Opperste Leider. ‘De herinnering aan u staat altijd in mijn hart geschreven’, is de bijhorende boodschap maar ze is naar verluidt wel wat poëtischer gesteld.

‘Moussavi, Karroubi, Khatami: ze zijn allemaal monddood gemaakt. De hele samenleving is gemuilkorfd door een regime dat alle informatie op de maat van haar eigen behoeften knipt.’ Je hoeft geen dagen aan je televisietoestel gekluisterd te zitten, om te beseffen dat de overheid er inderdaad alles aan doet om een wereld te construeren die haar gelijk op verpletterende wijze bewijst.

Alleen is dit de eenentwintigste eeuw. Om de dodelijke saaiheid en leugenachtigheid van de staatszenders te vermijden, installeert Reza en klein pierke een schotelantenne, waarmee ze de Iraanse zenders vanuit Californië volgen, of internationale zenders zoals BBC. En als ik mijn gesprekspartner ’s avonds vraag of ik even via zijn laptop op Facebook kan, is dat maar een woord en een kwestie van zestig seconden. De bevolking is met andere woorden veel minder onwetend dan ze zelf voorhoudt, maar dat maakt haar niet minder onmachtig.

De schrijfster danst

‘Ik wil dansen. Uitdrukken wie ik ben en wat ik denk door te bewegen. Niet dat ik droom van een podium en publiek, ik wil gewoon dansen voor mezelf.’

Ze kwam de kamer binnen met de presence van een doorwinterde actrice maar met de onbevangen blik van de twintigjarige die ze is. Ze heeft ongetwijfeld het talent en de kracht om haar droom te realiseren, en achter het gordijn van de schaamte wacht ongetwijfeld wél de droom van een prachtig podium en een enthousiast publiek. Alleen woont ze in het zuiden van Teheran, het armere en meer conservatieve deel van de stad dat vaak omschreven wordt als de machtsbasis van president Ahmedinejad. Al is de simpele opdeling tussen noord en zuid, anti- en pro-regime te zwart-wit voor een ingewikkelde samenleving als de Iraanse.

Ze praat niet met haar ouders over haar droom. Ze heeft een hele goede band met haar vader en die wil ze niet in gevaar brengen. Neen, haar vader is helemaal niet het prototype van de ongenadige pater familias die meer belang hecht aan standvastigheid in het geloof dan aan het geluk van zijn kinderen, ‘maar je weet hoe de mensen zijn’. De familie, de buren, de andere mannen in de moskee: als zij zouden beginnen praten over zijn dochter, dan wordt het voor hem onhoudbaar. Dans heeft namelijk een slechte naam. Ze probeert het uit te leggen, maar zelfs in het Perzisch is het moeilijk om te zeggen dat dans gezien wordt als een onfatsoenlijk beroep, iets voor vrouwen van lichte zeden.

Schrijven is beter. Dat doe je thuis, achter gesloten deuren. Een schrijver heeft aanzien in Iran. En het is niet verboden door de wetten van het land. Daarom wou ze al van jongsaf schrijfster worden. Maar nu vraagt ze: ‘Is dat niet te combineren? Poëzie met proza, en dat samen vormgeven in hedendaagse dans. Dat zou toch prachtig zijn?’ In haar ogen gaan de spots al aan en schuift het gordijn open.