De Gorani: Tussen eigenheid, Kosovo en Servië

Blog

De Gorani: Tussen eigenheid, Kosovo en Servië

De Gorani: Tussen eigenheid, Kosovo en Servië
De Gorani: Tussen eigenheid, Kosovo en Servië

Op woensdag 6 mei vieren de Gorani traditioneel hun nationale feestdag. Dat vormt een goede gelegenheid om iets dieper in te gaan op de moeilijke spreidstand van de kleine gemeenschap tussen de Kosovaarse en Servische overheid.

De Gorani leven in het bergachtige grensgebied op het huidige drielandenpunt tussen Kosovo, Albanië en Macedonië, de zogenaamde Gora regio. “Gora” betekent letterlijk berg of heuvel, “Gorani” kan best als hooglanders vertaald worden. In het uiterste zuiden van Kosovo zijn er 19 Gorani dorpen. Net over de Albanese grens zijn er nog eens negen, over de Macedonische grens drie.

Gorani spreken een Zuid-Slavische taal die ergens tussen het Bulgaars, Macedonisch en Servisch ligt. Wat hen echter onderscheidt van hun grote Orthodoxe Zuid-Slavische buren is de Islam. Men gaat ervan uit dat de Gorani als compacte gemeenschap in de loop van de 18e eeuw overgingen van de Orthodoxie op de Islam, als gevolg van de desorganisatie in de Orthodoxe Kerk en de privileges die verbonden waren aan de Islam ten tijde van het Ottomaanse Rijk.

© Hans Fridlund

Vlaška, waar de traditionele jaarlijkse bijeenkomst van de Gorani plaatsvindt

© Hans Fridlund

Gorani delen religie en, tot op zekere hoogte, taal met de Bosnjakken (Zuid-Slavische of Bosnische Moslims), die voornamelijk in het westen van Kosovo leven. De bijzonder geïsoleerde positie en pastorale levenswijze van de Gorani (in tegenstelling tot de meer verstedelijkte Slavische/Bosnische Moslims in het nabijgelegen Prizren bijvoorbeeld) leiden ertoe dat de Gorani zich als een aparte gemeenschap beschouwen, zij het met sterke banden met andere Slavische bevolkingsgroepen in de regio.

De Gorani vormen een kleine erkende minderheid in Kosovo. Volgens resultaten van de census van 2011 en schattingen door OVSE voor het noorden van Kosovo (waar de census geboycot werd) zijn er 10,945 Gorani in Kosovo. De absolute meerderheid van hen leeft in de Gora regio.

Voor de oorlogen in het voormalige Joegoslavië werd er uitgegaan van een totale bevolking van 50,000. Vele Gorani verlieten hun traditionele kerngebied op zoek naar werk (vaak in de vorm van seizoensarbeid), hetzij in Joegoslavië, hetzij in West-Europa. Deze migratietendens werd versterkt als gevolg van het gewelddadige uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië. Vandaag de dag is de Gora een onderontwikkelde rurale regio, met maar weinig economische of sociale vooruitzichten voor de lokale gemeenschap.

© Hans Fridlund

De zurla, het traditionele houtblaasinstrument

© Hans Fridlund

De Gora feestdag

Volgens de traditie komen alle Gorani bij het begin van de lente – op Đurđevden, 6 mei –samen op de berghelling Vlaška in hun traditionele kerngebied voor traditionele festiviteiten, muziek en traditionele worstelcompetities. Vandaag de dag schiet er van die traditionele folklore nog maar weinig over, behalve de obligate rondedans (oro of kolo), enkele dames in traditionele klederdracht en traditionele muziek met zurla (houtblazer) en tupan (slaginstrument).

De dag is in feite een grote openlucht picknick of barbecue, met kermisattracties. Veel jongeren schijnen de dag ook te beschouwen als een goede gelegenheid om een partner te vinden. Deze dag wordt in Kosovo officieel erkend als de feestdag van de Gorani en vormt een van de zeldzame aangelegenheden waarop de gemeenschap in beeld komt.

© Hans Fridlund

De feestdag is in feite een grote openlucht picknick of barbecue

© Hans Fridlund

Spreidstand tussen Servië en Kosovo

Een opgemerkte gast dit jaar was Aleksandar Vulin, huidig Minister van Werk en voormalig Minister voor Kosovo en Metohija in de Servische regering. Ook aanwezig was Aleksandar Jablanović, voormalig minister in de Kosovaarse regering en de leider van de dominante Servische partij in Kosovo die in feite het standpunt van de Servische regering in Kosovo vertolkt. Opvallend afwezig waren vertegenwoordigers van het Kosovaarse establishment.

Dit illustreert de moeilijke spreidstand voor de Gorani tussen Servië en Kosovo. Aan het eind van de jaren ’80 van de vorige eeuw creëerde Slobodan Milošević nieuwe gemeentes in Kosovo in die gebieden waar de Servische bevolking (globaal gezien in de minderheid in Kosovo) in de meerderheid was. Een van die nieuwe gemeentes was Gora. Na het einde van de oorlog in 1999 werd die beslissing teniet gedaan en ging de Gora regio opnieuw op in de gemeente Dragash/Dragaš. Binnen die gemeente vormen Kosovaarse Albanezen de meerderheid.

© Hans Fridlund

Traditionele Gorani muzikanten, een laatste restant van de traditionele cultuur

© Hans Fridlund

De gemeente Gora bleef echter parallel functioneren volgens het Servische systeem en onderhoudt onderwijs, gezondheidszorg en sociale voorzieningen in de regio met de financiële steun van de Servische overheid. Veel mensen zijn dus direct en indirect afhankelijk van Servisch geld. Ofwel werken ze voor de Servische gemeente, scholen of gezondheidsvoorzieningen, ofwel genieten ze van Servisch onderwijs, gezondheidszorg of allerlei sociale voorzieningen (waarvan werkloosheidsuitkeringen en pensioenen de belangrijkste zijn).

Kosovaarse overheidsinstellingen en voorzieningen zijn veel minder sterk aanwezig in de Gora regio en veel Gorani beschouwen zich als vierderangsburgers in Kosovo, na Kosovaarse Albanezen, de politieke belangrijke Servische gemeenschap en de beter geïntegreerde andere minderheden in Kosovo, zoals Turken en Bosnjakken. De gemeente Dragash en haar instellingen worden beschouwd als een hoofdzakelijk Albanese aangelegenheid. Er was ook geen enkele vertegenwoordiger van de gemeente officieel aanwezig op de Gorani dag.

Sommige Gorani maken gebruik van Bosnische instellingen, voornamelijk scholen, binnen het Kosovaarse systeem. De meeste Gorani lijken echter gewonnen om de gemeente Gora ook volgens het Kosovaarse systeem te erkennen. In lijn met de Kosovaarse wetgeving, zou dit de Gorani recht geven op verregaande bevoegdheden inzake onderwijs, gezondheidszorg en lokaal zelfbestuur.

© Hans Fridlund

Vrouwen in traditionele klederdracht

© Hans Fridlund

Servië en de Servische politici in Kosovo steunen deze eis en voorzien dat de gemeente Gora zou kunnen toetreden tot de Vereniging van Servische Gemeentes in Kosovo. Dat verklaart de opgemerkte aanwezigheid van Vulin op de Gorani dag. Het Akkoord van Brussel uit 2013 tussen Kosovo en Servië voorzag de vorming van een Vereniging van Servische Gemeentes met bevoegdheden inzake onderwijs, gezondheidszorg, stedelijke en landelijke planning en economische ontwikkeling.

Over de concrete invulling van dit akkoord wordt nog steeds gekibbeld, maar de Vereniging zal hoogstwaarschijnlijk de Servische parallelle instellingen integreren en legaliseren binnen het Kosovaarse systeem door middel van een tussenmechanisme, namelijk de Vereniging van Servische Gemeentes (een compromis dat zelfs naar Belgische normen nogal absurd lijkt).

Dit mechanisme zou de voor veel Gorani levensbelangrijke Servische financiële steun aan de gemeenschap garanderen en officialiseren. De gegronde vrees bestaat echter dat de Vereniging gedomineerd zal worden door de Servische gemeenschap en haar politici in Kosovo en dat Gorani opnieuw slechts een marginale bijrol zullen spelen. Zo blijven de Gorani niet veel meer dan een speelbal in het politieke spel tussen Servië en Kosovo.