De schoonheid en het verdriet van de Peruaanse Andes

Blog

De schoonheid en het verdriet van de Peruaanse Andes

De schoonheid en het verdriet van de Peruaanse Andes
De schoonheid en het verdriet van de Peruaanse Andes

Elke miserabele stap is er één dichter bij het einddoel, herinner ik mezelf. Na vier uur klimmen hebben we de kaap van de 5000 meter ruimschoots gerond, maar de top weigert halsstarrig om dichterbij te kruipen. Er staat een ijzige wind. Een zware rugzak sleurt aan mijn schouders en blaren teisteren mijn hielen. Na een zoveelste krachtinspanning, dwingt de berg mij andermaal tot rust. Ik probeer mezelf bij elkaar te rapen, maar heb de grootste moeite om mijn ademhaling te normaliseren. Niet geheel onvoorzien. Mijn acclimatisatie verliep niet echt optimaal en op deze hoogte betaal je dat altijd cash. Met een krachtige haal plant ik mijn ijspikkel in de rug van de gletsjer en ik zijg neer: tot hier en niet verder.

Een les in nederigheid, verdomme, en laat dit net één van de redenen zijn waarom ik zo gebiologeerd ben door bergen. “You defeated me! But you won’t defeat me again, because you have grown all you can grow and I’m still growing”, flitsen de legendarische woorden van Sir Edmund Hillary, de eerste man die de Everest besteeg, door mijn hoofd. Mijn klimpartner heeft echter nog overschot. Ze verbreekt onze cordée en verdwijnt onvervaard in de duisternis, op weg naar een succesvolle beklimming. “Good luck”, schreeuw ik haar tussen twee gulzige ademtochten nog na. Ikzelf blijf met mijn gids achter op het zadelpunt van de berg en adem de vrijheid van ongerepte natuur. De dageraad laat echter op zich wachten en om niet te bevriezen, zien we ons genoodzaakt in beweging te blijven.

Even later wijkt de donkerte voor het eerste zonlicht en weet ik mij omringd door een adembenemend panorama van scherp gekartelde bergtoppen en imposante ijskappen. Diep onder mij glinstert een smaragdgroen meer en boven mij sieren ijle cirruswolken de hemel die door een rijzende zon steeds blauwer kleurt. Een prachtig kleurenspel voltrekt zich op de ruige bergflanken aan de overkant van de vallei en voor het eerst vandaag voel ik voldoening die omvangrijke camera te hebben meegesleurd. Wat is dit toch een verschrikkelijk mooi gebied.

Het Zwitserland van Peru

Ik bevind me op Nevado Pisco, een berg van ruim 5700 meter in de Cordillera Blanca, een bergketen die zich zo’n 400 kilometer ten noorden van hoofdstad Lima uitstrekt in het departement Ancash. Het gebergte maakt deel uit van de langgerekte Andesketen die langs de westkust van Zuid-Amerika loopt en wordt ook gepromoot als het ‘Zwitserland van Peru’. Waarom is eenvoudig te vatten. Net als in de Zwitserse Alpen tref je hier immers een schat aan natuurpracht. Bergpieken met eeuwige sneeuw, kristalheldere gletsjermeren en diep uitgesneden valleien waarin koeien groene weilanden begrazen? Het ‘Wit Gebergte’ voldoet moeiteloos aan dit volmaakte plaatje. Sommige Peruanen doen zelfs hun stinkende best om hun huis in chaletstijl op te trekken.

In wezen zijn er slechts twee grote verschillen: je scheurt je broek hier minder snel aan een eet-of slaapgelegenheid en de bergen reiken gemiddeld een pak hoger dan in genoemd Alpenland. Van de meer dan 300 pieken die de Cordillera Blanca rijk is, klimmen een dertigtal boven de 6000 meter. Grillige mastodonten die zich in geïsoleerde suprematie hullen en enkel de weidse lucht boven zich dulden. Hier, in het hart van de Peruaanse Andes, heersen de Huascarán - met zijn 6768 meter de hoogste piek van het land - en de mythische Alpamayo, die vanwege zijn diamantvorm door menig klimmer als de mooiste berg ter wereld beschouwd wordt.

Dit gebergte huisvest de grootste en tevens hoogste gletsjerketen in de tropen en mag complexloos wedijveren met de grandeur van de Himalaya. Geen wonder dus dat het Nationaal Park Huascarán, dat het grootste deel van de Cordillera Blanca beschermt, in 1985 door UNESCO aan de werelderfgoedlijst werd toegevoegd. Toch is dit gebied niet de populairste bestemming onder toeristen die naar Peru reizen. Toen ik een tijd geleden participatief getuige was van de doorgewinterde geldmachine genaamd ‘Machu Picchu’, viel het me moeilijk te begrijpen waarom. Voor mij is dit althans de verborgen schat van Peru: een waar klimparadijs voor alpinisten die najagen wat we in Europa reeds grotendeels verloren hebben.

Eenrichtingsstraat naar gletsjerloze toekomst

Het hoeft geen verder betoog; als bergfanaat heb ik hier meermaals mijn hart opgehaald. En toch gaat achter al die natuurpracht een grote tragedie schuil, want nergens in dit land slaan de gevolgen van de ingezette klimaatverandering je zo hard in het gezicht als in de Cordillera Blanca.

De afdaling vanop Pisco richting basiskamp bleek tijdrovender dan gedacht. De duisternis had het landschap tijdens de nachtelijke klim grotendeels aan mijn oog onttrokken, maar de eerste zonnestralen doorprikten meteen de illusie dat de terugtocht een gezondheidswandeling werd. Tussen mij en de fel begeerde rust gaapte een schijnbaar eindeloze puinhoop van rotsblokken, steen en ander gruis. Een waar slagveld waarvan de schuldige niet ver gezocht moest worden. De ijsmassa van Nevado Huandoy, Pisco’s grote broer, is doorheen de jaren fel teruggetrokken en laat in zijn spoor een immer uitdijend braaksel van bergmateriaal achter; het resultaat van de schurende werking van een gletsjer, die de rotsbodem van de vallei waar hij doorheen stroomt tot puin vermaalt en dit sediment vervolgens uitspuwt op plaatsen waar het ijs afsmelt. Not exactly a walk in the park, dacht ik. Na een urenlange tocht over een geaccidenteerd parcours van pittige morenehellingen en glooiende rotsformaties, plofte ik dan toch in mijn slaapzak.

De bevindingen van de continu evoluerende klimaatwetenschap zijn schrikbarend. In totaal zou Peru, dat meer dan 70 procent van ‘s werelds tropische gletsjers bezit, sinds 1970 zeker 22 procent van zijn areaal aan ijsmassa verloren hebben. Dat de ijskappen op onze planeet inleveren, is niet nieuw; dat doen ze al sinds het einde van de Kleine IJstijd in de negentiende eeuw. Wat wetenschappers echter grote zorgen baart, is het toenemende tempo waarin de gletsjers slinken. Terwijl ijsvelden hier dertig jaar geleden nog zo’n tien meter per jaar verloren, gaat het nu al zeker over twintig meter - sneller dan ooit gemeten. Die spectaculaire achteruitgang, die ook in andere Andeslanden waargenomen wordt, wordt ondubbelzinnig toegeschreven aan door de mens geïnduceerde temperatuurstijgingen die de natuurlijke cyclus op aarde verstoren.

Het proces is onomkeerbaar en de prognoses voor de regio ogen niet fraai. Volgens sommige voorspellingen spelen zo goed als alle bergen van onder de 5500 meter het komende decennium hun vertrouwde ijsmantel kwijt. De sombere projecties hebben onder andere te maken met het feit dat tropische gletsjers extra gevoelig zijn voor temperatuurswijzigingen. Het lot van de Cordillera Blanca laat zich dan ook gemakkelijk raden: deze majestueuze bergketen zal zijn naam in de toekomst steeds minder eer aandoen en zich finaal spiegelen aan de Cordillera Negra, het gebergte dat er tegenover ligt en waar sneeuwval amper een kans krijgt door de warme kustwinden. Wit en zwartbruin, zo onderscheidden beide bergketens zich tot nu toe van elkaar, maar hoe lang nog?

De zwanenzang van een monument

Het meest iconische voorbeeld van de zieltogende ijskappen in de Peruaanse Andes is ongetwijfeld dat van de Pastoruri gletsjer. Hier is het ijs de laatste jaren zo spectaculair teruggetrokken dat het een attractie op zich is geworden. Tot in de jaren ‘90 was dit een indrukwekkende ijskap waar men zelfs de ski’s kon aanbinden. In zijn absolute hoogdagen, zoals met de jaarlijkse skiwedstrijd, trok dit monument tot wel 3000 bezoekers per dag. Hoewel de gletsjer vanwege zijn gemakkelijke toegankelijkheid en faam nog steeds één van de populairdere uitstappen in de Cordillera Blanca is, loopt de opkomst sinds een aantal jaar fors terug, met alle gevolgen voor de toeristische sector van dien. In 2007 scheurde de ijsmassa in twee afzonderlijke stukken uiteen en vandaag is het smeltproces zo ver gevorderd dat toeristen verboden wordt het ijs nog te betreden. Een terminale gletsjer die zichtbaar aan zijn laatste lied toe is, dus.

Of toch niet helemaal? Aan de vooravond van zijn teloorgang leggen lokale autoriteiten samen met het Nationaal Park Huascarán immers de laatste hand aan een project om de Pastoruri blijvende relevantie te geven. ‘La Ruta del Cambio Climático’, een heuse climate change tour, moet bezoekers naar het Pastoruri circuit blijven lokken en de misgelopen toeristendollars opnieuw naar de lokale gemeenschap doen vloeien. Het parcours, dat in totaal zo’n dertig kilometer lang is en waarvoor het Ministerie van Buitenlandse Handel en Toerisme behoorlijk wat geld opzij zette, bestaat uit informatieve panelen en een documentatiecenter waar bezoekers door specialisten en aan de hand van foto- en videomateriaal gesensibiliseerd worden over de gevolgen van klimaatverandering - een unieke gelegenheid voor wetenschappers, studenten en toeristen om een harde maar vaak ongrijpbare realiteit vanop de eerste rij te ervaren. Sinds kort kan men langs het circuit ook de hoogst geplaatste windmolen ter wereld aanschouwen, zo bevestigt het Guinness Book of Records.

De klimaatroute is een nobel initiatief gericht op duurzaam toerisme en een mooie les in adaptatie, al kan ik het niet helpen vraagtekens te plaatsen bij de rentabiliteit van dit project op de lange termijn. De Pastoruri gletsjer mag naar Peruaanse normen dan wel op een steenworp van Lima liggen, eens het ijs hier definitief verdwenen is, valt af te wachten of toeristen zo ver zullen reizen om plaatjes te kijken van hoe mooi het hier vroeger was.

Ondertussen blijft deze gletsjer de wereld verbazen. Onlangs nog werden hier de versteende resten van enkele dinosauriërs en planten uit het pleistoceen ontdekt - de hoogst gevonden fossielen ter wereld en een zeldzaam positief gevolg van smeltende ijskappen. Door het warmere klimaat komen dit soort waardevolle vondsten steeds meer voor en het laat zich raden dat deze gletsjer zijn laatste geheim nog niet prijsgegeven heeft.

Uiterst kwetsbaar voor klimaatverandering

Het heengaan van de Pastoruri zal weinig waarnemers verrassen. Verdwenen gletsjers zijn in de Peruaanse Andes immers al lang geen toekomstmuziek meer. Zo verdween de Broggi, een minder bekende ijskap, reeds volledig in 2005. Het hart van een bergliefhebber vult zich met droefenis bij het horen van dergelijke berichten. Gletsjers zijn prachtig. Bevroren rivieren die tergend traag en met ijsscherpe tong de berg onder hen uitslijpen. Het zijn kostbare geschenken uit een ver verleden, getekend door diepe scheuren en kloven die mensen terstond kunnen verslinden. Hier loop je lichtvoetig, uit vrees het beest onder je stijgijzers te doen ontwaken.

Voor veel inwoners reikt dit verhaal echter een stuk verder dan de jammerlijke teloorgang van een uniek natuurgebied. Peru is op het vlak van klimaatverandering één van de kwetsbaarste landen ter wereld en een aanzienlijk deel van de bevolking voelt daar vandaag reeds de repercussies van. Verscheidene factoren dragen bij tot die grote kwetsbaarheid. Eerst en vooral heeft Peru zijn geografie tegen. Als tropenland kent het een warm klimaat en bovendien is deze streek sowieso al onderhevig aan extreme weersomstandigheden zoals droogtes en het klimatologische fenomeen El Niño/La Niña. Daarnaast haalt een groot deel van de bevolking haar inkomen uit de landbouw en de visserij, twee sectoren die erg gevoelig zijn voor veranderende weersomstandigheden.

De hooglandbewoners van de Andes, die zich voornamelijk met subsistentielandbouw en veeteelt bezighouden, hebben zich altijd al moeten weren tegen barre levensomstandigheden. Bijtende winden, dun begroeide graslandschappen en extreme temperaturen vormen hier van oudsher de norm. Door de klimaatverandering worden die weersextremen nu nog meer uitgesproken. Het systeem van seizoenen waarop de plattelandsbevolking zich oriënteert, wordt bovendien steeds wispelturiger. Boeren rapporteren onregelmatige regenval terwijl ongewone kou de productiviteit van hun gewassen keldert en de veestapel decimeert.

En als dat nog niet volstaat om zorgelijk naar de toekomst te kijken, zijn er altijd nog de smeltende gletsjers. IJskappen vervullen in de hooglanden een cruciale rol als wateropslagplaatsen die de bevolking door het droge seizoen helpen. De aanwezigheid van gletsjers zorgt er immers voor dat bevroren neerslag uit het natte seizoen tijdens de droge periode geleidelijk losgelaten wordt in de vorm van smeltwater. Natuurlijke buffers zijn het, en naarmate deze verdwijnen zal een groot tekort ontstaan op plaatsen waar water onmisbaar is voor de landbouw en menselijke consumptie.

Ook op korte termijn houden smeltende gletsjers gevaren in voor de hooglandbevolking, want door de overvloed aan smeltwater zwellen bergmeren aan waardoor het risico op verwoestende vloedgolven toeneemt. Zorgvuldige monitoring is de boodschap, maar dat vraagt middelen die niet altijd voorhanden zijn.

Lima: de woestijnstad die droog dreigt te vallen

Maar niet alleen Peruanen die in de schaduw van de Andespieken wonen, moeten zich zorgen maken over hun toekomstige watervoorziening. Ook de waterhuishouding van de steden wordt bedreigd door het verdwijnen van de gletsjers. Dit heeft te maken met het feit dat de smalle kuststrook, de meest ontwikkelde zone waar ruim twee derde van de totale bevolking woont, grotendeels woestijngebied is en over slechts vijf procent van de nationale watervoorraad beschikt. De watertoevoer in deze regio is daarom quasi volledig afhankelijk van wat uit de bergen naar de zee vloeit – nog een reden waarom dit land zo kwetsbaar is voor het veranderende klimaat.

Het probleem van Peru is niet zozeer dat er niet genoeg water is - aan dat goed immers geen gebrek in het Amazonegebied - maar wel dat het overgrote deel van de bevolking in droge gebieden leeft. Hoofdstad Lima is de exponent van deze problematiek. De metropool, na Caïro de grootste woestijnstad ter wereld, teert voor zijn toevoer haast uitsluitend op water dat via de Rimac en twee kleinere rivieren uit de Andes wegstroomt. Nu reeds kampen naar schatting twee miljoen Limeños met een prangend watertekort – vooral bewoners van de sloppenwijken die zich op de heuvels rond de stad blijven vormen – maar dat is nog klein bier in vergelijking met wat de toekomst voor deze miljoenenstad in het verschiet heeft.

Toen Francisco Pizarro hier in 1535 Spaans Lima stichtte, prezen indianen hem de huidige locatie aan als geschikte plaats voor een hoofdstad. Afgezien van die vermaledijde winterse mist, viel daar omwille van de natuurlijke haven, de grote rivier en de relatief gemakkelijke toegang tot de Andes wel iets voor te zeggen. Maar dat was wel buiten klimaatverandering en verdwijnende gletsjers gerekend, want vandaag mogen specialisten koortsachtig op zoek naar oplossingen om te voorkomen dat Lima de eerste hoofdstad wordt die sterft van de dorst. Eens de ijswoestijnen in de hoge Andes zijn verdwenen, vallen miljoenen mensen in een andere woestijn immers gewoon zonder water. De klok tikt en de alternatieven liggen duidelijk niet voor de hand als radicale projecten om water uit het Amazonebassin naar de kust te pompen de meest belovende opties lijken.

Abel Cruz, stichter van El Movimiento Peruanos Sin Agua, een ngo die zich met de waterproblematiek inlaat, windt zich op wanneer ik hem met de kwestie confronteer. Hij laakt het gebrek aan vooruitziendheid bij zijn overheid. “De politici stemmen zich tevreden omdat er vandaag min of meer voldoende water uit de bergen stroomt. Ze sluiten moedwillig de ogen terwijl ze op basis van de alarmerende prognoses net volop zouden moeten investeren in alternatieven voor de toekomst.”

En er is meer, want ook Lima’s energievoorziening wordt grotendeels door water aangedreven; een dubbele afhankelijkheid met mogelijk dramatische gevolgen. Reken daarbij een snel groeiende economie en bevolking en je begrijpt dat dit land voor huizenhoge uitdagingen staat.

Peru gastland voor belangrijke COP20

Peru heeft dringend nood aan een doordacht beleid dat zijn klimaatkwetsbaarheid helpt verminderen. Naast een groter nationaal bewustzijn, is internationale steun voor aanpassingsmaatregelen daarbij onmisbaar en bovendien niet meer dan rechtvaardig voor een land dat amper 0.1% bijdraagt aan de wereldwijde CO2-uitstoot, maar wel reeds één van de grootste klimaatslachtoffers is.

Vorige maand raakte bekend dat Lima in 2014 zetel wordt van de twintigste Conference of the Parties, de jaarlijkse klimaattop die door de VN georganiseerd wordt. Peru won zo het pleit van Venezuela, waar volgend jaar wel een voorbereidende pre-COP zal plaatsvinden. Die keuze is niet willekeurig. Voorzitters van een klimaatconferentie moeten de nationale belangen opzij kunnen schuiven om de bekommernissen van alle partijen te bediscussiëren. Ze moeten zich constructief opstellen en, om de ambitie aan te scherpen, bij voorkeur zelf een vooruitstrevend klimaatbeleid voeren. Peru, dat tot nu toe een progressieve stem liet weerklinken in het klimaatdebat, kan wat dit betreft betere papieren voorleggen dan Venezuela.

Zo stichtte het op de voorbije klimaattop samen met vijf andere staten de ambitieuze Association of Independent Latin American and Caribbean states, een nieuwe onderhandelingsgroep die de traditionele Noord-Zuid kloof in het debat wil overbruggen en bindende verplichtingen voor alle landen nastreeft. Voorbij een eng begrip van ‘gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden’, dus, terwijl Venezuela net met luide stem om meer klimaatgerechtigheid schreeuwt en er niet voor terugdeinst rijke landen een geweten te schoppen. Bovendien besloot Peru in 2008 als eerste ontwikkelingsland om zichzelf vrijwillig een emissiereductie op te leggen. Veel organisaties van het maatschappelijk middenveld in Latijns-Amerika steunden daarom openlijk Peru’s kandidatuur.

De top in Lima wordt alleszins cruciaal, want het is de laatste grote afspraak voor de COP21, die het jaar erna in Parijs plaatsvindt en waar een nieuw klimaatakkoord uit de bus moet komen. 2015 is het nieuwe mikpunt van de onderhandelaars en het ziet ernaar uit dat de conferentie in Frankrijk de mislukte top van Kopenhagen qua hype en deelnemers naar de kroon zal steken. Meteen de allerlaatste kans voor het systeem van internationale klimaatconferenties en het sprankeltje geloofwaardigheid dat dit nog rest.

En route vers le Protocole de Paris, maar de contouren van zo’n deal zullen hoe dan ook in Lima moeten worden geschetst; in een land wier realiteit bewijst dat het onvergeeflijk zou zijn indien onze politici er weer niet in slagen tot een globaal bindend klimaatakkoord te komen.