Delen in plaats van geven: stop de geldstroom en het “voluntourism” richting Afrika

Blog

Delen in plaats van geven: stop de geldstroom en het “voluntourism” richting Afrika

Delen in plaats van geven: stop de geldstroom en het “voluntourism” richting Afrika
Delen in plaats van geven: stop de geldstroom en het “voluntourism” richting Afrika

Westerse landen zenden jaarlijks ongeveer 30 miljard USD aan financiële hulp naar het Afrikaanse continent. Het is echter een publiek geheim dat deze hulp niet werkt, want veel landen in Sub-Saharaans Afrika kijken nog steeds zieltogend de toekomst tegemoet. Er zijn nochtans alternatieven voor de excessieve geldstromen en het exponentieel groeiende “voluntourism”.

In 2009 schreef de Zambiaanse economiste Dambisa Moyo het boek Dead Aid: Why aid is not working and how there is another way for Africa. De inhoud is relevanter dan ooit. De schrijfster lanceert een ijzersterke en bijzonder gefundeerde aanklacht tegen de financiële hulp die (westerse) naties, organisaties en individuen op grote schaal en zonder resultaat aan Afrika blijven bieden, maar ze stelt ook alternatieven voor. De problematiek heeft me steeds koud gelaten. Tot ik naar Tanzania verhuisde. Toen kreeg ik vooral medelijden. Met het Westen.

Zielenrust

Recente cijfers zeggen het volgende over Tanzania: 53 miljoen inwoners met een jaarlijkse bevolkingsgroei van 3,17 %, een levensverwachting van 65 jaar voor vrouwen, 53 % kindersterfte onder vijf jaar, slechts 45 % van de bevolking  heeft toegang tot water. Maar: het land ontvangt ook 3,4 miljard USD ontwikkelingshulp per jaar. Er klopt iets niet.

Politiek gezien is Tanzania steeds relatief stabiel geweest, maar infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg zijn bijzonder beperkt. Tanzania is een ontwikkelingsland, een ideale begunstigde voor financiële hulp vanuit het Westen. En dat laat zich overduidelijk zien in het grote aantal NGO’s dat scholen bouwt, medisch materieel aan het lokale ziekenhuis doneert, missionaire organisaties die kerkgemeenschappen steunen en dies meer. Er wordt graag gegeven, want dat zorgt voor zielenrust en ‘zo hebben we ook iets voor het arme Afrika gedaan’. ‘Gegeven’ is het woord, want eenmaal dat is gebeurd, trekken de troepen zich terug in het veilige neoliberalistische nest. Alle Afrikaanse landen worden gemakkelijkheidshalve ook steeds over dezelfde kam geschoren. Kenia, Ghana, Soedan of Swaziland, allemaal één pot nat.

Westerlingen lijden aan het white supremacy syndrome dat stamt uit koloniale tijden.

Een ziekenhuis ontving medische toestellen met gebruiksaanwijzingen in het Deens. Een dorp zonder toegang tot water kreeg een waterpomp geïnstalleerd, maar niemand legde aan de dorpelingen uit hoe die werkte.

Geld werd overgemaakt aan de corrupte regiocommissaris van een provincie, ter uitbouw van het wegennetwerk, maar er werd nooit een strook asfalt gelegd.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van absurde financiële en materiële hulp waarmee westerlingen zich zelfingenomen op de borst kloppen, nog altijd lijdend aan het white supremacy syndrome dat stamt uit koloniale tijden.

Baby huggers

De ondoorgrondelijke, vrijwel nutteloze geldstromen zijn één zaak, een ander, zo mogelijk nog narcistischer fenomeen is het voluntourism: idealistische weldoeners van allerlei allooi die vrijwilligerswerk combineren met toerisme.

Voluntourism: idealistische weldoeners van allerlei allooi die vrijwilligerswerk combineren met toerisme.

Als ik naar Moshi (Kilimanjaro) ga om boodschappen te doen, dan zie ik ze: de westerlingen die in een lokaal schooltje gedurende twee maanden Engelse les hebben gegeven om dan de langverwachte beklimming van Kilimanjaro van hun bucket list te schrappen.

Op sociale media staan talloze foto’s: zijzelf, de kinderen van de lokale kleuterschool omhelzend, de zieltjes die werden gered. Blote voeten in het stof. Glimlachende mondjes.

De dag nadien starten diezelfde weldoeners aan hun klim naar het dak van Afrika, waarvoor ze zo weinig mogelijk willen betalen met als resultaat dat de dragers die hun power food en kampeermateriaal de berg op sleuren aan uitputting bezwijken omdat het gelimiteerde budget net niet genoeg aandeel voor hen bevat.

Neokolonialisme

In het verleden heb ik mij nooit geëngageerd in hulpprojecten of financiële steun voor verre landen in zogenaamde nood. Ook niet toen ik naar Zuidoost-Azië verhuisde. Het leek me verwaand, te vaag, hautain eenrichtingsverkeer.

Alsof een Afrikaans land als een kind dat leert lopen bij het handje moet worden gehouden, omdat het niet weet hoe creatief of ondernemend te zijn.

Tot ik voet aan wal zette in Oost-Afrika. Toen zag ik dat ik de situatie goed had ingeschat, maar er is nog meer: vele acties zijn ronduit onethisch en paternalistisch. Alsof een Afrikaans land als een kind dat leert lopen bij het handje moet worden gehouden, omdat het niet weet hoe creatief of ondernemend te zijn. Het is per definitie een vorm van neokolonialisme dat de afhankelijkheidsrelaties maar wat graag in stand houdt. Zieltjes redden voor de eigen gemoedsrust.

Het klopt dat er in dit deel van de wereld vaak een zwaar gebrek aan infrastructuur is, dat grootschalige corruptie ervoor zorgt dat geld geregeld niet terechtkomt waar het zou moeten terechtkomen en dat onderwijs een knelpunt is.

© Crowd2Map Tanzania

Bespreking van de problematiek van vrouwenbesnijdenis

© Crowd2Map Tanzania​

Desalniettemin is er lokaal ook veel wil en creativiteit die tot zeer constructieve ideeën leidt.

Zo ben ik sinds kort betrokken bij het project Crowd2Map Tanzania, dat regio’s van Tanzania in kaart brengt waar nog steeds veel vrouwen worden besneden. Ik maak, samen met vele andere vrijwilligers (Tanzanianen en niet-Tanzanianen), kaarten van afgelegen gebieden waarvan nog geen landkaarten bestaan. Deze kaarten worden dan door Tanzaniaanse experten in rechten gebruikt om geografisch geïsoleerde dorpen te bezoeken en met families over de risico’s van vrouwenbesnijdenis te spreken. Deze vrouwen vinden, dankzij de in kaart gebrachte wegen, ook hun weg naar de safe houses waar Tanzaniaanse mama’s en lotgenotes hen onder de vleugels nemen en hen een toekomst proberen te bieden.

Dit project is een joint venture, als het ware. Mijn softwarevaardigheden komen van pas als steun voor een Tanzaniaanse sociale problematiek die door lokalen erg goed wordt aangepakt.

Het is veruit het enige project tot dusver waarin ik een constructief aandeel voor mezelf zag weggelegd. Het is een gedeeld project, waarbij deskundigen uit binnen- en buitenland samen werken aan een constructieve oplossing.

Een land als geen ander

Tanzania is de bakermat van de menselijke soort, het heeft een samenleving waarin religieuze groepen vreedzaam en in diversiteit samenleven. Zonne-energie is aan een zware opmars bezig, ambachten zoals houtbewerking en kleermakerij zijn van een hoog niveau. Er zijn initiatieven om ontbossing tegen te gaan en meer en meer safari-organisatoren zoeken naar alternatieven om duurzaam toerisme aan te bieden. Corruptie wordt sinds een paar jaar openlijk bestreden en er wordt gewerkt aan de uitbreiding van de haven in Dar Es Salaam om handel van en naar Oost-Afrika te versterken.

De weg is lang, maar geplaveid met creativiteit en potentieel, met opportuniteiten voor binnenlandse en buitenlandse samenwerking. Voor neokolonialisten is hierin geen enkele rol weggelegd.

Meer weten over het Crowd2Map Tanzania Project? Klik hier.