Dertig jaar zonder gerechtigheid: het verhaal van Accomarca

Blog

Dertig jaar zonder gerechtigheid: het verhaal van Accomarca

Dertig jaar zonder gerechtigheid: het verhaal van Accomarca
Dertig jaar zonder gerechtigheid: het verhaal van Accomarca

Hevige regen en een gat in één van de banden van de jeep zorgen ervoor dat we later dan verwacht aankomen in Accomarca, een dorpsgemeenschap op ongeveer vijf uur rijden van Ayacucho.
Don Manuel en Don Alberto zitten ons op te wachten in het winkeltje en zijn alvast aan een fles caña (zelfgestookte rum) begonnen. Don Manuel was gisteren jarig maar er was geen levende ziel in het dorp te bekennen om mee te feesten. Iedereen was carnaval gaan vieren in een hoger gelegen dorp. Het besluit is dat er vandaag gevierd moet worden.

Naar goede gewoonte wordt de fles doorgegeven en is een rondje overslaan geen optie. ‘Zolang je geen twee handen nodig hebt om het glas vast te houden zal het nog wel gaan hé’, lacht Don Manuel.

Ik speel hier en daar vals waardoor er zich onder mijn stoel stilaan een plas caña vormt. Gelukkig blijven mijn schijnbewegingen onopgemerkt in het weinige licht dat binnenvalt door het smalle en lage deurgat.

Naarmate de drank vordert worden de mannen spraakzamer en emotioneler. Als het gesprek komt op ‘de feiten die gebeurden in Accomarca’ en de dood van zijn vader, lopen de ogen van Don Manuel vol. ‘Tot op vandaag heb ik de resten van mijn vader niet gevonden. Hoe kunnen we ons ooit verzoenen met een staat die ons niet eens helpt?’

De slachtpartij

Op 14 augustus 1985 arriveerde de militaire patrouille Lince 7 onder leiding van commandant Telmo Hurtado in Accomarca in het kader van een anti-subversieve operatie gepland door de hoge legerleiding in Ayacucho. In Lloqllapampa, een plaats op ongeveer anderhalve kilometer van het dorp en volgens de informatie van het leger een ‘broeihaard van terroristen’, worden een zestigtal dorpsbewoners samengebracht onder het mom van een vergadering. Eens samengebracht in één huis worden mannen en vrouwen van elkaar gescheiden. De vrouwen worden verkracht, de mannen mishandeld. De militairen openen het vuur en een granaat brengt het huis tot ontploffing. Wat nog overblijft wordt in brand gestoken om bewijsmateriaal uit te wissen. De dorpelingen begraven de verbrandde resten de volgende dag in een massagraf naast het huis waar het drama zich voltrok. In het totaal komen volgens de getuigenissen die de dorpelingen aflegden 69 mensen om, waarvan bijna de helft kinderen tussen drie maanden en 15 jaar oud, verschillende zwangere vrouwen en ouderlingen. De militairen vieren die avond feest in het dorp omdat ze ‘de terroristen’ gedood hebben.

© Eva Willems

Voormalige militaire basis van Accomarca

© Eva Willems

Gerechtigheid als een slang

Ondanks het feit dat het drama van Accomarca een emblematische case werd voor het misbruik van de militairen blijven de verantwoordelijken tot op vandaag ongestraft. Telmo Hurtado kon zich lang verschuilen achter de amnestiewetten die president Fujimori uitvaardigde voor het leger, tot deze in 2002 ongeldig verklaard werden door het Inter-Amerikaans Hof. Hurtado vluchtte naar de Verenigde Staten waar hij het lef had om ‘politiek asiel’ aan te vragen, maar uiteindelijk werd hij in 2011 uitgeleverd aan Peru. Sindsdien loopt het proces maar er wordt slechts moeizaam vooruitgang geboekt. De militairen houden hun lippen stijf op elkaar en het gebrek aan fysiek bewijsmateriaal is problematisch. De identificatie van de slachtoffers is haast onmogelijk, zelfs het exacte aantal is niet meer af te leiden uit de verbrandde resten.

Om de hoek van mijn huis in Ayacucho citeert een toepasselijk graffitiopschrift Eduardo Galeano: ‘La justicia es como las serpientes. Solo muerde a los descalzos’. ‘Gerechtigheid is als een slang. Ze bijt alleen degenen die blootsvoets zijn.’ Of zoals de burgemeester van Accomarca het mij ook al zei: ‘gerechtigheid staat niet aan de kant van de armen’. Het is een waarheid waartegen familieleden van slachtoffers hier al dertig jaar vechten, in veel gevallen zonder enig resultaat. De oudste generatie is aan het sterven zonder ooit een vorm van gerechtigheid gekend te hebben. Sommigen zoals Don Manuel blijven eeuwig strijdlustig. Don Alberto vertelt echter ook dat velen moe zijn van de strijd en niet meer geloven dat er ooit een uitspraak zal komen in het proces.

© Eva Willems

Accomarca

© Eva Willems

Dood of overwinning

Later praten we met don Miguel, die vertelt hoe zijn broertje van acht jaar oud op een nacht werd meegenomen door Sendero Luminoso en nooit meer werd teruggezien. Naast de slachtoffers van het drama van augustus 1985 zijn er nog veel andere desaparecidos (verdwenen personen waarvan de laatste rustplaats tot op vandaag onbekend is) hier in Accomarca waarvan tot op vandaag elk spoor ontbreekt. In 1986 werd er een militaire basis geïnstalleerd in het dorp die op bevel van de militairen door de dorpelingen zelf gebouwd werd. Don Miguel vertelt hoe de militairen tijdens hun nachtelijke patrouilles het vee stalen en andere misbruiken pleegden. Veel veiliger voelden ze zich niet door hun aanwezigheid. Het huisje waar we slapen ligt aan de voet van de heuvel waarop de militaire basis gebouwd werd. Het gebouw is vervallen en verwilderd maar het opschrift op de buitenmuur herinnert aan een bloedige tijd: ‘Hasta vencer o morir.’ ‘Tot de overwinning of de dood.’De kans dat er stoffelijke overschotten van Accomarca’s desaparecidos liggen onder deze ruïnes is zeer reëel. Don Manuel beaamt: ‘Als de militaire basis kon praten dan zou ze vertellen hoeveel doden er hier liggen.’

Duizend en één verhalen

Zo zijn de verhalen hier in de regio Ayacucho eindeloos. Achter wat op het eerste zich een ietwat verlaten maar vredig dorp in de Andes lijkt, schuilt telkens een gruwelijke geschiedenis die het leven van velen voorgoed veranderd heeft. Velen trokken weg naar de stad en kwamen nooit meer terug, hetgeen het sociale weefsel in de dorpsgemeenschappen grondig heeft aangetast. Zij die terugkwamen troffen vernielde huizen en akkers aan en moesten uit het niets opnieuw beginnen. Sommigen zijn zo getraumatiseerd dat ze ‘gek’ geworden zijn, zoals de dochter van señora Emilia, die mishandeld werd door militairen. Ze heeft een holle blik in haar ogen, is schuchter en kraamt wartaal uit. Anderen hebben een ongelooflijke kracht om te blijven vechten met de weinige middelen die ze hebben om hun stem te laten horen.

Alle namen gebruikt in dit artikel zijn pseudoniemen.