Het “alstublieftmoment”: wanneer je als anderstalige gek of raar lijkt

Blog

Over ongemakkelijke situaties bij het leren van een nieuwe taal

Het “alstublieftmoment”: wanneer je als anderstalige gek of raar lijkt

Het “alstublieftmoment”: wanneer je als anderstalige gek of raar lijkt
Het “alstublieftmoment”: wanneer je als anderstalige gek of raar lijkt

‘Aankomen in een nieuw land, met een nieuwe taal is alsof je analfabeet geworden bent. Je voelt je als een grote baby.’ Zo omschrijft Marcela uit Colombia haar leerproces als anderstalige nieuwkomer in België. Momenteel gaat het nog gepaard met pijnlijke en ongemakkelijke momenten, maar ooit zal ze eraan terugdenken en ermee kunnen lachen.

CC0

CC0

Een nieuwe taal leren is niet alleen nieuwe grammatica en woorden leren, maar ook op een nieuwe manier leren denken, voelen en naar het leven kijken. Tijdens dat leerproces verzamel je wel wat anekdotes, soms is het leuk, maar andere keren kan het pijnlijk worden. Vanuit mijn Colombiaanse cultuur ga ik ervan uit dat ik na verloop van tijd ook met die minder goede momenten kan lachen.

Zoals voor iedereen die naar een nieuw land met een onbekende taal gaat, waren mijn eerste weken in België zeer moeilijk. Ik besefte dat ik analfabeet was geworden en voelde me als een grote baby. Toch wou ik dat niet zomaar accepteren en probeerde daarom iets zelfstandig te doen: naar de bakkerij gaan. Zo’n kleine activiteit bleek al snel een grote uitdaging.

Vooraf studeerde ik zo goed als ik kon twee zinnen in het Nederlands:

  1. Goedemiddag mevrouw, mag ik een stokbrood, alstublieft?

  2. Excuseer, Ik spreek nog geen Nederlands, spreekt u Engels?

Tot dan had ik begrepen dat het woord “alstublieft” gebruikt wordt om iets te vragen. In dit geval, het stokbrood. Wat kon er verkeerd gaan, dacht ik toen…

Die gekke vrouw bij de bakker

Vol zelfvertrouwen trok ik naar de bakkerij. Ik had zelfs gepast geld bij om niet het risico te lopen iets extra te moeten zeggen. Ik stelde de eerste vraag waarop de vrouw in de bakkerij een stokbrood op de toonbank legde en zei: ‘Alstublieft’. Ik voelde angst opkomen, want ik verwachtte onmiddellijk een vraag, één waarvan ik wist dat ik ze niet zou begrijpen. ‘Excuseer, ik spreek nog geen Nederlands. Spreekt u Engels?’, zei ik.

Ze zei niets, ik ook niet. We hadden alleen oogcontact. Er gebeurde niets. Het was alsof de tijd stilstond.

Ik hield me rustig en wachtte op haar vraag, wat volgde was een kort maar ongemakkelijk moment. Ze zei niets, ik ook niet. We hadden alleen oogcontact. Er gebeurde niets. Het was alsof de tijd stilstond.

‘Ja?’, zei ik vervolgens, nog steeds in afwachting van haar vraag. Opnieuw volgde: ‘Alstublieft’, en wees ze naar het brood. En weer volgde een lastige stilte. Het was alsof we het over één iets akkoord waren: ik was, of leek tenminste, een rare, stomme of zelfs gekke vrouw. Niemand in de bakkerij zei het, maar het leek duidelijk voor iedereen.

Ik ging naar huis met het brood in mijn handen, maar ook met het gevoel dat ik mijn doel niet bereikt had. Ik voelde me triest en gefrustreerd en dacht dat ik met Nederlands leren tijd aan het verliezen was. Ik voelde me als een grote baby.

‘Ze zijn op’

Een jaar later, toen ik in niveau 2.4 voor Nederlands zat, kwam ik in een gelijkaardige situatie terecht. In een winkel zag ik dat de bakbanen in promotie waren. Verrast en blij — want ik hou van bakbananen en die zijn in België niet makkelijk te vinden — ging ik de winkel binnen. Ik zocht overal, maar kon ze niet vinden. ‘Dag mevrouw, waar liggen de bakbananen?’, vroeg ik de verkoopster. ‘Ze zijn op …’, was haar antwoord. ‘Op welk rek liggen ze?’, vroeg ik, denkend dat er nog iets zou volgen. ‘Ze zijn op’, herhaalde ze.

Hoe vaak ik de vraag daarna opnieuw stelde en in hoeveel verschillende bewoordingen, weet ik niet meer. Haar antwoord bleef hetzelfde, maar de toon veranderde. Bij ieder antwoord werd ze bozer en bozer. En dan herkende ik de blik in haar ogen. Het was dezelfde blik als die van de vrouw in de bakkerij. Eigenlijk was alles aan de situatie identiek: het gevoel, het rare moment, de stilte, … Na een jaar Nederlands studeren, was het alsof ik weer aan het begin stond.

Ik probeerde te glimlachen, keek in haar ogen en bedankte haar. Boos en beschaamd vertrok ik naar huis. Die winkel ben ik niet meer binnen gestapt.

Het “alstublieftmoment”

Vorig jaar las ik iets over de “de woorden van het jaar” in België. Daardoor leerde ik iets interessant over het Nederlands: het is mogelijk om nieuwe woorden te creëren voor verhalen, situaties of gevoelens. Gebaseerd op het tweede woord op die lijst, het “mangomoment”, creëerde ik mijn eigen nieuwe woord: het “alstublieftmoment”.

Bovenstaande anekdotes zijn zo’n “alstublieftmomenten”: een moment waarop een anderstalige door de “taalsituatie” op een gekke of rare persoon gaat lijken. Het is een moment waarop we denken dat we de moeilijke taal nooit goed zullen spreken en begrijpen.

Nu weet ik dat het woord “op” een andere betekenis kan hebben. Als een product niet meer beschikbaar is, is het op. Als een persoon echt moe is, is hij op

Maar het zijn zeer goede lessen. De lessen die je uit zo’n anekdotes leert, zal je nooit vergeten. Nu weet ik dat het woord “op” een andere betekenis kan hebben. Als een product niet meer beschikbaar is, is het op. Als een persoon echt moe is, is hij op. Als een product in promotie uitverkocht is, is het op. Ook leerde ik dat “alstublieft” niet alleen gebruikt wordt om iets te vragen. Het is een populair woord in dit land, het wordt vaak gebruikt, soms zelfs zonder duidelijke betekenis.

Die lessen kan ik onmogelijk vergeten. Met pijn heb ik ze geleerd. Ik herhaal het daarom: het proces om een taal te leren is niet makkelijk en soms erg pijnlijk. Maar dat is ook wat het is: een proces en dus geen permanente situatie.

Het leven is een verzameling van momenten, zowel goede als slechte. Maar als mens zijn we meer dan de momenten in ons leven. Niemand verdient het om door één moment in zijn of haar leven herinnerd te worden. We mogen daarom nooit onze waarde als mens vergeten. Er is geen “alstublieftmoment” dat dit kan, maar ook geen slecht woord van een ander.

Als anderstalige in België ben je niet veranderd. Wij worden niet stom, raar of gek. Wij zijn nog steeds dezelfde mensen met dezelfde kennis en ervaring als voordien. We gaan alleen door een leerproces vol “alstublieftmomenten”. En op een dag zullen die momenten een grap worden en zal ermee gelachen worden.