Een nacht in het kleinste hotel ter wereld

Blog

Een Volkswagen Beetle en een grot

Een nacht in het kleinste hotel ter wereld

Een nacht in het kleinste hotel ter wereld
Een nacht in het kleinste hotel ter wereld

Sinds 2011 baat Abu Ali naar eigen zeggen het kleinste hotel ter wereld uit: niets meer of niets minder dan een matras in een oude Volkswagen Beetle in het zuiden van Jordanië.

© Lien Santermans

© Lien Santermans

‘Laat de moskee rechts liggen, het winkeltje links en ga rechtdoor’, draagt Mohammad me aan de telefoon op terwijl we Shobak binnenrijden, een slaperig stadje in het zuiden van Jordanië. ‘Wanneer je bij Abu Ali bent, stop je.’

Wie Abu Ali is, wordt al gauw duidelijk wanneer we enkele honderden meters verderop met een brede glimlach ontvangen worden. Sinds 2011 baat Abu Ali naar eigen zeggen het kleinste hotel ter wereld uit: niets meer of niets minder dan een oude Volkswagen Beetle met een matras erin.

Bovenop het hotel prijkt een trotse bronzen adelaar en memorabilia van over de hele wereld slingeren in de overhangende boom: koalabeertjes, een plastieken vogel, vlaggen, poppetjes en een zonnebloem. Wanneer we een blik binnenin de omgebouwde wagen werpen, wordt het decor er enkel beter op: de binnenwanden zijn volledig bekleed met borduurwerkjes, stofjes, stickers en glitterpapier. Als kers op de taart biedt het hotel het perfecte uitzicht op het 12de-eeuwse kasteel Montreal op de tegenovergelegen heuveltop.

Gasten worden ontvangen in een oude grot vol souvenirs, foto’s en portretten van de koning, die in het dorp op heel wat aanhang kan rekenen. Wanneer ik nieuwsgierig naar de metaaldetector op het bed wijs, luidt het antwoord: ‘Abu Ali zoekt graag naar oude munten.’

© Lien Santermans

Gasten worden ontvangen in een oude grot vol souvenirs

© Lien Santermans

Met het kleinste hotel ter wereld hoopt Abu Ali nieuw leven te blazen in zijn dorp Al Jaya, waarin de ruïnes vandaag talrijker zijn dan de bewoonde huizen. ‘Het leven is goed hier. Het is rustig. Iedereen in Shobak kent elkaar.’

De populariteit van onze gastheer kent geen grenzen en daar zijn de overvolle gastenboeken getuige van. ‘Abu Ali ziet iedereen graag’, verzekert hij me terwijl hij me een halsketting cadeau doet. ‘Wij behandelen onze gasten in Shobak alsof het de gasten van de koning zijn. Kan je misschien de groeten doen aan Heidi en Luc uit België? Zij waren hier ook!’

‘s Ochtends ontwaken we met het gemekker van de geiten van de buurman op de achtergrond. In de grot wordt nog snel een tafel ineengeflanst uit drie krukjes, een houten plank en een tafelkleed alvorens het ontbijt geserveerd wordt. ‘We zouden toch echt eens een tafel moeten kopen’, merkt Abu Ali op.

‘Allemaal lokaal!’ wijst hij trots naar het feestmaal van falafel, humus, foul, eieren en brood. ‘Voor elke maaltijd moet je bismillah zeggen, zodat Allah niet toestaat dat de boze geesten en duivels met je mee-eten’, legt Abu Ali uit. ‘En wanneer je verzadigd bent, zeg je alhamdulillah om Allah te bedanken. Dan ziet hij je graag en zal hij voor je gezondheid zorgen. Het is zo belangrijk om “bedankt” te zeggen. Het is zo’n eenvoudig woord, maar het effect ervan laat zich voelen in de hemel en op de aarde.’

© Lien Santermans

Bovenop het hotel prijkt een trotse bronzen adelaar en memorabilia van over de hele wereld slingeren in de overhangende boom

© Lien Santermans