Financieel overleven in Iran

Blog

Financieel overleven in Iran

Financieel overleven in Iran
Financieel overleven in Iran

Iran heeft verscheidene systemen om te kunnen leven van je geld zonder dat geld op te doen. In deze tekst leg ik enkele van die systemen uit. Of: hoe we in Iran rondkomen met een door de bank uitgekeerd basisinkomen.

Bahar – een goede vriendin van mijn vriendin – die een tweetal maanden voor ons naar Iran was getrokken, had het al eens uitgelegd: indien je geld van België naar Iran meebracht, kon je daarvan leven, je kon van je geld meer geld maken. In het kader van onze nieuwe levensfilosofie – meer niets doen – klonk ons dat als goud in de oren.

Een eerste systeem dat in Iran gebruikelijk is en waarvan Bahar zich bediende, bestond erin dat je jouw geld aan een ondernemer toevertrouwde. Die gebruikten dat geld om zaken mee te doen en betaalden je een maandelijks dividend uit. Afhankelijk van de grootte van de toevertrouwde som, kon je dan leven van dat maandelijks ‘loon’. Bahar kon er alleszins royaal van leven, zij hoefde niet te werken. Er waren echter een paar nadelen aan dit systeem verbonden.

© MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 09/02/2016)

Mijn vriendin sluit de rekening af in de bank.

© MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 09/02/2016)​

Een eerste nadeel was dat je jouw ‘basissom’ niet ten allen tijde kon terugvragen, die ondernemers hadden een bepaalde tijd nodig om winst te puren uit je geld. Een tweede nadeel en waarschijnlijk het belangrijkste, was de vertrouwenskwestie. Je moest die ondernemer kunnen vertrouwen. De zakenman waarmee Bahar samenwerkte, was wel degelijk te vertrouwen. Ze kende de man al lang, hij was een vriend van haar familie en zou haar bijgevolg nooit oplichten, alleszins had hij dat nog altijd niet gedaan. Bahar had ook geen last van het eerste nadeel, ze had voldoende geld om het een tijd niet nodig te hebben. Zo had ze een appartement in een hippe buurt in Teheran gehuurd, een volledige huisraad voor dat appartement gekocht en dit allemaal nadat ze die som aan haar vriend had geleend.

Voor ons was dit systeem geen optie. Wij hadden geen fortuin mee en al zeker geen som die we drie of vier maanden konden missen. Verder kenden wij hier geen enkele ondernemer aan wie we zo direct ons geld konden toevertrouwen. Een paar nonkels van Sami waren wel zakenman maar mijn vriendin wil uit principe met familie en vrienden geen zaken doen. Dit om eventuele lastige discussies over geld te vermijden en zo vriendschappen om zeep te helpen.

Was dit dan de ‘deal van mijn leven’, die ik diende te maken om mijn nieuw levensmotto te kunnen beleven? België achterlaten, met mijn vrienden en mijn familie voorop, en verhuizen naar een land met een repressief regime maar waar ik mijn droom kon waarmaken, namelijk meer niets doen en mét een basisinkomen?

Een ander en meer ingeburgerd systeem was eenvoudiger: je gaf je geld simpelweg aan de bank. En hier komt de aap uit de mouw: het Iraanse spaarrente- en interestsysteem is verschillend met dat van België. Dat verschil bedraagt 17,4% met de hoogste Belgische spaarrente die ik heb gevonden op het net. In België krijg je 1,6% (maximaal) spaarrente, in Iran is de standaardrente 19%. Dus als je jouw geld vastzette, kreeg je na dat jaar quasi een vijfde erbij. Als Europeaan is dit moeilijk te vatten, ik weet het, ik geloofde het initieel alleszins niet. Dat is nog niet alles, de voordelen blijven maar komen. Zo moet je jouw geld geen jaar vastzetten, een maand was ook al voldoende. En als je drie maanden niet aan je geld komt, kon je onderhandelen met de bank en dan wou die 25% spaarrente geven. Ongelooflijk toch? Onnodig erbij te vertellen dat dit geen dankbaar economisch gegeven is voor het creëren van een ondernemersklimaat, dat vertrouwden me verscheidene ondernemers toe. Mensen investeren door die hoge spaarrente minder of zelfs helemaal niet, wat de economie uiteraard niet ten goede komt.

Niettemin trokken we naar de bank, hoorden de bankbediende aan en openden een rekening. Ik luisterde naar het mooie Farsi van de vrouwelijke bediende en vroeg aan Sami elke vijf minuten om alles te vertalen. De twijfel bleef immers mijn gedachten beheersen en stond voortdurend klaar om in ongeloof te veranderen. Werkelijk, 25%? En maandelijks een som op je rekening? Neen, dat laatste klopte niet volledig: je kan je rente ook dagelijks laten uitbetalen, het kon niet op. Maar dan kreeg je niet die 25%, maar die 19%. Het bleek allemaal te kloppen, de dame schreef het op een blaadje en cijfers liegen nu eenmaal niet. We opteerden voor het systeem van de maandelijkse uitbetaling en de 25% rente. Het addertje was wel dat we al ons geld in toman (één van de twee Iraanse munteenheden) moesten omzetten. Een op het eerste zicht riskante onderneming waar we toch even over moesten nadenken. Als we onze euro’s wouden behouden en toch gebruik wouden maken van dit systeem, moest de bank de overheid daarvan op de hoogte brengen en die moesten dan weer toestemming geven en vervolgens moesten we formulieren invullen enz. U begrijpt wel waarom we niet voor dit systeem opteerden.

Maar het vooruitzicht dat de Iraanse economie ging aantrekken door de opheffing van de boycot speelde alleen maar in ons voordeel. Enfin, dat maakte ik me toch wijs, ik ben daar niet zo goed in, in economie. Ik bedacht enkel dat wanneer de toman in waarde zou stijgen en dus meer op de euro ging lijken, de waarde van ons geld ook zou vermeerderen. Waarschijnlijk was mijn redenering te simplistisch, maar ik had geen zin om stress te genereren. Ik focuste me bijgevolg op de voordelen van het systeem en dat leek me enkel te vertellen dat het idee van meer niets te doen met gratis geld nu echt wel akelig dichtbij kwam.

Was dit dan de ‘deal van mijn leven’ die ik diende te maken om mijn nieuw levensmotto te kunnen beleven? België achterlaten, met mijn vrienden en mijn familie voorop, en verhuizen naar een land met een repressief regime maar waar ik mijn droom kon waarmaken, namelijk meer niets doen en mét een basisinkomen? Vriendschap en vaderland versus beknotting van de vrijheden maar pure, onbezorgde eeuwig durende vrije tijd? Het was alsof er zich een Bijbelse parabel voltrok, daar in de Iraanse bank. Maar ik kwam weer bij en zag Sami haar handtekening onder een contract zetten. Ik moet er terloops bij vertellen dat Sami’s vader ons de gehele tijd had vergezeld en zijn aanwezigheid had me als dusdanig een geruststellend gevoel gegeven. De man had meer verstand van die zaken en gaf ons tal van tips.

Zoals altijd was Sami’s handelsgeest niet te stuiten en had ze ter plaatse een nog winstgevender plan uitgedokterd. Ze zou ons geld niet aan de bank toevertrouwen, maar aan een wisselkantoor. Vanuit dat wisselkantoor zou ze ons geld laten storten op onze nieuwe rekening, bij onze nieuwe bank. Dat wisselkantoor had namelijk een betere wisselkoers en daarbij, ze ging er altijd haar geld wisselen als ze in Iran was. Wij naar dat wisselkantoor, met de belofte aan de bankbediende dat we voor 14:00u zouden terugkomen, dan ging de bank sluiten voor de drie uur durende middagpauze. Zowel de bankbediende als wij wisten toen nog niet dat we die dag niet meer gingen terugkeren.

Toen de bediende van ons plan hoorde, deed hij op zijn beurt een offer we couldn’t refuse : 30% rente, maandelijks uitbetaald. We mochten wel de eerste drie maanden niet aan ons geld komen, het zou al die tijd vaststaan, dat was de deal.

Aangekomen in het wisselkantoor, bleken twee van de vier werknemers Sami en haar vader inderdaad te kennen. Mijn schoonvader kende de gerant blijkbaar al lang en ze begroetten elkaar dan ook op hartelijke wijze. Zulke wisselkantoren kende ik goed. In Azië, waar de economieën soms wisselend van aard kunnen zijn, bestaat er - naast de formele economie - een immense informele economie. Die wisselkantoren spelen daar een belangrijke rol in en doen veel meer dan een wisselkantoor in pakweg België. Die kantoren wisselen geld, maar geven verder ook advies, lenen geld, ondernemen en zijn specialist om geld op een goedkope manier van de ene kant van de wereld naar de andere kant te sluizen. Dit wisselkantoor was zo’n informele bank. Toen de bediende van ons plan hoorde, deed hij op zijn beurt een offer we couldn’t refuse : 30% rente, maandelijks uitbetaald. We mochten wel de eerste drie maanden niet aan ons geld komen, het zou al die tijd vaststaan, dat was de enige voorwaarde.

Wauw, d-e-r-t-i-g procent, het stopte gewoonweg niet. Dat betekende dat, indien je 100.000€ had (om gemakkelijk te rekenen, niet dat wij deze som in ons bezit hadden, verre van), kon je jouw geld hier aan het wisselkantoor geven en dan kreeg je na een jaar 130.000€ terug. Niet te geloven. Met het maandelijkse geld dat we gingen krijgen, zouden we net niet toekomen om al onze kosten te dekken. Maar we moesten een pak minder aan onze gespaarde som zitten en zaten financieel al op koers om ons volgend avontuur in Cambodja of Vietnam te beginnen.

Het was te mooi om waar te zijn. We keken elkaar aan en wisten niet goed wat te doen. Doen we het, of niet? Het kantoor was zeker te vertrouwen, dit was allesbehalve een louche wisseltent in één of ander achteraf steegje in Bangkok. Neen, dit was een gerespecteerd wisselkantoor mét bankfunctie, dat er al lang was (het was al in Sami’s leven voor zover ze het zich kon herinneren), eentje die klantenbinding hoog in het vaandel droeg (getuige het hartelijke contact tussen de kantoorhouder en mijn schoonvader) en waar op de koop toe nog eens veel klanten waren, het was er immers een komen en gaan van mensen. De papa zei dat hij via het kantoor al heel lang geld stuurde naar de broers en zussen van Sami die in het buitenland woonden. Maar hij vertelde er eerlijkheidshalve ook bij dat hij nog nooit zo’n som aan het kantoor had gegeven. De beslissing lag volledig bij ons.

De lezer moet weten dat Iran (tot op het moment van schrijven toch, het ziet er naar uit dat er verandering aan deze situatie zal komen) is afgesloten van het SWIFT-systeem. Dat wil zeggen dat je in Iran niet kunt betalen met je bankkaart, dat je als westerling geen geld uit de muur met je westerse bankkaart kan halen en dat diensten als visa, mastercard en travellercheques er niet bestaan. Dus, de tip die alle reisgidsen meegeven is dat je cash geld moet meebrengen. Voldoende om je gehele vakantie te bekostigen. Dat hadden wij dus gedaan, al ons geld, voor de komende twee jaar, cash meegenomen.

We hadden ook geleerd van vorige zomer - toen we naar Zuidoost Azië waren getrokken - dat de zaken cash betalen meestal de goedkoopste manier is. Ja, sommige hotelovernachtingen waren goedkoper online, maar dan nog kon je na het online betalen van je voorschot, de rest cash betalen. Geld overschrijven van het ene land naar het andere, geld in het buitenland uit de muur halen, met visa betalen, het kost allemaal geld en als je van plan bent om twee of drie jaar weg te blijven, kunnen deze kosten hoog oplopen. We hadden dus al ons gespaarde geld cash meegenomen en dat was best spannend geweest. Zo waren we in de weken voor ons vertrek naar de bank getrokken, hadden we al ons spaargeld afgehaald en dit gewisseld in briefjes van €500. Verbazingwekkend, hoe klein onze som dan werd.

© MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 09/02/2016)

De handtekening bij het sluiten van onze Iraanse rekening.

© MO*/Jonas Van Weerst (Isfahan, 09/02/2016)​

Daar stonden we dan, met al ons geld, twijfelend om het te overhandigen aan de vriendelijke jongeman aan de andere kant van de balie. We besloten om de deal te maken. Dat kwam er op neer dat we al ons geld cash overhandigden aan een onbekende man. Die bedankte vriendelijk, gaf ons een handgeschreven half gescheurd papiertje met de details van onze overeenkomst - weliswaar voorzien van een handtekening - en schreef een cheque ter waarde van ons volledig bedrag uit, in toman. Verder vroeg hij ons Iraans rekeningnummer en maakte de belofte dat hij maandelijks de rente ging uitbetalen. Voilà, dat was het dan, we hadden geen geld meer, althans, toch niet meer cash. We gingen naar buiten, wandelden wat, op zoek naar een lunch, keuvelden nog wat na en rationaliseerden onze net genomen beslissing.

‘Ik heb er echt een slecht gevoel bij, Sami, die man zag er als een bandiet uit, ik vertrouw het hele zaakje niet, hoe konden we zo dom zijn!?’, grapte ik om mijn vriendin op stang te jagen.

‘M – meen je dat?’, vroeg ze paniekerig.

‘Haha, natuurlijk niet’, ‘ik heb er een goed gevoel bij, eerlijk waar’.

‘Maar jij hebt bij iedereen een goed gevoel’, zei ze schoorvoetend terwijl ze naar de grond keek.

Dat was waar en al zeker bij de Iraniërs, die waren tot nu toe ongelooflijk lief en vriendelijk.

Plotseling, vanuit het niets, zei Sami tegen haar vader en mij dat we maar moesten doorlopen, ze ging ons wel inhalen, geen zorgen maken en ‘zoef’, weg was ze. Mijn schoonvader en ik keken elkaar niet begrijpend aan. We liepen wat rond, verder speurend naar een lunch waar het woord ‘kebab’ in voorkwam. Na een kwartiertje besloten we om terug te gaan, naar de plek waar Sami ons had achtergelaten. We verstonden elkaar niet, hij sprak maar een beetje Engels en ik quasi geen Farsi, maar we hadden gelukkig dezelfde hobby - lachen - en de taal der humor is universeel. Ik belde Sami een paar keer, maar ze nam niet op. Na wat heen en weer gewandel stopte er een taxi bruusk naast ons en daar was ze dan, druk gesticulerend.

‘Ah, ik heb jullie direct gevonden, leuk!’ straalde ze.

‘Waar was je dan gebleven?’, vroeg ik.

‘Terug naar het wisselkantoor. Ik vertrouwde het wel, maar ik wou toch meer zekerheid. Jij niet?’

‘Euh, ja, zeker,… en wat heb je daar dan gedaan?’, vroeg ik nieuwsgierig en tegelijk beteuterd over mijn nonchalante houding ten opzichte van ons geld.

‘Ik heb voor elke maandelijkse som die we gaan krijgen, een cheque gevraagd, waarop het uit te betalen bedrag mét datum staat. Hij heeft me dus nog drie extra cheques gegeven, naast die andere cheque waarop ons volledige bedrag staat. ‘

‘We kunnen dus het volledige bedrag en drie keer ons maandelijks bedrag allemaal in één keer afhalen?’ vroeg ik stoutmoedig.

‘Neen, natuurlijk niet, hij heeft data op die cheques gezet.’

‘A-ah, natuurlijk’, antwoordde ik stom.

‘En vond die man het niet raar dat je dat wou doen?’

‘Ja, hij zei dat hij dat nog nooit had gedaan, die cheques voor die maandelijkse bedragen. Hij zei dat, als hij zijn woord gaf, hij zijn belofte altijd nakomt. Maar ik heb hem gezegd dat ik te lang in Europa heb gewoond en dat ik die zekerheid nodig had om goed te kunnen slapen. Dat verstond hij dan weer wel, hij moest er zelfs om lachen.’

Ik prees me gelukkig met zo’n intelligente, bij de pinken zijnde vriendin. Haar oplichten was moeilijk, heel moeilijk, dat had ik al in Vietnam ondervonden waar de trucs en vlotte babbels van veel sjacheraars en straatventers op haar slim- en sluwheid waren stukgelopen.

‘Kom, ik trakteer op de lunch, ik heb daar een lekkere kebabtent gezien en ik heb hier nog wat geld in mijn handtas zitten.’

Dat aanbod lieten mijn schoonvader en ik ons geen twee keer zeggen.