Niet ebola, wel gebrek aan integere politieke leiders is het grootste gevaar in Congo

Blog

Geen vakantiegevoel op de wegen in Congo

Niet ebola, wel gebrek aan integere politieke leiders is het grootste gevaar in Congo

Niet ebola, wel gebrek aan integere politieke leiders is het grootste gevaar in Congo
Niet ebola, wel gebrek aan integere politieke leiders is het grootste gevaar in Congo

Hoe ver is het gekomen als je langs de Oost-Congolese wegen tot de slotsom komt dat ebola uiteindelijk het geringste gevaar is?, vraagt Ivan Godfroid. De enige hoop voor Congo is dat er leiders opstaan met het hart op de juiste plaats, nieuwe werkwijzen, een zuivere politieke cultuur en ongeziene integriteit.

© Ivan Godfroid

Tien keer handen wassen op 260 km

© Ivan Godfroid

De ontgoocheling bij de bevolking is erg groot. De wissel van de macht tussen Kabila en Tshisekedi, en de stoere taal van de nieuwe president, die het systeem van zijn voorganger zou losschroeven en een einde zou maken aan de slachtpartijen, had hoge verwachtingen geschept, maar we zijn nu zes maanden verder en er is volstrekt niets van in huis gekomen.

Wel integendeel: het aantal moordaanslagen op de onschuldige boerenbevolking in de landelijke gebieden ten noorden van Beni zijn in alle hevigheid hernomen en hebben de voorbije weken weer meer dan twintig slachtoffers gemaakt. Dat maakt van reizen in Oost-Congo toch wel een heel aparte ervaring.

Tussen Butembo en Beni zijn er tien verplichte stops, waar je telkens uit de wagen moet stappen om de handen grondig te ontsmetten met chloorwater en je lichaamstemperatuur te laten meten met een thermoflash. Dat systeem is even simpel als doeltreffend: het laat toe om reizigers onderweg te beschermen tegen besmetting en om mensen met koorts er meteen uit te halen. Erg vervelend natuurlijk als je alleen maar een onbenullige infectie hebt opgelopen, want die koortsopstoot kan je drie dagen quarantaine kosten in een transitcentrum. Maar dat is toch maar een kleine prijs om te betalen in de gemeenschappelijke strijd tegen ebola. Dus gaan de meeste mensen zonder gemor overal braafjes in de rij staan om de handen te wassen en de temperatuur te laten meten aan de slaap.

Ontvolkte dorpen

Helemaal anders is dat met het menselijke gevaar langs deze wegen: gewapende groepen die nog steeds worden omschreven als vermoedelijke rebellen van het ADF en het gemunt hebben op alles wat beweegt. In oktober zal het vijf jaar geleden zijn dat ze hun eerst slachtoffers keelden en nog steeds gaan ze onverdroten verder met hun macabere werk. De gebieden waar ze opereren kennen ook een hoge concentratie aan regeringssoldaten en blauwhelmen, die hen eigenlijk zouden moeten neutraliseren.

In oktober zal het vijf jaar geleden zijn dat het ADF zijn eerste slachtoffers keelde

Dat dit niet gebeurt is voldoende reden voor de mensen om er van uit te gaan dat er diverse vormen van medeplichtigheid bestaan. Dat gaat van levering van goederen aan de ADF tegen forse betaling, over het bestendigen van de onveiligheid omdat dit een ideale situatie van staatsloosheid creëert waar je vlotjes Congo’s natuurlijke rijkdommen (mineralen, hout, cacao, koffie) frauduleus kan exporteren, tot en met fysieke deelname van sommige soldaten aan de slachtpartijen.

In dat laatste geval gaat het om officieren van Rwandese origine die door de vele vermengingen in het verleden belangrijke posities in het Congolese leger hebben kunnen inpalmen en zo de verborgen agenda van de aanvallers mee zouden kunnen ondersteunen.

Dat creëert een hallucinante situatie: van iets voorbij Mbau tot in Eringeti rij je door verlaten gebied. De zone is volledig ontvolkt en overal zie je militaire kampen. MONUSCO-patrouilles rijden heen en weer.

De huizen van de gevluchte burgers staan er desolaat bij. De meeste zijn opengebroken en leeggeroofd, van sommigen zijn golfplaten afgerukt om slaapplaatsen voor soldaten mee te improviseren. Hoog gras en struiken zijn overal opgeschoten. Sommige lemen huisjes zijn al scheefgezakt bij gebrek aan onderhoud.

© Ivan Godfroid

Verlaten huisje

© Ivan Godfroid

Nooit zag ik iemand zo snel een band verwisselen, terwijl wij alert de omgeving aan alle kanten in de gaten hielden

Onze chauffeur gaf extra gas op de geasfalteerde weg, in dit deel de enige van Kivu, die tussen de spookdorpen slingert. Oog in oog komen te staan met een gewapende groep is absoluut te vermijden. Maar dat bracht net het tegenovergestelde effect teweeg: door de grotere hitte-ontwikkeling in de banden klapte de binnenband van het rechtervoorwiel, pal in de rode zone. Nooit zag ik iemand zo snel een band verwisselen, terwijl wij alert de omgeving aan alle kanten in de gaten hielden.

Ituri, eeuwenoud strijdveld

Eenmaal in de provincie Ituri kregen we even respijt. Van Luna tot Bunia viel alleen maar ebola te vrezen. Maar daarna moesten we door Djugu, dat de voorbije maanden het schouwspel is geweest van herhaalde gevechten tussen de Hema en de Lendu, twee bevolkingsgroepen die vastzitten in een eeuwenlange strijd tussen veetelers en landbouwers.

De kampen van ontheemden die intussen tentenmateriaal hadden gekregen van noodhulporganisaties, zagen hun bevolking in één klap verdubbelen. De nieuwe bewoners huizen alsnog in inderhaast met lokaal gevonden natuurlijke materialen opgetrokken hutjes, in afwachting van nieuwe budgetten van de urgenciers.

© Ivan Godfroid

Noodhulporganisaties kunnen niet volgen met hun tentenkampen

© Ivan Godfroid

Het dorpje Kalo biedt een desolate aanblik. Onze chauffeur vertelt hoe aan de linkerkant van de weg Hema woonden en aan de rechterkant Lendu. Hij wist niet wie eerst had aangevallen, maar de tegenaanval was even doeltreffend geweest: alle huizen aan beide kanten waren uitgebrand, inclusief de garage van een vriend van hem. Twee wagens van klanten zijn mee in de brand opgegaan.

De politie, je vijand

In het noorden van Djugu, onze eindbestemming Kpandruma, is de sfeer nog voelbaar grimmig. Kogelinslagen in de muur van het depot van de koffiecoöperatie die we met Rikolto ondersteunen getuigen van het voorbije geweld. Enkele honderden meters verderop vinden we het politiekantoor volledig verwoest.

Ooggetuigen vertellen hoe een groep maï maï in de buurt was gesignaleerd. De politie had zich gepositioneerd op het marktplein, maar moet zich op een bepaald moment bedreigd hebben gevoeld. De commandant oordeelde dat de dreiging te groot werd en gaf het bevel in de lucht te schieten om iedereen te verjagen.

Dat had het omgekeerde effect. De hele bevolking keerde zich tegen hen. De commandant werd meteen geneutraliseerd en onthoofd. Zijn intussen losgeslagen troepen werden achtervolgd en een onbekend aantal onder hen vond de dood in de omliggende bossen. Hun lijken liggen er nog steeds in vergaande staat van ontbinding en vormen een bedreiging voor de volksgezondheid. De bevolking koelde zijn woede op het politiegebouw dat volledig onbruikbaar is geworden en net niet volledig werd gesloopt.

© Ivan Godfroid

Verwoest politiekantoor van Kpandruma

© Ivan Godfroid

Verantwoordelijkheid

In situaties van staatloosheid en straffeloosheid zoals deze kan je niet anders dan uitkomen bij de vraag naar de politieke verantwoordelijkheid bij dergelijke ontsporingen.

Op Radio Okapi vroeg een journaliste de nieuwe gouverneur van Noord-Kivu, Carly Kasivita Nzanzu, uit over hoe hij die onveiligheid plant aan te pakken. ‘U weet toch ook dat hooggeplaatste personen uit uw provincie de hand hebben in de onveiligheid, meneer de gouverneur, door gewapende groepen te steunen?’. In zijn antwoord kwam hij niet verder dan: ‘Als jurist kan ik alleen maar handelen als er harde bewijzen zijn voor dergelijke beschuldigingen’.

Voor het middenveld is de maat nu meer dan vol. Na twee dagen van algemene staking gooien ze het over een andere boeg: ze roepen iedereen op tot fiscale ongehoorzaamheid

Voor het middenveld is de maat nu meer dan vol. Na twee dagen van algemene staking gooien ze het over een andere boeg: ze roepen iedereen op tot fiscale ongehoorzaamheid. Zolang president Tshisekedi in persoon zich niet persoonlijk in het ontvolkte gebied komt vergewissen van de situatie en een duurzame oplossing vindt, zoals hij in zijn kiescampagne had beloofd, wil het middenveld alle inkomsten van de staat droogleggen.

Ze deelden fluitjes uit in Oïcha en Eringeti en als er ergens een belastingambtenaar in een handelszaak opduikt, moet de zaakvoerder alleen maar een fluitsignaal geven opdat de bewoners massaal zouden komen toestromen om de ambtenaar te verjagen.

Wat een contrast met de provincie Ituri! De nieuwe gouverneur daar, Jean Bamanisa, speelt veel korter op de bal. Zondag nam hij twee beslissingen. Hij vaardigde een verbod uit voor noodhulporganisaties om grote hoeveelheden machetes, bijlen en hakken uit te dleen. Die voerden ze in om de heropstart van de landbouw te ondersteunen, maar het gevaar dat die voor andere doeleinden zouden worden gebruikt is veel te groot.

Veel belangrijker nog is dat hij wél het politieke lef heeft om een onderzoekscommissie op te richten die een vergaand onderzoek moet doen naar de verantwoordelijken achter de moordende incidenten van de voorbije maanden in Ituri. In Beni vraagt het middenveld daar al jaren naar, zonder gevolg. Erg benieuwd of dit initiatief er zal toe leiden om de waarheid aan het licht te brengen.

Kracht van verandering

President Tshisekedi bereidt intussen zijn reizen naar Japan, België en Frankrijk voor. De bevolking van ruraal Beni die onder de aanslagen en de permanente eboladreiging kreunt, voelt zich verweesd.

“Cap pour le Changement”, klinkt bitter in de oren, als de alliantie van de president niets verandert aan de grote onveiligheid en alle cash opsoupeert aan de buitenlandse reizen van de president

De kiesbeloftes van CACH, Tshisekedi’s alliantie, worden niet waargemaakt. Ook hier is de slogan van de kracht van verandering electoraal bedrog. “Cap pour le Changement”, klinkt nu wel heel bitter in de oren, als je moet vaststellen dat de alliantie van de president niets probeert te veranderen aan de grote onveiligheid en alle cash van de republiek opsoupeert aan de niet aflatende reeks buitenlandse reizen van de president.

Het IMF laat alvast weten dat de Congolese economie voldoende middelen kan genereren om aan de noden van de bevolking te voldoen, maar dat politici en ambtenaren die systematisch achterover drukken voor eigen gewin. De nadruk wordt ook gelegd op de beheerswijze van het nieuwe regime dat in zijn eerste trimester waanzinnige uitgaven heeft gedaan zonder enige vorm van controle. De DRC zal daardoor niet in aanmerking komen voor leningen, waarschuwt het IMF.

Misschien is dat wel de inspiratiebron geweest van het middenveld van Beni om op te roepen tot een belastingstop om de president onder druk te zetten. Jammer genoeg zal hun oproep geen effect hebben. Het ambtenarencorps is een leger huurlingen ten dienste van de predatocratie en het welzijn van de bevolking is hun minste zorg.

De enige hoop voor de bevolking is dat er leiders opstaan met het hart op de juiste plaats, nieuwe werkwijzen, een zuivere politieke cultuur en ongeziene integriteit. Het is zonneklaar dat die niet uit de hoofdstad zullen komen. De krabbenmand van de regeringsvorming die nu al een half jaar aansleept, is een broeibak voor cliëntelisme. Als ze ergens uit Congo zullen komen, zal het uit het verre Oosten zijn. Een mens moet toch ergens zijn hoop blijven putten.

© Ivan Godfroid

Klapband in ontvolkt gebied

© Ivan Godfroid