Het Franse non-beleid in Calais is mensonterend en Europa onwaardig

Blog

Het Franse non-beleid in Calais is mensonterend en Europa onwaardig

Het Franse non-beleid in Calais is mensonterend en Europa onwaardig
Het Franse non-beleid in Calais is mensonterend en Europa onwaardig

‘Ik sloot mijn ogen en zag de gezichten van de vluchtelingen in Calais die ik de voorbije weken te eten gaf.’

Net bij mijn ouders gaan eten. Gezellig. Het hele gezin aan de keukentafel. Bijpraten over de beslommeringen van ons stadse leven. School, werk, de aflevering van ‘Elvis blijft bestaan’ met Ilja Pfeijffer. Dan op een redelijk uur gaan slapen, in een warm bed. Ik sloot mijn ogen en alles voelde zo onwerkelijk aan. Ik zag de gezichten van de vluchtelingen in Calais die ik de voorbije weken te eten gaf, aan wie ik te weinig kleren kon geven voor de kille nacht.

Ik stond achter een tafel met een grote dampende pot currysaus. Een voor een kwamen ze met hun plastieken bord aan me voorbij, behoeftig, ontegensprekelijk behoeftig. Toch hadden de meesten een glimlach. Aarzelend lag die op hun lippen. Sommigen zeiden: thanks brother. Anderen zwegen.

Utopia

© Care4Calais

Distributie van kledij in Calais

© Care4Calais​

Ik heb de laatste weken van mijn vakantie doorgebracht als vrijwilliger bij Utopia, Help Refugees en Refugee Community Kitchen, drie grassroots organisaties die humanitaire hulp verstrekken aan de talloze migranten in Calais. Een dertigtal vrijwilligers werkt er minstens tien uur per dag om erger te voorkomen. Deze burgers vervullen er de zware taak van humanitaire hulpverlening, een verantwoordelijkheid die eigenlijk op de schouders van de Franse staat en haar bevoegde instanties zou moeten vallen.

‘Wanneer we de ziekenwagen bellen en hen vragen om naar het terrein van de oude jungle te komen, antwoorden ze dat ze daar niet heen willen. Daarom zijn we genoodzaakt om zelf voor ambulance te spelen.’

De vluchtelingen in Calais zijn niet weg, ook al is de jungle in oktober vorig jaar ontruimd door de ordediensten, is het containerdorp in Groot-Sinten afgebrand. Niemand weet precies hoeveel vluchtelingen er nog zijn, ze leven verspreid in de bosjes en velden in en rond Calais, onder bruggen bij de oprit van de autoweg naar de Kanaaltunnel. Elke dag maken en verdelen de vrijwilligers ter plaatse 2750 porties rijst met currysaus, delen ze kleren uit. Een infobus rijdt rondt om vluchtelingen over hun rechten en mogelijkheden te informeren. Een team vrijwilligers brengt elke dag tientallen gewonde en zieke vluchtelingen naar het ziekenhuis.

‘Wanneer we de ziekenwagen bellen en hen vragen om naar het terrein van de oude jungle te komen, antwoorden ze dat ze daar niet heen willen. Daarom zijn we genoodzaakt om zelf voor ambulance te spelen’, vertelde een Catalaanse vrijwilligster me.

Na de ontruiming van de jungle in Calais, denken veel mensen dat het vluchtelingenprobleem er is opgelost, of ten minste sterk afgenomen. Maar niets is minder waar. Naast de ontbering door ziekte, koude en honger komt er nu ook nog het agressieve politiegeweld bij.

Politiegeweld

Eind juni publiceerde Human Rights Watch nog een rapport over het politiegeweld in Noord-Frankrijk tegenover vluchtelingen en vrijwilligers, getiteld ‘Like Living in Hell’. Die beschuldigt de CRS (compagnies républicaines de sécurité, de Franse oproerpolitie) van het onwettig gebruik van pepperspray. Er zijn zelfs verklaringen dat de ordediensten water en eten verpesten door ze met pepperspray te besproeien. Ik kon eerst nauwelijks geloven dat de politiediensten tot zo’n wangedrag in staat waren, maar dag na dag werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt.

‘Ik heb evenveel schrik van de CRS als van de Libische ordediensten’

‘Ik heb evenveel schrik van de CRS als van de Libische ordediensten’, hoorde ik een Ethiopische vluchteling zeggen.

Twee Eritreeërs vertelden me tijdens een voedseldistributie hoe ze die ochtend om 9 uur werden gewekt met traangas. Ze beschreven de pijn, hoe niets helpt. Zeker niet in de ogen wrijven en water doet de huid verschroeien. Dat hadden ze proefondervindelijk moeten leren. Ze hadden roze strepen vlees op hu goudbruine wangen.

Een Afghaanse jongen, minderjarig, vertelde me zijn dagelijkse routine. Wanneer de avond valt, gaan ze op vrachtwagens jagen. Ze proberen op een voertuig te klimmen, om dan het zeil vanboven met een scheermes open te snijden. elke nacht opnieuw, tot rond 3 uur ’s nachts. Meestal worden ze ontdekt, door de chauffeur of de politie verjaagd.

© Help Refugees

Voedselbedeling in Calais

© Help Refugees​

De meesten zitten hier al maanden. Allen jagen ze dezelfde droom achterna: Engeland. Dat eiland dat je op heldere dagen vanop het strand kan zien schitteren. De kalkwitte kliffen van Dover.

Het onrecht waar de vrijwilligers mee in aanraking komen, weegt zwaar op sommigen onder hen. Een man van 45 die al bijna een jaar als vrijwilliger bij Utopia werkt, brak in tranen uit toen hij terugkwam van een gespannen distributie van kleren. Vluchtelingen verdringen elkaar uit angst om weer een koude nacht te moeten doorstaan. Enkele vrijwilligers moesten hun humanitaire werk vroegtijdig staken omdat ze symptomen van post traumatische stress vertoonden.

Mijn kamergenoot in het caravanpark waar ik verbleef is een struise kerel met dreadlocks van 39 jaar. Hij beschreef me hoe in het begin van de zomer, toen het politiegeweld een hoogtepunt bereikte, een politieman een beker water uit zijn handen sloeg die hij aan een kind wilde geven, omdat de toegestane distributietijd was overschreden.

‘Opgefokte beesten’

© Care4Calais

De CRS in Calais

© Care4Calais​

Kort daarna hebben de verschillende hulporganisaties een rechtszaak aangespannen tegen de Franse staat, wegens het verhinderen van humanitaire hulpverstrekking. De situatie is sindsdien wat verbeterd. De Franse overheid verstrekt water en douches en laat hulporganisaties op het terrein toe tot 8 uur ’s avonds.

Hallucinant: 75% van de dekens die aan migranten wordt uitgedeeld, wordt uiteindelijk weer afgenomen door de politie.

Het politiegeweld is ook wat geminderd, maar nog steeds wordt er kwistig met pepperspray omgesprongen. De feiten zijn nog steeds hallucinant: 75% van de dekens die aan migranten wordt uitgedeeld, wordt uiteindelijk weer afgenomen door de politie. De ordediensten lijken er alles aan te doen om de vluchtelingen uit Calais te verdrijven.

Ook de vrijwilligers worden geviseerd. Politiecombi’s rijden doelbewust achter de camionettes van de vrijwilligers, als gieren azen ze op de kleinste overtreding. Een vrijwilliger kreeg vorige week nog een bekeuring omdat hij een sigaret opstak achter het stuur.

Vorige week zaterdag vond er na lange tijd weer een demonstratie plaats in het centrum van Calais om betere humanitaire hulp te eisen voor de vluchtingen. De ordediensten waren met dubbel zo veel als de betogers. Omstanders beschreven me hoe de politie zonder aanleiding de betogers insloot. Een vrijwilligster probeerde uit de chaos weg te komen, maar een politieagent duwde haar bruusk terug. Uiteindelijk veinsde ze een flauwte opdat de politie haar liet vertrekken. De ordediensten haalde matrakken boven en timmerde als opgefokte beesten op de massa in, zo vertelden verschillende geschokte vrijwilligers me achteraf.

In Europa?

Tijdens mijn korte verblijf in Calais sprak ik met universiteitsstudenten, sociaal werkers, Brexit-stemmers, vakmensen, landbouwers, anarchisten. Allen deelden ze dezelfde verontwaardiging: hoe is dit mogelijk op Europees grondgebied? De nalatigheid van het Europese beleid is onaanvaardbaar. Mensen van Europa, informeer u over de situatie in Calais en laat dit onrecht op uw eigen grondgebied stoppen.

Francken wil geen tweede Calais in Brussel. Dat wil ik ook niet, maar ik hoop dat de Belgische regering niet dezelfde fouten maakt als de Franse en de vluchtelingen in de Brusselse parken een waardig alternatief biedt.

Het politiegeweld moet stoppen. Het gewelddadige verdrijven van vluchtelingen uit angst voor het aanzuigeffect is geen oplossing voor het probleem in Calais.

Er moet een humanitair aanvaardbaar vluchtelingenkamp komen, de basisbehoeften van de vluchtelingen moeten gerespecteerd worden.  De huidige situatie is hallucinant: burgers knappen het vuile werk van de staat op, en moeten daarvoor soms in de illegaliteit handelen. Francken wil geen tweede Calais in Brussel. Dat wil ik ook niet, maar ik hoop dat de Belgische regering niet dezelfde fouten maakt als de Franse en de vluchtelingen in de Brusselse parken een waardig alternatief biedt.

Tot het zover is, moeten de burgers hun verantwoordelijkheid opnemen en de hulporganisaties in Calais steunen. Dat kan door middel van donaties, maar ook door zelf voor een periode naar Calais te komen en zich bij het krappe vrijwilligersteam te vervoegen, zeker nu de winter komt, een periode waarin elk helpend paar handen meer dan welkom is.

Johannes Decat is student Politieke Wetenschappen.​ Zijn grote interesse voor het Midden-Oosten en de migratiepolitiek vertaalt zich geregeld in artikels. Zie daarvoor zijn blog: www.alhannibal.wordpress.com.